Menswaardige opvang in coronatijden

 Leestijd: 10 minuten0

Het coronavirus zet de samenleving letterlijk ‘on hold’. Onze bewegingsvrijheid, ons gevoel van veiligheid en alledaags denken en handelen worden serieus op de proef gesteld. Voor asielzoekers in opvangcentra geldt dat in het kwadraat. We zien controle- en veiligheidsmaatregelen die het samenleven in opvangcentra onder druk zetten. Rechten worden gefnuikt en menselijke waardigheid komt in het gedrang. De gevolgen van het opvangbeleid en toenemende stigmatisering van deze doelgroep spelen daarin een belangrijke rol. Een inkijk in het leven in een opvangcentrum op basis van gesprekken met medewerkers en bewoners.

Ahmed wordt wakker na een alweer woelige en onrustige nacht. Onzekerheid en angsten spoken dag en nacht door zijn hoofd. De voorbije weken waren zwaar. Het leven in het opvangcentrum ging een volgende fase in, een fase met minder mogelijkheden en meer risico’s, zowel voor bewoners als medewerkers. Hij betrekt met zijn gezin een kleine kamer in een centrum waar zij samen proberen om deze moeilijke dagen te trotseren.

De afleiding van school, Nederlandse les en activiteiten zijn stil gevallen. De onzekerheid over de toekomst is moeilijk te vatten, de eindfase van de asielprocedure meer dan ooit onzeker en werken is voorlopig niet mogelijk

De kinderen vragen ongeduldig naar een dagplanning, willen ontbijten en dringen aan op een nieuwe poging om te bellen met de grootouders die zijn achtergebleven in hun thuisland. Wifi in de woonunit is te zwak dus dienen ze zich te verplaatsen naar het hoofdgebouw waar vele tientallen bewoners trachten de buitenwereld binnen te halen via hun smartphone. Stippen op de grond geven aan hoe ver ze van elkaar mogen staan en ze bidden stil dat de wifi niet weer zal uitvallen op het moment dat ze bellen met hun thuisland.

Het vertrek en de vlucht wegen op hem meer dan tevoren. De afleiding van school, Nederlandse les en activiteiten zijn stil gevallen. De onzekerheid over de toekomst is moeilijk te vatten, de eindfase van de asielprocedure meer dan ooit onzeker en werken is voorlopig niet mogelijk. Ahmed wil echter graag werken want het beperkte zakgeld is helemaal niet voldoende voor de noden van zijn gezin. “Laat ons alsjeblief werken. Het zal ons voldoening geven en zo kunnen we ook ons steentje bijdragen”, horen we.

Ahmed is niet alleen. Zijn verhaal is typerend voor vele bewoners in onze grootschalige opvangcentra. Centra waar velen samenslapen met 4, 6 of zelfs meer bewoners. Plaatsen waar samenslapen nu meer dan ooit samen-leven betekent. Niet in de positieve zin, maar noodgedwongen opeengeprangd.

Kleinschalige opvang

Het leven in een opvangcentrum is altijd al een uitdaging geweest. Een micro-samenleving waar vele nationaliteiten, culturen, religies naast en met elkaar moeten leven. Zeker na de beslissingen van de voormalige en huidige federale regering om vooral in te zetten op grootschalige opvangstructuren.

België heeft meer dan 70 opvangcentra voor ongeveer 26.000 verzoekers om internationale bescherming. Opvangcentra die door beleidskeuzes van de voorbije jaren steeds vaker collectief en grootschalig werden en verspreid liggen over het hele land. En meer wel dan niet op onbereikbare plaatsen. Een minderheid van de opvanginitiatieven zijn individuele opvangplaatsen, georganiseerd door OCMW’s en ngo’s. De opvangcentra – beheerd door Fedasil, Rode Kruis of andere partners – bieden bijna altijd gemeenschappelijke slaapplaatsen of units voor gezinnen en zijn plaatsen waar veel mensen samenleven op een beperkte oppervlakte.

Opvangcentra werden door beleidskeuzes van de voorbije jaren steeds vaker collectief en grootschalig, en liggen verspreid over het hele land

De kleinschalige opvang werd afgebouwd en voorbehouden voor mensen met een statuut of een grote kans op een statuut. Een opvang die aangepast is aan de noden en niet aan de procedure of statuten, zou nochtans logisch zijn. Kritiek op die afbouw weerklinkt al jaren uit verschillende hoeken. De aanbevelingen van ngo’s en onderzoeksbevindingen die het voordeel van kleinschalige opvang aantoonden, zoals de effectiviteit naar integratie en doorstroom, maar ook de efficiëntie omdat die goedkoper is, werden keer op keer genegeerd. Kleinschalige opvang biedt privacy, autonomie en veiligheid en garandeert betere mogelijkheden voor maatschappelijke, juridische, medische en psychologische begeleiding.

Een opvang die aangepast is aan de noden en niet aan de procedure of statuten, zou logisch zijn. Kritiek op die afbouw weerklinkt al jaren uit verschillende hoeken

Beleidskeuzes hebben gevolgen en die zijn nu meer dan ooit voelbaar. Door een gebrek aan buffercapaciteit zorgde de recente druk op het opvangnet voor maximale bezetting in de bestaande centra, de heropening van oude centra en de opstart van nieuwe noodopvangcentra. Extra plaatsen moesten gecreëerd worden, omdat de federale regering reeds enkele jaren een sterke afbouw deed in de opvang. Dat tegen het advies van Fedasil in. En zonder rekening te houden met de fluctuaties in het aantal aankomsten van asielzoekers en de gevolgen van een traag werkend commissariaat niet incalculeerde.

Overvolle grootschalige opvangcentra en pas opgestarte centra staan in deze coronatijden voor een bijzonder grote uitdaging. “Door de afbouw en sluiting zijn veel medewerkers met ervaring opgestapt of werden ze ontslagen. Veel centra hebben net als bij ons veel nieuwe medewerkers die zeker in deze crisistijden enorm uitgedaagd worden,” zegt een medewerker uit een Fedasil-opvangcentrum in Limburg.

Open centra dreigen gesloten centra te worden

De laatste week horen we een steeds luidere roep om open centra af te sluiten van de buitenwereld en hen in volledige lockdown te brengen. De angstkreten van burgers doen burgemeesters twijfelen. “Het aantal telefoons met klachten over vermeende overtredingen van buurtbewoners neemt toe. Het lijkt alsof ze met een vergrootglas naar onze bewoners kijken terwijl die net als iedereen hun best doen om zich aan de regels te houden. Bij overtredingen worden ook zij gestraft of beboet,” aldus een centrummanager van een opvangcentrum.

Op sommige plaatsen zoals in Koksijde en Limburg denken zichzelf op de borst te mogen kloppen omdat ze tegen het advies van Fedasil in, hun lokaal opvangcentrum dwingen om zich af te sluiten van de buitenwereld. Beslissingen die helaas niet gebaseerd zijn op kennis maar wel gedreven worden door angst en onwetendheid. Fedasil heeft immers duidelijke richtlijnen uitgeschreven voor de opvangcentra. Hun partners zoals het Rode Kruis doen er alles aan om de situatie zo veilig mogelijk te laten verlopen.

De bezorgdheid over het opvolgen van regels in de centra is voor sommige politieke actoren een obsessie geworden; voor sommigen een politieke markt waar je winsten kunt boeken

De bezorgdheid over het opvolgen van regels in de centra is voor sommige politieke actoren een obsessie geworden; voor sommigen een politieke markt waar je winsten kunt boeken. Er zijn partijen die proberen om hun achterban te overtuigen van het feit dat dit virus zich verspreidt omdat deze nieuwkomers zich niet aan de regels houden. Terwijl zij, net als iedereen, bezorgd zijn over de eigen veiligheid en gezondheid. Je zou trouwens verwachten dat we vooral bezorgd zijn om de gezondheid van ons allemaal, en dus ook over die van bewoners en medewerkers ter plaatse. Wat tot andere maatregelen zou leiden dan extra controles en een verbod om het centrum nog te verlaten.

Er is wel degelijk een gevoel van onveiligheid bij bewoners. Een stem uit het Gastvrij Netwerk verwoordt het als volgt: “Uit één van de centra in onze regio kregen we de noodkreet dat de families die er verblijven heel angstig zijn. Er zijn bang dat bewoners in het centrum zich niet houden aan de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad. Omdat er geen activiteiten meer zijn, omdat er een minimumbezetting bij het personeel is, omdat er veiligheidsagenten bij de toegang staan is de situatie stresserend.”

Disconnectie

De verhalen over de impact van zo’n volledige ‘lockdown’ in asielcentra zijn sprekend, al dragen ze ook een grote graad van voorspelbaarheid in zich. Een grootschalige opvangstructuur is niet wendbaar en flexibel, waardoor de dagelijkse organisatie van het centrum en het micromanagement van dagelijkse mensenlevens, onhaalbaar worden. Een centrum is niet voorzien op permanente bewoning want bewoners gaan normaal naar school, naar de les, op bezoek, werken,… . En die onhaalbaarheid die inherent is aan de grootschalige opvang, lokt grootschalige drastische keuzes uit.

Mensen worden op verschillende plaatsen losgeknipt van de buitenwereld. De lockdown wordt een fysiek keurslijf, waarbij asielzoekers op bepaalde plaatsen niet meer buiten mogen. Nochtans is bewegingsvrijheid voor elke mens essentieel. Als we vinden dat burgers in beweging moeten blijven en wandelen en fietsen zelfs gestimuleerd wordt, waarom zouden we hen dan die kans ontnemen?

Een centrum is niet voorzien op permanente bewoning want bewoners gaan normaal naar school, naar de les, op bezoek, werken,…

Bovendien is het een noodzakelijke afleiding binnen de beperkte wereld van een asielzoeker. Het centrum verlaten geeft bewoners een minimale vorm van eigenheid en beslissingsvrijheid, in een situatie waar eigen keuzes al beperkt zijn tijdens deze periode van wachten-op-een-antwoord op de asielaanvraag. Niet meer naar buiten mogen betekent ook dat mensen niet meer naar de winkel kunnen, geen simkaart kunnen kopen en heel wat persoonlijke behoeftes niet meer vervuld kunnen worden.

Mensen op de vlucht worden daarenboven ook losgeknipt van vrijwilligers, die tot voor kort activiteiten en Nederlandse lessen aanboden in het centrum. Vaak bieden die vrijwillige professionals een baken van hoop in onzekere tijden. Ze brengen uitdagingen in een leven dat voorlopig on hold wordt gezet. Zowel vrijwilligers als bewoners ervaren deze periode als een groot gemis en zien veel gemiste kansen. Na een gesprek met Gastvrij Netwerk, een platform voor lokale vrijwilligersorganisaties, wordt duidelijk dat vele vrijwilligers verspreid over heel Vlaanderen creatief op zoek gaan naar wat nog mogelijk is binnen de huidige maatregelen.

Zowel vrijwilligers als bewoners ervaren deze periode als een groot gemis en zien veel gemiste kansen.

“Ik vraag me elke dag af hoe het gaat met de bewoners nu we hen niet zien in de Nederlandse les. We willen zo graag iets blijven betekenen voor hen maar het is niet evident. We maakten filmpjes over basisbegrippen en sturen ze door maar er is geen interactie en dat maakt het moeilijk,” zegt een vrijwilliger van Gastvrij Beveren.

Kinderen in onze opvangcentra krijgen het extra moeilijk. Zij kunnen enkel maar dromen van een eigen kamer of speelgoed of een laptop om schoolwerk bij te benen. Hun netwerk beperkte zich sowieso al veelal tot de school en moeizaam opgebouwde contacten vallen nu tijdelijk weg. De beperkte ontspanningsmogelijkheden in een centrum zijn weggevallen. Medewerkers staan nu voor de grote uitdaging om ook voor hen een zinvolle tijdsbesteding te zoeken met respect voor de huidige maatregelen. Ondanks de inspanningen zal hun achterstand na deze periode van lock down alleen maar groter zijn, hun eenzaamheid en onzekerheid toegenomen en hun kind zijn beperkt tot de eigen fantasiewereld.

Drones

Sommige politiekorpsen worden aangespoord door burgers en buurtbewoners om extra te controleren in de buurt van het opvangcentrum. In sommige opvangcentra werden zelfs al drones gesignaleerd die controleren of er toch zeker niet gevoetbald wordt. Als we alle contactsporten verbieden in een centrum waar geen enkele mogelijkheid is tot ontspanning, waar het stressniveau reeds heel hoog is en waar vele mensen opgesloten worden in heel kleine ruimtes, dan beseffen we niet goed welke destructieve impact dat heeft op het psychologisch welzijn van mensen.

Medewerkers doen er alles aan om bewoners uit te leggen wat de ernst is van deze coronacrisis, communiceren in alle mogelijke talen over de te nemen maatregelen en zijn bijzonder flexibel en creatief om met de bewoners het gesprek aan te gaan in deze verwarrende tijden

We dwingen mensen om gemeenschappelijk sanitair te gebruiken (dat ze trouwens in veel gevallen zelf poetsen tegen een vergoeding van 2,5 euro), met veelal weinig toiletten en douches voor het aantal mannelijke of vrouwelijke bewoners. We laten mensen samenleven op erg kleine oppervlaktes en samenslapen, maar een balspel in de buitenlucht binnen het centrum is verboden.

Medewerkers doen er alles aan om bewoners uit te leggen wat de ernst is van deze coronacrisis, communiceren in alle mogelijke talen over de te nemen maatregelen en zijn bijzonder flexibel en creatief om met de bewoners het gesprek aan te gaan in deze verwarrende tijden.

Een medewerker verwoordt dat treffend: “Ik sta soms wel versteld van de flexibiliteit, creativiteit en snelheid van een grote organisatie als Fedasil. Het is soms een administratieve rompslomp om iets gedaan te krijgen. Maar net zoals bij de capaciteitsverhoging in de zomer, zie ik ook nu hoe alles in het werk gesteld wordt om rust, veiligheid en gezondheid van eenieder te garanderen.”

Maar hoe kan je hen uitleggen dat het gezin naast het opvangcentrum wel naar buiten mag en zij niet? Hoe kan je hen uitleggen dat ze niet meer mogen koken want dat het nu plots verboden wordt om naar de winkel te gaan en ze vanaf nu verplicht moeten aanschuiven in een refter waar men in blokken moet komen eten wegens overbevolkt indien iedereen zou komen?

Als we verder gaan in deze tendens om opvangcentra af te sluiten, zullen er ongetwijfeld extra conflicten ontstaan tussen bewoners en medewerkers, tussen bewoners onderling en zullen alle betrokkenen zelf grotere risico’s moeten trotseren.

Bovendien neemt de stress zienderogen toe, omdat de praktijk van bescherming tijdens de asielprocedure in het gedrang komt. Zoals een advocaat vreemdelingenrecht ons vertelt: “Wij krijgen nu beslissingen van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) binnen, maar consultaties voor die doelgroep per Skype zijn bijna onmogelijk door de summiere werking in de centra en nood aan tolken waaraan niet tegemoet kan worden gekomen. Mensen moeten elke vraag legitimeren en vaak telefonisch zaken laten weten aan sociaal assistenten. Vragen komen amper tot bij ons als advocaten momenteel.”

Medische zorg en opvolging

Ook de medische zorg in de opvangcentra komt onder druk komt te staan. De huisartsen die tot voor kort vaste diensten hadden in de centra, zijn veelal niet meer in de mogelijkheid om evenveel langs te komen, wegens overbevraagd of zelf ziek. In de meeste opvangcentra is geen mogelijkheid meer tot niet-dringende medische assistentie en dreigen er veel andere problemen niet tijdig opgevolgd te worden of te verergeren. Bovendien is er in de meeste centra geen mogelijkheid om mensen in quarantaine te zetten indien er symptomen zijn van een besmetting met Covid19. Dit is een enorm risico voor medebewoners en voor de vele werknemers in de centra.

Medewerkers beschikken nog niet over voldoende beschermend materiaal en nemen elke dag risico’s voor zichzelf en de anderen, ook voor hun gezin

Medewerkers beschikken nog niet over voldoende beschermend materiaal en nemen elke dag risico’s voor zichzelf en de anderen, ook voor hun gezin. Deze helden worden niet vernoemd in de lijstjes maar ook zij verdienen een applaus. “Ik doe mijn job bijzonder graag en wil liefst meer in plaats van minder aanwezig zijn in het centrum, maar zorg alsjeblief dat het haalbaar blijft voor ons én de bewoners, anders zullen er drama’s ontstaan,” vertelt een medewerker van een asielopvang ons.

Rechten op de helling

Mensenrechten vormen de lens waardoor we de wereld bekijken. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het VN-Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het VN-Kinderrechtenverdrag en andere mensenrechteninstrumenten zijn de toetsstenen voor een menselijk, veilig en rechtvaardig vluchtelingenbeleid op Vlaams, federaal en Europees niveau.

Daar behoort ook het recht op asiel toe, dat werd vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948. Artikel 14 bepaalt dat iedereen het recht heeft om in andere landen asiel tegen vervolging te zoeken en te genieten. Maar ook de tegemoetkoming aan de voorwaarden van de Belgische opvangwet behoort daartoe. Artikel 3 stelt terecht:

Elke asielzoeker heeft recht op een opvang die hem in staat moet stellen om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Onder opvang wordt de materiële hulp verstaan die op grond van deze wet toegekend wordt of de maatschappelijke dienstverlening die wordt verstrekt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn overeenkomstig de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Lockdown

Het spreekt voor zich dat een volledige lockdown, waarbij asielzoekers geen enkele bewegingsvrijheid meer hebben, ontspanning onmogelijk wordt gemaakt en veiligheid verdampt wanneer je in grote slaapzalen terechtkomt, het welzijn van volwassenen en kinderen en jongeren ernstig in het gedrang brengt. Die ongezonde situaties die de rechten fnuiken van asielzoekers, en de menselijke waardigheid onderuithalen, zijn onaanvaardbaar.

Het geldt trouwens niet alleen voor asielzoekers in de aanvraagprocedure, maar ook voor die mensen die momenteel zijn afgewezen in gesloten centra en voor kandidaat-asielzoekers die vandaag zelfs geen kans meer hebben om asiel aan te vragen en bijgevolg gewoon op straat staan.

Het openen van nieuwe centra zou de nodige ruimte kunnen bieden om beter te spreiden

Om de veiligheid van bewoners, medewerkers en alle burgers te garanderen dient er zo snel mogelijk ingezet te worden op een menswaardige opvang voor iedereen. Open opvangcentra dienen open te blijven met voldoende ondersteuning, middelen, ruimte en maatregelen om veilig samenleven in centra in coronatijden mogelijk het maken.

Het openen van nieuwe centra zou de nodige ruimte kunnen bieden om beter te spreiden. De rechten van kandidaat-asielzoekers, met name recht op asielaanvraag en opvang, dienen zo snel mogelijk opnieuw gegarandeerd te worden en de onwettige en onmenselijke situatie voor mensen in gesloten opvangcentra kunnen we onmogelijk nog langer dulden.

 

De foto bij dit stuk dient louter ter illustratie. (Asielcentrum in Arendonk in 2015 (Foto: Fedasil))

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Ann Vermeulen

Ann Vermeulen werkt in het onderwijs en is actief binnen ‘Gastvrij Beveren’. Ann is ook fractieleider van Groen Beveren en lid van het partijbestuur van Groen.

Auteur: Pascal Debruyne

Pascal Debruyne is dr. in de Politieke Wetenschappen en werkt als onderzoeker bij Odisee Hogeschool. Hij is voorzitter van Samenlevingsopbouw Gent en Uit De Marge vzw.