Je suis Charlie, nous sommes Charlie

 Leestijd: 2 minuten16

Wat gisteren in Parijs gebeurde, is absoluut gruwelijk. Bij een terroristische aanslag op het radicaal links satirisch weekblad Charlie Hebdo kwamen minstens twaalf mensen om. Enkele anderen vechten nog voor hun leven. Een moment om op z’n minst even heel stil te worden, maar dat lijkt niet iedereen zo te hebben begrepen.

(Crachat)

(Crachat)

Twee weken terug pakte het ‘Committee to Protect Journalists’ uit met harde cijfers: in 2014 kwamen minstens zestig journalisten om het leven terwijl ze hun werk deden. Syrië was vorig jaar de gevaarlijkste plek voor journalisten: 17 doden vielen er waarbij vooral de gruwelijke beelden van de onthoofdingen van James Foley en Steven Sotloff op ons netvlies zijn gebrand.

In het door burgeroorlog verscheurde Oekraïne vonden vijf journalisten en twee media-assistenten de dood. Daarna volgen in het lijstje helaas ‘klassieke’ regio’s zoals Gaza (4 slachtoffers) en Irak (5 slachtoffers).

Gruwel

Nu al weten we dat er in de cijfers voor 2015 een belangrijke nieuwkomer zijn opwachting zal maken. Een buurland: Frankrijk. Bij een gerichte aanslag op de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting kwamen minstens vijf journalisten om. De directeur en cartoonist Stéphane Charbonnier, alias ‘Charb’ verloor het leven, net als zijn collega’s Cabu, Wolinski, Tignous en Honoré.

De beelden van de moorddadige aanslag die al snel circuleerden, moeten in gruwel nauwelijks onderdoen voor de beelden van de onthoofdingen van Foley en Sotloff. Ze dragen bij tot de shock en het ongeloof dat Frankrijk en bij uitbreiding de rest van de wereld overvalt en misschien nog het meest doet denken aan hoe de wereld stil bleef staan toen Anders Breivik in 2011 op het Noorse eiland Utoya 69 mensen in koelen bloede neerschoot nadat hij eerder al acht doden maakte door een bom te plaatsen bij een overheidsgebouw in Oslo.

Net zoals dat enkele jaren terug in Noorwegen het geval was, werd gisteren duidelijk tot wat extremisme kan leiden. Gewelddadig extremisme waarvan we weten dat het bestaat en vele gezichten kan aannemen, maar waarvan we even graag denken dat het zich vooral niet zal tonen. Toch niet op die manier en niet in de veilige Westerse wereld.

Waarom moest er, amper enkele uren na de aanslag al gediscussieerd worden over de (impliciete) schuldvraag. Heeft ‘de islam’ boter op het hoofd? Heeft ‘pamperend’ links boter op het hoofd?

Schuldigen

De gebeurtenissen van gisteren en de reacties daarop zijn dubbel. Er waren de indrukwekkende optochten in heel wat steden. Heel veel mensen maakten op een mooie en serene manier duidelijk hoe diep de aanslag op een van de fundamenten van onze democratie hen raakt. Gewapend met cartoons, met pennen, kaarsen en de vaste wil om te verenigen. Daarnaast weerklonken gisteren ook stemmen die polariseren. Die munt willen slaan uit de gebeurtenissen en de nood koesteren om schuldigen aan te wijzen of het grote gelijk te etaleren. Een houding waarvan het verre van uitgesloten is dat er straks mogelijk ook een gewapende en gewelddadige variant van opstaat.

Waarom is dat nodig? Waarom moest er amper enkele uren na de aanslag al gediscussieerd worden over de vraag of er grenzen zijn aan de vrije meningsuiting en waar die dan wel zouden liggen? Of, belangrijker nog, over de (impliciete) schuldvraag: heeft ‘de islam’ boter op het hoofd? Heeft ‘pamperend’ links boter op het hoofd? Reyers Laat was daar gisterenavond een voorbeeld van.

Waarom meteen?

Niet dat die vragen niet mogen worden gesteld. Integendeel, als we van Charlie Hebdo een ding moeten koesteren dan is het wel hun anarchistische opstelling waarvoor geen huisje heilig genoeg was. Die vragen moeten dus worden gesteld. In een democratie kan en moet daarover discussie mogelijk zijn, zelfs als je het fundamenteel oneens bent met het achterliggende uitgangspunt. Maar waarom nu? Waarom meteen? Waarom mogen we niet even gewoon helemaal van de kaart zijn en het nieuws in al zijn heftigheid écht binnen laten komen? Waarom kan het enkele uren na de feiten niet volstaan om onze diepe afkeer te uiten van de gebeurtenissen, de aanslag op een van de basisprincipes op onze democratie resoluut en onvoorwaardelijk te verwerpen en ons medeleven uit te drukken met de nabestaanden?

Het is zonder twijfel een belangrijk deel van de opdracht van media om snel correcte feiten te brengen en duiding te geven. Lezers en kijkers vragen en verwachten dat. Dat gebeurde gisteren ook correct. Maar moet onder het mom van een zoektocht naar antwoorden gelijk ook het conflict worden opgezocht en de schuldvraag op tafel komen? Door media, door politici, door burgers? Grote emoties en verhitte gemoederen zijn wel vaker geen stevige basis gebleken om verder op te bouwen. Het risico dat nu zaken worden gezegd en geschreven die enkel verder polariseren en mensen doen radicaliseren, is reëel. Wij tegenover zij. Nu met woorden. Straks met terreur tegenover terreur. Net dat is het ultieme doel van de aanslag gisteren in Parijs.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid