Op zoek naar de Israëllobby

33

Bestaat er zoiets als ‘De Israëllobby’ in ons land? Ludo De Witte heeft het gelijknamige boek van Lucas Catherine gelezen en stelt vast hoe een losse coalitie van uitgebreide netwerken en vaak hoog geplaatste individuen de politiek van de Joodse staat in België verdedigt en steunt.

Onlangs verscheen het boek De Israëllobby, van de hand van Lucas Catherine, een van onze zeldzame specialisten die in een toegankelijke taal een breder publiek informeert over de complexe wereld aan de overkant van de Middellandse zee. Het boek kreeg in de massamedia geen aandacht, op een korte bespreking in Trends na.

Pressiegroep

Catherine gaat heikele onderwerpen niet uit de weg, en dat is zeker zo met dit boek, waarin hij inzoomt op de zionistische lobby in België: op wat op het achterplat ‘de pressiegroep’ wordt genoemd die in dit land de belangen van de staat Israël onverkort verdedigt. Die lobbygroep is geen homogeen blok, maar een losse coalitie van netwerken en individuen, van Joden en niet-Joden, niet noodzakelijk Israëli’s, van bewonderaars van de Joodse cultuur tot rabiate antisemieten, die hun macht – in de politiek, het bedrijfsleven, de media  – aanwenden om de politiek van de Joodse staat te verdedigen en te steunen.

Maar doen ze dat volgens Israëls richtlijnen, eventueel met logistieke en financiële ondersteuning van Tel Aviv? Die richtlijnen en ondersteuning zijn er onmiskenbaar, maar of Tel Aviv op alle zelfverklaarde ‘vrienden van Israel’ ook daadwerkelijk greep heeft, is in vele gevallen een open vraag die bijkomend, diepgravend onderzoek vereist.

In De Israëllobby zoekt Catherine een verklaring voor een verbazingwekkend fenomeen: hoe kan het dat in 2011, bijna driekwart eeuw nadat tot in de verste uithoeken van de planeet de doodsklokken over het kolonialisme luidden, Israël nog steeds wegkomt met de kolonisatie van Palestina? Hoe is het mogelijk dat Israël met egards wordt behandeld, hoewel het land tientallen VN-resoluties naast zich neerlegt, de Palestijnen op zijn grondgebied discrimineert, op de Westelijke Jordaanoever een apartheidsregime uitbouwt, de bevolking van Gaza in een openluchtgevangenis opsluit en zich in de regio aan staatsterrorisme bezondigt en van de collectieve bestraffing van de Arabische volkeren een vaste beleidslijn maakt? (Libanon 1978, 1982-2000, 2006; Palestina tijdens de twee intifada’s 1987-1993 en 2000-2005; Gaza 2009)?

Stuitende dubbele moraal

De dubbele morele standaard van de ‘vrienden van Israël’ – zij accepteren en verdedigen van Isräel daden die zij van geen enkele andere staat zouden pikken – is zonder meer stuitend. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een man als Guy Verhofstadt, die overigens prat gaat op zijn vele publieke en privéreizen naar Israël, zonder verpinken de tweederangsstatus van de Arabische minderheid in het land wegwuift?

Verhofstadt heeft er geen probleem mee dat elke Jood die pakweg in Warschau of New York is geboren en nooit een voet in Israël heeft gezet zonder problemen naar Israël kan migreren, maar dat de Palestijnen die in 1948 uit het land zijn verjaagd en wier huizen werden verwoest, dat niet kunnen. In het verslag van een gesprek uit 2005 tussen de toenmalige Belgische premier en sterreporter Adi Schwartz in de Israëlische krant Haaretz lezen we:

Verhofstadt supports Israel’s existence as a Jewish state, even if as a result some people – for example, Arabs – are discriminated against. “The Law of Return is the basic idea of the foundation of the State of Israel,” he says, “that is, the idea that any Jew can come and immediately become a citizen.” (…) Regarding discrimination against Arabs he says: “That’s a question for internal lawmaking in Israel, but I think legislation like this exists already in other countries. It’s not the monopoly of Israel. (1)

Yves Leterme

Verhofstadt is niet de enige die met selectieve blindheid is geslagen. Luister naar premier Yves Leterme, die door het European Jewish Congress werd bedacht met de eretitel Navigator of Jerusalem: “Persoonlijk denk ik dat we onze relaties met Israël niet mogen laten beïnvloeden door het Palestijnse conflict.” Wat Israël de Palestijnen ook aandoet, zo houdt Leterme ons eigenlijk voor, wij sluiten de ogen en geven Tel Aviv een vrijbrief om naar goeddunken te koloniseren.

Of neem de N-VA, een partij die gevoelig zou moeten zijn voor onderdrukte volkeren en in haar rangen nogal wat mensen telt die de Palestijnse zaak niet ongenegen zijn. In maart 2008 onderschreef de N-VA nog de oproep van het Actieplatform Palestina: ‘60 jaar ontheemd, 40 jaar bezet!’ Maar naarmate de partij dichter bij het centrum van de macht komt, lijkt ze door het zionisme te worden ingekapseld. Onlangs bestond kopstuk Jan Jambon het zelfs om namens de partij het internationale initiatief om met een tiental schepen met hulpgoederen naar Gaza te varen en zo de Israëlische semiblokkade van Gaza aan de kaak te stellen als ‘een vorm van terrorisme’ die hij ‘ten stelligste’ veroordeelt. (2)

Deuken in de rechtsstaat

Het blijft niet bij meningen, bij het propageren van het onverdedigbare: de ‘vrienden van Israël’ gaan soms over tot daden die deuken in de rechtsstaat slaan. Zij hebben voor zichzelf en hun biotoop privileges en een manoeuvreerruimte afgedwongen die niemand anders worden gegund. Enkele voorbeelden. Over het eerste berichtte Apache al: 8 jaar lang, tot in 2003, luisterde de Israëlische Mossad in het Justus Lipsiusgebouw Britse, Franse, Duitse, Spaanse en Oostenrijkse staatshoofden, regeringsleiders, ministers en hun medewerkers af.

Een technicus had in het EU-gebouw de afluisterapparatuur toevallig ontdekt, en al vlug was duidelijk dat de firma Comverse de boosdoener is. Het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken, waar de Mossad onder ressorteert, controleert het bedrijf. Strafbare feiten en een grof diplomatiek schandaal, maar het federaal parket en de Staatsveiligheid lieten het onderzoek naar deze spionagezaak doodbloeden. Hoewel de daders gekend zijn, mogen zij op twee oren slapen: volgens De Tijd heeft het parket besloten niemand te vervolgen. Minister van Justitie Stefaan De Clerck zei in de Kamer sussend ‘We mogen niet paranoïa [sic] worden. Wij moeten ook niet zomaar mensen of firma’s verdenken. Dat is niet aan de orde.’ (3)

Ariel Sharon

Een tweede voorbeeld is de zaak-Sharon. Ariel Sharon werd in 2001 premier van de Joodse staat, hoewel een Israëlische commissie hem indirect verantwoordelijk achtte voor de slachtpartij die christelijke milities met Israëlische dekking in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in Beiroet aanrichtten (1982). Dat was voor veel nabestaanden te veel van het kwade, en ze dienden een klacht in tegen de man. Ze deden dat in België, want in de nasleep van de genocide in Rwanda (1994) had België een wet aangenomen die toestaat in ons land internationale oorlogsmisdadigers te berechten.

Onmiddellijk kwam er een tegencampagne op gang. In de Israëlische pers werd België afgeschilderd als een nest van antisemieten. Op de Israëlische ambassade in Brussel kwam een taskforce, onder leiding van reserveofficier Rafi Yerushalmi, in actie. Met de hulp van mensen als Joël Kotek (ULB), Julien Klener (UGent) en Claude Marinower (Open Vld) werd ‘het antisemitisme’ in België in kaart gebracht. Op een bepaald moment werd ook de Israëlische ambassadeur in Brussel naar Tel Aviv teruggeroepen. (4)

Eddy Boutmans

De campagne had succes: een themanummer over Gaza van Contre-Pied, een blad dat in het Franstalige onderwijs werd verspreid, werd tegengehouden. Ook staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans maakte kennis met de lobby. Ten behoeve van leerkrachten wou hij een brochure, met de titel Kanttekeningen bij het Israëlisch-Palestijns conflict, van Ludo Abicht en Lucas Catherine, heruitgeven. Een eerste versie was in 1998 zonder problemen verspreid, maar na kritiek uit Israel en kritiek van het Belgisch-Israëlitisch Weekblad, van Mia Doornaert in De Standaard en van Miel Verrijken, volksvertegenwoordiger van… het Vlaams Blok trok Boutmans zijn staart in.

Als klap op de vuurpijl werd de genocidewet gewijzigd om Sharon (en anderen, waaronder Donald Rumsfeld en Tommy Franks, aangeklaagd voor hun rol in de invasie van Irak in 2003) uit de greep van het gerecht te houden. Dat gebeurde met de hulp van premier Verhofstadt, minister Michel en de parlementsleden Herman De Croo, Hugo Coveliers en Fred Erdman. Louis Michel verklaarde achteraf fier dat hij in de afzwakking van de wet een prominente rol heeft gespeeld. De woordvoerder van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken van zijn kant schepte op over de lange arm van het zionisme in België: ‘Met die wet konden we het niet halen, dus hebben we onze vrienden aangesproken.’ (5)

Een derde voorbeeld: Antwerps Sp.a-boegbeeld Monica De Coninck, schepen van Diversiteit en voorzitter van het OCMW, regelde het zo dat de inburgeringscursussen voor orthodoxe Joden in een ‘zuiver Joodse’ omgeving worden aangeboden: in het Jiddisch, geslachtsgescheiden, door een leerkracht van hetzelfde geslacht én uitsluitend onder Joden. Een opstapje naar wat die cursussen beogen: een geslaagde ‘integratie’?

Censuur in Joodse scholen

Het vierde voorbeeld bracht Gazet van Antwerpen aan het licht. De krant beschreef eind 2010 de ingrijpende censuur op studieboeken in Joodse scholen:

Een oma en opa die elkaar een kus op de wang geven: streep erdoor. Wat ondergoed dat aan de wasdraad hangt: streep erdoor. Een vrouw met ontblote armen of een ontblote navel: streep erdoor. Een haan op een kerktoren: streep erdoor. Zelfs de welvingen van de vrouwelijke boezems zijn in de Joodse schoolboeken vakkundig overschilderd. Maar het gaat verder dan dat. In sommige boeken worden hele stukken tekst doorgehaald of overplakt met een wit papier. Woorden als “kerk” en “paus”, en zinnen als “vanavond treedt een meidengroep op” en “er scheelt iets met onze poes”, zijn verwijderd. (…) “De prehistorie en de evolutietheorie bestaan hier niet”, zegt een van onze bronnen op een Joodse, gesubsidieerde school. “Die passages zijn uit de handboeken verwijderd. Jongens en meisjes leven hier ook volledig gescheiden. De meisjes hebben een uur vroeger gedaan dan de jongens, opdat ze elkaar aan de schoolpoort zeker niet zouden kunnen ontmoeten. (6)

Joodse dwarsligger Henri Rosenberg publiceerde naar aanleiding van dit artikel op het internet een uittreksel uit een richtlijn aan de leerkrachten:

‘Met de leerlingen wordt niet gesproken over sex, voortplanting, politiek, religie, racisme.

Geschiedenis: jaartallen: voor en na Christus wordt voor en na de tijdrekening. (…) niet spreken over: de farao’s, andere erediensten, Middeleeuwen, kunst (kruisbeelden, naakten,…).

Biologie: niet: voortplanting, evolutie (Darwinisme).

Muziek: niet: christelijke liederen, popmuziek.

Aardrijkskunde: niet: ontstaan der aarde, heelal, jaartallen (1 miljoen V.C.).

Plastische opvoeding en kunst: enkel joodse kunst, oppassen met musea, uitstappen.

Literaire vakken: niet: teksten met jongens en meisjes samen, kinderen die ouders tegenspreken.

Turnen: niet laten knielen (…)

Bij twijfel: raadpleeg de directie. (7)

Censuurcommissie

Enkele leerkrachten aan Joodse scholen deden een week na het eerste artikel in de Gazet van Antwerpen in dezelfde krant een boekje open over die ijzeren censuur:

Telkens als wij nieuwe handboeken krijgen, worden die eerst door de “censuurcommissie” binnenstebuiten gekeerd. Daarna krijgen wij een document dat bestaat uit drie kolommen. In de eerste kolom staan de bladzijden met tekeningen die we zwart moeten kleuren. In de tweede kolom vinden we de bladzijden die we eruit moeten scheuren. En in de derde kolom staan bladzijden die leerstof vermelden die we niet mogen behandelen. Uiteraard is het vaak lang geduld hebben voor de commissie heeft uitgemaakt wat kan en wat niet. Dat levert soms toestanden op waarbij de kinderen tot in april moeten wachten voordat ze hun lesboek in handen krijgen. Voor ons zit er dan niets anders op dan maanden aan een stuk te improviseren.’ Alle leerlingen kregen een bladwijzer met daarop een Hebreeuwse spreuk die betekent dat alles wat niet Joods is ‘het vuil van de wereld’ is. Het probleem stelt zich in privéscholen, maar ook in het gesubsidieerd onderwijs. Wat doet de inspectie? Een leerkracht: ‘De voorbije tien jaar hebben wij op onze school maar één inspectie meegemaakt, wat op zich al bizar is. Toen ik op een dag bedenkingen uitte over het feit dat onze school steeds een positief inspectieverslag krijgt, werd me officieus meegedeeld dat die verslagen “gekocht” werden en dat we “de juiste connecties op de juiste plaatsen hebben.’ (8)

 Vrijwilligerswerk in het Israëlische leger

Een vijfde en laatste voorbeeld komt uit mijn boek Wie is bang voor moslims? Elk jaar trekken zionisten naar Israël en verrichten er ondersteunende taken in het Israëlische leger, in het kader van het programma ‘Sar-El Volunteers for Israel’. Deze tekst dateert van 2004, maar is in het algemeen nog steeds geldig:

Sar-El Volunteers for Israel is een project dat vrijwilligers op legerbases voor ondersteunende taken aan het werk zet. Sar-El ontstond in 1982, toen de Israëlische invasie van Libanon tot een tekort aan mankracht in de achterhoede van het leger leidde. Sinds dat jaar namen al 94.000 vrijwilligers uit de hele wereld deel aan Sar-El. Sar-El rekruteert zowel Israëli’s als niet-Israëli’s, via The Jewish Agency. De rekruten trekken voor een periode van minstens drie weken een Israëlisch legeruniform aan. Sar-El staat onder het bevel van een luitenant-kolonel, en wordt gefinancierd uit het legerbudget en met fundraising. (…) Het werk op de legerbasissen bestaat uit ‘alles, van het herstellen van jeeps tot het schilderen van helmen en laarzen.’ Sar-El is geen van de rest van het leger afgezonderde eenheid, want naast de commandanten zijn ook gewone soldaten van het Israëlische leger in Sar-El ingeschakeld. De zionistische krant Jerusalem Post windt er geen doekjes om: Sar-El is het ‘Vreemdelingenlegioen van het Israëlisch leger, gericht op het voorzien in extra mankracht’, zodat de slagkracht vergroot. (9)

In tijden van grote militaire mobilisaties draait de rekrutering voor Sar-El op volle toeren: in 1982, toen Israël Libanon bezette; in 1991, tijdens de eerste Golfoorlog, toen 7.000 vrijwilligers werden ingeschakeld; en in 2001-2002, toen de verplettering van de tweede intifada op de agenda stond en 8.100 mensen werden gemobiliseerd.

In 2001 en 2002 werkte The Jewish Agency in het buitenland de klok rond, en dat liet zich ook bij ons gevoelen. Volgens bronnen worden Antwerpse rekruten doorgaans ‘in stilte’ geworven, bijvoorbeeld via de afdelingen van B’nai B’rith in Brussel en Antwerpen, of onder vrijwilligers van buurt- en gemeenschapspatrouilles zoals de zionistische ‘Shmira’ of ‘ORT’.

Begin 2002 droeg ook het Belgisch-Israëlitisch Weekblad zijn steentje bij. Het BIW prijst Sar-El aan als ‘nuttig werk voor de Israëlische strijdkrachten’. Vrijwilligers moeten zelf hun vliegtuigticket betalen, maar de rest wordt betaald door het Israëlisch leger. De waarde van hun werk ‘is niet te schatten’, zo staat het er, want hun inzet staat toe om ‘Israëlische reservisten in te zetten bij de noodzakelijke, actieve militaire taken’ – lees: de bezetting en kolonisering van Palestina. (10)

Het is niet geweten hoeveel in België verblijvende mensen via programma’s als Sar-El het Israëlisch leger bijspringen. (…) Volgens de Belgische huurlingenwet mag een Belg alleen militaire diensten verrichten voor een vreemde staat als het gaat om ‘de aanwerving door een staat, op zijn grondgebied, van een vreemdeling als regelmatig lid van de strijdkrachten van die staat, voor zover hij niet later wordt ingezet, buiten het grondgebied van die staat, op een andere wijze dan in het kader van militaire technische bijstand die een staat aan een andere staat verleent’. (…) Op het eerste gezicht overtreden Belgische burgers de wet als ze via Sar-El dienst nemen in het Israëlisch leger of ervoor ronselen: het gaat immers om een onregelmatige militaire dienst, en hun dienst draagt bij, via de taakverdeling tussen Sar-El Volunteers en geregelde troepen, tot militaire acties in de onwettig bezette gebieden, wat door het internationale recht verboden is. (11)

Op de website van Sar-El staat te lezen dat in 2010 – een relatief ‘rustig’ jaar aan het Israëlisch-Arabisch front – 3.367 vrijwilligers uit een zestigtal landen werden ingeschakeld, waaronder 1.098 uit Frankrijk, 1.045 uit de VS, 179 uit Canada, 129 uit Groot-Brittannië, 118 uit Rusland, 67 uit Nederland, 45 uit Australië, 37 uit Duitsland, 24 uit Spanje, 24 uit Italië en 8 uit België.

De lobby? Of het atlantisme?

De zionistische lobby bestaat dus, de verregaande inmenging in Belgische aangelegenheden die van geen ander regime in de wereld worden geduld zijn er de stille getuigen van. Hoewel, ‘van geen ander regime in de wereld’ is te kort door de bocht: de VS kan in ons land op gelijkaardige aanspraken bogen. En dat leidt tot een fundamentelere vraag: hoe sterk is de Israëllobby?

Catherine somt in zijn boek politici op die het beleid van Israël onverkort verdedigen. Ze zitten in alle partijen, en in alle politieke generaties. Een niet-limitatieve opsomming van politici met nationale envergure. Bij de socialisten zijn dat Emile Vandervelde (die het had over een ‘socialistisch’, ‘tolstojaans kolonialisme’ van Palestina), Camille Huysmans, Paul-Henri Spaak, Wim Geldof, Patrick Janssens.

Bij de christendemocraten Gaston en Mark Eyskens (bestuurslid van de Vrienden van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem), Wilfried Martens en Yves Leterme. Bij de liberalen Albert Lilar, Jean Gol, Herman De Croo, Louis Michel, Guy Verhofstadt, François-Xavier de Donnea, Willy De Clercq en Claude Marinower.

Bij het Vlaams Belang is dat Filip Dewinter, die het allemaal iets groffer formuleert en Israël roemt als ‘de enige voorpost van het vrije westen in vijandelijk islamitisch gebied.’ Het Vlaams Blok werpt zichzelf op als dé bondgenoot van de Joodse staat, volgens de partij ‘de Israëlische versie van het Vlaamse eigen volk eerst’. (12)

Probleemloos neokoloniaal

Volgens Catherine zijn de meeste van die politici ‘vrienden van Israël’: mensen die niet noodzakelijk tot de lobby behoren, maar door hem worden bewerkt. Zij denken door en door ‘atlantisch’: het zijn Europeanen die hun wereldbeeld ophangen aan een Amerikaans-Europese as, onder leiding van de grootmacht die de VS is. Ze zijn conservatief, probleemloos neokoloniaal, economisch liberaal, gevoelig voor de theorie van de botsende beschavingen (Samuel Huntington), zo niet islamofoob. Voor hen is de kern van de buitenlandse politiek van de VS, en dus ook de bevoorrechte alliantie tussen Washington en Tel Aviv, onaantastbaar.

Voor deze verdwazing, of selectieve blindheid, of ideologische vooringenomenheid, of hoe men de geestestoestand van de ‘vrienden van Israël’ ook wil benoemen, zijn dus veel verklaringen aan te voeren, en de druk van de zionistische lobby is er maar eentje van. Wanneer ‘vrienden van Israël’ abjecte uitspraken doen – Verhofstadt die er geen problemen mee heeft dat Palestijnen in Israël tweederangsburgers zijn, of Mia Doornaert (De Standaard, nu adviseur van premier Leterme) die in De zevende dag (uitzending van 14/3/2004) zegt dat wie afstand neemt van Israël moslimterroristen in de kaart speelt –, dan gebeurt dat wellicht meer onder invloed van de atlantische solidariteit met VS, de voogd van Israël, dan van de impact van de zionistische lobby.

En voor katholieken zoals Doornaert speelt misschien ook nog een andere factor mee: een schuldgevoel voor het eeuwenoude, christelijk gefundeerde antisemitisme (de Joden als ‘moordenaars van Christus’) en voor de Jodenmoord op Europese bodem.

Een staalkaart van de ‘vrienden van Israël’

De Israëllobby bevat een staalkaart van de ‘vrienden van Israël’: politici en publicisten die veel aandacht in de massamedia krijgen. Zoals Mia Doornaert, een harde zionistische tante die via de alliantie De Standaard-VRT ook invloedrijk is in de duidingsprogramma’s van de openbare zender. Of de islamofoob en beroepsprovocateur Benno Barnard, die de Palestijnen het bestaansrecht als volk ontzegt: ‘Palestijnen als fictieve natie zijn pas ontstaan na de oorlog van 1967, als ideologische projectie van de belendende Arabische terreurregimes.’

Barnard schreef een lovende kritiek van Inch’Allah?, het laatste boek van Filip Dewinter: ‘De islam, die absurde theologie van een immorele bedoeïen, is een rottend kadaver dat onze levens vergiftigt. (…) Tegenwoordig vind ik dat Filip Dewinter een profeet is. Vroeger noemde ik hem een racist, maar toen droeg ik oogkleppen.’ Of de even fanatieke Wim van Rooy, die Barnard tot een strijder tegen het ‘islamofascisme’ bekeerde, en klaagt dat men ‘vandaag het fascisme van de islam niet wil zien’. (13)

Gestructureerde groep

Mensen als Barnard, Dewinter, Doornaert en van Rooy lobbyen voor Israël: ze grijpen elke kans om in woord en daad de verdediging van de Joodse staat met al zijn aberraties en misdaden op zich te nemen en critici van de kolonisatie van Palestina als antisemieten te verketteren. Maar zijn ze daarom actief in een gestructureerde groep die vanuit Tel Aviv wordt aangestuurd? Of zijn het veeleer nuttige idioten die onder de brede Amerikaans-Israëlische vleugels een antidotum zoeken voor hun islamofobe angsten? Het antwoord vind je ook niet in De Israëllobby, en het is nog maar de vraag of dat antwoord überhaupt kan worden gegeven.

Al kan men de lobbygroepen wel in kaart brengen. Catherine vermeldt lobbygroepen van Amerikaans-Joodse origine die in de schaduw van de Europese instellingen in Brussel zijn neergestreken: ngo’s als ‘Medbridge’ (erevoorzitter: Willy De Clercq), het ‘Transatlantic Institute’ en het ‘Europe Near-East Forum’. Hun medewerkers benaderen Europese en Belgische politici met (soms subtiele) bedes van steun aan de VS en Israël, zo nodig ondersteund met luxereizen naar Israël.

In 2006 werd EFI, ‘The European Friends of Israel’ opgericht, een lobbygroep die zich tot parlementsleden uit de EU-landen richt. Belgische leden zijn onder meer Claude Marinower, Paul Wille, Margriet Hermans en Hugo Coveliers. Medestichter is Marc Cogen, van de Universiteit van Gent. Op hun laatste conferentie, in februari 2011, waren 420 aanwezigen. (14)

Europa

Europa legt Israël in de watten: het associatie-akkoord tussen de EU en Israël geeft Tel Aviv een voorkeurstoegang tot de Europese markt en levert de Joodse staat honderden miljoenen dollar aan besparingen op invoerrechten op (in vergelijking zijn de Europese subsidies voor de Palestijnen een peulschil die vooral kosten dekken die de bezettende macht eigenlijk zelf zou moeten dragen. ‘Europa financiert de Israëlische bezetting’, aldus Paul Vanden Bavière).

Tel Aviv en de Israëlische ambassades steunen ook de tournees van gevierde schrijvers zoals Amos Oz of David Grossman. Zij poetsen in het buitenland het imago van Tel Aviv op: het zijn gematigde, ‘kritische’ zionisten die bij een eerder wantrouwig Europees publiek gehoor vinden zonder dat ze de zionistische basispostulaten hoeven te verloochenen.

Zionistische postulaten

Catherine somt de belangrijkste zionistische postulaten op: ‘Israël is een legitieme staat, opgericht door de VN’ (fout: Israël is in 1948 geboren uit een oorlog); ‘Israël is een democratie’ (fout: de Palestijnen die in Israël wonen zijn tweederangsburgers); ‘Gaza is niet langer bezet’ (fout: Israël handhaaft een airborne occupation en straft de bevolking met een semiblokkade omdat zij voor Hamas stemde); ‘De Palestijnen besturen de Westelijke Jordaanoever’ (fout: de Palestijnse Autoriteit heeft enkel zeggenschap over persoonsgebonden materies).

Om een idee te geven van de immense kloof tussen datgene wat Israël pretendeert te zijn en de meest elementaire internationale rechtsprincipes, citeert Catherine uit een rapport van het Reut Institute, een denktank waarop de Israëlische regering graag een beroep doet. Volgens deze denktank wordt het bestaan van Israël in vraag gesteld door eenieder die ‘van de Israëlische regering eist dat ze zich houdt aan de internationale rechtsregels’; door eenieder die ‘de nederzettingen bestempelt als illegale kolonies die indruisen tegen het internationale recht’; door eenieder die ‘gelijke rechten vraagt voor de Palestijnse staatsburgers van Israël’; door eenieder die ‘zegt dat de Palestijnse vluchtelingen een recht op terugkeer hebben’; door eenieder die ‘de blokkade van Gaza bestempelt als een illegale collectieve bestraffing’, enzovoorts.

Joods Actueel

Wat België betreft, vermeldt Catherine de taskforce die in de Israëlische ambassade bij het begin van de eeuw een tijdje actief was. En dan is er nog Joods Actueel van Michael Freilich, de opvolger van het Belgisch-Israëlitisch Weekblad. De massapers reikt Freilich graag een megafoon aan. De man verkettert eenieder die kritiek op Israël heeft als antisemiet.

Het is een populair zionistisch procedé: intellectuele chantage die ons ertoe moet bewegen niet met rationele standaarden naar Israël te kijken. Het is een poging om elke kritiek op Israël en het zionisme te verstikken, volgens het recept van de Israëlische staatsman Abba Eban: eens de wereld gelooft dat antizionisme en antisemitisme hetzelfde zijn, kan men elke kritiek op het Israëlische beleid wegwuiven met te herinneren aan de nazigruwelen.

Voorts is er het Forum van Joodse Organisaties, dat ten tijde van de verplettering van de tweede intifadah en de verwoesting van de Palestijnse samenleving de Israëlische ambassadeur verzekerde dat ‘de Joodse gemeenschap van het Vlaamse landsgedeelte haar onvoorwaardelijke steun betuigt aan de Israëlische regering’. Het staat er wel degelijk: het bestuur heeft het over de onvoorwaardelijke steun aan een regering die de internationale wetgeving met voeten treedt en een lange reeks oorlogsmisdaden op zijn geweten heeft.

Voorts zijn er ook nog de Brusselse Cercle Ben Gourion en zijn mediakanalen: het blad Contact J en Radio Judaïca (FM 90.2). Ze trakteren hun Joodse critici op kwalificaties als ‘kosjere antisemieten’ of ‘antisemitische Joden’. Van sommige radio-uitzendingen spat de steun aan het Israëlische staatsterrorisme af: een zender die in dezelfde mate de Palestijnse terreuracties zou verdedigen, zou geen lang leven beschoren zijn.

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft ook zijn ambassades aan het werk gezet: in elk land worden mensen gezocht (‘tot 1000 mensen per land’, volgens Haaretz) die de visie van Israël in de publieke opinie willen verspreiden. Zij worden regelmatig gebriefd, en van hen wordt onder meer verwacht dat ze zorgen voor bijdragen in de pers. Met lezersbrieven, maar ook met een deelname aan internetfora: ‘nieuwe media zijn voor ons oorlogsterrein’, aldus de woordvoerster van het Israëlische leger in Haaretz.

Militant zionisme

Nog wat informatie uit mijn boek Wie is bang voor moslims? Terwijl België vooral te maken krijgt met het ‘zachte’ zionisme, achter de schermen sterk aanwezig in de politieke en economische cenakels van de macht, is bij onze noorder- en zuiderburen een militant, ideologisch zionisme actief. Goed georganiseerde groepen bespelen er de media, bewerken de publieke opinie en mobiliseren voor betogingen en acties.

In Nederland laat het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) van zich horen. In Frankrijk is de invloed van het zionisme in de PS en in de media groot, uitgedragen door mensen als Alain Finkielkraut, André Glucksman en Bernard Henry-Lévy. Bij onze zuiderburen ageren uiterst-rechtse zionistische groepen met paramilitaire afdelingen zoals Tagar, Betar en de Ligue de Défense Juive. Ze terroriseren de pro-Palestijnse beweging en de aanhangers van de Israëlische organisatie Vrede Nu. Ze belijden openlijk het racisme.

Jewish Defence League

Jacques Kupfer, voorzitter van Likoed internationaal, noemt de Palestijnen ‘Arabische squatters in Eretz Israël’. Hij pleit voor hun transfer: ‘we mogen de kansen niet missen zoals we dat spijtig genoeg wel hebben gedaan in 1948 of in 1967.’ Bij betogingen voor zetels van persorganen die te weinig zionistische ijver aan de dag leggen, worden op de gevels slogans achtergelaten: ‘Le Monde = antisémite’ of ‘[cartoonist] Plantu = nazi’. Haatmail is dagelijkse kost voor kritische journalisten.

Even wilden de ijzervreters ook in België aan de slag. In juni 2003 kondigde de Europese topman van de internationale Jewish Defence League de oprichting van een Belgische afdeling aan. De paramilitaire bedoelingen van de JDL worden niet weggestoken: de leden oefenen gevechtssporten in om ‘het antisemitisme en alles wat het bestaan van Israël in gevaar brengt, te bestrijden’. Eli Ringer, voorzitter van het Forum der Joodse Organisaties, vreesde voor een escalatie: ‘We hebben geen privé-milities nodig.’ (15) Zover we weten is het initiatief voorlopig opgeborgen.

De wortels van de lobby

Tot zover een schets van het veelkoppige, reële maar schimmige fenomeen dat de zionistische lobby is. Wat evenwel ook aandacht verdient, is het substraat van de lobby. Daarmee bedoel ik wat Peter Dale Scott ‘Deep Politics’ noemt: de verbanden tussen verborgen machtscentra en hun acties, die slechts zeer uitzonderlijk, bij grote crisissen bijvoorbeeld, aan de oppervlakte komen.

Die machtscentra zijn niet noodzakelijk zionistisch – kapitaal bijvoorbeeld heeft geen geur, kleur of smaak – maar ze vormen wel een biotoop waarin de liefde voor Israël goed gedijt. Naar aanleiding van een discussie over het boek The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy (2007), van de Amerikaanse professoren John Mearsheimer en Stephen Walt, stelden Noam Chomsky en Stephen Zunes al dat veel machtigere belangen dan de zionistische lobby het Amerikaanse pro-Israëlische beleid bepalen, zoals de oliemaatschappijen en de wapenindustrie.

Belgische bedrijfswereld

En dat geldt ook voor ons land: directe economische belangen en vooral het atlantisme van onze elite verklaren waarom de uitverkoren junior partner van Washington veel aanhangers in het Belgische politieke establishment heeft. In dat verband is het interessant te verwijzen naar de geaborteerde genocidewet, waarover ik het al had. Luc Walleyn, advocaat van de nabestaanden van de slachtoffers van Sabra en Shatila, zegt daarover:

De lobby die de genocidewet – waaruit de aanklacht tegen Sharon voortvloeide – kelderde was niet alleen de Israëlische. Ook de Belgische bedrijfswereld zette druk op de ketel, omdat ze al van meet af aan vond dat de genocidewet een probleem zou kunnen vormen voor hun handelsrelaties met niet al te “propere” regimes. Daarnaast speelde ook de politieke en economische druk van de VS een rol, na een aanklacht tegen generaal Tommy Franks. En natuurlijk speelde Israël het diplomatieke spel hard, door onder meer zijn ambassadeur weg te roepen uit Brussel. De lobbymachine, die niet te onderschatten was, speelde vooral achter de schermen, maar bleef volkomen legaal. Via duistere wegen wordt het spel niet gespeeld. (16)

Ik schets kort vier elementen van het substraat van de Israëllobby.

1. Het atlantisme van de elites in België

Hun bijna onvoorwaardelijke acceptatie van de Pax Americana in de wereld en de plaats van Israël daarin. Sinds de oorlog van 1967, toen Israël het Arabisch seculier nationalisme (Nasser) een dodelijke slag toebracht is Israël voor de strategen in Washington het enige echt stabiele steunpunt in de regio. De greep van de VS, beschermheer van Israël, op Belgische beslissingsprocessen, via economische en diplomatieke druk, of via de inlichtingen- en politiediensten is onmiskenbaar.

2. De Belgische economische machten

De economische machten in België en Israël zijn gebaat met goede relaties tussen beide landen. België speelt een grote rol in de internationale economische inbedding van Israël. Ons land voert per jaar voor 4,56 miljard dollar goederen uit naar Israël; de import uit dat land heeft een waarde van 3,68 miljard dollar. (cijfers voor 2005) 17 % van de Israëlische export naar de Europese Unie gaat naar het kleine België, en 24 % van de Europese uitvoer naar Israël komt uit België: dat zijn cijfers die zelfs grote landen als Duitsland of Frankrijk niet halen.

Diamanten en wapens spannen de kroon. België levert Israël 65 % van alle ruwe diamant die het importeert. Onze politieagenten beschikken over Uzi’s en machinegeweren van Israëlische makelij. De afluisterapparatuur van de federale politie is ook Israëlisch. Het Belgisch leger bestelde in 2001 voor 2,7 miljard frank onbemande verkenningsvliegtuigjes in Israël. Omgekeerd werken Belgische bedrijven en instellingen zoals Sabca, Barco, Zetes en de luchthaven van Bierset mee aan de uitbouw van de Israëlische wapenindustrie.

In dat verband moet worden gewezen op de vervlechting van Belgisch-Israëlische economische belangen in het knooppunt Antwerpen. Het zionisme vindt al heel lang een welwillend gehoor bij de Vlaamse sociaaldemocraten, die de afgelopen 65 jaar onafgebroken de burgemeesterszetel in Antwerpen hebben bezet. Hun Israëlische zusterpartij, de Arbeiderspartij, heeft Israël de eerste 30 jaar na haar ontstaan geleid, en telt in haar rangen historische figuren als Ben Goerion, Golda Meir, Moshe Dayan, Yitzak Rabin, Shimon Peres en Ehud Barak.

Sp.a’er Patrick Janssens, burgemeester sinds 2003, is lid van de Hoge Raad van de Diamant, geen ‘zionistische’ organisatie, maar toch een biotoop ervan (17).  Het is ook geen toeval dat bij het begin van deze eeuw de Antwerpse havenschepen en liberaal Leo Delwaide zei dat Antwerpen in België en Europa zal lobbyen tégen sancties tegen Israël, want dat sancties tegen Israël neerkomen op sancties tegen Antwerpen. De haven- en de diamantsector, waarvan de laatste sterk is ingebed in de Joodse burgerij van Antwerpen, zijn machtige belangengroepen die er veel aan gelegen zijn de relaties met Israël verder te ontwikkelen.

Toen in 2002 het Israëlische leger door de Palestijnse gebieden raasde en er stemmen opgingen om Israëlische producten te boycotten, eventueel ook de diamantsector, dienden zes Antwerpse politici in het parlement prompt een voorstel van resolutie in om het idee te torpederen. In de tekst stellen ze ‘dat België de belangrijkste handelspartner is van Israël en diamant 80 % van de Belgische export naar dat land vertegenwoordigt’.

Ze vroegen de Belgische regering de diamantsector ‘volledig te vrijwaren bij het bepalen van ‘s lands buitenlands beleid in het Israëlisch-Palestijns conflict.’ Het voorstel was ondertekend door zes politici die hun liefde voor de Joodse staat niet onder stoelen of banken steken: de (ex-)Open Vld’ers Hugo Coveliers en Ludo Van Campenhout, de Sp.a’ers Marcel Bartholomeeussen en Fred Erdman, de CD&V’er Marc Van Peel en de VU&ID’er Alfons Borginon. (18)

De sympathie van het Antwerpse establishment voor Israël en het zionisme heeft wellicht ook te maken met de beperkte aanwezigheid van Marokkaans-Belgische politici in de Scheldestad. Catherine wijst terecht op het verschil met Brussel, waar veel allochtone politici met een gevoeligheid voor de Arabische en moslimwereld actief zijn en het politieke straatbeeld kleuren.

In Brussel knoopten moslims al vroeg contacten aan met Franstalige sociaaldemocraten die konden bogen op een traditie van derdewereldsolidariteit. Het gaat om mensen als Guy Cudell, lange tijd burgemeester van Sint-Joost, die tijdens de Algerijnse bevrijdingsoorlog hulp bood aan de nationalisten van het FLN, en om Georges Clerfayt, de vader van de huidige burgemeester van Schaarbeek, die begin jaren zeventig als parlementslid samenwerkte met PLO-topman Naim Khader.

De toenmalige burgemeester van Anderlecht Henri Simonet en voorzitter van de Europese raad van ministers van Buitenlandse Zaken stond de PLO toe een officieel kantoor in Brussel te openen. In Brussel hebben partijen als de PS en het CDH hun deuren wagenwijd opengezet voor moslims, in tegenstelling met Antwerpen waar de politieke partijen hebben nagelaten om radicaal de allochtone kaart te trekken en in het officiële stadsleven een gewenning aan het allochtone feit te organiseren.

3. Mediabedrijven

De invloed van grote persagentschappen, mediabedrijven en inlichtingendiensten, fundamenteel prowesters en pro-Israël. Denk maar aan de correspondenten van Belgische en Nederlandse tv- en radiocorrespondenten in Israël/Palestina: dikwijls zijn het Joden, en hun standplaats is bijna altijd Israël, niet Ramallah of Gaza.

4. Mossad

De macht en invloed van de Mossad en zijn mantelorganisaties en ‘bevriende’ telecom- en informaticabedrijven, experts par excellence inzake terreurgroepen als Al Qaida, waarvan de Amerikaanse en Belgische inlichtingen- en politiediensten voor informatie afhankelijk zijn. De war on terror is het nieuwe glijmiddel voor gespierde acties van de CIA en zijn Israëlische evenknie de Mossad, en Brussel is niet van plan hen een strobreed in de weg te leggen.

Premier Verhofstadt verklaarde in een interview (in 2003) dat hij na de perikelen met de genocidewet de plooien in de relaties met Israël wou gladstrijken, en dat de Belgische regering Tel Aviv heeft toegestaan op Belgisch grondgebied mogelijke terroristen op te sporen. Eerder al had de correspondent van Le Soir in Israël onthuld dat een ploeg van de Mossad in België actief is. (Het is overigens geen geheim dat Israëlische agenten betrokken zijn bij de bewaking van synagogen en Joodse scholen.) (19)

De zonen van Godfried van Bouillon

Lucas Catherine wijdde al in 1981 een boek aan de lobby, met de titel De zonen van Godfried van Bouillon – De zionistische Lobby in België. De Israëllobby is een geüpdatete versie van dat boek. De Groene Amsterdammer liet zich bij de publicatie van De zonen van Godfried van Bouillon ontvallen: ‘Hoe is het mogelijk dat mensen die zichzelf als links beschouwen tot een dergelijk onverhuld antisemitisme vervallen?’ Waarmee Catherines basisstelling was aangetoond: wie kritisch naar Israël kijkt, wordt als antisemiet verketterd. Het is een stigma dat de paus van het Vlaamse zionisme, Michael Freilich, alle critici van Israël kleeft.

Hoewel sommigen verwachten dat ook nu, 30 jaar later, de kreten van antisemitisme weer niet van de lucht zouden zijn, viel het allemaal nogal mee. Gegeneerd wegkijken, leek wel het zionistische devies. De beschuldigingen van antisemitisme klinken inmiddels ook wel behoorlijk hol en versleten. Het imago van Israël is zwaar gehavend, nu er geen jaar voorbijgaat zonder dat Israël zich te buiten gaat aan oorlogsmisdaden of andere grove schendingen van het internationaal recht. Opinieonderzoek toont aan dat meer en meer Europeanen de Joodse staat als een gevaar voor de vrede en de stabiliteit in het Midden-Oosten zien.

Tanend prestige

De groeiende internationale boycotcampagne tegen Israël is een andere indicator van het tanende prestige van Tel Aviv. In de zomer van 2003 slaagden ‘de vrienden’ er nog in om een boycotactie van een brede coalitie van Vlaamse ngo’s en organisaties te kelderen. 11.11.11, Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen voerden toen een boycotactie van groenten en fruit van Israëlische bedrijven als Jaffa, Sabra en Carmel. Op de campagneaffiche stond ‘Israëlisch fruit smaakt bitter. Zeg nee tegen de bezetting van Palestina. Koop geen groenten en fruit uit Israël.’

Het Simon Wiesenthal Center, met standplaats in Los Angeles, meldde op zijn website dat op de affiche ‘Kauf nicht bei Juden’ stond, een wel erg vrije vertaling van ‘Koop geen groenten en fruit uit Israël’… Er kwam een massale e-mailcampagne tegen de ‘antisemitische’ actie in België op gang. Oxfam International en haar Amerikaanse en Britse afdelingen boden prompt hun verontschuldigingen aan en riepen twee Belgische aanstokers van het kwaad, Oxfam Solidariteit en Oxfam Wereldwinkels, op het matje.

Beide organisaties verwijderden de links naar de boycotcampagne van hun websites. Oxfam Solidariteit verontschuldigde zich ‘ingeval [de campagne] kwetsend zou zijn overgekomen.’ De initiatiefnemende ngo’s zetten de boycotcampagne op een laag pitje, en als doekje voor het bloeden – en zoethouder voor hun achterban – spitsten ze de aandacht toe op protestacties tegen de ‘Apartheidsmuur’ die Israël op Palestijnse grond heeft opgetrokken. (20)

BDS-campagne

Maar het tij is dus aan het keren, langzaam maar zeker. Vooral sinds 2005, toen 170 Palestijnse organisaties, met de steun van internationale BV’s als Naomi Klein, Arundathi Roy en Ken Loach, opriepen een internationale boycot-, desinvesterings- en sanctiecampagne tegen Israël te beginnen. Inmiddels staat die BDS-campagne al verder dan wat na zes jaar boycotacties tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika was bereikt.

Vooral in het buitenland, maar stilaan ook in ons land. De recente BDS-campagne tegen Dexia’s aandeel in de kolonisatie van Palestina – via haar Israëlische filiaal – is het laatste voorbeeld van de opgang van de BDS-beweging bij ons. Vandaag steunen al 82 organisaties de campagne ‘Israël koloniseert, Dexia financiert’.

Aanvankelijk pareerde Dexia-voorzitter Jean-Luc Dehaene de kritiek met te stellen dat de financiering van de kolonies was gestopt, maar dat bleek niet waar te zijn. Op de aandeelhoudersvergadering van 11 mei 2011 confronteerden tientallen aandeelhouders de top van de bank met de feiten, waarop Dehaene aankondigde dat Dexia zijn Israëlische filiaal zal verkopen. Indien dat gebeurt, is er een momentum gecreëerd om een nieuw BDS-front te openen, bijvoorbeeld tegen de verkoop van Israëlische producten in grootwarenhuizen als Delhaize of Carrefour.

Lucas Catherine, De Israëllobby, EPO, Berchem, 2011, 195 p. Alle informatie in dit artikel komt uit De Israëllobby, tenzij anders vermeld.

(1)Adi Schwartz, ‘In Holland, it’s worse’, Haaretz, 18/3/2005.

(2)http://www.radio1.be/programmas/ochtend/nieuwe-vloot-klaar-voor-tocht-naar-gaza

(3)Apache.be, ‘Mossad mag Europese staatshoofden in Brussel ongestraft afluisteren’, 17/1/2011 en ‘Justitieminister garandeert dat niemand tapkamers stiekem afluistert’, 14/2/2011.

(4)Over de taskforce, zie ook ‘Haunted by ill winds of the past’, Ha’aretz, 1/2/2002.

(5)Communiqué Cercle Ben Gourion over het interview met L. Michel op Radio Judaïca, 14/2/2003, website Belsef, Archives du 13/5/2003. Zie ook L. Michels ‘Open brief aan mijn Israëlische vrienden’, De Standaard, 26/2/2003. Woordvoerder min. BuZa Israël, in L. Catherine, De Israëllobby, p. 115.

(6)‘Censuur maakt deel uit van onze opvoeding’, Gazet van Antwerpen, 27/10/2010.

(7)Henri Rosenberg, Puntjes op de « i », 17/11/2011

(8)‘We beknotten gewoon de toekomst van die kinderen’, Gazet van Antwerpen, 2/11/2010. Parlementsleden Marino Keulen (Open Vld) en Liesbeth Homans (N-VA) ondervroegen minister van Onderwijs Pascal Smet (Sp.a) over de censuur in Joodse scholen. Maar dat leverde slechts ontwijkende antwoorden op: ‘Het lijkt alsof hij niet durft’, is hun commentaar: ‘Dúrft Pascal Smet wel optreden tegen censuur in Joodse scholen’, Gazet van Antwerpen, 17/1/2011.

(9)Over Sar-El, zie de website van het Israëlisch leger en www.sar-el.org; ‘IDF Foreign Legion Still Going Strong’, Jerusalem Post, 20/1/1989, ‘Sar-El: Volunteerism Is Alive And Well’, Jerusalem Post, 3/1/1992.

(10)‘Een ander soort toeristen’, in Belgisch-Israëlitisch Weekblad, 18/1/2002.

(11)Huurlingenwet van 22/4/2003 (Belgisch Staatsblad van 23/6/2003). In 2002 vroeg de Australische oppositieleider Leo McLeay aan zijn regering of ronselaars en vrijwilligers voor Sar-El zich niet schuldig maken aan een overtreding van het verbod voor Australiërs in een buitenlands leger te dienen of ervoor te werven. De regering liet hem weten dat ze niet over informatie beschikte dat Australiërs of permanente verblijfhouders waren gerekruteerd voor Sar-El. Had men goed gezocht? The Australian Jewish News, 7/6, 14/6, 5/7 en 4/10/2002.

(12)Zie bvb. VB, ‘Open brief aan de Antwerpse Joodse gemeenschap. Het Vlaams Blok staat aan uw kant’, juli 2004, en ‘Dewinter flirt met Joodse gemeenschap’, Het Laatste Nieuws, 8/3/2003; R. Van Cauwelaert, ‘Van de redactie’, Knack, 12/3/2003. Tel Aviv heeft overigens geen problemen met extreem-rechtse Europese vrienden: eind juni 2011 leidde Dewinter de Israëlische vice-minister Ayoob Kara rond in een Antwerpse moslimwijk. Waarom ook zou Israël vies zijn van extreem-rechts? In Israël zelf deelt een extreem-rechtse regering de lakens uit. Zie ‘Potje biljart om Dewinter te pakken’, in De Standaard, 17/6/2011.

(13)B. Barnard, resp. gecit. in De Israëllobby, p. 171 en in ‘De beste lezing die ik kon geven’, in De Standaard , 2/4/2010; W. van Rooy, in ‘Wie God beledigt krijgt de P.C.Hooftprijs, wie Allah beledigt een proces.’, in Knack, 18/2/2009. Zie ook zijn boek De malaise van de multiculturaliteit, pp. 349-354.

(14)Zie over Medbridge e.d. ook ‘De Muur door Brussel’, MO*, 28/3/2006. Lobbyist en Open Vld’er Claude Marinower houdt het blad scherp in de gaten. Als parlementslid interpelleerde hij de regering al enkele keren over de ‘eenzijdige’ berichtgeving over Israël in het blad. Hij wijst daarbij op de subsidies die MO* ontvangt – een weinig subtiel dreigement aan het adres van de redactie.

(15)Over de JDL, zie De Standaard van 7 en 14/6/2003.

(16)L. Walleyn, gecit. in ‘De Muur door Brussel’, MO*, 28/3/2006.

(17)W. Pauli, ‘Diamonds Are A Socialist’s Best Friend’, De Morgen, 22/2/2003.

(18)Kamer van Volksvertegenwoordigers, ‘Voorstel van Resolutie ter bescherming van de belangen van de Belgische diamantindustrie binnen de Europese Unie’, 25/4/2002, Doc. 50-1759/001.

(19)G. Verhofstadt, geparafraseerd in A. Schwartz, ‘Between lesser and greater evils’, Ha’aretz, 20/11/2003; S. Dumont, ‘Le Mossad se penche sur la Belgique’, Le Soir, 19/2/2003.

(20)Zie hierover W. de Neuter, ‘Zionistische lobby schiet met scherp’, Uitpers, oktober 2003, en L. Vanoost (Oxfam WW), ‘Palestinacampagne’, 12/1/2004, in Codip-berichten, 1/2/2004.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van het boek ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (EPO, 2017). Eerder publiceerde hij onder meer ‘De moord op Lumumba’ en ‘Wie is bang voor moslims?’

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid