Verhelpen sociaal-sportieve praktijken kinderarmoede?

 Leestijd: 5 minuten0

Armoede. Kinderen in armoede. Het zijn thema’s die weinig, te weinig, aan bod kwamen in het maatschappelijk debat. Door de invoering van de alom besproken lockdown naar aanleiding van Covid-19 en de inspanningen van allerlei middenveldorganisaties, is armoede eindelijk meer op de voorgrond verschenen. Dat is maar goed ook, want armoede zit in een stijgende lijn.

Volgens de cijfers van Kind & Gezin steeg de kansarmoede-index (het aantal geboorten in een kansarm gezin) in Vlaanderen van 7,9% in 2008 naar 12,8% in 2016. In grote steden zoals Antwerpen en Gent zijn de cijfers schrikbarend hoog, respectievelijk 27,7% en 21,6% in 2016. In Genk is het cijfer zelfs 29,9%.

De kinderen die in armoede geboren worden, hebben het zwaar. Velen geraken niet uit de vicieuze cirkel van armoede. Daarvoor zijn zeer veel oorzaken: uitkeringen van ouders liggen onder de armoedegrens of onderwijs is onvoldoende in staat om gelijke onderwijskansen te bieden. Het leven moet dan nog maar pas beginnen.

Hoe kunnen we deze kinderen die opgroeien in armoede helpen? Hoe kunnen we hen versterken? Hoe kunnen we er voor zorgen dat de volgende generatie kinderen niet meer in armoede moet opgroeien?

Grote woorden

Door de combinatie van de gigantisch hoge armoedecijfers en de lockdown werd opeens heel snel duidelijk dat voor heel veel kinderen thuisonderwijs niet mogelijk was. Leerlingen hebben geen toegang tot studiemateriaal of hebben geen printer, geen laptop en dergelijke. Tegelijkertijd wordt er wel van hen verwacht dat ze inspanningen leveren om taken te maken en lessen te volgen.

Tienduizend laptops werden er ingezameld, menig nieuwsstudio werden platgelopen om kenbaar te maken dat de politiek het probleem moet aanpakken. Uiteindelijk bleken meer dan 20.000 laptops noodzakelijk en zelfs dan vallen er nog steeds gezinnen uit de boot. In de praktijk bleek het al helemaal onmogelijk om die laptops snel tot bij de kinderen te krijgen, maar ondertussen startten de pre-teaching lessen wel.

Spelpakketten worden door de overheid ten vroegste vanaf juli verdeeld

Jeugdwerk-organisaties startten spontaan met het verdelen van knutselpakketten. Ook Sportpret vzw volgde en verdeelde 325 pakketten. Niet veel later volgde de politiek, want ook zij gingen middelen voorzien om spelpakketten aan te bieden. Volgens de laatste updates die ik kreeg, start de effectieve bedeling van deze pakketten ten vroegste in juli.

Kortom, er wordt aan paniekvoetbal gedaan. Plots is de aandacht gefocust op armoede en beseffen overheden dat ze het probleem niet langer kunnen blijven negeren. Alleen is de vraag of dergelijke projecten van korte duur een grote meerwaarde zijn voor de oplossing.

Kinderarmoede is een structureel probleem dat ook structureel moet aangepakt worden. Tegen eind augustus zal dat spelpakket wel uitgespeeld zijn. Over twee tot drie jaar zitten die kinderen opnieuw zonder laptop, als hun opgekalefaterde laptop, dan vijf tot zes jaar jaar oud, er de brui aan geeft. Terug naar af.

Dus niets doen is beter?

Uiteraard zijn de maatregelen die getroffen zijn enkel maar toe te juichen. Er is echter nood aan een duurzame visie om het probleem aan te pakken en te streven naar oplossingen. Op alle vlakken. Initiatieven van het jeugdwerk focussen al langer op de meest kwetsbare kinderen en jongeren. Zeker in stedelijke contexten leveren deze organisaties prachtig werk met de beperkte middelen die ze hebben.

Daarnaast is er ook vanuit sportieve hoek de wil om bereikbaarder te zijn voor kinderen en jongeren die opgroeien in armoede. Voor kinderen is sport heel belangrijk en lid zijn van een sportclub is een enorme meerwaarde. Zo komen ze terecht in een omgeving die hun ontwikkeling verder stimuleert.

Dit geldt op fysiek en motorisch vlak, maar even goed ook op sociaal en emotioneel vlak. Jongeren bouwen een groter netwerk uit en misschien zit er echt talent tussen of blinkt er iemand wel uit als trainer?

Een sportclub kan een echte boost aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren geven en zo hun toekomstkansen vergroten

Kortom, een sportclub kan een echte boost aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren geven en zo hun toekomstkansen vergroten. Door deze jongeren zelfvertrouwen te geven en hen vaardigheden en attituden bij te brengen, staan ze sterker in hun schoenen en zijn ze beter voorbereid op de arbeidsmarkt.

De verenigingen die bezig zijn om via sport de meest kwetsbare kinderen en jongeren in onze samenleving te bereiken hebben zich verzameld onder de noemer sociaal-sportieve praktijken. Er zijn namelijk heel wat uitdagingen verbonden aan deze nieuwe hybride vorm van jeugd- en sportwerk en samen staan we sterker. In Vlaanderen zijn er volgens recent onderzoek 237 sociaal-sportieve praktijken terug te vinden.

Sociaal-sportieve praktijken

Verschillende uitdagingen kruisen het pad van sociaal-sportieve praktijken. Allereerst is er een indelingsprobleem. Wat zijn sociaal-sportieve praktijken? Een omnisportclub die kinderen daarnaast met taken begeleid: valt dat onder de beleidstak jeugd, onderwijs of het beleidsdomein sport?

Sociaal-sportieve praktijken zijn verenigingen die bezig zijn om via sport de meest kwetsbare kinderen en jongeren in onze samenleving te bereiken

Op lokaal niveau zorgt dit vaak voor problemen rond erkenning en bijhorende subsidies. Krijgt een sociaal-sportieve praktijk ook een goedkoop huurtarief van de lokale sporthal ook al is het geen erkende sportclub? Of betalen zij de volle pot, ook al organiseren ze dat uur in de sporthal een volwaardig sportaanbod? Door het steeds meer opsplitsen van beleidsdomeinen krijgen hybride, innovatieve tussenvormen het moeilijk.

Deze sociaal-sportieve praktijken vullen een groot gat, aangezien er kinderen en jongeren zijn die opgroeien in armoede en geen aansluiting vinden bij het reguliere sportaanbod.

Door het steeds meer opsplitsen van beleidsdomeinen krijgen hybride, innovatieve tussenvormen het moeilijk

Dit komt door het lidgeld dat soms kan oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar, maar ook door alle andere drempels die (onbewust) aanwezig zijn in sportclubs. Denk hierbij aan het (verplicht) carpoolen naar wedstrijden van de kinderen, het aankopen van een (verplicht) sporttenue, de inkom die wordt gevraagd om naar de wedstrijd te komen kijken, de onuitgesproken verwachting om de club te steunen door wafels te kopen of een drankje te nuttigen na de match, en dergelijke.

Er zijn echter ook andere drempels die niet samenhangen met het financiële en die zijn enorm belangrijk. Communicatie naar gezinnen in armoede verloopt bijvoorbeeld anders. Ook de stap om naar een sportclub te gaan voor deze gezinnen is enorm. Families in armoede hebben geen uitgebreid netwerk dus vaak kennen ze niemand in de sportclub. Dat maakt het heel lastig om zelf de stap te zetten en vraagt daarom veel zelfvertrouwen en durf.

Sociaal-sportieve praktijken proberen net op deze drempels in te zetten. Dit doen ze door bewust te kiezen voor wijken waar geen enkele andere club wil opstarten. Ze zoeken zelf gezinnen op om hen te overtuigen om toch eens langs te komen. Ze werken samen met lokale armoede-organisaties of sociale diensten en hanteren duidelijke en haalbare prijzen. Ze gaan flexibel om en maken tijd om individueel te kijken wat er wel en niet mogelijk is. Daar kruipt tijd en geld in. Geld dat ook sociaal-sportieve praktijken niet makkelijk bij elkaar vinden.

Memorandum

Sportpret heeft samen met 34 andere sociaal-sportieve praktijken een memorandum ondertekend. Dit doen ze om aandacht te vragen maar ook om samen naar oplossingen te streven, duurzame oplossingen.

Door de vaak bottom-up ontwikkeling van de initiatieven en de wankele positie tussen jeugd, sport en welzijn, maakt dat er bijna geen duurzame ondersteuning bestaat. Tegelijkertijd zijn sociaal-sportieve praktijken ook geen minderwaardig tussenstation naar de reguliere sportclub, maar een volwaardig alternatief waar ontplooiing van de deelnemers centraal staat. Het is van uitermate belang dat die positie tussen het sportieve en het sociale wordt gevalideerd en gewaardeerd, waarbij duurzame samenwerkingen kunnen ontstaan.

Het is van uitermate belang dat die positie tussen het sportieve en het sociale wordt gevalideerd en gewaardeerd

Daarbij is de rol van maatschappelijke sportcoaches die elke dag aan de slag gaan met deze kinderen en jongeren van essentieel belang. Correcte ondersteuning en vorming is nodig. Ook in het bestaande opleidingsaanbod voor sporttrainers zijn te weinig sociale accenten aanwezig waardoor sportclubs en hun trainers te weinig oog hebben voor deze kwetsbare doelgroepen.

Sociaal-sportieve praktijken kunnen een bijdrage leveren om kinderarmoede aan te pakken en de kinderen en jongeren die opgroeien in armoede extra kansen geven. Ze kunnen persoonlijke ontwikkelingskansen vergroten, maar ook een veilige haven zijn om alle zorgen even te vergeten, een plek waar ze hun netwerk kunnen uitbreiden en een plek waar ze gezond kunnen opgroeien met respect voor wie ze zijn.

Er zou daarom voor sociaal-sportieve praktijken meer aandacht moeten zijn, waarbij op lange termijn gewerkt wordt, om een volgende generatie kinderen in armoede te vermijden.


Uitgelichte foto: © Sportpret vzw

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Aïlan Iriks-Bickx

Aïlan Iriks-Bickx is oprichter en voorzitter van Sportpret vzw, een organisatie die sport- en spelactiviteiten organiseert voor kinderen die opgroeien in kansarmoede. Een jonge organisatie die nog geen stabiele financiële ondersteuning heeft en volop zoekt naar een duurzame werking.