De echte heilige oorlog

9

De bloedige aanslag op de redactie van Charlie Hebdo lokt een stortvloed aan reacties uit. Er wordt massaal opgeroepen om de terreur te bestrijden met bijtende cartoons. Tegelijk wordt de roep naar meer beveiliging – ‘soldaten op straat’ – en meer controle op ‘de moslimgemeenschap’ in Europa, luider. Beide strategieën zijn simplistisch en leiden de aandacht af van de echte vraag: hoe helpen we de islam in zijn strijd tegen de jihadisten?

Al Qaeda

Deze ‘hitlist’ ten behoeve van radicale jihadisten verscheen in maart 2013 in het al-Qaeda-magazine ‘Inspire’. De hoofdredacteur van ‘Charlie Hebdo’ prijkt er naast Salman Rushdie, Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali.

Vooreerst: het spreekt voor zich dat de aanslagen op Charlie Hebdo niet mogen leiden tot zelfcensuur. Cartoonisten zijn – zoals de middeleeuwse narren en jokers – essentieel als krachtig zelfreinigend middel tegen gezagsdragers die beweren de waarheid in pacht te hebben. Iemand moet zeggen dat de koning geen kleren draagt en samenlevingen die kunnen omgaan met humor – hoe bijtend ook – zijn doorgaans ‘beschaafder’ dan samenlevingen die de regels van het fatsoen inroepen om satire en kritiek aan banden te leggen.

Je las na de aanslag in Parijs her en der dat de tolerantie voor satire een van de wezenskenmerken van de westerse beschaving is. Dat is een bewering die op zijn minst nuancering verdient. Vooral in meer puriteinse westerse landen (de Verenigde Staten zijn daar een voorbeeld van) loert censuur al snel om de hoek. De ‘court jester’ werd in het Groot-Brittannië niet voor niets door de puritein Olivier Cromwell verboden.

Tolerantie voor satire een van de wezenskenmerken van de westerse beschaving? Een bewering die op zijn minst nuancering verdient

Het is ook geen toeval dat de belangrijkste Amerikaanse media de cartoons van Wolinski, Cabu of Charb niet publiceerden. Dat deden ze destijds ook niet met de Mohammed-cartoons. Associated Press liet weten dat het al jaren een beleid heeft waarbij “we afzien van het publiceren van bewust provocatieve beelden”.

De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan had er gisteren ook geen goed oog in. In zijn stad bevinden zich tal van redacties van kranten en weekbladen, die allemaal potentiële doelwitten zouden kunnen zijn als ze ostentatief scherpe cartoons zouden publiceren waarin de draak gestoken wordt met de radicale islam of waarin de profeet Mohammed wordt uitgebeeld.

Wise enough to play the fool

Uiteraard moet – in principe – alles kunnen, maar misschien is het in deze beroerde tijden goed om de woorden van Shakespeare in herinnering te brengen. Een goeie nar, is een verstandige nar die zijn humor aanpast aan zijn publiek en aan het moment van de dag.

This fellow is wise enough to play the fool,
And to do that well craves a kind of wit.
He must observe their mood on whom he jests,
The quality of persons, and the time,
And, like the haggard, check at every feather
That comes before his eye. This is a practise
As full of labor as a wise man’s art,
For folly that he wisely shows is fit.
But wise men, folly-fall’n, quite taint their wit.

(Twelfth Night, Act 3, Scene 1)

Ander gezegd, wie ‘Brand!’ roept in een volle zaal moet niet schrikken dat er paniek uitbreekt. Waarmee, voor de bewust slechte verstaander, helemaal niet gezegd is dat Wolinski en co. hun lot zelf hebben gezocht.

Soms klinkt de steun aan de vrije meningsuiting ook erg wrang. Vooral het Vlaams Belang blijkt te vergeten dat het in het verleden vaak zelf van leer trok tegen kritische cartoonisten. Zo moest Ilah, tekenares van Cordelia, in 2003, spitsroeden lopen omdat ze in een cartoon Vlaams Blok-kopstukken had opgevoerd.

Maar er zijn wel meer incidenten waarbij cartoonisten of humoristen zwaar onder druk komen te staan omdat ze op de verkeerde (lange) tenen hebben getrapt: De Morgen (de legendarische ruzies tussen ZAK en Vanden Boeynants, maar ook – onlangs nog – de lynching van Marc Van Springel wiens misbegrepen Obama-grap niet werd gesmaakt), Humo (werd uit de rekken gehaald door Fernand Koekelberg en kreeg het aan de stok met André Flahaut), Mo* (opgejaagd door Georges Forrest).

Het belangrijkste verschil is dat de conflicten tussen de ‘narren’ en de ‘koningen’ van vandaag doorgaans worden uitgevochten in de rechtszaal en niet met machinegeweren. Wie iemand met een cartoon aanpakt, riskeert in het slechtste geval een boete.

Ook al zijn er in veel islamitische landen problemen met vrije meningsuiting, toch blijven terroristische aanslagen zoals die in Parijs ook daar grote uitzonderingen. Het is dus onzin om te beweren dat wat er op 7 januari gebeurde in de redactielokalen van Charlie Hebdo, “typisch is voor de islam”. Het volstaat om de naam Anders Breivik te vermelden.

Oorlog

En daarmee komen we bij de kern van de zaak. De oorlog die al sinds het einde van de Koude Oorlog en vooral na 9/11 woedt in de hele wereld, is géén oorlog van “de islam” tegen het seculiere westen. Het is in wezen een intern conflict tussen twee vormen van islam: een moderne/gematigde en een radicaal-jihadistische. Er kunnen boekenkasten gevuld worden met analyses over hoe marginale groupuscules in de moslimwereld radicaliseerden en plots veel aanhang kregen. Wellicht zal de dubieuze rol van het westen en de Sovjetunie daar een belangrijk onderdeel van uitmaken.

De oorlog die vooral na 9/11 woedt, is géén oorlog van “de islam” tegen het seculiere westen. Het is in wezen een intern conflict tussen twee vormen van islam.

Daarbij komt de bevolkingsaangroei in de moslimwereld. Er zijn nog nooit zo veel jongeren geweest in de moslimwereld, en in het post 9/11-tijdperk is er voor hen erg weinig perspectief. Een betere voedingsbodem voor radicalisering is moeilijk denkbaar.

Tegelijk groeit in Europa en in de Verenigde Staten een hele generatie jongeren op die geen directe banden hebben met die moslimwereld, die zich Europeaan of Amerikaan voelen, maar wel last hebben om aanvaard te worden door de ‘autochtone’ bevolking. Meestal zijn die ‘allochtonen’ latent of gematigd gelovig. Ze staan tussen twee culturen en worden vaak heen en weer geslingerd tussen de tradities van hun (groot)ouders en die van het seculiere Europa of Amerika.

De grootste bedreiging voor jihadistische bewegingen zoals IS of al-Qaeda zijn niet de Belgische bommenwerpers die momenteel boven Syrië vliegen. Het zijn ook niet langer de troepen van de ‘Coalition of the Willing’ van George W. Bush en Tony Blair, die zijn grotendeels verdwenen uit Irak en Afghanistan. Hun grootste vijanden zijn die jongeren – in Europa, maar ook in de hele Arabische wereld en in Turkije – die een middenweg zoeken tussen de wereld van hun (groot)ouders en die waarin ze zelf geboren zijn.

De inbedding van de islam in de westerse samenleving is geen onbereikbare droom. In het Bosnië van voor de burgeroorlog en ook in andere landen die lang onder de invloed van de Ottomanen hebben gestaan, leefden moslims en katholieken vreedzaam samen. Ook in de VS leven miljoenen moslims die even fier zijn op de stars and stripes dan de rednecks in Texas. Bij ons, in de Limburgse mijnstreek, waren (en zijn) er geen grote problemen tussen moslims en andere gemeenschappen.

De subtekst van de aanval op ‘pamperend’ links is dat ‘wij’ – ‘de autochtone Vlamingen’ –  ons er zeer goed bewust van moeten zijn dat ‘zij’ – ‘de moslims’ – met gespleten tong spreken. Dat hun hart eigenlijk bij Osama bin Laden ligt en niet bij Barack Obama.

Maar sinds 9/11 zit er ruis op de lijn. De aanslagen van al-Qaeda en de oorlog tegen de terreur die daarop volgde, heeft de gemoederen verhit: zowel op het slagveld als in de Europese en Amerikaanse huiskamers. Het werd bon ton te beweren dat de linkerzijde decennialang de samenlevingsproblemen met de moslimgemeenschap heeft onderschat en geminimaliseerd. De subtekst van dit discours is dat ‘wij’ – ‘de autochtone Vlamingen’ –  ons er zeer goed bewust van moeten zijn dat ‘zij’ – ‘de moslims’ – met gespleten tong spreken. Dat hun hart eigenlijk bij Osama bin Laden ligt en niet bij Barack Obama.

Een wig drijven

De aanslagen, zoals die in Parijs, zijn er precies op gericht om een wig te drijven tussen de gematigde moslims in Europa en de ‘autochtone’ Europeanen. Die strategie wordt haarfijn uitgelegd in een in deze onverdachte bron: Inspire, het tijdschrift dat al-Qaeda al dertien keer liet verschijnen. Dat blad ziet eruit als een glossy magazine en is in het Engels geschreven. Ook IS heeft overigens zo’n blad (Dabiq).

In het maartnummer van 2013 van Inspire worden jihadstrijders in Europa en Amerika opgeroepen om aanslagen te plegen in hun eigen land:

De jihad in deze landen rust vooral op de schouders van de moejahedin die in deze landen verblijven en er een normaal leven leiden. Dit helpt hen in hun bewegingsvrijheid, ze kunnen zich makkelijker verbergen of kennis opdoen over de doelen.

In Europese landen die bondgenoot zijn van Amerika en deelnemen aan de Amerikaanse oorlog. Dit is dank zij de aanwezigheid van oude en grote moslimgemeenschappen in Europa. Hun aantal overstijgt de 45 miljoen en er zijn ook miljoenen moslims in Australië, Canada en Zuid-Amerika. Vooral in Europa, vanwege de nabijheid van de Arabische en islamitische wereld en de verstrengeling van de onderlinge belangen.

Inspire wijst er op dat de moslims in deze landen “dezelfde verplichtingen hebben als moslims elders in de wereld: de religieuze plicht tot jihad, het afweren van de vijand.”

Al-Qaeda geeft ook aan dat acties in Europa en andere westerse landen afgewogen moeten worden: de politieke voordelen tegenover de politieke nadelen. Er moet een strategie worden gehuldigd die leidt tot meer steun bij het volk, zonder hen te schaden. Met ‘volk’ wordt hier het ‘eigen’ volk (lees: moslims) bedoeld. Meteen ook een verklaring waarom er in het westen zelden of nooit aanslagen worden gepleegd, direct gericht tegen moslims. Anders is het gesteld met geradicaliseerde ‘Europese’ moslimstrijders die naar Syrië trekken. Als die blijk geven van enige wankelmoedigheid worden zij zonder pardon geëxecuteerd.

In hetzelfde nummer verscheen zelfs een heuse ‘hitlist’. Daarop prijkte Stéphane Charbonnier ‘Charb’, de hoofdredacteur van Charlie Hebdo, maar ook Carste Luste (ex-hoofdredacteur van Jyllands-Posten , de Deense krant die de Mohammed-cartoons publiceerde), Terry Jones (Amerikaanse pastoor die opriep de Koran te verbanden), Kurt Westergaard (de tekenaar van de Mohammed-cartoons), Geert Wilders, Lars Vilks (Zweedse kunstenaar die omstreden Mohammed-tekeningen maakte), Flemming Rose (redacteur van Jyllands-Posten), Morris Swadiq (Egyptisch-koptische activist), Salman Rushdie (nog steeds!), Ayaan Hirsi Ali en Molly Norris (Amerikaanse cartooniste). Al deze ‘doelwitten’ kregen al versterkte politiebewaking. In het geval van Charbonnier mocht die niet baten.

Afstand nemen

In het licht van deze inzichten is het vooral zaak om niet in de kaart te spelen van de jihadisten die erop uit zijn de Europese moslimgemeenschappen verder te radicaliseren. Het al dan niet publiceren van provocerende cartoons is daarbij van secundair belang, al heeft dergelijk statement natuurlijk een louterende functie.

Iedere kreet waarbij alle moslims over dezelfde kam geschoren worden, dreigt enkel voor meer verwarring en uiteindelijk radicalisering te zorgen.

Verder zijn vooral koelbloedigheid en nuance geboden. Iedere ‘kreet’ waarbij alle moslims over dezelfde kam geschoren worden, dreigt enkel voor meer verwarring en uiteindelijk radicalisering te zorgen. Ook loze beweringen als zou onze relatie tot de vrije meningsuiting vanzelfsprekend zijn, worden best genuanceerd (zie hoger). Een blik op de Press Freedom Map, leert ons trouwens dat er ook heel wat niet-moslimlanden zijn met een dubieuze reputatie op dat vlak.

Anderzijds is het essentieel dat moslims in Europa en Amerika onvoorwaardelijk én luidkeels afstand nemen van de jihadisten. Dat is gelukkig de laatste dagen gebeurd, met de ondubbelzinnige en snoeiharde veroordeling van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb als meest sprekend voorbeeld.

Zijn uitspraak (“als het je hier niet bevalt, rot dan op”), heeft ongetwijfeld veel meer effect op zijn ‘achterban’ dan duizend loze kreten van het Vlaams Belang of de PEGIDA beweging die een retrograad en ideëel monoculturalisme propageren.

Zoals gewoonlijk balanceerde N-VA-voorzitter en Antwerps burgemeester Bart De Wever woensdagavond op twee gedachten. Geen van beide is ‘wijs’ te noemen. Zijn oproep om de veiligheidsmaatregelen op te drijven en desnoods het leger in te zetten, sloten aan bij eerdere standpunten, maar stonden in schril contrast met de verrassend serene houding van zijn partijgenoot en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon. Die weigerde het dreigingsniveau van 2 naar 3 te verhogen: nodig voor een eventuele inzet van soldaten. De Wever speelt – in tegenstelling tot Jambon – subtiel in op het onveiligheidsgevoel dat begrijpelijkerwijze leeft bij de bevolking.

In zijn analyse blaast de Antwerpse burgemeester wel koud en warm tegelijk. Enerzijds zegt hij dat dit “weliswaar de daden zijn van geïsoleerde individuen die afgekeurd worden door de overgrote meerderheid van gelovige Europese moslims.” Anderzijds voegt hij daar aan toe: “Maar er komt een moment om een lijn te trekken: tot hier en niet verder.” Voor wie precies is dan die dreiging om “een lijn te trekken” bedoeld? En wat bedoelt hij daar juist mee? Dit soort suggestieve uitspraken, ruiken naar opportunisme.

De westerse politici zouden best hun ‘binnenlandse’ analyses inruilen voor een meer geopolitieke blik.

Geopolitieke blik

De westerse politici zouden best hun ‘binnenlandse’ analyses inruilen voor een meer geopolitieke blik. De échte oorlog (die tussen de gematigde en de radicale islam) wordt in de eerste plaats uitgevochten in de Arabische wereld. Hij dreigt ondertussen Turkije te besmetten en Israël nog meer te isoleren.

De wereldgemeenschap heeft het Syrische conflict laten aanslepen en beperkt zich tot ‘veilige’ luchtaanvallen en veel diplomatiek geblaat. Ondertussen exporteren jihadisten van IS en al-Qaeda hun conflict naar Europa omdat daar een nieuw reservoir aan potentiële jihadisten kan worden aangeboord.

Zolang het westen en de gematigde moslimlanden geen strategie delen om de barbaren van IS en al-Qaeda in Syrië en Irak terug te dringen, zullen Europa en de VS het doelwit blijven van gerichte aanslagen die de ‘hearts and minds’ van ‘onze’ moslimgemeenschap moet winnen voor de heilige oorlog. Daar zal geen para op de Grote Markt van Antwerpen iets aan kunnen veranderen.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid