Het einde van de (tweede) drôle de guerre

17

Europa is in oorlog. Niet het soort oorlog waarvan we er in de vorige eeuw twee kenden, maar wel degelijk een oorlog. De strijd tegen IS of andere terroristische organisaties woedt niet alleen in de Levant, maar ook in de grote steden van Europa. En nu ook in Brussel. Deze beroerde tijden vragen om slagkracht, eendracht én visie. Want om deze oorlog te winnen moeten we vooral de vrede voorbereiden.

Brussel, 22 maart 2016 (Foto: Reporters (c) Danny Gys)

Brussel, 22 maart 2016 (Foto: Reporters (c) Danny Gys)

Op 5 februari 2014 trad België voor het eerst officieel in het strijdperk met de moslimterreurgroep IS. Een F-16 van de luchtmacht gooide een bom op IS-strijders die Iraakse troepen aanvielen ten westen van Bagdad. Volgens het ministerie van Landsverdediging werden ze “meteen” uitgeschakeld.

Ons land nam met zes F-16-jachtbommenwerpers deel aan de internationale operatie tegen IS onder leiding van de Verenigde Staten. Eerder vochten we ook tegen de taliban in Afghanistan en tegen Khadafi in Libië. De Amerikanen hopen dat de Belgische luchtmacht, zoals de Nederlandse, vanaf juli ook actief zal meevechten in Syrië.

Het is opvallend hoe weinig de publieke opinie in ons land zich ervan bewust is dat ons leger meevecht in het belangrijkste conflict van deze tijd. Dat heeft veel te maken met de bijna complete radiostilte die onze regering en ons leger hebben afgekondigd over de krijgsverrichtingen. In de jaren negentig, toen ons leger actief was in ex-Joegoslavië, waren er dagelijks persbriefings op het hoofdkwartier van het leger in Evere, nu is het behelpen met erg summiere persberichten. Apache berichtte eerder al over het gebrek aan de meest elementaire overheidscommunicatie over de oorlog tegen IS.

Het belangrijkste neveneffect van dit stilzwijgen is dat de publieke opinie de oorlog tegen IS vooral lijkt te beschouwen als een conflict dat ‘ons’ niet aanbelangt. Het feit dat er soldaten in het straatbeeld verschenen, lijkt voor velen vooral een voorzorgsmaatregel die erop gericht is om niet ‘besmet’ te raken door de terreurdreiging in de buurlanden (vooral Frankrijk). Daar heerst al maanden de noodtoestand, een situatie die in België grondwettelijk niet mogelijk is.

Het is opvallend hoe weinig de publieke opinie zich ervan bewust is dat ons leger meevecht in het belangrijkste conflict van deze tijd

Ook de aanwezigheid van terroristische cellen in Brussel deed geen alarmbellen luiden. Salah Abdelsam en co. hadden hun safe house in Molenbeek alleen maar gebruikt om aanslagen te plegen in Frankrijk. Dat er in Verviers, enkele maanden eerder, op het nippertje een aanslag werd verijdeld, werd door velen genegeerd. En wie gelooft er écht dat die knettergekke Trabelsi destijds de kernbommen in Kleine Brogel wilde aanvallen?

En toch. In Dabiq, het glossy tijdschrift van IS, verschenen al eerder dreigingen aan het adres van België, net zoals aan dat van andere landen die samen met de VS actief zijn in de oorlog in Irak en Syrië. In een interview zei Abdelhamid Abaaoud hoe hij vorig jaar naar België reisde om er aanslagen te plegen en uiteindelijk kon ontsnappen bij de politie-actie in Verviers. Wie kon er toen nog aan twijfelen dat de oorlog tegen de terreur ook ‘onze’ oorlog is?

Drôle de guerre

‘Onze’ oorlog tegen IS had tot vandaag veel weg van de drôle de guerre uit 1939-1940. Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, verklaarden Frankrijk en Engeland de oorlog aan Hitler. Ook in België kwam er een algemene mobilisatie. Het zou tot april-mei 1940 duren voor de eerste schoten werden gelost aan het westelijke front. De periode tussen september en april werd door de Fransen de ‘drôle de guerre’ genoemd, de Engelsen spraken van de ‘phoney war’: er was wel een dreiging, alle weerbare mannen waren naar hun kazernes geroepen, er heerste enorm veel wantrouwen en paranoia, maar er werd geen schot gelost. Het dagelijkse leven ging zijn gangetje en het leek wel alsof die oorlog ver van ons bed zou blijven.

Uiteraard is het altijd riskant om het verleden te vergelijken met het heden, maar toch is er al maanden sprake van een grote onderhuidse spanning. Het dreigingsniveau werd naar 4, dan naar 3, en vandaag opnieuw naar 4 gebracht. Dat is op zich al hoogst uitzonderlijk, maar we lijken er al aan gewend. Toen de eerste soldaten in het straatbeeld verschenen, was er nogal wat verontwaardiging maar vandaag horen die militairen tot het straatmeubilair.

De illusie dat wij niets met het conflict te maken hebben en dat wij geen wapengekletter te vrezen hebben, is niet langer houdbaar

Net als in 1939 zorgden de voorzorgsmaatregelen van de voorbije maanden voor een vals gevoel van veiligheid. De oorlog brak toch uit. De bommen ontploften vandaag toch.

De kans is niet zo groot dat de oorlog tegen IS zal uitgroeien tot een Derde Wereldoorlog (dit is geen alarmistisch artikel), maar de illusie dat wij niets met het conflict te maken hebben en dat wij geen wapengekletter te vrezen hebben, is niet langer houdbaar.

De aanslagen van vandaag zijn de zwaarste die ons land meemaakt sinds de Tweede Wereldoorlog. Op één dag maakten de terroristen meer slachtoffers dan de Bende van Nijvel tussen 1982 en 1985.

Soft targets

Het slechte nieuws voor de autoriteiten is dat ze de bevolking nooit helemaal zullen kunnen beschermen. Als zelfs Israël er niet in slaagt om te verhinderen dat er zelfmoordaanslagen worden gepleegd in het hart van steden als Tel Aviv of Jerusalem, zal ons land – met veel minder soldaten, politiemensen, speurders en veel meer wettelijke restricties – daar zeker niet in slagen.

Op sociale media klonken gisteren voorspelbare kreten als: ‘sluit de grenzen’, ‘sluit het krapuul op’. Makkelijk gezegd, maar onmogelijk uit te voeren. België kan zijn grenzen nooit volledig afsluiten, kan zelfs één stad als Molenbeek niet ‘opkuisen’. En zelfs al zou na een grootscheepse politionele actie elke teruggekeerde Syrië-strijder opgepakt worden, dan nog is dat geen garantie dat er geen aanslagen meer zouden volgen. Eén geïndoctrineerde gek met een zelfgemaakte bom kan toeslaan waar en wanneer hij maar wil.

Het is schrijnend te moeten vaststellen dat de aanslagen gebeurden op die plaatsen waar al maandenlang militairen patrouilleren. Zij stonden erbij en keken ernaar

Elke militaire strateeg of veiligheidsexpert weet dat terroristen die het gemunt hebben op ‘soft targets’ zoals drukke pleinen, luchthavens, scholen of ziekenhuizen, onmogelijk kunnen worden gestopt, tenzij preventief. En dat is een werk van lange adem.

Hoe schrijnend is het te moeten vaststellen dat de aanslagen gebeurden op die plaatsen waar al maandenlang militairen patrouilleren. Zij stonden erbij en keken ernaar.

Noodtoestand

Wat te doen? Frankrijk kondigde na de aanslagen in Parijs de noodtoestand af waardoor een aantal grondwettelijke vrijheden werden opgeschort. De politiediensten hebben veel meer armslag, kunnen ongehinderd afluisteren, aanhoudingen verrichten of huiszoekingen doen.

In België is een noodtoestand in principe niet mogelijk. Er bestaat wel een besluitwet uit 1916 die bepaalt wanneer de ‘staat van oorlog’ kan worden afgekondigd, maar het is niet zeker of die wel rechtsgeldig is. Hij werd nooit door het parlement goedgekeurd. Die besluitwet geeft de koning (de regering) verregaande bevoegdheden: zo kunnen vreemdelingen worden opgepakt, kan de persvrijheid aan banden worden gelegd en kunnen de ordediensten en het leger veel vrijer opereren.

In het parlement wordt momenteel druk gepraat over de aanpassing van de wet. Zo raakt men het niet eens om bijvoorbeeld de voorlopige hechtenis te verlengen tot 72 uur of het anoniem bellen per prepaid-gsm te verbieden of passagiersgegevens permanent bij te houden. Paul De Hert, professor aan de VUB en specialist privacy en strafrecht, is niet zo te vinden voor het aanpassen van de ‘algemene regels’. Hij pleit wel voor de invoering van een noodtoestand in België. Daardoor kunnen strenge maatregelen tegen bijvoorbeeld terreur tijdelijk worden ingevoerd, zoals nu in Frankrijk gebeurt. Dat zou onze privacy ten goede komen, zegt De Hert. Hij is bang dat de maatregelen meteen een definitief karakter krijgen en ook van kracht zullen blijven wanneer de terreur- of oorlogsdreiging voorbij is.

Xenofobie

Het valt te verwachten dat de aanslagen in Zaventem en de Brusselse metro de angst voor moslims nog zal doen toenemen. Zelfs de deftige dame Mia Doornaert kon het niet laten om een giftige ‘tweet’ de wereld in te sturen: ‘Zouden flessen gooiende jongeren van Molenbeek nu “goddelijke” bestraffing Brussel aan het vieren zijn? En moeten we dat “begrijpen”?’

Er circuleerden ook de berichten dat in sommige concentratiescholen jongeren de aanslagen zouden toejuichen.

Het is een feit dat er in ons land nogal wat moslims leven die sympathiseren met IS. (Zoals er ook nog steeds heel wat Hitler-fanaten rondlopen). Vele tientallen van hen hebben ook de daad bij het woord gevoegd en zijn gaan vechten in Syrië. Uit de eerste berichten zou trouwens blijken dat de aanslagen van vanmorgen het werk zijn van teruggekeerde Syrië-strijders.

Het wij-zij-denken in dit conflict is erg misplaatst. De Syrië-strijders zijn Belgen, het zijn ‘onze jongens’, of we dat nu graag horen of niet

Laat het duidelijk zijn dat begrip voor terrorisme of het verheerlijken van de aanslagen totaal onaanvaardbaar is. Wie oproept om hier ‘begrip’ voor te hebben, dwaalt en kwetst willens wetens de slachtoffers. Op dat vlak heeft Mia Doornaert gelijk, alleen heb ik vandaag niemand horen zeggen dat we ‘begrip’ moeten hebben voor jongeren die supporteren voor IS.

Maar aan de andere kant is het evenmin toelaatbaar dat alle moslims in ons land vereenzelvigd worden met de terroristen. Het wij-zij-denken in dit conflict is trouwens erg misplaatst. De Syrië-strijders zijn Belgen, het zijn ‘onze jongens’, of we dat nu graag horen of niet.

Leiderschap

Beroerde tijden vragen om slagkracht, eendracht én visie. Zonder naïef te zijn (zelfs met àlle soldaten en àlle politiemensen permanent op straat, kun je dit soort aanslagen niet voorkomen) moeten de veiligheidsdiensten (leger, politie en justitie) de nodige middelen krijgen om hun werk te doen. Experts inzake terrorismebestrijding weten dat terroristen enkel preventief kunnen worden aangepakt. Daarvoor is veel capaciteit nodig voor de veiligheidsdiensten, moderne technologieën, gespecialiseerde speurders, uitwisseling van gegevens op internationaal niveau.

Laat ons daar niet flauw over doen. Maar laat ons – zoals professor De Hert voorstelt – ervoor zorgen dat de noodmaatregelen die nu moeten worden genomen, geen permanent karakter krijgen.

Eendracht dan. Terreur treft ons allemaal, fysiek of psychologisch. Electorale overwegingen mogen niet meespelen in de bestrijding ervan. De linkerzijde moet een even grote voorstander van een robuust veiligheidsbeleid zijn als de rechtse partijen. Maar ook omgekeerd is er eendracht nodig. Met repressie alleen bereiken we niets. Zelfs al luisteren we morgen alle Belgen af, dan nog zullen we de terroristen niet kunnen stoppen. Daarvoor zijn investeringen nodig in ‘soft power’, in onderwijs, in straathoekwerk, in racismebestrijding, in tewerkstelling, in empowerment, in cultuur en integratie. De kaalslag die momenteel woedt in de integratiesector (en dat om puur ideologische redenen) is wraakroepend. Johan Leman wordt wel door zowat elke internationale krant of tv-zender geïnterviewd over de toestand in Molenbeek, maar in Vlaanderen hechten we meer geloof aan de hit-and-run-journalistiek van Eric Goens. Dat is tekenend.

Als IS ooit kan worden verslagen zullen de puinhopen in de Levant én in onze hoofdsteden nog lang blijven nasmeulen

Ook op internationaal vlak moeten de taboes sneuvelen. We moeten ons ervan bewust zijn dat bombardementen in Syrië nog meer aanslagen zullen uitlokken dan we nu al te verwerken kregen. De oorlog tegen IS duurt nu al bijna vier jaar en heeft al honderdduizenden doden en miljoenen vluchtelingen veroorzaakt. Die vluchtelingen zoeken hier veiligheid en die moeten wij hen geven. Het amalgaam tussen vluchtelingen en terroristen is crapuleus, ook al verstoppen Syrië-strijders zich soms op dezelfde gammele bootjes die ook door oorlogvluchtelingen worden gebruikt.

Europa heeft de plicht om al die vluchtelingen als mensen, als individuen, te behandelen en hun situatie grondig te onderzoeken. Collectieve deportaties of push backs zijn uit den boze.

Maar anderzijds is een meer assertieve aanpak in Syrië onvermijdelijk. Nu er op diplomatiek vlak wat meer duidelijkheid komt, lijkt het mogelijk om een militaire coalitie op de been te brengen tegen Syrië. België moet daar een actieve rol spelen en misschien niet alleen met F-16’s maar ook met andere troepen die de internationale coalitie zou kunnen gebruiken.

Maar wat daarna? Als IS ooit kan worden verslagen zullen de puinhopen in de Levant én in onze hoofdsteden nog lang blijven nasmeulen. In Syrië zullen er vooral miljarden nodig zijn om het land weer op te bouwen. In Europa zal vooral veel menselijk kapitaal moeten worden geïnvesteerd om de moslimgemeenschap duurzaam én vreedzaam te kunnen integreren in de samenleving.

Wie de noodzaak van deze ‘samenlevingsopbouw’ negeert, is niet alleen ziende blind, hij zaait meteen ook de kiemen voor een volgende oorlog. Eentje die zich dan uitsluitend in Europa zal afspelen.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid