Consonantie is saai, dissonantie is moeilijk

 Leestijd: 4 minuten1

Kunnen we cognitieve dissonantie te lijf gaan op een andere manier dan ofwel onze overtuiging en ons gedrag te veranderen, ofwel onszelf voor het lapje te houden?

In de muziek kunnen twee tonen die samen worden gespeeld aangenaam klinken, of onaangenaam. In het eerste geval spreken we van consonantie, in het tweede van dissonantie. Net zoals andere begrippen uit de muziek zoals harmonie, tempo en resonantie wordt ook deze term meer algemeen gebruikt als een metafoor wanneer we het over menselijk gedrag en interactie hebben. Een bijzonder geval is dat van cognitieve dissonantie, die de situatie beschrijft waarin men overtuigingen en waarden heeft die strijdig zijn met elkaar, of die worden tegengesproken door de feiten of door de manier waarop men handelt.

De theorie rond cognitieve dissonantie werd ontwikkeld door sociaal psycholoog Leon Festinger in het midden van de vorige eeuw. Festinger en zijn collega’s hadden besloten toe te treden tot een obscure apocalyptische cultus, de Seekers. Ten gevolge van boodschappen die de leider ervan beweerde te hebben ontvangen van superieure wezens op de planeet Clarion, voorspelde die sekte dat de aarde zou worden vernietigd door een zondvloed in de vroege ochtend van 21 december 1954. Een klein groepje ware gelovigen zou echter worden gered door een ufo die die ochtend om middernacht zou verschijnen. De onderzoekers verwachtten natuurlijk (terecht, zoals later bleek) dat er geen zondvloed zou plaatsvinden, en dat er geen ufo zou opduiken, maar ze wilden observeren hoe de leden van de cultus zouden reageren wanneer realiteit en geloof uiteenliepen.

‘Ze nemen ons eindelijk mee! (Toch?)’ (Foto: CC BY Maxime Raynal (Flickr))

Velen hadden hun oude leven vaarwel gezegd, baan en huwelijk opgegeven en hun aardse bezittingen weggeschonken ter voorbereiding van hun aangekondigde vertrek in de ufo. Toen er op 21 december geen ruimtetuig verscheen, gaven sommigen sekteleden met tegenzin toe dat ze verkeerd waren geweest. Maar het feit dat de leider inmiddels een nieuwe boodschap had ontvangen, versterkte de overtuiging van de meest fervente gelovigen nog verder. Ze beweerden dat dankzij de kracht van hun geloof de aarde gespaard was gebleven van de nakende ramp. (Het hele verhaal wordt verteld in het boek When Prophecy Fails.)

Een nieuwe theorie

De bevindingen van dit opmerkelijke natuurlijke experiment droegen bij tot het formuleren van een cognitieve dissonantietheorie. Die stelt dat de ervaring van inconsistentie (of dissonantie) tussen overtuigingen onderling, of tussen een overtuiging en feiten of gedrag psychologisch oncomfortabel is. Dit ongemak motiveert ons vervolgens om te proberen die dissonantie te verminderen en situaties te vermijden die haar versterken.

David McRaney, de gastheer van de uitstekende podcast You are not so smart, vat die twee responsen samen in een recente episode rond samenzweringstheorieën. Wanneer uit een interpretatie van nieuwe feiten blijkt dat ze in strijd zijn met onze overtuiging (en dus ook met hoe we, in overeenstemming ermee, handelen), ervaren we cognitieve dissonantie, tot we ofwel onze overtuiging aanpassen, ofwel onze interpretatie van de feiten veranderen.

Festinger illustreert dit aan de hand van een roker die verneemt dat zijn gewoonte schadelijk is voor zijn gezondheid. Hij kan ofwel zijn eerdere overtuiging, dat roken niet ongezond is, aanpassen en het roken opgeven, ofwel via mentale maneuvers de nieuwe informatie zodanig interpreteren dat zijn overtuiging onaangetast blijft en hij zijn gedrag kan handhaven – bijvoorbeeld door ze te minimaliseren (roken is niet zo slecht als sommigen beweren) of door informatie aan te halen die de positieve effecten van roken in de verf zet (het helpt je gewicht onder controle te houden).

Wie mag eerst? (Beeld: Wilfried Pohnke (Pixabay))

Cognitieve dissonantie is dus niet enkel iets voor samenzweringsdenkers. Conflicten tussen overtuigingen, waarden en principes komen ook ver daarbuiten voor. Een reeks tweets van epidemioloog Luc Bonneux vormt een interessant voorbeeld, dat verband houdt met de manier waarop voorrang wordt gegeven aan bepaalde bevolkingsgroepen bij het vaccineren tegen Covid-19. In de meeste landen mogen oudere personen en zij die kwetsbaar zijn vanwege bestaande aandoeningen (diabetes, obesitas enz.) vooraan in de rij gaan staan.

Bonneux merkt daarbij op dat er iets over het hoofd wordt gezien: het verschil tussen man en vrouw bij Covid-19-patiënten. Onderzoek door Jian-Min Jin wees bijvoorbeeld uit dat, terwijl de ziekte evenveel voorkomt bij beide geslachten, de kans voor een man om eraan te bezwijken 2,4 keer groter is dan voor een vrouw. Bonneux observeert dat een gezonde man tussen 60 en 64 jaar oud, zonder verhoogd risico door levensstijlfactoren, een hogere kans loopt te overlijden dan een vrouw tussen 50 en 54 met obesitas, hoge bloeddruk en verhoogde cholesterol. Is dit geen discriminatie, vraagt hij zich af – zou men mannen dan geen voorrang moeten geven bij het vaccineren? En terwijl we toch bezig zijn, zou dat ook niet moeten gelden voor ultra-orthodoxe joden die, omwille van hun godsdienst en in tegenstelling tot katholieken, huwelijken moeten vieren met grote aantallen, of zelfs voor rokers die ook een hoger risico lopen dan niet-rokers?

Je ziet meteen hoe dit inzicht tot cognitieve dissonantie kan leiden bij wie de vaccinatieaanpak bepaalt. Consistent het principe toepassen dat wie het hoogste risico loopt het eerst aan bod komt, leidt tot een onvermijdelijke aanvaring met andere principes, zoals gendergelijkheid en godsdienstvrijheid.

Dissonantie voor iedereen

Mocht u denken dat cognitieve dissonantie ver van uw bed is, denk dan even hierover na. De meeste mensen (en ik vermoed ook u, beste lezer) geloven dat een wereld waarin iedereen genoeg te eten heeft beter is dan een wereld waarin mensen de hongerdood sterven. Maar handelen we ook consistent in overeenstemming met die overtuiging en weerspiegelt hoe we onze middelen besteden dat geloof? Doen we alles wat mogelijk is om dat ideaal te realiseren?

De spanning tussen goed en slecht is inherent en alomtegenwoordig

Zelfs de mentale gymnastiek die we moeten volgen om cognitieve dissonantie te vermijden door het herschikken van onze interpretatie van de feiten is ongemakkelijk: we weten vaak, diep binnenin, dat we enkel proberen onszelf te bedriegen. Hinderlijke feiten negeren laat ons toe te blijven voorwenden dat we mensen met principes zijn, die het rechtschapen pad bewandelen – ongeacht of we nu het vaccinatiebeleid bepalen, of een doodgewone burger zijn.

Er is nog een andere manier om met cognitieve dissonantie om te gaan. Die voelen we het sterkst wanneer het aan nuance ontbreekt in onze perceptie, dus wanneer we proberen een simplistisch, absolutistisch wereldbeeld te handhaven waarin overtuigingen onvoorwaardelijk 100% waar of onwaar zijn. Het is makkelijk en aantrekkelijk die overtuigingen, en meer nog, de mensen die ze aanhangen, in te delen in twee categorieën: goed en slecht. Makkelijk, aantrekkelijk en… niet compatibel met de complexiteit van onze werkelijke wereld.

De spanning tussen goed en slecht is inherent en alomtegenwoordig. Zelfs de simpelste transactie bevat beide: een kop koffie kopen is tezelfdertijd slecht (het kost geld) én goed (we genieten ervan). En toch ervaren we hier geen cognitieve dissonantie. En ook in complexere situaties, kunnen we de spanning tussen goed en slecht erkennen. Een opiniestuk in The L.A. times door liberaal columnist Virginia Hefferman schetst een mooi beeld: haar buren, fervente aanhangers van Donald Trump, hebben ongevraagd de sneeuw geruimd voor haar huis. Ze citeert Republikeins senator Ben Sasse: “Je kunt niet iemand haten die de sneeuw ruimt van je oprit.” Ook iemand met ‘slechte’ overtuigingen, kan iets ‘goeds’ doen.

Spanning is overigens ook een term met een muzikale betekenis. Een muziekstuk dat enkel consonantie bevat van begin tot einde is ontiegelijk saai. Noten toevoegen die niet echt passen bij de akkoorden, of noten vervangen om harmonieën te wijzigen bouwt spanning op (en ontspant ze dan weer), en dat is precies wat een muziekstuk interessant maakt.

Zo is het ook in het leven.

Misschien bestaat de belangrijkste cognitieve dissonantie wel tussen een bot, ongesofisticeerd perspectief op de wereld waarin mensen en dingen ofwel goed zijn ofwel slecht, en anderzijds de realiteit waarin mensen noch goed zijn, noch slecht, maar een complexe mengeling van de twee met een dynamisch spanningsveld ertussen.

Als we bereid zijn ons perspectief bij te stellen, dan zullen we verder veel minder last hebben van cognitieve dissonantie, en kan het leven net zo interessant en rijk zijn als het meest meeslepende muziekstuk dat we kennen.


Uitgelichte afbeelding: CC BY KylaBorg (Flickr)

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele.