De grondhonger van aardappelgigant Clarebout

 Leestijd: 6 minuten0

De afgelopen jaren kochten vennootschappen rond de West-Vlaamse aardappelverwerker Clarebout honderden hectaren landbouwgrond in de Westhoek en in de buurt van Bergen (Henegouwen). Deze concentratie van grondeigendom baart zorgen, want de grondhonger dreigt de al hoge grondprijzen verder op te drijven.

De Frietbonzen
Dit is het tweede deel van het onderzoeksdossier ‘De Frietbonzen’, waarvoor journalisten van Apache, Médor en Mediacités de handen elkaar sloegen.

Dat aardappelverwerker Clarebout gronden aankoopt in de Westhoek en in de buurt van Frameries, is al langer bekend in landbouwmiddens en de milieubeweging. Apache brengt voor het eerst de omvang gedetailleerd in kaart. Het patrimonium oogt in elk geval indrukwekkend.

De in 1994 opgerichte holding NV Clarebout, waarvan Jan Clarebout, Yves Capoen en Werner Verstraete het driekoppige bestuur uitmaken, zag de oppervlakte van haar portefeuille landbouwgronden doorheen de jaren aangroeien tot zowat 140 ha.

Het gros van dat patrimonium bestaat uit landbouwgronden en weilanden. Die gronden zijn gelegen in de buurt van de productiesite in de Heuvellandse deelgemeente Nieuwkerke en ook deelgemeenten Wijtschate en Dranouter. Verder liggen er ook gronden in Ieper en Esen, met daarop negen loodsen. In een van die boerderijen, op een steenworp van de productiesite in Nieuwkerke, staat het vrachtwagenpark van het bedrijf. In andere loodsen worden onder meer aardappelen opgeslagen.

In de vastgoedportefeuille van NV Clarebout zitten voorts ook de bedrijfsgronden van de productiesites in Nieuwkerke en Waasten (een deelgemeente van Komen) en een reeks woningen. Een klein deel van de gronden diende tot slot voor de aanleg van een toegangsweg vanaf de N331 (Seulestraat) naar de productiesite in Nieuwkerke. Op die manier moet de aanvoer vanuit Frankrijk niet meer door het dorpscentrum en langs de gemeenteschool.

In geel: de gronden van Clarebout NV in Nieuwkerke (Beeld: Apache)

Henegouwen

Via de BVBA Harfarm, quasi volledig in eigendom van Clarebout NV en met als enige bestuurder CEO Jan Clarebout, werd ook nog eens 169 ha (vooral) landbouwgrond aangekocht in de Henegouwse landbouwgemeente Quevy, in drie deelgemeenten van Bergen en in West-Vlaanderen.

Hanne Flachet (FIAN): ‘De keuze van Clarebout voor een nieuwe fabriek in Henegouwen is een keuze voor exportgerichte landbouw die ten koste gaat van duurzame lokale voedselproductie’

De Henegouwse gronden liggen geconcentreerd langs de N6 en de N40 en in de nabijheid van Frameries. In een lokale industriezone van die Henegouwse deelgemeente bezuiden Bergen, slaat Clarebout al sinds 2016 aardappelen op. Het bedrijf wil daar een nieuwe productievestiging bouwen, wat leidt tot protest van omwonenden en de actiegroep La Nature sans Friture. De lokale intercommunale Idea besliste vorig jaar dat de site ‘ongeschikt’ is voor een voedingsbedrijf en Clarebout verloor het voorkooprecht. De discussie verplaatste zich ondertussen tot in de Waalse gewestregering.

Aankopen Harfarm bvba in Frameries (grafiek: (c) Apache)

Aankopen Harfarm bvba in Frameries (grafiek: (c) Apache)

Het debat over een mogelijke productievestiging in Frameries focust vooral op de afweging tussen overlast voor de omwonenden enerzijds en werkgelegenheid anderzijds. “Waar het veel te weinig over gaat, is het onderliggende landbouwmodel”, zegt Hanne Flachet van FIAN, een internationale organisatie die strijdt voor het recht op voedsel.

“De bouw van een nieuwe grootschalige productie-eenheid leidt automatisch tot een grotere vraag naar aardappelen en een toename van de druk op grond. Wat toegang tot grond voor agro-ecologische boerinnen en boeren nog moeilijker maakt. De keuze voor een nieuwe fabriek is een keuze voor een exportgerichte landbouw die ten koste gaat van duurzame lokale voedselproductie”, zegt Flachet.

Frankrijk?

Yves Capoen, een van de drie bestuurder bij de holding NV Clarebout en aankoopdirecteur bij Clarebout Potatoes, bezit via een eigen bedrijf ook flink wat gronden in de Westhoek en is actief in Noord-Frankijk.

Capoen bezit vier kippenbedrijven. Een daarvan, Caver in Lo-Reninge, beschikt over zowat 64 ha landbouwgrond en verschillende loodsen. Ook dat bedrijf wordt ingeschakeld in de aardappelverwerking. Caver kreeg in 2015 een vergunning voor de bouw van een aardappelloods. In 2019 kwam daar nog een vergunning bij voor een wasplaats en frigocel.

Loodsen van kippenkwekerij Westpluma in Krombeke (Poperinge) worden of werden ingezet voor het stockeren van aardappelen. Dat verraadde onder meer een incident eind 2019. In de lokale pagina’s van Het Laatste Nieuws werd bericht over een loodsbrand in de Hapjesstraat in Krombeke. In de loods van zestig meter lang zaten geen kippen, maar stonden houten kisten met zoete aardappel gestald, liet de brandweer optekenen.

Capoen is ook actief in Frankrijk, via de vennootschap Agricole Région Nord SARL. De vennootschap heeft een zetel in het Franse Boeschepe, grenzend aan Poperinge. Het is niet duidelijk of het bedrijf er gronden opkoopt of bewerkt, maar met een Frans bedrijf wordt de toegang tot grond eenvoudiger.

Zonder naar dit concrete bedrijf te verwijzen, zegt Patrick Rouseré van de Vereniging van Grenslanderijen: “Het is moeilijk geworden om als buitenlander grond te kopen.” Dat komt omdat grondtransacties in Frankrijk opgevolgd en goedgekeurd worden door regionale publiek-private bemiddelingscomités. ”Het is eenvoudiger wanneer je een domicilie in Frankrijk hebt.”

Gek op grond

De vraag rijst waarom die aardappelverwerkers zoveel interesse tonen in gronden. De oorsprong van veel van de verwerkende bedrijven toont waarom grond zo belangrijk is. De bedrijven zijn namelijk gesticht door aardappeltelers die doorheen de jaren zelf de verwerking van de aardappelen in handen hebben genomen. Op die manier ontwikkelden ze een cultuur van verticale integratie, waarbij ze de productie, verwerking en vermarkting zo veel mogelijk zelf in handen nemen. Voor het uitvoerende werk op het veld steunen ze op loonwerkers.

Grenzeloos geïntegreerd
De integratie gaat verder dan de aankoop van gronden voor de primaire productie. In 2019 raakte bekend dat Jan Clarebout de helft van de Roeselaarse machineproducent Dewulf had gekocht. In een zeldzaam media-optreden verklaarde Jan Clarebout dat het om een private investering ging, losstaand van het aardappelverwerkende bedrijf, en dat hij zich niet inlaat met het actieve management. Toch lijkt die investering voor Clarebout om minstens twee redenen interessant: het verwerven van technische kennis om machines te bouwen en inzage krijgen in data die hedendaagse machines in de precisielandbouw leveren.

Een andere reden voor gronduitbreiding is dat de verwerkers op eigen gronden kunnen experimenteren met nieuwe variëteiten. Zo experimenteert Clarebout met de teelt van zoete aardappelen.

Tegelijkertijd wijzen landbouwers erop dat de eigen teelt door verwerkers als Clarebout gevaren inhoudt voor landbouwers die voor hen aardappelen telen, de zogeheten contracttelers. Door zelf een (klein) deel van de productie in handen te nemen, weet een verwerker precies wat de teelt van een hectare aardappelen kost. Die kennis reflecteert zich dan in scherpe contractprijzen die aardappelverwerkers met landbouwers afsluiten voor de start van een nieuw teeltseizoen.

Door zelf te telen en voorraden op te slaan, kunnen verwerkers een tijdelijke aanvoerdip opvangen en de machines draaiende te houden. Boeren vrezen dat de verwerkers op die manier ook de markt willen beïnvloeden: bij hoge prijzen op de vrije markt, kunnen ze met eigen aanvoer de markt proberen af te koelen.

Tot slot wijzen landbouwers erop dat industriëlen zoals Clarebout over veel grotere budgetten beschikken om gronden aan te kopen. Die budgetten staan niet meer in relatie tot de gebruikswaarde, het zijn eerder veilige beleggingen of middelen voor speculatie.

Jan Clarebout en Yves Capoen verkozen om niet te reageren. Woordvoerder Raphaël Tassart reageert wel namens het bedrijf. “Clarebout heeft geen strategische intentie om landbouwgrond te verwerven in België of Frankrijk. De activiteit van Clarebout is en blijft het verwerken van aardappelen die de vele boeren, met wie het bedrijf samenwerkt, dicht bij de vestigingen telen.”

Aardappelverwerkingsfabriek van Clarebout in Waasten (Foto: © Apache)

Hoge grondprijzen

De gemiddelde prijs van landbouwgrond varieert naargelang de regio of provincie waar die gelegen is, merkte de notarisfederatie Fednot op in haar eerste Notarisbarometer Landbouwgronden. Ook pachtrechten beïnvloeden de prijs. Een perceel landbouwgrond kost in Vlaanderen gemiddeld 52.427 euro per ha.

De druk op gronden is groot. Niet alleen worden gronden als veilige belegging of speculatief aangekocht, er is ook heel wat druk op landbouwgrond door verpaarding en vertuining, de nood aan ruimte vanuit de industrie, maar ook voor wonen en openbaar groen.

Hanne Flachet (FIAN): ‘De Vlaamse Overheid moet dringend werk maken van een betere regulering van de grondmarkt en grondconcentratie tegengaan’

In Vlaanderen kost landbouwgrond gemiddeld het meest, met als West-Vlaanderen als duurste provincie. In die provincie wordt gemiddeld 60.500 euro voor een hectare landbouwgrond neergelegd. De gemiddelden vlakken de uitersten af. In de streek rond Roeselare, waar veel groentenverwerkers actief zijn, pieken prijzen soms boven de 100.000 euro. ‘Vrije gronden’ zijn een stuk duurder dan gronden waarop een pachter (beschermd) actief is.

In Wallonië zijn de gemiddelde landbouwgrondprijzen 28% lager dan in Vlaanderen, waardoor het Belgische gemiddelde voor een hectare landbouwgrond 44.696 euro is. In Wallonië is Henegouwen, waar Clarebout flink wat gronden opkocht, de op een na goedkoopste provincie voor landbouwgrond. De gronden zijn geschikt voor aardappelteelt en liggen dichtbij de frietfabrieken.

Ontransparante grondmarkt

Kleine verwerkers

Vooral kleinere verwerkers of aardappelhandelaars die rechtstreeks aan de retail leveren, telen in Vlaanderen deels op eigen landbouwgronden. Pomuni in Ranst bijvoorbeeld, een familiebedrijf dat verse en diepgevroren aardappelen levert aan horeca en retail, teelt zelf ook ongeveer 1.000 hectare aardappelen, deels op eigen gronden gelegen in Zuid-Limburg en Namen. Het bedrijf zegt qua volume (70.000 ton) voor de helft zelfvoorzienend te zijn.

Ook De Aardappelhoeve in Tielt, dat vooral levert aan de versmarkt, bewerkt eigen velden. In 2010 bewerkt het bedrijf al 150 ha en dat areaal verdubbelt in 2017. De Aardappelhoeve verpakt en levert zelf aan de retail. Om aan die vraag te voldoen, wordt ook aan contractteelt gedaan met collega’s.

Sectorgenoot Warnez Potatoes uit Tielt kiest ook voor eigen teelt en teelt in coöperatief verband. Een vijfde (12.500 ton) van de productie is in eigen handen. De rest wordt in een straal van 250 km rond het bedrijf aangekocht.

“De cijfers over het grondbezit van Clarebout die Apache verzamelde zijn uniek”, zegt Hanne Flachet (FIAN). “De Belgische grondmarkt is zeer ontransparant. Er bestaan geen cijfers over landconcentratie in België. Nochtans wijzen verschillende internationale en Europese studies en resoluties op de negatieve impact van landconcentratie op biodiversiteit, voedselzekerheid, tewerkstelling en het landschap.”

“De internationale verklaring voor de rechten van boerinnen en boeren stelt daarom ook dat Staten verplicht zijn om maatregelen te nemen met het oog op een brede en gelijkwaardige toegang tot grond en een beperking van een buitensporige concentratie en controle van de grond. De Vlaamse Overheid moet dringend werk maken van een betere regulering van de grondmarkt en grondconcentratie tegengaan.”

Het opkopen van landbouwgrond door de aardappelindustrie verhoogt de druk op grond. “Toegang tot grond is vandaag al een van de belangrijkste drempels voor startende boerinnen en boeren”, stelt Flachet.

“In een context waar toegang tot grond steeds moeilijker wordt en prijzen steeds meer de pan uit swingen, moet de overheid een rol spelen om toegang tot grond voor lokale voedselproductie te garanderen. De Belgische aardappelproductie is sinds 1998 gestegen van 2,5 tot 4 miljoen ton, een stijging van 64%. Dat is zestien keer de voedselbehoefte aan aardappelen van de Belgische bevolking.”

 


Uitgelichte afbeelding: © Apache

FondsPascalDecroos

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid