Het Globale Zuiden heeft nood aan rechtvaardigheid, niet aan hulp

 Leestijd: 5 minuten0

De Pano-reportage van 2 oktober toont aan dat ontwikkelingssamenwerking (vaak) niet (meer) werkt. Als onderzoekers en lesgevers aan de UGent inzake processen van ontwikkeling in het Globale Zuiden gaan we verder en stellen dat het nooit heeft gewerkt. Tezelfdertijd wijzen we op het gevaar om dit falen als excuus te gebruiken om ons terug te trekken uit problemen waar Europa historisch en actueel verantwoordelijkheid voor draagt.

Om het mislukken van ontwikkelingssamenwerking te begrijpen gaan we dieper in op haar geschiedenis en onderzoeken we mogelijke alternatieven voor de toekomst: waar komt het idee vandaan dat wij de rest van de wereld moeten “ontwikkelen”? Wat zeggen we meestal niet als we spreken over ontwikkelingssamenwerking? En hoe zou een post-ontwikkelingstijdperk er kunnen uitzien als we daadwerkelijk luisteren naar het Globale Zuiden?

Het nieuwe buitenlandbeleid van Truman

Na de Tweede Wereldoorlog werd het koloniale idee dat het Westen de rest van de wereld naar haar evenbeeld moest ‘beschaven’ vervangen door een discours van ontwikkelingshulp. In 1949, aan het begin van zijn tweede ambtstermijn, kondigde president Truman aan dat de VS ‘arme’ landen zou gaan helpen om zich economisch te ontwikkelen, en zou ondersteunen met technische en politieke knowhow. Dit nieuwe buitenlandbeleid zou bijdragen aan een nieuw tijdperk van wereldvrede, overvloed en vrijheid. Het imperialisme van de oude koloniale mogendheden moest plaatsmaken voor een nieuw wereldbeeld, dat wereldkundig werd gemaakt in de eerste live-uitzending van een presidentiële inaugurale rede.

Volgens Jason Hickel, antropoloog aan de London School of Economics, mogen we de publieke impact van deze wending in het Amerikaanse buitenlandbeleid niet onderschatten. In zijn laatste boek ‘The Divide’ schrijft hij dat Trumans ontwikkelingsverhaal miljoenen Amerikaanse kijkers een nieuwe manier aanbood om de wereld te begrijpen. Rijke landen waren ‘ontwikkeld’. Zij liepen voorop in de vaart der volkeren en dit succes hadden ze vooral te danken aan hun eigen innovatie, hun eigen inspanningen en hun eigen intelligentie. Rijke landen hadden betere instituties, betere technologie en betere waarden en normen en net die zaken moesten ze delen met de arme landen van deze wereld. Met andere woorden, de Verenigde Staten – en bij uitbreiding het Westen – waren het model voor de rest van de wereld.

Van kolonisering naar ontwikkeling

Via het nieuwe ontwikkelingsverhaal konden rijke landen de armoede in de wereld en de ongelijkheid tussen Noord en Zuid verklaren als iets wat los stond van hun eigen rijkdom. De armoede van de ene had niets te maken met de rijkdom van de andere. Ongelijkheid was slechts een tijdelijke aberratie die kon worden opgelost met ontwikkelingshulp. Andere Westerse landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, sprongen snel mee op de kar. Trumans visie bood immers de mogelijkheid om het oude verhaal van koloniale overheersing en ‘beschaving’ te vervangen door een nieuw, modern discours van ontwikkelingshulp, liefdadigheid en altruïsme. Over het koloniale verleden en vooral over de impact van dat verleden op de ongelijkheid tussen Noord en Zuid werd zedig gezwegen.

Voor elke dollar ontwikkelingshulp, vloeit er vandaag 24 dollar terug richting rijke landen en rijke investeerders. Wie ontwikkelt er dan wie?

Dit ontwikkelingsverhaal reduceert de oorzaken voor onderontwikkeling, armoede en ongelijkheid tot louter binnenlandse kwesties als slecht bestuur, corruptie en gebrekkige hervormingen in het Globale Zuiden. Dit discours werd in de volgende decennia telkens opnieuw verpakt, in de vorm van 8 Millenniumdoelstellingen (2000) en recent nog in de vorm van 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (2015). Maar ondanks alle mooie beloftes, engagementen en financiële inspanningen blijft de ongelijkheid vandaag in snel tempo toenemen en leeft de meerderheid van de wereldbevolking in armoede of armoederisico. De kritische vraag is dus niet hoe we het ontwikkelingsverhaal kunnen heruitvinden maar eerder of we niet een heel ander verhaal moeten vertellen?

Het Zuiden ontwikkelt vandaag het Noorden

Om dat andere verhaal te kunnen vertellen moeten we ontwikkelingssamenwerking in de bredere context plaatsen van mondiale machtsrelaties en ongelijkheid. Elk jaar vloeit er ongeveer 130 miljard dollar richting het Globale Zuiden in de vorm van ontwikkelingshulp. Maar als we alle financiële transacties naar en van het Globale Zuiden in rekening brengen – dus naast ontwikkelingshulp ook buitenlandse investeringen, handel, belastingontwijking, interesten, etc. – dan zien we dat sinds de jaren ’80 de zogenaamde ontwikkelingslanden een negatieve financiële balans van 16,3 biljoen dollar hebben. Met andere woorden, de laatste vier decennia vloeide er 16.300 miljard dollar meer uit het Globale Zuiden dan dat er binnenkwam. Dit is grotendeels te wijten aan van Illicit Financial Flows (illegale transacties zoals ‘trade misinvoicing’ en ‘transfer mispricing’). Voor elke dollar ontwikkelingshulp, vloeit er vandaag 24 dollar terug richting rijke landen en rijke investeerders. Wie ontwikkelt er dan wie?

Arbeiders aan het werk in een SMB coltanmijn bij Rubaya, in het oosten van de DRC, augustus 2019. (Foto: Baz Ratner, REUTERS)

De structurele onderontwikkeling van het Zuiden is dus niet alleen geworteld in een geschiedenis van kolonialisme, racisme en imperialisme, maar ook in hedendaagse mondiale productieketens, economische machtsverhoudingen, illegale financiële stromen en Westerse belangen die worden uitgevochten in het Zuiden. Het idee dat er verschillende economieën op verschillende snelheden bestaan klopt niet: er is één wereldeconomie met een hiërarchie van productieprocessen en arbeidsvoorwaarden. Via mondiale productieketens is de accumulatie van rijkdom in het Globale Noorden intrinsiek verbonden met milieuvervuiling, lage lonen, slechte werkomstandigheden en vaak ook gewapend conflict in het Globale Zuiden.

Een nieuw verhaal, gebaseerd op rechtvaardigheid

Hoe kunnen we evolueren naar een post-ontwikkelingstijdperk? Hoe kunnen we breken met de huidige ongelijke economische en politieke machtsverhoudingen tussen Noord en Zuid? Vanuit het Zuiden zelf worden verschillende oplossingen naar voor geschoven die het verhaal van ‘hulp’ en ‘ontwikkeling’ vervangen door een verhaal van ‘rechtvaardigheid’ en ‘solidariteit’. Door rechtvaardigheid centraal te stellen, kunnen we breken met het misplaatste Westerse superioriteitsdenken dat inherent is aan het ontwikkelingsparadigma. Voortbouwend op historische en hedendaagse eisen voor een meer rechtvaardige wereldorde, willen we een aantal grote lijnen naar voor schuiven, die als leidraad kunnen dienen voor een nieuw Europees beleid ten aanzien van het Globale Zuiden.

Eerst en vooral, maak een einde aan de verstikkende ‘debt trap’ waarin vele landen in het Globale Zuiden vastzitten. Verschillende bewegingen en ngo’s ijveren hier al jaren voor. Arme landen spenderen grote delen van hun inkomen aan het betalen van interesten op schulden die ze al vele malen hebben afbetaald. Dat belet broodnodige investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en economische ontwikkeling. Scheld de schulden van het verleden kwijt om de toekomst een kans te bieden!

Ten tweede, maak een einde aan de plundering en uitbuiting van de natuurlijke rijkdom en de arbeid in het Zuiden. Dit houdt een besef in van nieuwe vormen van kolonisering, bijvoorbeeld via de zogenaamde groene energietransitie in het Westen, die een vuile voetafdruk achter laat in het Zuiden door een nog intensievere extractie van grondstoffen zoals kobalt en lithium en blijvende uitbuiting van goedkope arbeid.

Het Noorden moet verantwoordelijkheid opnemen voor de rijkdom die het eeuwenlang heeft kunnen opbouwen ten koste van het Zuiden

Ten derde, om een einde te maken aan de groeiende ongelijkheid tussen Noord en Zuid en te komen tot een mondiale welvaartsherverdeling, moeten we het durven hebben over reparaties (herstelbetalingen). Het Noorden moet verantwoordelijkheid opnemen voor de rijkdom die het eeuwenlang heeft kunnen opbouwen ten koste van het Zuiden. Reparaties gaan niet zozeer over compensaties voor een historisch slachtofferschap, maar over solidariteit en sociale en ecologische rechtvaardigheid in het heden. Het aanpakken van belastingparadijzen en het streven naar eerlijke belastingheffingen wereldwijd zou al een eerste stap zijn in de richting van een financieringsmodel voor reparaties.

Tot slot moeten we het voorbeeld volgen van de dekoloniseringsbewegingen en klimaatactivisten en zelf opkomen voor een meer democratische wereldorde. Ondanks mooie beloften stellen machtige instellingen zoals de Wereldbank, het IMF en ook de Europese Unie de belangen van bedrijven, economische groei en winstmaximalisatie boven mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en milieuoverwegingen. Om het vertekenende en falende ontwikkelingsverhaal achter ons te laten, is dus niet alleen een nieuwe bril nodig, maar ook en vooral politieke verandering. Alleen op die manier kunnen we werk maken van een wereldeconomie gebaseerd op rechtvaardigheid en menselijke noden in plaats van op ‘ontwikkeling’ door uitbuiting, en ongebreidelde, maar ongelijke en ecologisch onhoudbare groei.

Jeroen Adam doceert Ontwikkeling in het Globale Zuiden
Koenraad Bogaert doceert History of Globalisation
Julie Carlier coördineert het Ghent Centre for Global Studies en doceert Gender and Globalisation
Marlies Casier doceert Etnography of Conflict and Development
Brecht De Smet doceert Politics of Development
Bernard Mazijn doceert Sustainable Development
Dorien Vanden Boer coördineert het netwerk Governance in Conflict
Koen Vlassenroot is voorzitter van de vakgroep Conflict & Development Studies

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Vakgroep Conflict- en Ontwikkelingsstudies UGent

Prof. dr. Jeroen Adam (docent Ontwikkeling in het Globale Zuiden)
Prof. dr. Koenraad Bogaert (docent History of Globalisation)
dr. Julie Carlier (coördinator van het Ghent Centre for Global Studies en docent Gender and Globalisation)
Prof. dr. Marlies Casier (docent Etnography of Conflict and Development)
dr. Brecht De Smet (docent Politics of Development)
Prof. dr. Bernard Mazijn (docent Sustainable Development)
dr. Dorien Vanden Boer (coördinator van het netwerk Governance in Conflict)
Prof. dr. Koen Vlassenroot (voorzitter van de vakgroep Conflict & Development Studies)