Bert Verhoye: “Deze maatschappij wordt aangedreven door egoïsme”

 Leestijd: 11 minuten3

In alle vroegte loeien de koeien oorverdovend. Voor het overige is het verkwikkend stil aan de rand van dit dorpje vlakbij de Franse grens. Hier heeft Bert Verhoye zich teruggetrokken, met een lieve vrouw, twee honden, stapels literatuur en vinyl. Het theater heeft hij ingewisseld voor boeken, zijn beruchte krantenrubriek ‘Minimaal’ voor het digitale ‘Koro’ bij Apache. Maar de woorden zijn er, onvermoeibaar, als middel om een wereld te vatten die almaar doller draait. “Ik huiver als ik aan mijn kleinkinderen denk.”

Bert Verhoye (1945) studeerde aan het RITCS, schreef voor het theater en werkte als journalist voor De Nieuwe Gazet. Hij werkte voor Radio 1 en was oprichter van het satirisch theater De Zwarte Komedie.

Theater maken. Dat stond hem voor ogen, toen hij als 17-jarige zijn geboortestad Tielt verruilde voor Brussel. Al was het zaadje daartoe geplant in datzelfde Tielt.

“Ik had een bevlogen leraar Grieks die me liet kennismaken met Aristofanes en Euripides. Tegelijk zag ik die geweldige teksten, gespeeld door het Reizend Volkstheater of Theater Antigone. Het ergste van het ergste! Die tegenstelling tussen hoe ik vermoedde dat dergelijke opvoeringen konden zijn en hoe ze waren, deed me hunkeren naar het theater. Dat, en uiteraard ook de liefde voor taal…”

“Ik huiver als ik aan mijn kleinkinderen denk”

Terugblikken op die begindagen, is terugblikken op betekenisvolle maar helaas vaak vergeten namen. Terugblikken op een tijd ook, die niet alleen bepalend was voor zijn levensloop, maar ook voor zijn kijk vandaag en morgen.

Zijn bestemming: het RITCS, waar Rudi van Vlaenderen toen directeur was. “Om mijn studies te betalen werkte ik drie maanden in de fabriek. Daarnaast verdiende ik nog wat bij in het theater. Speelde morrend voetvolk of opstandige soldaten (lacht).”

Van de tachtig studenten in het eerste jaar bleven er in het vierde jaar vier over. Voor hem kwam de kentering halfweg: hij had er twee jaar op zitten, toen hij in 1965 het Humorfestival van Heist won. “Ik had wat cursiefjes opgetekend in een schriftje en las die voor. Niet meer, niet minder. Te nemen of te laten.”

Aan de bekroning hield hij, behalve een geldprijs, ook een reeks solo-optredens over. Maar daar bleef het niet bij, hij zegt het met grote stelligheid: “Het heeft ontzettend veel veranderd.”

Bert Verhoye, 28 september 2016 (Foto: © Sigrid Spinnox)

Bert Verhoye, 28 september 2016 (Foto: © Sigrid Spinnox)

Brustukadorusch

Samen met studiegenoten richtte hij het studentenkabaret Brustukadorusch op, kritisch en toegespitst op de actualiteit. Hij schreef de teksten en deed regie-assistentie. Miel Vanattenhoven, later radioproducer en bezieler van Jazz Middelheim, bekommerde zich om de muziek. Medewerkers van het eerste uur zag hij jaren later terug als directeur van één van de drie grote repertoiretheaters. Hij grinnikt als hij het lijstje overloopt: Franz Marijnen (KVS, Brussel), Jean-Pierre De Decker (NTG, Gent), Frans Redant (KNS, Antwerpen).

“Plots keken docenten op een heel andere manier naar je”, herinnert hij zich. Eén van hen, Herwig Hensen, zou zijn mentor worden. “Een ontzettend erudiet man. Wist alles van het Duitse theater en kabaret. Verafschuwde Brecht maar kende wèl diens werk. Leerde me auteurs als Erich Kästner en Kurt Tucholsky kennen.”

“En: hij heeft me liedjes leren schrijven. Want dat doe je niet zomaar, dat is een heus vak. Hensen was een klassieke dichter met een perfecte vormbeheersing. Vrije poëzie, dat is zoiets als vrije liefde.” Lees: echte liefde is wat anders.

Zijn docente hedendaagse dramaturgie was Lea Ferkeyn, die alle grote premières in Londen en New York afschuimde en voor haar studenten de programmaboekjes meebracht. Maar – niet onbelangrijk – ook de echtgenote van Albert Maertens, directeur-generaal van Het Laatste Nieuws. En zo raakte, behalve de weg naar het theater, ook die naar de media geëffend.

Zonder grenzen

Het werden inderdaad cruciale jaren. Bert Verhoye stapte in de journalistiek, maakte met zijn kompanen radioprogramma’s, schreef zijn eerste theaterstukken. “Het liep allemaal in elkaar over. Er was geen grens tussen wat ik deed voor de krant, de radio of het theater. Noch qua onderwerp, noch qua manier van schrijven. En zo is het gebleven.”

Het officiële theater was verzand in een haast museale traditie, op de Vlaamse Golf van de jaren ’80 was het wachten. “Maar in de jaren ’50 hadden de kamertheaters de kop opgestoken. Ze speelden auteurs als Beckett en Ionesco of, dichter bij huis, Tone Brulin en Piet Sterckx. Op die golf dreef het Antwerpse Fakkeltheater, dat me mijn eerste schrijfopdracht gaf.”

‘Galgenaas’ werd een daverend succes, verlengingen volgden elkaar op. Lachend: “De vaste acteurs lustten mij rauw. Ha ja, want zolang mijn stuk liep, kwamen de producties waarin zij speelden niet aan de bak.”

“Ik moest me aanbieden op een redactie bij mannen in driedelige pakken. Daar stapte ik binnen in een Indisch hemd, op blote voeten in sandalen, behangen met kralen en geurend naar patchoeli”

In diezelfde periode bood Albert Maertens hem een baan aan, niet bij Het Laatste Nieuws in Brussel, maar bij de veel kleinere zusterkrant in Antwerpen. Het kwam hem, gelet op zijn theaterwerk, bijzonder goed uit. Bovendien gold De Nieuwe Gazet als een progressieve krant, met een voortreffelijke culturele pagina. Niet verwonderlijk, gelet op de rist auteurs die eraan aan meewerkte: Fernand Auwera, Jeroen Brouwers, Jan Christiaens, Hubert Lampo, Roger Van de Velde…

“Ik moest me aanbieden op een redactie die in hoofdzaak bestond uit mannen in driedelige pakken. Daar stapte ik binnen in een Indisch hemd, op blote voeten in sandalen, behangen met kralen en geurend naar patchoeli. Op mijn eerste werkdag arriveerde ik al meteen te laat, de patchouligeur vermengd met die van bier en sigaretten. De avond tevoren was ik blijven hangen in De Muze waar Ferre Grignard optrad.”

Minimaal

Bij De Nieuwe Gazet zou Bert Verhoye zich ontpoppen tot een gevreesd theaterrecensent, die ook verslag uitbracht over buitenlandse festivals. Het Theatertreffen in Berlijn, waar Herwig Hensen hem vertrouwd mee had gemaakt. Het festival van Wroclaw, waar Franz Marijnen intussen studeerde bij Grotowksi. En uiteraard ook dat van Avignon, waar de Internationale Nieuwe Scène furore maakte met het baanbrekende ‘Mistero Buffo’.

In zijn eerste maanden op de redactie was hij echter, ook al door de combinatie met zijn legerdienst, vooral manusje van alles. “Mij viel het op dat er zoveel berichten de krant niet haalden. Daar moest, dacht ik, best een aardig kroniekje uit te bundelen zijn. Al snel slopen in die nieuwsjes ook grapjes en meer persoonlijk commentaar.”

Zo werd in het barricadejaar 1968 ‘Minimaal’ geboren. Een rubriek die zo hard aansloeg, dat hij prompt een vaste plaats kreeg op de tweede pagina van de krant. Daar zou hij jarenlang blijven, tot groot genoegen van een stijgend aantal trouwe lezers. Aan zijn soms vlijmscherpe spot ontsnapte niets of niemand.

Partijvoorzitters

Hetzelfde gold voor de satirische radioprogramma’s waaraan Bert Verhoye meewerkte. Vrijheid-blijheid was het motto van de tijd, alles kon en alles mocht. Alles zeggen, met alles lachen. Toch?

“Vergeet het!” Het klinkt resoluut. “Natuurlijk moest dat kunnen, dat vond ik toen en vind ik nog altijd. Maar daarom mocht het nog niet, integendeel. De VRT had zo zijn regels: merknamen waren verboden, buitenlandse staatshoofden mocht je niet beledigen.

“Toen de Franse president stierf, schreef ik voor radio Kortrijk een tekst, helemaal in de lijn van de Schippersberichten die volgden op het nieuws. Bericht aan de opvarenden van het schip Liberté, Egalité, Fraternité. Hun oom Georges Pompidou is overleden. Overkomst dringend gewenst. De volgende dag kon ik gaan.”

“Toen de Franse president stierf, schreef ik voor radio Kortrijk een tekst, helemaal in de lijn van de Schippersberichten die volgden op het nieuws. De volgende dag kon ik gaan”

“Jan Geysen haalde me naar Radio 1. Als geen ander wist hij zich te omringen met talent. Aan ‘Dagboek’, dagelijks uitgezonden tussen 12 en 13 uur, werkten onder meer Piet Piryns, Sus Verleyen en Raymond van het Groenewoud mee. Toen het programma moest worden afgevoerd, verrees het gewoon uit zijn as onder een andere naam, ‘Mengelwerk’. Tot de raad van beheer ook daar over struikelde…

“Voor het minste hingen de partijvoorzitters aan de telefoon, het regende collectieve ontslagen. Maar daarom moest je je nog niet laten muilkorven. Het kwam er alleen op aan de autoriteiten een stap voor te blijven. Een ander programma te maken, te verhuizen naar een andere zender.”

Verschaeve

In het theater evenwel botste Bert Verhoye op heel ander weerwerk. “De Vlaamse Miltanten Orde (VMO) besloot in 1973 het lijk van Cyriel Verschaeve (nvdr: de West-Vlaamse priester-dichter die tijdens WO II jongeren rekruteerde voor het Oostfront) te ontgraven in Oostenrijk, om het te herbegraven in Vlaanderen. Ik wilde weleens weten hoe dat eraan toe ging en trok naar Alveringhem.”

“Toen ik daar de meeting van dat zwart gespuis zag, wist ik: hoog tijd om dit te demythologiseren. Ik heb meteen regisseur Michel La Faille en acteur Dirk Celis opgebeld en ben beginnen schrijven. Geld om theater te maken hadden wij niet, Herman Van Veen heeft ons toen uit de nood geholpen.”

Voor de jonge schrijver-journalist leed het geen twijfel: “Al die tijd was die bruine onderstroom blijven bestaan, vooral dan in Antwerpen. Daar had je cafés als De Leeuw van Vlaanderen of het door VMO-leider Eriksson gerunde Odal, broeinesten van extreemrechts. Daar stapte de VMO zelfs in slagorde door de straten, in uniform met koppelriem.”

“Theater moet de reflectie zijn van wat mensen vandaag bezighoudt. Je moet het niet opbergen in de musea die grote schouwburgen al te vaak zijn”

“Op de première van ‘Verschaeve’ in theater ’t Natiepeerd in Antwerpen kwamen de militanten aanzetten met hele bussen. Het werd een echt slagveld en zo is het gebleven. Honderd keer gespeeld, honderd keer een slagveld.”

“Men probeerde in het theater een brandbom tot ontploffing te brengen. Op een zondagochtend werd ik om vier uur uit mijn bed gebeld door de procureur. Mijnheer Verhoye, uw theater staat in brand! De schade beperkt tot een hoek van het gebouw, ik heb het met opzet een poos zo gelaten, zodat iedereen het kon zien.”

“De klacht wegens brandstichting werd gecorrectionaliseerd, maar mondde wel uit in een veroordeling. En uiteindelijk is de VMO in 1983 als paramilitaire organisatie buiten de wet gesteld. Dat was toch tenminste geslaagd.”

(Foto: © Sigrid Spinnox)

(Foto: © Sigrid Spinnox)

Leguit

Tegen dan had Bert Verhoye niet alleen een eigen gezelschap, De Zwarte Komedie, maar ook een eigen theater. Het bevond zich midden in de hoerenbuurt van Antwerpen, en heette zoals de straat waarin het was gevestigd, de Leguit. Zo wisselend als de samenstelling van het gezelschap was, zo constant was de toon: eigentijdse satire. Dit was wat hem van meetaf aan voor ogen stond.

“Theater moet de reflectie zijn van wat mensen vandaag bezighoudt. Je moet het niet opbergen in de musea die grote schouwburgen al te vaak zijn, het moet zijn eigen locatie zoeken. Wij speelden try-outs voor de buurtbewoners, nodigden daklozen uit met een pintje na de voorstelling.”

Het krakende pand werd een uitvalsbasis voor jong talent, van Guido Belcanto tot Loes Van den Heuvel, van Vitalski tot Noureddine Farihi, van Hans de Booij tot Mitta Van der Maat. Tom Lanoye zette er zijn eerste stappen als literaire performer, en kijkt daar met waardering op terug: “Geen topvoetbal zonder kweekscholen, geen toptheater zonder laboratoria. Ik heb mijn stiel mogen leren in De Zwarte Komedie. Als ik al iets voorstel? Dan ligt mijn basis daar.”

Ook dat was een bewuste keuze. Bert Verhoye: “Je moet niet teren op wie het gemaakt heeft, die heeft dat niet meer nodig. Je moet op zoek naar talent dat zwalpt, en dàt moet je een kans bieden.”

Bert ZW Komedie

Van boven naar onder: Max Schnur, Alida Neslo, Jacques Smeets, Chris Cauwenberghs, Mitta Van der Maat en Abdelkader Zahnoun, Zwarte Komedie 1986

De Zwarte Komedie bracht wat het Berlijnse cabaret relevant maakte. Een kruising van tekst en muziek, met een uitgesproken maatschappijkritische insteek. Scherp voor alles wat hengelde naar macht, of het nu ging om religie of politiek. Genadeloos voor extreemrechts.

Niet toevallig klonk bij herhaling en soms zelfs letterlijk, de stem door van de schrijvers-cabaretiers die zich tijdens het interbellum virulente tegenstanders toonden van het naziregime. Evenmin toevallig waren de banden met Cavanna of Roland Topor, boegbeelden van de Franse tijdschriften Hara-Kiri en opvolger Charlie Hebdo.

De titels van de producties spreken voor zich. ‘Verschaeve’ kreeg een opvolger in ‘Borms, de musical’, over een andere held van de Vlaamse beweging. ‘Omdat mensen belangrijk zijn’ verwees naar het motto van CVP-er Leo Tindemans. ‘Uit zelfbevrediging’ naar de van een bokshandschoen vergezelde slogan van het Vlaams Blok, ‘Uit zelfverdediging’.

Boris

Maar niet alleen op de planken bleef de stichter van De Zwarte Komedie zijn opstelling getrouw. Toen het nieuwe theaterdecreet in 1992 stelde dat elk theater over een directeur moest beschikken, benoemde hij, ervan uitgaand dat geld beter besteed was aan acteurs en muzikanten, zijn hond Boris.

Bert en Boris

Bert en Boris, 1994

“Hij kan opzitten, pootjes geven en de minister likken. Hij kan ook blaffen naar het personeel. Hij kent het theater minstens evenveel als de andere theaterdirecteurs; hij is namelijk al acht jaar bij ons en gaat regelmatig mee op reizende voorstellingen. Tijdens de voorstelling slaapt hij meestal, maar dat doen de andere directeurs ook”, zei hij daarover.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen twee jaar later kwam diezelfde hond zelfs op met een eigen lijst. Boris, partij van de hond, had een 69-puntenprogramma met als belangrijkste strijdpunt ‘Een begeleide terugkeer van alle West-Vlamingen naar hun provincie’. Een niet mis te verstane sneer naar het 70 puntenprogramma van Filip Dewinter.

Zesendertig jaar zou De Zwarte Komedie het uitzingen, in 2015 moest theater Leguit bij gebrek aan subsidies de deuren sluiten. Titel van de laatste productie: ‘De Burgemeester van Vlaanderen’.

Bert Verhoye was er toen al niet meer bij. Na een zware hartoperatie had hij de deur van zowel de krant als het theater achter zich dichtgetrokken. Hij trok zich terug en schreef er een mooi, weemoedig boek over, Vijf jaar in de Ardennen.

Pokémon

Even zag het ernaar uit dat hij door gezondheidsproblemen niet meer van zich zou laten horen. “Lezen en schrijven lukte niet meer, ik vreesde dat het voor altijd zou zijn.” Dat was het niet, er ligt een manuscript van een tweede boek klaar, en in ‘Koro’ heeft de ‘Minimaal’ van weleer een opvolger gevonden.

“Je leeft niet buiten de globe,” zegt Bert Verhoye. “Ik hoef niet alles te weten over wat zich afspeelt in de donkerste wouden van Afrika. Maar ik wil wel weten wat er groeit en bloeit in de rand van de maatschappij.” Dat volgt hij nog altijd op de voet, en daarover schrijft hij nog altijd. Ook al stemt het hem niet bepaald vrolijk.

“De tijden veranderen, maar de mensen blijven. Onze ouders waren slachtoffers van de oorlog, hun kinderen moesten het beter hebben. Wij hebben hun voorbeeld gevolgd, maar het ‘beter’ van vandaag is een allesbehalve noodzakelijke luxe. Met als resultaat dat nu iedereen achter Pokémon aan holt.”

“Lezersrubrieken van Het Laatste Nieuws of Knack: nog nooit is daar zoveel mest in uitgestort. En dat publiceert men dan!”

“In de oppervlakkigheid van haar voer weerspiegelt zich de oppervlakkigheid van deze maatschappij. Kranten worden nog wel gemaakt op basis van nieuws, maar geven aan dat nieuws geen interpretatie meer. Ze praten hun lezers naar de mond, en wat die vragen is voor 90% zelfbevestiging. Lees er de lezersrubrieken van Het Laatste Nieuws of Knack op na, nog nooit is daar zoveel mest in uitgestort. En dat publiceert men dan!”

Hij nuanceert aarzelend, haast met tegenzin. “Ik zie wel pogingen om het tij te keren, daar moet je je dan maar aan vastklampen. Ik blijf geloven dat er behoefte is aan een of twee goede kranten, een goede internetsite. Pers waar een mens wat aan heeft, die niet stoelt op roddel of sensatie. Bestemd voor wie nog het verschil wil zien tussen simpele mensen en misdadigers. Het is hoog nodig dat er zo’n pers komt. Alleen: wie gaat die financieren?”

Sabelzwaaiende beul

“Wij leven in een door en door burgerlijke maatschappij; aangedreven door egoïsme. Iedereen is bang om zijn welstand of zijn jobke te verliezen. Altijd weer datzelfde discours, in plaats van te zoeken naar menswaardige oplossingen.”

“Men spreekt van een vluchtelingenprobleem. Ja, natuurlijk er zijn vluchtelingen, maar die waren er vroeger ook. In de Eerste Wereldoorlog zijn een miljoen Belgen naar Nederland gevlucht. Alleen noemde men dat toen geen probleem.”

“Men wijst naar de islam. Tot de dader van een schietpartij in München plots geen moslim blijkt, maar een extreemrechtse jongere. Wat vandaag gebeurt, heeft niets te maken met religie, dat is het werk van aandachtzoekers die religie gebruiken.”

“Men spreekt van een vluchtelingenprobleem. In de Eerste Wereldoorlog zijn een miljoen Belgen naar Nederland gevlucht. Alleen noemde men dat toen geen probleem”

“Terreur is niet alleen van nu. Ik herinner me levendig hoe ik ten tijde van de CCC-aanslagen van Brussel naar huis reed en net voor de tunnel in Boom mijn hele auto werd doorzocht. Geschifte geesten zullen altijd een reden vinden om te moorden, wreedheden hebben altijd bestaan.”

“Wat het vandaag erger maakt, is de wereldwijde communicatie. Als er iets gebeurt dat werkelijk van strategisch belang is, zal je dat niet horen. Maar elke sabelzwaaiende beul kan je live volgen…”

“Men heeft het almaar over terroristen, terwijl dit ordinaire massamoordenaars zijn. En die worden op hun beurt gediend door een ongebreidelde sensatiezucht van diegenen die met plezier opnieuw naar openbare terechtstellingen zouden komen kijken.”

Bert Verhoye, 28 september 2016 (Foto: © Sigrid Spinnox)

Bert Verhoye, 28 september 2016 (Foto: © Sigrid Spinnox)

Radijsje

“Politiek? Ja, als het op het niveau van een Angela Merkel is. Niet van diegenen die politiek bedrijven verwarren met het zaaien van tweedracht en van angst, met het verzamelen van postjes waar ze vervolgens stinkend rijk van worden.”

“Kijk naar het Duitsland van de jaren ’30, ook toen volgde het ene politieke schandaal het andere op. De liberale partij is een koninkrijkje van vaders en zonen geworden, CD&V biedt nauwelijks weerwerk. De socialistische partij is zoals Kurt Tucholsky ze omschreef in zijn lied ‘Zomervruchten’: een radijsje, vanbuiten rood en vanbinnen wit.”

“En waar rekruteert N-VA zijn leden? Bij fin de carrière leden van andere partijen en bij gewezen Vlaams Blokkers die uit het cordon sanitaire wilden breken. En omdat de andere partijen het in hun broek doen, schuiven ze almaar dichter op naar een partij die als voornaamste programmapunt de vernietiging van de staat heeft.”

“De liberale partij is een koninkrijkje van vaders en zonen geworden, CD&V biedt nauwelijks weerwerk. En de socialistische partij is als een radijsje: vanbuiten rood en vanbinnen wit”

“’Kan kunst de wereld redden?’, vroeg Eric Antonis toen Antwerpen culturele hoofdstad werd. Het was een goede vraag, maar ze had anders moeten luiden: kan kunst de wereld overleven?  Waarom denk je dat die extremistische klojo’s in de steden die ze veroveren allereerst die prachtige Boeddhabeelden of tempels verwoesten?

“Mijn moeder was in verwachting van mij, toen mijn vader tijdens de Tweede Wereldoorlog werd weggevoerd naar een kamp. Halfweg 1945 is hij teruggekeerd als een wrak, het is met zijn gezondheid nooit meer goed gekomen. En weet je waarom hij was opgepakt? Omdat hij als 17-jarige een folder had verspreid die de machtshebbers niet zinde. Zo werkt de beperking van de vrije meningsuiting, nietwaar? En daarom moeten wij blijven schrijven. Mogen we niet zwijgen, nooit zwijgen.”

Vlaamse Overheid

Dit artikel kwam tot stand met steun van de Vlaamse overheid.

Auteur: Ingrid Vander Veken

Ingrid Vander Veken koppelde een loopbaan van journaliste aan die van auteur. Zij schreef net zo goed reportages en columns, als theater en romans. Haar jongste boek is “Zwijgen” (Polis).
www.ingridvanderveken.be

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid