Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hoe slim is een slimme indexsprong?

22 oktober 2014 Stan De Spiegelaere
Standeman

In het regeerakkoord staan er niet al te veel details over deze, toch controversiële, maatregel. Er wordt een indexsprong aangekondigd en er staat zwart op wit dat de index als systeem niet afgeschaft wordt. Van wat we uit de pers te weten komen betekent de indexsprong dat de lonen éénmalig niet geïndexeerd met 2%. Voor de sectoren die werken met een spilindex is dat eenvoudig, bij de volgende overschrijding wordt er geen aanpassing toegepast. Bij de sectoren die met een jaarlijkse of halfjaarlijkse (of andere) aanpassing de indexsprong werken zal gewacht moeten worden met een dergelijke aanpassing tot de kaap van 2% overschreden is

In de media werd er ook veel geschreven over het slimme of sociale karakter van deze indexsprong. Hoewel daarover niets terug te vinden is in het regeerakkoord lijken de meerderheidspartijen het erover eens te zijn dat de lage lonen ontzien moeten worden. Hoe ze ontzien zullen worden is niet duidelijk. Ofwel worden hun lonen wel geïndexeerd, ofwel wordt er gekeken naar een gerichte lastenverlaging waardoor hun nettolonen een verhoging zullen kennen, zonder dat hun bruto-lonen de hoogte in gaan. Enkele tussenkomsten lijken te alluderen op deze laatste optie, en de lastenverlaging zou gefinancierd worden met middelen uit de Welvaartsenveloppe.

Hoe de lage lonen ontzien worden heeft een belangrijke weerslag op de effectiviteit van de indexsprong

Effect op werkgelegenheid

Hoe de lage lonen ontzien worden heeft een belangrijke weerslag op de effectiviteit van de indexsprong. Met een indexsprong wil de regering jobs creëren, ze hoopt daarvoor op twee effecten. Ten eerste door een verbeterde internationale concurrentiepositie. Als de lonen in België dalen ten opzichte van het buitenland, dalen relatief gezien de kosten voor Belgische producten en kunnen we die producten aan een goedkopere prijs verkopen. Dat zou leiden tot een verhoogde export en meer arbeidsplaatsen in die sectoren. Een dergelijk effect hangt natuurlijk sterk af van de arbeidsintensiviteit van de geëxporteerde producten. In export sectoren die producten verkopen waarvan de kost van de arbeidskracht maar enkele percentages bedraagt, zal een indexsprong weinig of niets uitmaken. Daarnaast speelt de politiek in het buitenland natuurlijk ook een rol. Indien onze buurlanden ook de lonen matigen zal er niet veranderen aan de verhoudingen in kosten, maar wel aan het inkomen van de werknemers natuurlijk.

De tweede manier waarop jobs gecreëerd kunnen worden is omdat arbeid gewoon goedkoper wordt, ook voor bedrijven in sectoren die niet (of nauwelijks) internationaal moeten concurreren. Doordat arbeid goedkoper wordt, kunnen arbeidsplaatsen gecreëerd worden waarvoor de kosten nu te hoog zijn tegenover de productiviteit van de werknemers. Neem het voorbeeld van de horeca. Alvorens een café een ober in dienst kan nemen moet er een behoorlijke omzet gedraaid worden. Wordt de kost van een ober lager, dan kan dat café misschien meer mensen in dienst nemen voor eenzelfde omzet. Deze arbeidscreatie doet zich (bijna) enkel voor aan de onderkant van de arbeidsmarkt, bij de zeer lage lonen. Het zullen jobs zijn die nu net niet betaalbaar zijn die na een indexsprong net wel betaalbaar zullen worden.

Het tweede jobcreërende effect hangt dus bijna exclusief vast aan een verlaging van de laagste (bruto)lonen. Kiest de regering ervoor om deze lonen niet (of half) te indexering dan zal er zich op dat vlak geen jobcreatie voordoen. Kiest de regering ervoor om deze lonen netto te laten meestijgen met de levensduurte en bruto een indexsprong te geven, dan is hier wel een potentieel aan jobcreatie die ook de arbeidsvoorwaarden van deze werknemers niet in het gedrang brengt. Wel moeten we dan oppassen voor de creatie van een lageloonval, waarbij het heel duur wordt voor werkgevers om mensen een hoger loon aan te bieden.

In ieder geval is het geen gegeven dat er überhaupt groei en jobs gecreëerd zullen worden door een indexsprong (zie onder andere de volgende stukken: 1, 2 en 3). De huidige indexsprong lijkt op dat vlak een slag in het water te worden, met enkel hogere winsten en dividenden als gevolg.

In plaats van een ondersteuning van de groei, dreigt een indexsprong een afkoeling ervan te bewerkstelligen.

Wie betaalt de rekening

Naast de eventuele effecten op jobcreatie, moeten we ook kijken naar de (her)verdelende effecten van deze indexsprong. De regering wil absoluut vermijden dat deze indexsprong de kwetsbare werknemers met een laag inkomen treft en dat siert hen. De laagste inkomens ontspringen dus de dans. Maar ook de hoge inkomens zullen naar alle waarschijnlijkheid de dans ontspringen. In vele bedrijven en sectoren die het goed doen wordt er nu al op allerlei wijzen gezocht naar manieren om de werknemers toch met iets extra naar huis te sturen. En eens de loonstop wordt opgegeven zullen de lonen daar snel de geslagen kloof dichten en op niveau komen. Wie zal met andere woorden de rekening betalen? De middenklasse. Werknemers met een gemiddeld loon, in de privé of in de publieke diensten, zullen tot hun pensioen de kosten van deze indexsprong meedragen.

En op de iets langere termijn

Daarnaast dreigt de indexsprong ook een (eventuele) heropleving van de groei in de kiem te smoren. Voor deze analyse hoef ik enkel Koen Schoors van de UGent te citeren: “En helaas is er ook de miskleun van een indexsprong. De indexsprong zal níets veranderen aan de concurrentiepositie van ons land omdat door de lage inflatie de lonen nu sowieso niet stijgen. Maar omdat de mensen nu zeggen dat ze straks minder loon krijgen, organiseren we nu al een daling van de consumptie en dus een afkoeling van de economie”. Inderdaad, de indexsprong zal spelen eens de inflatie weer aantrekt. Dat zal waarschijnlijk gebeuren op het moment dat er we van enige groei kunnen spreken. In plaats van een ondersteuning van de groei, dreigt deze maatregel een afkoeling ervan te bewerkstelligen.

Meer zelf, verscheidende onderzoeken naar loonmatiging in Nederland tonen twee heel duidelijke patronen aan: (1) een loonmatiging wordt op lange termijn vaak ongedaan gemaakt door een snellere evolutie van de lonen en (2) hoewel het jobs kan opleveren dreigt het op langere termijn de echte determinanten van de internationale competitiviteit uit te hollen: innovatie. Jobs die enkel vanwege lage loonkosten worden gecreëerd, zijn vaak niet duurzaam. Om de econoom Van Schaik te parafraseren: we willen toch niet het kuispersoneel van Europa worden?

Stan De Spiegelaere schreef al eerder hier en hier over de twijfelachtige effecten van loonmatiging. Ook over de index schreef hij hier en hier.

LEES OOK