De nieuwe armen van de coronacrisis *

 Leestijd: 5 minuten0

De coronacrisis bracht in korte tijd een nieuwe groep burgers in financiële problemen. In Antwerpen is het aantal aanvragen voor een leefloon in korte tijd verdubbeld. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want volgens sociaal werkers is er ook een grote groep die geen leefloon aanvraagt. Wie zijn de nieuwe armen van de coronacrisis?

Voor het uitbreken van de coronacrisis klopten er per dag 80 mensen aan voor hulp bij het Antwerpse OCMW. Vandaag zijn dat er 160. Die hulpvragen vertalen zich in een forse stijging van het aantal leeflonen dat de stad Antwerpen uitkeert. “In korte tijd is er een nieuwe groep mensen bijgekomen die financieel niet rondkomen”, zegt de Antwerpse schepen van sociale zaken Tom Meeuws (sp.a).

Tom Meeuws (sp.a): ‘In korte tijd is er een nieuwe groep mensen bijgekomen die financieel niet rondkomen. Burgers die voorheen met hard werken er net in slaagden het hoofd boven water te houden’

“Het gaat om burgers die voorheen met hard werken er net in slaagden het hoofd boven water te houden, maar nu in de problemen zijn gekomen. Ze komen niet in aanmerking voor de huidige steunmaatregelen van de overheid zoals tijdelijke werkloosheid of de hinderpremie voor bedrijven. Wie arm is, wordt armer. Wie hiervoor niet goed beschermd was op de arbeidsmarkt, dreigt nu alle houvast te verliezen”, zegt Meeuws.

Volgens Meeuws gaat het om kleine zelfstandigen, mensen die van interimjob naar interimjob hoppen, flexwerkers, en nog tal van anderen die in een onzeker of tijdelijk statuut waren tewerkgesteld.

Meeuws verwijst onder meer naar de creatieve sector waar veel mensen op zelfstandige basis werken, maar ook de evenementensector met podiumbouwers of licht- en geluidstechnici die werkloos zijn nu veel evenementen afgelast zijn of worden. Ook in de horeca werkt de meerderheid met korte-termijncontracten. “Deze mensen vallen van de ene week op de andere zonder inkomen. De situatie is totaal nieuw voor hen. Er wordt bij het uitwerken van steunmaatregelen te veel gefocust op de middenklasse. Een grote groep is onzichtbaar bij de beleidsmakers”, vindt Meeuws.

Ook in Gent is de stijging van het aantal hulpvragen bij het OCMW opvallend. “Deze maand is de drukste in jaren geweest bij het OCMW”, zegt de Gentse schepen van sociaal beleid en armoedebestrijding Rudy Coddens (sp.a). “De cijfers zijn nog niet bekend, dus ik weet niet of er in Gent ook sprake is van een verdubbeling, maar de kans is groot.”

In Leuven is het eveneens nog te vroeg om officiële cijfers te geven, maar schepen van zorg en welzijn Bieke Verlinden (sp.a) verwacht zeker extra druk op de OCMW’s. Behalve nieuwe aanvragen voor leefloon, vermoedt Verlinden ook veel vragen voor aanvullende steun bovenop het leefloon.

Topje van de ijsberg

Volgens velen is de stijging van het aantal hulpvragen bij OCMW’s slechts het topje van de ijsberg. Schepen Meeuws: “We hebben in de maand maart dubbel zoveel nieuwe leeflonen toegekend dan in de maand ervoor. De coronacrisis is half maart uitgebroken. De eerste helft van maart hebben werknemers nog ‘gewoon’ kunnen werken. Ik houd mijn hart vast voor de cijfers van april. Dan hebben we een volle maand achter de rug. Maar laat er geen misverstand over bestaan: we zijn open en staan klaar om iedereen te helpen met verschillende vormen van steun.”

Rudy Coddens (sp.a): ‘Deze nieuwe groep moet vaak eerst een gevoel van schaamte en schroom overwinnen om de stap naar het OCMW te zetten’

“Vergeet ook niet dat deze nieuwe groep vaak eerst een gevoel van schaamte en schroom moet overwinnen om de stap naar het OCMW te zetten”, voegt schepen Coddens hier aan toe. De afspraken voor een gesprek bij het OCMW moeten online of via de telefoon worden gemaakt. Het gesprek zelf vindt wel fysiek plaats. Omdat niet iedereen internet heeft of beschikt over een laptop, bestaat het vermoeden dat een grote groep de weg naar het OCMW nog niet heeft weten te vinden.

Dat vermoeden wordt bevestigd door het sociaal middenveld. Daar wijst men ook op het feit dat niet alle werknemers recht hebben op een leefloon. “Denk aan alle Oost-Europese arbeidskrachten die in de fruitteelt, bouw of andere sector werken”, zegt Pascal Debruyne van het Gentse Solidariteitsfonds.

“Ik zie heel wat Bulgaren die letterlijk geen kant op kunnen nu de grenzen dicht zijn. Terugkeren naar hun vaderland is niet mogelijk, maar hier is geen werk meer voor hen. Ook alle mensen zonder wettig verblijfsstatuut of die in het zwart werken, kunnen niet bij het OCMW terecht. De nood onder alleenstaande minderjarige asielzoekers is eveneens groot”, somt Debruyne op.

Het Gentse Solidariteitsfonds heeft de afgelopen weken al 25.000 euro ingezameld waarmee 2.300 kwetsbare mensen worden geholpen. Zij kregen een basispakket met voedsel en hygiënische producten, en een bon om bij een supermarkt te besteden. Debruyne verwacht dat de crisis tot in mei zal aanhouden. “Om die periode te overbruggen hebben we nog zeker tienduizend euro nodig.”

Kwetsbare jongeren

Ook Bart Soons, directeur van jeugdwelzijnswerk Gigos in Genk, ziet een groep die het steeds moeilijker krijgt. “Onze jeugdwerkers kennen heel wat jongeren die in problematische situaties zitten. Het is duidelijk dat de groep de laatste weken in omvang toeneemt. Jongeren die geen thuis hebben en ergens op de zetel slapen, komen nu ook op straat te staan. Of jongeren in precaire werksituaties die nu plots geen inkomen meer hebben en hun huishuur niet meer kunnen betalen.”

Karolien Huyghe (Solidariteitsfonds Help Nu): ‘Er is momenteel echt een grote nood aan levensnoodzakelijke basisproducten als voeding, medicijnen en toiletartikelen, maar ook telefoonkaarten’

Ook bij Soons klinkt de verzuchting dat veel miserie onder de oppervlakte blijft. “Jeugdwerkers werken met jongeren die ze kennen. Via hun netwerk komen ze soms in contact met een nieuwe groep. Maar lang niet iedereen die problemen heeft, bevindt zich in hun gezichtsveld. Niet elke jongere weet de weg te vinden naar de jeugdhulpverlening. Als ze dreigen uit hun huis te worden gezet, kunnen we dat niet voor hen recht proberen te trekken.”

In navolging van Gent richt het Antwerps Platform van Middenveldorganisaties (APSMO) het Antwerps Solidariteitsfonds Help Nu op. In eerste instantie richt het fonds zich op bestaande kwetsbare groepen die weinig reserves hebben. “Onverwachte kosten hakken er stevig in bij deze groep. De lockdown-maatregelen zijn een onverwachte tegenslag en maken deze bewoners nog meer kwetsbaar”, stelt Karolien Huyghe, stafmedewerker van beweging.net en één van de trekkers van het Solidariteitsfonds Help Nu.

“Met APMSO bundelen we de signalen van kwetsbare mensen in onze stad. Er is momenteel echt een grote nood aan levensnoodzakelijke basisproducten als voeding, medicijnen en toiletartikelen, maar ook telefoonkaarten. Mensen worden immers niet enkel geraakt op materieel vlak, maar ook op sociaal vlak. Het Solidariteitsfonds wil hier een antwoord op bieden”, vertelt Huyghe.

Lessen voor de toekomst

Het kost tijd vooraleer de nieuwe armen een gezicht krijgen, zegt Peter Raeymaeckers, docent sociaal werk aan de Universiteit Antwerpen en ook betrokken bij de oprichting van het Antwerps Solidariteitsfonds. Maatschappelijke werkers proberen altijd zelf contact te maken met kwetsbaren, maar dat is in deze coronatijden niet mogelijk. “Het is bekend dat persoonlijk contact met sociaal werkers van cruciaal belang is bij het aanvragen van een leefloon. Als dat niet mogelijk is in tijden van social distancing is de kans groot dat een nieuwe groep onder de radar blijft”, stelt Raeymaeckers.

Peter Raeymaeckers (UAntwerpen): ‘Deze crisis roept vragen op over de talrijke besparingsrondes die de sociale sector de afgelopen tijd moest ondergaan’

Via de belangenvereniging Violett weet Raeymaeckers wel dat veel sekswerkers in de problemen zijn gekomen. “Het gaat vaak om moeders met kinderen die niet altijd een wettig verblijfsdocument hebben en angstig tegenover overheidsorganisaties staan.”

Na de crisis zal nog duidelijker worden wie de nieuwe armen zijn, meent de wetenschapper. “Overheden zouden nu al proactief moeten bekijken hoe ze een antwoord gaan formuleren op de toevloed aan hulpvragen. Deze crisis roept ook vragen op over de talrijke besparingsrondes die de sociale sector de afgelopen tijd moest ondergaan”, stelt Raeymaeckers.

Hij wijst erop dat deze sector zich op korte tijd anders georganiseerd heeft om op de noodvraag een antwoord te bieden. “Het is tijd om te kijken welke lessen we hieruit kunnen trekken om in de toekomst een krachtig sociaal beleid uit te werken.”


Uitgelichte foto: Frantisek Krejci (Pixabay)

Auteur: Janine Meijer

Janine Meijer is freelance journaliste en werkt onder meer voor Gazet van Antwerpen, De Standaard en verschillende andere opdrachtgevers.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid