Over wit, zwart en doeltreffend antiracisme

 Leestijd: 5 minuten1

Bert Bultinck schrijft in Knack over “het groeiende zelfvertrouwen van Belgen met een migratieachtergrond, die het moe zijn om te wachten op openheid en echte gelijke kansen en dan maar zichzelf organiseren. In Vlaanderen blijven we knoeien met de integratie.”

James Baldwin

“I attest to this: the world is not white;

it never was white, cannot be white.

White is a metaphor for power, and that is simply

a way of describing Chase Manhattan Bank.”

James Baldwin

Politiek commentator Rik Van Cauwelaert legde afgelopen weekend in De Tijd de vinger op de wonde: “De nonchalance waarmee de Vlaamse Gemeenschap de nieuwkomers en de jongeren uit allochtone milieus behandelt, zal ons ooit zuur opbreken.”

“Zover is het nog niet. De allochtone milieus komen vandaag met een duidelijke boodschap: wij zijn hier en wij willen dezelfde rechten hebben als witte mannen – in Vlaanderen nog altijd de meest geprivilegieerde bevolkingsgroep.”

Fijn dat Bultinck dat allemaal schijnt te ontdekken. Racisme is nu eenmaal een constituerend element van de laatkapitalistische samenlevingen. De roof van grondstoffen, biomassa en arbeidskrachten vereiste en vereist een rechtvaardiging van overheersingsrelaties, en dat gebeurde met de uitvinding van ‘de Ander’.

De ‘Ander’ als on-mens; ‘de Ander’ als te beschaven wilde; ‘de Ander’ als te vernietigen ‘agressor’; ‘de Ander’ als meelijwekkend, te helpen sujet: het zijn evenzovele constructies die de elites hielpen en helpen om voor hun bezettingen, interventies en oorlogen bij brede bevolkingslagen gedoogsteun, zo niet goedkeuring te vinden.

black lives matter antiracisme racisme

Black Lives Matters betogers komen op straat tegen het neerschieten van Tania Harris in 2015 (Foto: Fibonacci Blue – Creative Commons licentie)

De legitimatie van the white man’s burden helpt om de mondiale overheersing te handhaven, terwijl op binnenlands vlak racisme dienstig is om de arbeidende klassen te verdelen en te verzwakken en de moslimminderheden in een afhankelijke, passieve houding te dwingen. Brede bevolkingslagen hebben dit racisme geïnternaliseerd. Want, zo houdt Marx ons voor, de heersende ideologie is steeds die van de heersende klasse.

Voorts schrijft Bultinck nog: “Extreemrechts heeft hier lang het klimaat bepaald, maar ook links heeft in Vlaanderen veel windowdressing verkocht over de ‘étranger’ die onze ‘ami’ zou zijn – behalve als het erop aankomt.”

Zeer juist, maar hij zou moeten zien dat ook de media een pak boter op het hoofd hebben. Bultinck werkte vroeger voor De Morgen en nadien De Standaard. Welnu, ik beschrijf in mijn boek Wie is bang voor moslims? in enkele tientallen bladzijden hoe die kranten in de jaren 2002-2004 hielpen om de AEL te demoniseren, daarbij gretig puttend uit een voor dat doel opgemaakt rapport met leugens en halve waarheden van de Staatsveiligheid.

Zo zorgden ze voor een flinke opstoot van islamofobie in la Flandre profonde. Enige zelfkritiek van journalisten is dus op zijn plaats, alsook passende conclusies.

Splendid isolation

Splendid isolation helpt de antiracistische strijd geen stap vooruit.

Bultinck schrijft ook: “De verhalen van minderheden blijven negeren komt neer op identitair nihilisme, van het zelfdestructieve soort.” Ook heel juist, maar verder dan dat abstracte statement gaat hij niet.

Ik wil dat hier wél even doen, meer bepaald om te wijzen op een kwalijke evolutie in het publieke antiracistische discours. Bedoeld als een vriendschappelijke, constructieve inbreng, met het oog op efficiënte antiracistische actie.

Eerste punt: een aantal stemmen uit de hoek van publicisten en academici schijnen zich terug te trekken in hun grote gelijk.

Ik citeer enkele statements in die zin. In een Rekto:Verso-artikel, dat ook Bultinck vermeldt, zegt de Surinaams-Nederlandse hoogleraar Gloria Wekker:

“We [mogen] geen tijd meer verliezen aan het opvoeden van witte mensen. Die energie gebruiken we beter om te investeren in alternatieven voor de gevestigde witte patriarchale instituten.’’

In dat stuk, en ook elders, staan wel meer van dat soort uitspraken, van Gloria Wekker, Seada Nourhussen, Rachida Aziz en anderen. Een losse greep:

“Zwarte mensen en mensen van kleur bezwaren met het onderwijzen van witte mensen moet ophouden. Er is genoeg geschreven en gezegd door zwarte mensen en het is beschikbaar.”

“Ik hou mij staande door de rug te keren naar het systeem. Vragen, smeken en uitleggen, daar doe ik niet meer aan mee. Ik ben uit die ongezonde relatie met de onderdrukker gestapt. Je hebt er geen idee van hoe vrij ik me daardoor voel.”

“Ik besef steeds vaker dat ik in afzondering van witheid mijn bevrijding vind.”

“Ik heb geen tijd meer te verliezen. De weinige tijd die ik heb, wil ik niet verprutsen aan het uitleggen van telkens dezelfde evidente dingen.”

Als slachtoffers van xenofobie en racisme hebben Wekker en co met hun aanklacht het gelijk aan hun kant, in deze van racisme doordesemde samenleving. Maar splendid isolation helpt de antiracistische strijd geen stap vooruit.

Willen ze zich terugtrekken in de veilige vrijhaven van de academische wereld, en zich beperken tot pedagogisch werk en publiceren? Hun goed recht, maar de antiracistische strijd vereist actie. Actie van velen, en gedragen door sterke organisaties, en dus noodzakelijkerwijze gevoerd met ook witte mensen in de rangen.

Intimiderende ambiance

Wat we nodig hebben zijn solidaire acties van “zwart” en “wit”, gestoeld op woede, zelfvertrouwen, kameraadschap en solidariteit, als brandstof voor verzet en actie.

Tweede punt: contraproductief is de tendens om “witte” mensen in de hoek van “de schuldigen” te duwen, als begunstigden van “witte privileges”. Het klopt wel dat op microniveau bekeken witte mensen gepriviligeerd zijn, of preciezer gezegd, dat aan niet-witte mensen in de praktijk minder vrijheden en rechten worden toegekend. En dat gebeurt systematisch, waardoor die niet-witte mensen structurele achterstand oplopen die ze levenslang als een zware last meedragen.

Maar wie de machtsmechanismen van die racistische opdeling niet blootlegt en uitsluitend hamert op de nagel van die witte privileges, creëert een intimiderend sfeertje. Hoe dat in zijn werk gaat, daarover schreef Jan Blommaert eerder al: “Het argument van wit privilege legt de “witte” het zwijgen op, en als die “witte” doorgaat met kritiek, dan is het gewoon omdat hij wit is – zodat elke mogelijke actie een bevestiging moét zijn van het kadertje.”

Dat krijg je als witte mens dan ook te horen, op social media bijvoorbeeld. Zo krijg je adviezen als “spreek misschien eens wat minder luid, dan moeten de niet-witten wat minder hard roepen” tot outright shut your mouth. En wie toch spreekt, zelfs in het kader van antiracistische acties, laadt verdenkingen op zich, want je ‘bezet’ dan terrein dat jij als witte gemakkelijk kunt bezetten en dat eigenlijk aan niet-witten toekomt.

Zouden mijn boeken en artikels over islamofobie en koloniale en neokoloniale misdaden evenzovele pogingen zijn van een “witte” om het terrein te bezetten, lees, om “niet-witten” te overstemmen? Ik durf te stellen dat dit intimiderende onzin is.

Wat we als kiespijn kunnen missen is een groeiende kloof tussen ”witten” en “niet-witten”, met aan de ene kant verongelijkte “niet-witten” en aan de andere kant “beschaamde”, geïntimideerde “witten”.

Wat we wél nodig hebben zijn solidaire acties van “zwart” en “wit”, gestoeld op woede, zelfvertrouwen, kameraadschap en solidariteit, als brandstof voor verzet en actie. Want alleen samen kunnen we de antiracistische overheersingsmechanismen aanpakken. En die zijn niet geworteld in individuen, maar in machtsstructuren die het kapitalisme gaande houden. En daar ontbreekt het aan in de analyses van Wekker en co.

Een prachtig voorbeeld van hoe het wél moet komt van de Black Lives Matter-beweging, niet toevallig geen club van opiniemakers en professoren, maar een écht volkse beweging.

De dekolonisatie van ons denken bepleiten, maar dat doen zonder een snoeiharde analyse van wat kolonialisme is (het kapitalistische overheersingsmodel in zijn imperialistische fase), en zonder die analyse door te trekken naar het huidige neokolonialisme (als actuele fase van het imperialisme), blijft een abstracte oefening.

Ongevaarlijk ook voor the powers that be, wat allicht verklaart waarom in de massamedia hier en daar ruimte wordt vrijgemaakt om die “kwaaie zwarten” eens wat stoom te laten aflaten. We laten ze eens goed hun hard luchten, en tezelfdertijd geeft het ons een aura van tolerantie en openheid – zo luidt allicht de achterliggende houding van de persgeneraals.

Black Lives Matter

Een prachtig voorbeeld van hoe het wél moet komt van de Black Lives Matter-beweging, niet toevallig geen club van opiniemakers en professoren, maar een écht volkse beweging.

Black Lives Matter verbindt haar campagnes tegen racistisch politiegeweld aan sociale rechtvaardigheid, en werkt daartoe samen met de Fight for $15-campagne van de vakbonden om in lageloonsectoren, waar erg veel niet-witte mensen werken, de lonen en de syndicalisatiegraad op te trekken.

In de praktijk wordt zo de vinger gelegd op een diepe waarheid: racisme is een sociaal overheersingsinstrument, wat maakt dat de strijd ertegen samengaat (maar niet samenvalt) met wat we klassenstrijd moeten noemen.

Enkele denkers hebben dat goed begrepen. Zo schrijft Theodore W. Allen in zijn magistrale boek The Invention of the White Race: “The ‘white race’ must be understood, not simply as a social construct, but as a ruling class social control formation.” In dezelfde zin zegt James Baldwin het zo: “I attest to this: the world is not white; it never was white, cannot be white. White is a metaphor for power, and that is simply a way of describing Chase Manhattan Bank.”

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van het boek ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (EPO, 2017). Eerder publiceerde hij onder meer ‘De moord op Lumumba’ en ‘Wie is bang voor moslims?’