Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Privatisering van Zorgbedrijf Antwerpen: fabeltjes bestaan niet

14 juni 2021 Kris Cuyvers
pexels-matthias-zomer-339620
Bejaardenzorg (Foto: Matthias Zomer (Pexels))

Tussen 2006 en 2010 was ik als directeur bij ING Antwerpen verantwoordelijk voor de haven, vastgoedfinanciering en institutionele cliënten – zeg maar de overheid. In die hoedanigheid had ik het voorrecht om betrokken te zijn bij diverse interessante discussies, bijvoorbeeld rond verzelfstandiging en privatisering van publieke diensten, instellingen en/of bedrijven.

De recente beslissing van het Antwerpse stadsbestuur om het Zorgbedrijf Antwerpen – zeg maar de zorg- en dienstverlening aan vooral senioren van de stad Antwerpen – te privatiseren, leidde in de gemeenteraad en in de media vooral tot een iets te simplistische ideologische discussie. Vanuit mijn expertise en ervaring wil ik graag een historische en vooral financieel-economische factuele dimensie toevoegen.

Vis noch vlees

De ideologische gevoeligheden rond privatisering van dienstverlening (bijvoorbeeld aan ouderen) is interessant, maar eigenlijk hebben we daarvoor verkiezingen, waarbij we kunnen kiezen voor een eerder links programma met meer aandacht voor overheidsinterventie, dan wel voor een rechts, liberaal beleid.

Alleen draaien verkiezingen momenteel vooral over migratie en integratie, en niet over de kerntaken van de overheid en wat die overheid al dan niet kan betalen.

In België betaalt men (veel) belastingen en met die inkomsten kiest de regering waar ze geld aan besteedt. België is een compromisland en dus schommelt het beleid al decennia tussen centrumlinks en centrumrechts, wat tegelijk een beetje vis noch vlees betekent. Het komt neer op een sterk of minder sterk door de overheid gecorrigeerde liberale economie.

Not for profit?

Dat zien we ook met de privatisering van zorgverlening, en dus nu het Zorgbedrijf Antwerpen. Laat ons beginnen met de naam te ontmaskeren. Het Zorgbedrijf Antwerpen is hetzelfde als het OCMW Antwerpen. De CEO van het Zorgbedrijf Antwerpen rapporteert de facto aan de OCMW-secretaris.

De verzelfstandiging van het zorgbedrijf kwam er niet in de eerste plaats vanwege de negatieve connotatie bij de toekomstige cliënten/patiënten, maar vooral om budgettaire redenen

Zorgverlening (in België) had tot iets meer dan tien jaar geleden vooral een not for profit karakter. Wanneer we in de media vandaag lezen dat CD&V in de peilingen zakt tot 10% en dit binnen de partij grote vrees oproept, dan speelt vooral de vrees om controle over departementen als Zorg en Welzijn te verliezen.

Zorgverlening hoorde historisch vooral bij de christelijke zuil, met de kerk in hoofde van congregaties met eindeloze vzw-vertakkingen. Voor alle duidelijkheid: het is een illusie om te denken dat vzw’s geen winst nastreven. Ze mogen enkel de winst niet uitkeren aan de aandeelhouders of aan de leden van een vzw. (Hoewel zelfs dat op te lossen is.)

De caritatieve christelijke zorg bediende klassiek de eerder vermogende middenklasse, terwijl de minder vermogende klasse terugviel op de OCMW's. Maar “aankloppen bij het OCMW” heeft een negatieve connotatie en dus verzelfstandigde men het OCMW-zorgbedrijf, veranderde men de naam en kwam er een fleurig nieuw logo. It is all about marketing.

Interessant voor banken

Rond die verzelfstandiging van het zorgbedrijf had ik destijds diverse meetings met onder andere toenmalig OCMW-secretaris Monica De Coninck (Vooruit), die ooit in een Spaanse colère schoot toen ik de verzelfstandiging een privatisering noemde … De verzelfstandiging was interessant voor banken. De huidige privatisering nog meer.

Waarom? De verzelfstandiging van bijvoorbeeld het zorgbedrijf kwam er niet in de eerste plaats vanwege de negatieve connotatie bij de toekomstige cliënten/patiënten, maar toen al vooral om budgettaire redenen.

Budgettair stonden de steden en gemeenten onder zware druk na de financiële crisis van 2008 en het verlies van de inkomsten van Gemeentekrediet/Dexia. De uitgaven moesten naar beneden of moesten – door verzelfstandiging – uit de begroting verdwijnen. Uiteraard kan er – zoals bij het zorgbedrijf – een dotatie blijven voor exploitatie- en investeringsopdrachten vanwege de aandeelhouder.

Wie wint?

Door de vergrijzing van de bevolking moest er tegelijk bijkomend geïnvesteerd worden in zorg- en dienstverlening. De begroting gaf daar echter weinig ruimte toe. Daar kwam het sociaal passief (de loonkost, maar ook de pensioenverplichtingen van het talrijke personeel) bovenop.

Wie betaalt de rekening? De staat en dus de belastingbetaler.

Banken waren sterk geïnteresseerd in het beheren van die pensioensfondsen, maar ook in het financieren van de investeringen van verzelfstandigde zorgbedrijven. Ze hadden daarvoor goede financiële redenen: als het slecht ging was men als bank beschermd door de garantie van de enige aandeelhouder van de publiekrechtelijke vennootschap, zijnde de stad. Zulke garantie bleef zolang het goed gaat buiten de begroting van de stad.

Wie wint vooral? De bank.

Wie wint vooral bij privatisering? De bank en de kapitaalmarkten.

Wie betaalt de rekening? De staat en dus de belastingbetaler.

RIZIV als melkkoe

Bovenstaande vaststelling maakt de ideologische discussie bijna naast de kwestie. De overheid en dus de belastingbetaler blijft betalen. De essentie van privatisering is een geloof, al dan niet terecht, dat wat door de vrije markt gedaan wordt beter en goedkoper zal zijn voor de consument.

U denkt dat u de consument bent, maar dat klopt niet …De consument is hij of zij die betaalt en in België is het vooral de staat die betaalt aan de private, caritatieve of publieke zorgbedrijven op basis van subsidies (bouw van instellingen, BTW-tarieven, enz ...) en natuurlijk, het RIZIV.

De private kapitaalmarkten hebben al lang ontdekt dat het RIZIV een melkkoe is. Vandaar dat private zorggroepen als Armonea en Senior Living ontstonden, beide gesteund door investeringsfondsen en intussen allebei in Franse handen. Over geldtransferts van België naar Frankrijk gesproken …

Cui bono?

Als je de zorgverlening wil privatiseren moet je dus eigenlijk het RIZIV privatiseren en de mutualiteiten afschaffen en vervangen door private verzekering. Mijn persoonlijke mening is dat dit in het huidige post-Covid-klimaat met een staatsschuld van ongeveer 120% onvermijdelijk is, maar dat doet er nu minder toe.

De stad vergeet te zeggen dat ze de volgende 30 jaar (als exploitant van de centra) de geïndexeerde huur zal moeten betalen

Een andere vraag is interessanter: waarom moet er eigenlijk geprivatiseerd worden? Hiervoor moet men zich de vraag stellen: cui bono? Wie heeft belang bij een privatisering?

De stad heeft een budgettair belang. Ik begrijp het stadsbestuur wel. Door Covid is er een verder gat geslagen in de begroting en er moet gekozen worden tussen budgetposten. Zorgbedrijf Antwerpen is nog steeds een belangrijke budgetpost en springt dus in het oog. Het zorgbedrijf is bovendien één van de kroonjuwelen van de stad en “verkoopt” dus het makkelijkst. Met verkopen bedoelen we “privatiseren”, wat de facto wel neerkomt op verkopen.

Immers, om te privatiseren moet de vennootschap van publiekrecht naar privaatrecht omgevormd worden. Ze is dan privaat en niet meer publiek, weliswaar met een publieke meerderheidsaandeelhouder. Vooralsnog.

Men kan vervolgens een kapitaalsverhoging toelaten waardoor de dotatie van de stad naar beneden kan. Er kan (op termijn) zelfs een pakket aandelen worden verkocht, waardoor de stad cash euro’s krijgt.

Vervolgens wordt de vastgoedportefeuille liquide gemaakt door afsplitsing en verkoop aan vastgoedfondsen zodat het zorgbedrijf zich louter op de zorgtaken kan toeleggen. Maar de verkoop van het vastgoed doe je natuurlijk maar één keer en dat zal in principe aan de hoogste waarde gebeuren.

Logisch? Ja, alleen vergeet de stad te zeggen dat ze op die hoogste waarde de volgende 30 jaar (als exploitant van de centra) de geïndexeerde huur zal betalen. Dat is de essentie van een 'sale and lease back'-formule. Dergelijke huurafdrachten zijn er vandaag niet. De kosten nemen dus toe en parallel zullen de dagprijzen van het zorgbedrijf stijgen.

Fabeltjes

Vergeet ook niet dat de private investeerder in tegenstelling tot de publieke een veel hogere rendementsverwachting zal hebben, wat enkel kan gerealiseerd worden door omzetgroei en kostenreductie. De publieke aandeelhouder aanvaardt vaak een nul rendement zolang de publieke doelstellingen gerealiseerd worden. De private investeerder verwacht minstens 20% rendement op zijn kapitaal (elk jaar opnieuw).

“Too good to be true” is meestal “not true”

Ook het management van het Zorgbedrijf heeft een belang, want werken voor een privaat in plaats van voor een publiek bedrijf betekent andere (en betere) loonvoordelen. Misschien zelfs aandelenopties.

Maar de banken en kapitaalmarkten hebben een nog groter belang. Een privatisering komt niet uit de lucht gevallen. Het is een huwelijk, vaak na een (lange) verloving, met banken en kapitaalmarkten.

Op een transactie zoals de privatisering van het zorgbedrijf verdienen de financiële instellingen achter de schermen enkele miljoenen euro’s aan retainer en success fees. En ze zullen dat bovendien binnen enkele jaren opnieuw doen. Een investeerder doet dat namelijk niet voor honderd, maar voor vijf jaar, waarna de participatie doorverkocht wordt aan bijvoorbeeld een Franse groep of naar de beurs wordt gebracht zoals met bijvoorbeeld bpost het geval was.

De conclusie? Bezint eer ge begint. En geloof vooral niet in fabeltjes. “Too good to be true” is meestal “not true”.

Persoonlijk pleit ik voor een professioneel publiek beheer, bijvoorbeeld op federaal of Vlaams niveau, van dergelijke privatiseringen en vervolgens het beheer van zulke bedrijven met een publiek belang. Op niveau van zelfs een stad als Antwerpen ontbreekt de juridische, economische en financiële knowhow en spreken we over tien jaar waarschijnlijk van één of ander schandaal rond het Zorgbedrijf ...

LEES OOK