Kapitalisme: de olifant in de klimaatkamer

 Leestijd: 7 minuten2

In hun open brief stellen de klimaatwetenschappers van Scientists4climate dat de door de mensheid veroorzaakte klimaatverandering een empirisch feit is en dat er dringende structurele maatregelen moeten worden genomen om verdere opwarming tegen te gaan.

Ze formuleren tevens concrete oplossingen, zoals investeringen in hernieuwbare energie, efficiëntere verwarming, tegengaan van ontbossing, enzovoort, in combinatie met een sociaal beleid waardoor de zwakste schouders niet de zwaarste ecologische lasten moeten dragen.

"Klimaatverandering wordt veroorzaakt door specifieke, historisch gegroeide, politieke en economische structuren die onze manier van produceren en consumeren bepalen." (Foto: Flickr (cc) Safia Osman)

“Klimaatverandering wordt veroorzaakt door specifieke, historisch gegroeide, politieke en economische structuren die onze manier van produceren en consumeren bepalen.” (Foto: Flickr (cc) Safia Osman)

Samen met de betogingen van duizenden jongeren – de belangrijkste ‘stakeholders’ in het debat – is de brief een belangrijk signaal aan de ‘klimaatnegationisten’ dat de discussie dringend moet gaan over oplossingen in plaats van reeds lang vastgestelde wetenschappelijke feiten.

#SignForMyFuture

Om een grootschalig probleem zoals klimaatopwarming te bekampen; lijkt het logisch dat iedereen de handen ineenslaat. Niet alleen burgers, maar ook ondernemers uiten meer en meer hun bezorgdheid over de ecologische problematiek en wensen in de brede klimaatcoalitie te stappen. De partij Groen tweet dan ook: “Laten we dit debat niet voeren met de breuklijnen van de vorige eeuw: links versus rechts, werknemers versus werkgevers. We moeten vooruit met de mensen van goede wil”.

Het is dezelfde postpolitieke logica die achter de campagne van grote ngo’s en big business zit, #SignForMyFuture. Achter de schermen werkt de politieke en economische logica van partners in die coalitie zoals Unilever, Danone, BNP Paribas Fortis wel degelijk, zeker niet in het voordeel van ecologische rechtvaardigheid.

Klimaatverandering wordt veroorzaakt door specifieke, historisch gegroeide, politieke en economische structuren die onze manier van produceren en consumeren bepalen

Klimaatverandering wordt niet ‘zomaar’ veroorzaakt door het irrationele gedrag van mensen van ‘slechte wil’ en zal bijgevolg ook niet worden opgelost, wanneer alle individuele mensen van ‘goede wil’ plots het licht zien en anders gaan produceren, consumeren en leven. Klimaatverandering wordt veroorzaakt door specifieke, historisch gegroeide, politieke en economische structuren die onze manier van produceren en consumeren bepalen. Enkel door deze structuren fundamenteel te veranderen kunnen we de opwarming tegengaan.

Koolstofarm openbaar vervoer

Klimaatverandering maakt deel uit van een groter ecologisch probleem. Klimaatverandering staat niet op zichzelf, maar is slechts een deel van een cluster van ecologische problemen die onze leefomgeving vervuilen en vergiftigen – fijn stof, microplastics, ftalaten, enzovoort – en die de natuurlijke biodiversiteit, grondstoffen en energievoorraden uitputten.

Het stimuleren van elektrische wagens in het Globale Noorden zorgt voor vervuilende lithiummijnbouw in het Globale Zuiden

Het afsplitsen van specifieke deelvraagstukken, zoals klimaat of fijn stof, van het totaalprobleem leidt niet alleen tot halfslachtig oplapwerk: een bijziende oplossing voor het ene ecologische probleem kan het andere verzwaren. Het aanmoedigen van pelletkachels en opgewekte biomassa-energie in het algemeen worden door Europa als duurzaam aangemerkt, omdat zij van een zichzelf regenererende energiebron gebruik maken, maar ze zorgen voor meer fijn stof en accapareren in het Zuiden landbouwgrond die zo aan de plaatselijke bevolking ontzegd wordt.

Het stimuleren van elektrische wagens in het Globale Noorden zorgt voor vervuilende lithiummijnbouw in het Globale Zuiden. Bovendien berekende de Humboldt Universiteit dat 60 % van de vervuiling van een auto van de productie en ontmanteling achteraf komt, wat betekent dat zelfs op duurzame wijze gewonnen elektriciteit aangedreven wagens nog steeds erg vervuilend zijn. Hoog tijd voor koolstofarm openbaar vervoer als alternatief. Individuele ecologische problemen kunnen enkel via een totaalaanpak worden opgelost. Laat ons het klimaatdebat dan ook opentrekken naar een breed debat over de relatie tussen mens, economie en milieu.

Groen inhaalmaneuver

Het voorbeeld van de elektrische wagen geeft al aan dat de milieuproblematiek in globale termen moet worden begrepen. We kunnen de verschillende economieën in de wereld niet rangschikken volgens een maatstaf van milieuvriendelijkheid, aangezien zij niet los van elkaar staan, maar met elkaar verweven zijn door globale productieketens. Het is niet zo dat de oude, vervuilende economieën van het Globale Zuiden ‘achterlopen’ op die van het Globale Noorden en dat zij een groen inhaalmaneuver moeten doen om ons bij te benen.

Achter de blinkende spitstechnologie van de iPhone schuilt de vervuilde keten van Chinese fabrieken en Congolese kobaltmijnen

De Westerse, hoogtechnologische, hoogopgeleide, vaak proper-ogende ‘diensteneconomie’ zit verankerd in klassieke, vervuilende, industrieën in het Globale Zuiden. Achter de blinkende spitstechnologie van de iPhone schuilt de vervuilde keten van Chinese fabrieken en Congolese kobaltmijnen. Net als sociale kosten worden ecologische productiekosten grotendeels naar het Globale Zuiden doorgeschoven.

Oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan zijn bijgevolg direct politiek gekleurd. Vanuit een econationalistische bril zal men bijvoorbeeld de gevolgen van uitstoot en industriële vervuiling op andere landen proberen af te wentelen. Klimaatverandering is echter een planetair probleem dat niet kan worden doorgeschoven: de opwarming kent geen grenzen. Internationale solidariteit en overleg is geen morele imperatief, maar een praktische noodzaak om het probleem ten gronde aan te pakken.

Winstmaximalisatie

De klimaatverandering is niet alleen in globale termen een sociale kwestie. Ook in België wordt de kost van industriële vervuiling op de gemeenschap afgewenteld. Sinds 2014 betaalt het Vlaams Klimaatfonds 40 miljoen euro per jaar aan industriële grootverbruikers om hun hogere energiefactuur te compenseren. Terwijl het gedrag van de individuele consument op de rooster wordt gelegd en betogende jongeren voortdurend verantwoording moeten afleggen voor hun levenswijze, sponsort de overheid met het belastinggeld van diezelfde burger de uitstoot van bedrijven.

Een eventuele CO2-taks voor industriële grootvervuilers zal direct aan de consument worden doorgerekend, met als gevolg een verminderde koopkracht voor gewone gezinnen

Een eventuele CO2-taks voor industriële grootvervuilers zal dan ook direct aan de consument worden doorgerekend, met als gevolg een verminderde koopkracht voor gewone gezinnen. Wanneer bedrijven immers moeten opdraaien voor de ecologische kosten die ze nu op de samenleving afwentelen, verhoogt hun productiekost om dezelfde omzet te realiseren en verzwakt hun concurrentiepositie. Het gevolg is (dreigen met) delokalisatie, collectieve ontslagen of faillissement. Ons klimaat wordt dus niet gegijzeld door onverantwoordelijke consumenten of ondernemers met slechte intenties, maar door een structurele logica van winstmaximalisatie.

Ecomodernisten

Volgens ecomodernisten kan het ecologische vraagstuk binnen de contouren van het huidige politieke en economische bestel worden opgelost, door wetenschappelijke en technologische oplossingen die bijvoorbeeld een betere energie-efficiëntie realiseren. Maar technologische innovatie kan slechts een beperkt antwoord bieden op de logica van winstmaximalisatie. In 1865 reeds stelde de Engelse econoom William Stanley Jevons dat, binnen een paradigma van economische groei en winstmaximalisatie, technologieën die energieverbruik efficiënter maken er juist voor zorgen dat het totale verbruik zal stijgen.

Binnen een neoklassiek model van competitie leidt energie-efficiëntie op het niveau van de fabriek tot toename van het energieverbruik op macro-economisch niveau

Efficiëntie wordt immers een concurrentievoordeel dat bedrijven aanwenden om hun producten in dezelfde of grotere hoeveelheid goedkoper te produceren. De paradox van Jevons werd in de jaren ’80 van vorige eeuw bevestigd door de economen Daniel Khazzoom en Leonard Brookes. Binnen een neoklassiek model van competitie leidt energie-efficiëntie op het niveau van de fabriek tot toename van het energieverbruik op macro-economisch niveau.

Club van Rome

Het is geen toeval dat een 19de eeuwse econoom als Jevons reeds met het energievraagstuk worstelde. Klimaatverandering is geen recent fenomeen. Sinds het rapport ‘De grenzen aan de groei’ van de Club van Rome dat in 1972 werd uitgebracht, is de milieuproblematiek deel van het maatschappelijk debat geworden.

De centrale idee dat de mensheid niet meer grondstoffen en energie aan de natuur mag onttrekken dan de natuur zelf terug kan regenereren, is een pak ouder

In 1987 lanceerde de VN-commissie Brundtland het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ waarbij een evenwicht tussen economische ontwikkeling en haar ecologische en sociale condities wordt nagestreefd – groei van de grenzen in plaats van grenzen aan de groei: de Club van Rome op zijn kop. De centrale idee dat de mensheid niet meer grondstoffen en energie aan de natuur mag onttrekken dan de natuur zelf terug kan regenereren, is echter een pak ouder.

De scheikundige Justus von Liebig (1803-1873) – bekend van de bouillonblokjes – stelde vast dat moderne landbouwtechnieken en verstedelijking leidden tot een verschraling van de bodem: de natuur was niet langer in staat om zichzelf te regenereren. Terwijl de mens reeds vanaf de neolithische revolutie een significante impact begint te hebben op natuur en klimaat, vormt de 19de eeuw een kwalitatief keerpunt in de relatie: de schade aan de eigen leefomgeving wordt onomkeerbaar; de stofwisseling tussen mens en natuur is verstoord.

Foto: Flickr (cc) Tim J Keegan

WTK-complex

Als we alle ecologische vraagstukken op een rij zetten, dan lijkt het alsof er veel zilveren kogels nodig zijn om al deze monsters neer te leggen. Wanneer we echter beseffen dat al deze kwesties met elkaar verbonden zijn en een gezamenlijke historische oorzaak hebben, dan neemt het probleem de vorm aan van slechts één veelkoppig monster.

Het begin van de verstoorde relatie tussen mens en zijn leefomgeving valt samen met de historische doorbraak van wat Etienne Vermeersch naar navolging van de Vlaamse filosoof en theoloog Max Wildiers het WTK-complex noemde: het wetenschappelijk-technologisch-kapitalistische systeem. De ecologische problematiek hangt structureel samen met de opkomst en ontwikkeling van het industriële kapitalisme waarin wetenschap en technologie worden ingezet om private winsten te maximaliseren – winsten die vervolgens in een cyclus van kapitaalsaccumulatie en economische groei worden geherinvesteerd om grotere winsten te bekomen.

Zo lang wetenschap en technologie verbonden blijven met de kapitalistische eigendomsstructuren en winstlogica, kan er geen fundamentele oplossing komen voor het klimaatprobleem

Zowel Karl Marx (1818-1883) als de anti-marxistische econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) wijzen erop dat de toenemende concentratie van kapitaal en de genadeloze concurrentielogica van de markt systematisch monopolievorming in de hand werken. Dankzij eigendom van patenten, financiële hefbomen, staatssteun, controle over grondstofvoorraden, kunnen oligopolies, zoals de energiegiganten, de markt onder elkaar verdelen, prijzen bepalen en de ontwikkeling van ecologische productieprocessen en alternatieve brandstoffen blokkeren. Zo lang wetenschap en technologie verbonden blijven met de kapitalistische eigendomsstructuren en winstlogica kan er geen fundamentele oplossing komen voor het klimaatprobleem.

Ontspoorde economie

Deze nochtans evidente analyse blijft uit, omdat ze politieke en economische consequenties heeft die beleidsmakers niet kunnen, durven en willen aanvaarden. Het kapitalisme is de olifant in de kamer. Effecten van kapitaalsaccumulatie, zoals ongebreidelde groei of consumptiegedrag, worden als oorzaak van ecologische problemen aangevoerd.

Het klimaat wordt niet zomaar gered wanneer elke Vlaamse ‘middenklasser’ minder het vliegtuig gaat nemen of in een passiefhuis gaat wonen

Het klimaat wordt niet zomaar gered wanneer elke Vlaamse ‘middenklasser’ minder het vliegtuig gaat nemen of in een passiefhuis gaat wonen. Het klimaat wordt niet gered wanneer ecotaksen worden ingevoerd. Het klimaat wordt pas gered wanneer we afstand doen van de dwangmatige winstlogica en onze ontspoorde economie terug in handen nemen.

Dit houdt een planmatige, versnelde invoering in van maatregelen die CO2-uitstoot verminderen op lokaal (stedelijk), regionaal, nationaal en internationaal niveau. Hierbij dienen de sterkste schouders de zwaarste lasten te dragen: de financiële elite, de superrijken, de grote aandeelhouders, de industriële conglomeraten en de banken.

Zij hebben immers een historische ecologische schuld uitstaan die de samenleving al 150 jaar in hun plaats aan het inlossen is. Ook de overheid heeft een rol te spelen en niet louter op wetgevend vlak. In plaats van geld te blijven pompen in de labiele, grotendeels gedereguleerde banksector wordt het tijd om te investeren in sociaalecologische doeleinden. Bij een klimaatwet hoort een klimaatbank die de nodige middelen kan vrijmaken binnen een duidelijk politiek en economisch beleid van maatschappelijke verandering, weg van de winstmaximalisatie.

Linkse politieke keuze

Nu de omvang en het draagvlak van de klimaatprotesten niet meer te ontkennen is, proberen politici en ‘captains of industry’ zich gretig het thema toe te eigenen om besparingen door te voeren of het gat in de begroting te dichten. Een apolitieke klimaatcoalitie van jongeren en werkende ouders met bedenkelijke vrienden uit de politieke wereld en het bedrijfsleven – wiens belangen haaks staan op de fundamentele veranderingen die onze samenleving moet doorvoeren om klimaatverandering tegen te gaan -, zal nooit een ecologische transitie bewerkstelligen; laat staan een transitie waarin gelijkheid en rechtvaardigheid de boventoon voeren.

Die transitie moeten we dus niet louter in technische termen van efficiëntie-vergroting of duurzaamheid begrijpen, maar juist in politieke zin: een groene revolutie waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en waarbij we als samenleving democratisch beslissen hoe en wat we produceren in het voordeel van mens en milieu. Dat vergt een linkse politieke keuze: samen in solidariteit tegen het kapitalisme. Wie is er bereid tot radicale klimaatmaatregelen die sociaal rechtvaardig zijn? Tijd voor duidelijke politieke posities.

Brecht De Smet doceert het vak Politiek van Ontwikkeling aan de UGent.
Pascal Debruyne is doctor in de Politicologie. Hij is verbonden aan de Denktank Minerva.
Stephen Bouquin is hoogleraar Sociologie aan de Université Paris Saclay
(Evry).
Ludo De Witte is auteur van ‘Als de laatste boom geveld is eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde‘.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Brecht De Smet

Brecht De Smet doceert het vak Politiek van Ontwikkeling aan de UGent

Auteur: Pascal Debruyne

Pascal Debruyne is dr. in de Politieke Wetenschappen en werkt als onderzoeker bij Odisee Hogeschool. Hij is voorzitter van Samenlevingsopbouw Gent en Uit De Marge vzw.

Auteur: Stephen Bouquin

Stephen Bouquin is gewoon hoogleraar sociologie aan de
Universiteit Parijs-Saclay, syndicalist en auteur van het boek ‘Helemaal anders’ (Critica, 2015).

Auteur: Ludo De Witte

Ludo De Witte is auteur van o.m. ‘Crisis in Kongo’ (1996), ‘De moord op Lumumba’ (1999) en ‘Huurlingen, geheim agenten en diplomaten’ (2014). Hij publiceerde ook ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op’ (2017) en ‘Wie is bang voor moslims?’ (2004).