Een avondklok op juridisch drijfzand

 Leestijd: 3 minuten8

In de strijd tegen het coronavirus kondigde gouverneur Cathy Berx een avondklok af voor de hele provincie Antwerpen. Twee vragen moeten hierbij gesteld worden: is er een wettelijke basis voor de maatregel? Is de maatregel maatschappelijk verantwoord in deze crisistijd?

De corona-toestand is ernstig en vereist ingrijpende maatregelen. Geen zinnig mens betwist dit. Dit belet niet dat kritische vragen kunnen gesteld worden bij de maatregelen. Vooral de avondklok, ingesteld door de Antwerpse gouverneur Cathy Berx is geen fait divers.

Het feit dat, volgens Antwerps rector Herman Van Goethem, de Duitse bezetter de laatste was die de avondklok instelde moet ons toch doen nadenken. Het is een ingrijpende maatregel die in de geschiedenis van België 75 jaar begraven bleef.

De gouverneur steunt haar Politieverordening op twee juridische gronden: artikel 128 van de Provinciewet en artikel 23 van het Ministerieel Besluit van 30 juni 2020. Dit is niet de plaats om deze discussie au fond te voeren, daarvoor is er de Raad van State. Toch zijn enkele bedenkingen op hun plaats.

Bevoegd?

Artikel 128 geeft de gouverneur de bevoegdheid om in de provincie de openbare orde te handhaven, te weten de openbare rust, veiligheid en gezondheid. Dit artikel zegt in de paragrafen die er op volgen dat zij hiertoe beroep kan doen op de politiediensten. Het artikel is historisch bedoeld om de gouverneur toe te laten de politie op te vorderen als de openbare orde in het gedrang is, ook als dit te maken heeft met de gezondheid.

Antwerpen (Foto: Cédric Dhaenens (Unsplash))

De vraag is of vandaag de openbare orde effectief problematisch is. De vraag is verder of de bevoegdheid van de gouverneur verder reikt dan het inschakelen van de politie, en, of dit artikel haar de macht geeft om 12 maatregelen, waaronder de avondklok, af te kondigen.

Er is hierover weinig rechtsleer of rechtspraak. De vragen blijven dus. Naar onze mening laat dit artikel niet toe om het soort politieverordening te maken dat nu afgekondigd is. Tussen haakjes: de burgemeesters hebben wel deze bevoegdheid.

De regering was zich blijkbaar bewust van de beperkte bevoegdheid van de gouverneur. Zij kan aan de gouverneur geen ruimere bevoegdheden geven dan de provinciewet toelaat. Daarom is het vermelde artikel 23 belangrijk in deze discussie. Wie dit in zijn geheel leest, stelt vast dat de regering aan de burgemeesters, in overleg met de gouverneur, de bevoegdheid gaf om ‘aanvullende preventieve maatregelen’ te nemen. Dus niet aan de gouverneur zelf.

Artikel 23 vormt geen grondslag voor een optreden van de gouverneur

Het valt een aandachtig jurist op dat de gouverneur in de politieverordening, waar zij artikel 23 citeert, één zinnetje weglaat. Dit zinnetje luidt: ‘Hij (de burgemeester) informeert hierover (als hij maatregelen neemt) de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten.’

Waarom valt dit zinnetje weg? Omdat het bevestigt dat artikel 23 handelt over bevoegdheden toebedeeld aan de burgemeesters en geen grondslag vormt voor een optreden van de gouverneur. Artikel 23 laat wel toe dat de burgemeesters voor hun stad of gemeente specifieke en aangepaste maatregelen nemen. Nu wordt de ganse provincie Antwerpen, met haar verscheidenheid aan steden en dorpen, over dezelfde kam geschoren.

Noodzakelijk en proportioneel?

Zelfs al mocht de gouverneur wel bevoegd zijn, dan nog blijft de vraag of een avondklok een noodzakelijke en proportionele maatregel is, en of andere minder ingrijpende maatregelen niet hetzelfde effect kunnen hebben. Dit is naast een maatschappelijk debat ook een juridisch debat.

‘Deze avondklok schept een gevaarlijk precedent: eens eraan gewend kan het in tijden van bijvoorbeeld sociale onrust uit de doos van pandora gehaald worden’

Je kan zeggen dat de avondklok een noodzakelijke maatregel is om het virus in te dijken. Alles kan hierbij helpen, ook een avondklok. Dan nog is de vraag of deze wel in verhouding is tot het kwaad: niet alles wat kan en helpt, mag worden doorgevoerd.

De invoering van de avondklok is een drastische vrijheidsbeperkende maatregel. Bovendien geldt hij meteen voor een (eerste?) lange periode van vier weken. Het is geen onschuldige maatregel, niet alleen kwalitatief, maar ook politiek en historisch van een andere orde dan bijvoorbeeld een algemene mondmaskerplicht. Het schept een gevaarlijk precedent: eens eraan gewend kan het in tijden van bijvoorbeeld sociale onrust uit de doos van pandora gehaald worden.

De gouverneur geeft als motief dat avondlijke feesten een bron zijn van verschillende besmettingen. Wij gaan ervan uit dat dit zo is, maar zijn van mening dat andere maatregelen wellicht doeltreffender en meer in verhouding staan om het virus bij het nekvel te pakken.

‘Zijn de reeds afgekondigde maatregelen niet afdoende om ‘het kwaad’ in te dijken? Waarom moet daar nog een avondklok bovenop?’

Zo kan er opgelegd worden dat privéfeesten op een bepaald uur moeten stoppen. Zo kunnen cafés of restaurants die de regels niet respecteren nu ook al gesloten worden, en dat gebeurt effectief. Zo kan samenscholing op de openbare weg beperkt worden wat het aantal personen betreft. Deze maatregel staat overigens al in de verordening van de gouverneur.

Bovendien zijn er ook nog de federale maatregelen, die ook voor Antwerpen gelden. De vraag is of al die maatregelen niet afdoende zijn om ‘het kwaad’ in te dijken. Waarom moet daar nog een avondklok bovenop?

De maatregel geldt ook voor de ganse provincie, terwijl de tweede golf specifieker te lokaliseren is. Zo stellen de burgemeester van de ‘kleine dorpjes’ in de Kempen zich terecht de vraag waarom dit alles ook voor hun dorp geldt.

Coronatijden doen wat met de democratie. Het is precies in die precaire tijden dat er omzichtig moet omgesprongen worden met de vrijheden en grondrechten. Het virus moet verslagen worden, maar wij moeten ons hoeden voor de collateral damage.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Zohra Othman

Zohra Othman is advocaat bij Justis Lawyers Group.

Auteur: Raf Jespers

Raf Jespers is advocaat bij Justis Lawyers Group en auteur van ‘Big Brother in Europa’.

Auteur: Jan De Lien

Jan De Lien is advocaat bij Justis Lawyers Group.