De gestoorde geesten van de populaire bladen

5

‘Politici, beleidsverantwoordelijken en gezagdragers moeten stoppen met hun broek te laten zakken voor de media.’ Dat zegt Guido Van Liefferinge, oprichter en bedenker van Dag Allemaal en Joepie. Volgens de voormalige uitgever is de populaire weekbladpers faliekant aan het ontsporen. In een opiniestuk voor Apache broedt Van Liefferinge op manieren om de verziekende invloed van de ‘boekskes’ een halt toe te roepen.

Door Guido Van Liefferinge, bedenker Dag Allemaal

Ook in zijn boek 'Glamour en glitter, geld en macht' klaagde Van Liefferinge de praktijken van Dag Allemaal en De Persgroep aan.

Tijdens een recent verblijf in België – ik woon sedert een vijftal jaren in het buitenland – heb ik alle populaire weekbladen nog eens doorgenomen. De schreeuwerige, agressieve en brutale koppen op de voorpagina’s voorspelden weinig goeds. Het is nog erger dan ik vermoedde. Ik ben geschokt van wat ik te lezen kreeg. Eén gevoel overheerst: walging. In enkele jaren tijd zijn een aantal populaire bladen in het algemeen en Dag Allemaal in het bijzonder verworden tot schandaalbladen die met hun ongeremde ‘onthullingsjournalistiek’ tot op  het niveau van de straatriolen zijn beland. Ze hebben de grenzen overschreden van wat een democratische samenleving kan hebben.

Leugenachtige aanvallen

Als bedenker en oprichter van Dag Allemaal heb ik recht van spreken, maar ook de plicht om dat scherp aan te klagen en voorstellen aan te dragen die kunnen helpen hieraan een einde te maken. Wat dat laatste betreft, zijn de deontologische basics van het vak en de beperkingen op het gebied van de privacy  die ik mezelf en mijn redacties oplegde, de basis van elke oplossing.

De tabloidisering van de populaire bladen is een doelbewuste, commerciële keuze van mediabaronnen die niet langer hun maatschappelijke plicht als vierde macht opnemen maar hoofdzakelijk gefocust zijn op macht en profijt. Ze is het nieuwe opium voor het volk. Ze heeft geleid tot de BV-obsessie van de grote massa en de mediageilheid van BV’s allerhande die op hun beurt het fenomeen van de tabloidisering veelvoudig versterken waarbij zich, opvallend genoeg, nog maar weinigen vragen (durven te) stellen. En wie dat wel doet, wordt in de kortste keren door dezelfde bladen, vaak met laaghartige en leugenachtige aanvallen op zijn privéleven, de mond gesnoerd. Je zult maar beter de bladen te vriend houden, is de onderliggende waarschuwing.

Schijndemocratie

Aangestoken door de uitgevers en de redacties en opgejaagd door het voyeuristische volk dat om meer bloed schreeuwt, zitten alle spelers in deze perception-is-reality-show gevangen in een vicieuze spiraal met de kracht van een windhoos waartegen blijkbaar geen enkel rampenplan bestand is. Hier zijn nochtans geen winnaars, tenzij de uitgever en zijn hoofdredactie, die verdelen en heersen: de geïnterviewden niet, de slachtoffers niet, de beschuldigden niet, de verweerders niet, de families en aanverwanten daarrond niet, het complete sociale weefsel zeg maar, waardoor ze willens nillens worden meegesleurd in twisten, vetes en afrekeningen waarop ze geen vat meer hebben. Diepe wonden worden geslagen die nooit meer zullen helen. Opvallend is dat de uitgevers, hoofdredacteurs en journalisten de enige bevolkingsgroep zijn die aan die terreur ontsnappen.

Christian Van Thillo is een financier en geen uitgever, hoe hard ook hij zijn best doet om de collega’s en de publieke opinie daarvan met de charmes en de hardnekkigheid van de handelsreiziger te overtuigen

De onverantwoorde en losgeslagen ‘media’ creëren een samenleving van nijd, afgunst en lafheid, van graaiers en van samenzweerders en verklikkers, van opportunisten, cynici en verbitterden die acteren in een publiek lynchspektakel dat in onze moderne, digitale en zogezegd hoogbeschaafde wereld even barbaars is als de openbare terechtstellingen in het middeleeuwse Afghanistan. Het zadelt de samenleving op met een stigma waarvan de gevolgen maar in jaren te overzien zullen zijn: een schijndemocratie waarbinnen desastreuze avonturen uit onze recente geschiedenis niet langer uit te sluiten zijn.

Geen trotse vader

We staan erbij en kijken ernaar. Of steken al te volgzaam onze kop in het zand. Intussen worden de echte problemen in de samenleving en de zorgen, twijfels en angsten van diezelfde mediaconsument platgewalst onder de tsunami van non-nieuws, verstrooiing, leedvermaak en afleiding. Het verbaast me dan ook niet dat we massaal aan de antidepressiva gaan.

Tijdens een interview naar aanleiding van de verschijning van  het boek De vierde onmacht (journalisten, politici en critici over media en journalistiek onder redactie van Frank Thevissen, uitgeverij Van Halewyck, 2010) noemde de journalist mij de vader van de populaire journalistiek in Vlaanderen. Wel, als dat al zo zou zijn, hier schrijft geen trotse vader. Mijn kind Dag Allemaal werd mij door mijn partner in mijn uitgeefavontuur op brutale wijze en onterecht afgepakt, waarover nu reeds elf jaar een arbitrageprocedure gaande is. Hij is een financier en geen uitgever, hoe hard ook hij zijn best doet om de collega’s en de publieke opinie daarvan met de charmes en de hardnekkigheid van de handelsreiziger te overtuigen. Hij heeft het op de koop toe nooit over zijn morele en sociale verantwoordelijkheid van uitgever en vertegenwoordiger van de vierde macht. Het interesseert hem ook niet.

Auteur Arnon Grunberg had dat al meteen door na zijn allereerste ontmoeting met de mediatycoon en schreef daar een column over in Humo van 8 december 2009 onder de veelzeggende  titel ‘De Doodsengel’.

Heksenjacht

Dat zijn de belangrijkste redenen waarom Dag Allemaal geworden is tot wat het nu is: een monster. Dat steekt. Ik geef toe, de drang bekruipt me wel eens om het eigenhandig de nek om te draaien. Dat zou niet eens zo’n moeilijke en moedige daad zijn. Ik zou een nieuw blad kunnen lanceren, Hello Iedereen, waarin week na week de smeuïgste en meest ranzige verhalen over uitgevers, hoofdredacteurs en journalisten worden gepubliceerd, ingefluisterd door en veelvoudig gecheckt bij “een vriend”, “een ex”, “een buurvrouw”, “een goede kennis”, “een insider” of, bedenkelijker nog, van wie “vermoed wordt” of van wie “naar verluidt…”. ‘Dronken hoofdredacteur bespringt ex van tv-icoon’, ‘De favoriete escort van uitgever X’, ‘Het helse horrorhuwelijk  van redacteur Y’,… Ik vermoed maar wat, of heb het van horen zeggen. Succes verzekerd vanaf het eerste nummer. Uitverkocht!

Als Joëlle Milquet denkt dat ze een sympathieke tante zal worden omdat ze pronkt in een modereportage in het weekendmagazine van Het Laatste Nieuws, kan ze het best meteen een punt zetten achter haar politieke carrière

“Het eerste nummer van Hello Iedereen, beste lezer, is hopelijk ook het laatste”, zou ik evenwel mijn editoriaal beginnen. “Maar als het moet, gaan we ermee door zolang dat nodig is.” Een sterke antibioticakuur stop je evenmin vooraleer alle pillen uit het doosje zijn ingenomen. En ook nog: “De waarheid, beste lezer, laat zich niet minnelijk schikken. Ook niet met een commerciële deal”, zoals hoofdredacteur Ilse Beyers van Dag Allemaal verschonend verwoordde naar aanleiding van de heksenjacht van haar blad op Wendy van Wanten.

Het hoeft vanzelfsprekend niet zover te komen. Het is de opdracht en de plicht van alle spelers en betrokkenen voor wie het algemeen belang en het streven naar een harmonieuzere en rechtvaardiger samenleving op de eerste plaats komen.

Massale overheidssteun

Uitgevers die naam waardig moeten opnieuw hun maatschappelijke verantwoordelijkheid van vierde macht ten volle opnemen. Het algemeen belang en het recht op privacy voor iedereen, ook voor BV’s, moeten in ere worden hersteld. De scheidingsmuur tussen pers en entertainment moet opnieuw worden opgetrokken.

Uitgevers moeten het opnieuw hebben over de pers in plaats van over de media (en dat sluit geenszins uit dat ze aan het hoofd van een multimediale onderneming staan), over bladen en tijdschriften in plaats van over producten, over tittels in plaats van over merken, over break-even en het plezier van het uitgeven in plaats van over bottom-line (lees: maximalisatie van de winst). Onafhankelijke redacties moeten opnieuw de middelen krijgen om hun taak op een professionele, geloofwaardige en integere manier in te vullen.

Blijven de uitgevers daaraan verzaken, dan zijn het alleen nog maar platte commercanten die bedrukt papier verkopen en die op generlei wijze aanspraak kunnen maken op de massale overheidssteun die ze nog altijd genieten. Belastinggeld overigens! Minister van Media Ingrid Lieten moet hier per direct paal en perk aan stellen.

Ironische ezelsstamp

Politici, beleidsverantwoordelijken en gezagdragers moeten stoppen met voor de media hun broek te laten zakken en zich te prostitueren voor, ja, voor wat? Toegeven aan de buitensporige eisen van de redacties dient op geen enkele wijze de redenen waarom ze verkozen zijn, noch de belangrijke uitdagingen waarvoor de samenleving staat en waarin ze een primordiale rol te spelen hebben. Integendeel, ze verliezen in een rotvaart hun gezag en waardigheid en worden uiteindelijk vroeger dan laat bij het huisvuil gezet.

Als cdH-voorzitter Joëlle Milquet denkt dat ze meteen een sympathieke tante zal worden voor de doorsnee Vlaming omdat ze pronkt in een modereportage in het weekendmagazine Nina van Het Laatste Nieuws, kan ze het best meteen een punt zetten achter haar politieke carrière. Bovendien krijgt ze in het begeleidend tekstje van de redactie nog een ironische ezelsstamp toe die triomfantelijk meldt dat “madame Non wel oui heeft gezegd tegen Nina!” Als dat geen politiek statement is.

Schaamteloos

De Raad voor de Journalistiek voert een schijnvertoning op die geen enkele invloed op de uitgevers heeft, laat staan een begin van een uitzuivering en zelfregulering op gang brengt

Ik heb het natuurlijk niet alleen op mevrouw Milquet gemunt. Het is een recent, zij het eerder onschuldig voorbeeld van tot wat politici zich moeten lenen. Het gaat in de eerste plaats niet om dat soort zaligmakende lifestylereportages. Het gaat om de wijze waarop politici hun hele privéleven, in goede en slechte tijden, te grabbel moeten gooien om alsnog wat exposure te krijgen in een tijdschrift dat honderdduizenden lezers bereikt. De uitgevers van massabladen hebben geen plaats (meer) voor hetgeen waarmee ze politiek bezig zijn of waarmee ze begaan zouden moeten zijn en waar het in de samenleving echt toe doet. Papier kost geld en daar moet zuinig mee worden omgesprongen.

En als Siegfried Bracke inderdaad meent dat “iedereen die wil weten wat er in Vlaanderen echt leeft Dag Allemaal moet lezen”, is dat een voldoende reden om ernstig aan zijn gezonde beoordelingsvermogen te twijfelen, en dan druk ik mij nog zacht uit.

BV’s uit de entertainmentsector die nog altijd denken dat hun carrière enig voordeel haalt uit hoe ze met de billen bloot gaan, moeten zich eens een keer goed afvragen waarmee ze eigenlijk bezig zijn. Die ene zelfreflectie zou moeten volstaan. Zij hebben zoals elke andere burger in dit land recht op hun privacy. Zij bepalen waar ze de grens trekken, in goede en slechte dagen, tenzij hun verhaal werkelijk een algemeen belang raakt of dient. Maar dat is eerder uitzondering dan regel. Ze kunnen dat nadrukkelijk en zonder vrees aan de hyena’s en lijkenpikkers van ‘de media’ laten weten. (De manier waarop een deelnemer aan het VTM-programma Mijn Restaurant door de populaire bladen schaamteloos werd achtervolgd met dubieuze privé-onthullingen, heeft wellicht een bepalende rol gespeeld in zijn zelfmoord.)

Verzonnen onthullingen

Als de stalking niet stopt, laat het dan klachten regenen, zoek steun bij de bladen en kranten die respect opbrengen voor hetgeen waarmee je bezig bent en waar jij privé de grens trekt. Voeg je bij de groeiende aanhang van Helmut Lotti en Marcel Vanthilt, die wel het lef hadden (en hopelijk blijven hebben) om die ontsporingen aan te klagen. De wijze waarop Dag Allemaal vorige week Helmut Lotti en zijn vrouw Jelle betrok in een verhaal over de fraudezaak van Glenn Janssens getuigt van een een huichelachtige, maar tegelijk gestoorde hoofdredactie. Jelles broer zou betrokken zijn, waardoor op de cover en binnenin (trouw)foto’s van Helmut en Jelle verschijnen die voor het artikel compleet irrelevant zijn! ‘Helmut Lotti en Jelle: machteloos meegesleurd in familiedrama’ staat er dan.

De Raad voor de Journalistiek zou in de strijd tegen de verloedering en de excessen van de tabloidpers een bepalende rol moeten spelen. De Raad voert een schijnvertoning op die geen enkele invloed op de uitgevers heeft, laat staan een begin van een uitzuivering en zelfregulering op gang brengt. De Raad heeft zelfs de dooddoener die de excessen van de schandaaljournalistiek moet verschonen van de uitgevers en hoofdredacties overgenomen: als de BV’s in de bladen willen met de vrolijke en gelukkige momenten van hun privéleven, dan moeten ze ook niet zeuren als dat ook gebeurt in tijden van tegenslag en rampspoed. Ook al zijn het vaak opgeklopte, aangedikte of zelfs verzonnen onthullingen. (Als je echtscheiding vriendschappelijk verloopt, zal de tabloidpers er wel zorg voor dragen dat het een vechtscheiding wordt!)

Wansmakelijk spektakel

Heeft het ene blad een primeur van een BV, dan kun je er gif op innemen dat het andere blad hem de week daarop de grond inboort, en vice versa

Wat meer is: wanneer een klacht van een mediaslachtoffer bij de Raad alsnog gegrond wordt verklaard, wordt hem op het hart gedrukt daarmee geen burgerlijk schadeproces tegen het aangeklaagde blad te beginnen, want dat was nu ook weer niet de bedoeling van de veroordeling. En de afrading werkt !

De populaire bladen zijn vanaf de eerste dag van hun bestaan, en ik kan het weten, vragende partij geweest voor de exclusiviteit op de goednieuwsshow van bekenden van divers pluimage: geboortes, verlovingen, huwelijken, een familiereis. De strijd voor de primeur en de exclusiviteit binnen eenzelfde uitgeverij zorgt bovendien voor een wansmakelijk spektakel. Dag Allemaal en TV-Familie drijven de concurrentie op de spits in een ontluisterend good-cop/bad-cop-rollenspel: heeft het ene blad een primeur van een BV, dan kun je er gif op innemen dat het andere blad hem de week daarop de grond inboort, en vice versa. De betrokkenen hebben (nog) niet door hoe ze worden meegesleurd in een meedogenloze concurrentiestrijd binnen hetzelfde huis.

Tijdelijk publicatieverbod

Het gevecht voor de lezer heeft er trouwens voor gezorgd dat bladen en intussen ook tabloidkranten voor het alleenrecht op tekst en foto’s zijn gaan opbieden en betalen. Een kwalijke evolutie, want wie, BV of niet, zich daarvoor laat betalen, kan zich nog moeilijk beroepen op zijn privacy, al blijft hij ook dan nog dat recht behouden. Maar een consequente houding hierin kan hem veel ellende besparen, te beginnen met een publieke vernedering waaraan geen einde komt.

Het verheugt me anderzijds vast te stellen dat de onlangs verschenen Code van de Raad voor de Journalistiek een stap in de goede richting is. Immers, indien de tabloidmagazines zich houden aan de daarin verschenen richtlijnen in verband met de privacy, worden het dunne boekskes. Maar omdat dwingende strafmaatregelen ontbreken om de overtreders te raken waar het hen het meeste pijn doet, in hun winsten of met een tijdelijk publicatieverbod, wordt het allicht alweer een maat voor niets.

Tenzij een would-be uitgever alsnog overweegt  Hello Iedereen te lanceren?

Auteur: Redactie Apache

Apache is gegroeid uit de blog De Werktitel, de eerste Vlaamse professionele blog geschreven door professionele journalisten. De Werktitel zag op 14 oktober 2009 het levenslicht, Apache nam op 24 februari 2010 zijn plaats in. Maar het werk startte al in het voorjaar van 2009. Toen staken enkele Vlaamse journalisten de koppen bij elkaar en beslisten zich in een avontuur te storten. Omdat degelijke, ongebonden journalistiek nodig is.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid