De verpleegkunde heeft koorts, maar de juiste behandeling blijft uit

 Leestijd: 6 minuten3

Graag reageer ik met dit opiniestuk op het artikel in De Morgen en Het Laatste Nieuws van 31 december 2018: ‘Dan toch geen betaalde stage voor studenten verpleegkunde’. De discussie over de zogenaamde ‘contractstage ‘ vormt slechts een onderdeel van een lawine aan problemen die de verpleegkunde en dus ook toekomstige goede zorg te wachten staan.

Op 22 december 2018 verschenen al twee krantenartikelen over het dreigend tekort aan verpleegkundigen: één in De Standaard onder de titel ‘Knelpuntberoep, maar toch kwart minder studenten verpleegkunde’ en een ander in De Morgen: ‘Geen enkele verpleegkundige studeert af in 2019. Stevenen we af op een tekort?’ Het staat inderdaad in de sterren geschreven dat een problematisch gebrek aan goed opgeleide verpleegkundigen zich in alle sectoren van de zorg zal laten voelen, zoals in onder meer de thuiszorg, psychiatrische voorzieningen, de ouderenzorg.

Een jaar zonder afgestudeerde verpleegkundigen. (Foto: Flickr (cc) Mallix)

De contractstage in de nieuwe opleiding verpleegkunde is slechts een symptoom. (Foto: Flickr (cc) Mallix)

Verpleegkunde is nu al bijna twintig jaar een knelpuntberoep en alle promotiecampagnes ten spijt blijkt het aantal studenten in de opleiding enkel te dalen. Om het in verpleegkundige termen te stellen: de parameters zijn niet goed, de toestand is ernstig en zonder dringende ingreep is de prognose ongunstig.

Aantrekkende economie

Een behandeling wordt in normale omstandigheden ingezet, nadat een juiste diagnose over de oorzaak wordt gesteld. Vreemd genoeg gaat men zowel in het werkveld als in het onderwijs volledig voorbij aan dit basisprincipe. Hoewel de diagnose eenvoudig kan gesteld worden, begint ze meer te lijken op de spreekwoordelijke olifant in de kamer waarover niemand mag praten.

Lon Holtzer, Vlaams Zorgambassadeur, stelt in De Standaard nogal expliciet dat de aantrekkende economie aan de basis ligt van de daling onder de studenten verpleegkunde. Zo wordt de indruk gewekt dat de herscholing van meer werkzoekenden en zij-instromers de ultieme oplossing zou zijn om de krapte op de arbeidsmarkt aan te vullen. Maar er werden al meerdere initiatieven in die zin opgestart die weliswaar zinvol zijn, maar voor een echte capaciteitsverhoging zal toch een fundamenteel hogere instroom van middelbare scholieren nodig zal zijn.

De weg naar een diploma verpleegkunde is door de studieduurverlenging van een volledig academiejaar een stuk langer geworden

Instroom is één aspect, voldoende uitstroom van studenten die hun diploma behalen, is nog een andere kwestie. De interesse bij scholieren mag volgens de Zorgambassadeur dan wel groot zijn, de weg naar een diploma verpleegkunde op professioneel bachelor niveau (de vroegere A1) is door de studieduurverlenging van een volledig academiejaar een stuk langer geworden.

Verlengde opleiding

De Vlaamse hogescholen hebben immers een aantal jaar geleden beslist om de opleiding verpleegkunde op het niveau van professionele bachelor te verlengen van drie jaar (180 studiepunten) naar vier jaar (240 studiepunten). Deze verlengde opleiding werd drie jaar geleden voor het eerst opgestart, waardoor er dit academiejaar geen verpleegkundigen afstuderen, zij moeten immers nog hun vierde jaar voltooien.

Het belangrijkste knelpunt is dat Europa minimum 2300 uren stage vereist, wat voor hogescholen niet haalbaar bleek op drie jaar tijd

De studieduurverlenging was nodig om te kunnen voldoen aan de voorwaarden die Europa stelt om uitwisselbaarheid van diploma’s tussen de Europese landen mogelijk te maken. Het belangrijkste knelpunt is dat Europa minimum 2300 uren stage vereist, wat voor hogescholen niet haalbaar bleek op drie jaar tijd, zonder drastisch af te wijken van de academische kalenders die voor alle andere opleidingen van toepassing zijn.

Studieduurverlenging kwam daarom als oplossing uit de bus. Zo komt het dat de opleiding verpleegkunde de enige professionele bachelor is van 240 studiepunten in Vlaanderen. Alle andere zorg- en welzijnsberoepen op professioneel bachelorniveau zoals ergotherapie, logopedie, orthopedagogie, sociaal werk, enzomeer blijven op 180 studiepunten. Voor middelbare scholieren met een interesse in een professionele bachelor in de zorg kan de extra studieduur dus meespelen in de keuze.

Masterniveau

Met 240 studiepunten staat de professionele bachelor verpleegkunde qua studiebelasting vanaf nu op gelijke voet met een aantal masteropleidingen aan de universiteit, zoals criminologie, sociologie, agogiek, enzomeer. Een masterniveau wordt qua maatschappelijk aanzien vaak hoger ingeschat, wat zich doorgaans ook nog eens vertaalt in een aanzienlijk loonverschil in het werkveld.

Een opleiding verpleegkunde op universitair niveau vanaf jaar één, naast de professionele bachelor en de HBO5, zou daarom een mogelijke denkpiste kunnen zijn. Er zijn precedenten zoals vertaler-tolk en industrieel ingenieur die nu ook onder universitaire vlag varen. Ook sociaal werk heeft bijvoorbeeld de drie studieniveaus in de portefeuille, wat aantoont dat het ene niveau het andere niet per se hoeft uit te sluiten.

Hogescholen volgen de studenten dichterbij op en het praktijkgericht onderwijs spreekt velen ook meer aan dan een academisch discours

Er moet ook rekening worden gehouden met een groot aantal studenten dat in de professionele bacheloropleidingen instroomt, nadat ze eerst een masteropleiding geprobeerd hebben. Hun falen aan de universiteit heeft vaak te maken met een gebrek aan maturiteit, te weinig studiediscipline, teveel lesvrije uren, enzomeer.

Hogescholen volgen wat dit betreft de studenten dichterbij op en het praktijkgericht onderwijs spreekt velen ook meer aan dan een academisch discours. Deze ‘watervalstudenten’ verliezen aan de universiteit vaak één of zelfs meerdere jaren studietijd (tegenwoordig uitgedrukt in leerkrediet) en zullen uit praktische overwegingen eerder kiezen voor kortdurende professionele bacheloropleidingen dan voor verpleegkunde. Dezelfde redenering gaat op voor de zij-instromers die overwegen om zich te herscholen.

Brugopleidingen

Omgekeerd zijn er heel wat hogeschoolstudenten die eerst een professionele bachelor afwerken en dan pas via een schakelprogramma een masteropleiding. Studenten die kiezen voor verpleegkunde, worden nu ook wat dit betreft met minstens één extra jaar studietijd benadeeld.

Sinds 2000 worden in de hogescholen zogenaamde brugopleidingen verpleegkunde georganiseerd voor verpleegkundigen met een diploma op HBO5 niveau (vroegere A2 opleiding). Veel verpleegkundigen maakten hiervan gebruik, terwijl zij reeds aan de slag waren. Indien een voldoende aantal jaren werkervaring kon worden aangetoond, bestond de brugopleiding uit een theoretisch afstands – en/of avondonderwijsprogramma van 60 studiepunten.

De instroom van HBO5-studenten naar professioneel bachelor niveau dreigt nu door de hervorming op te drogen, wat overigens nu al grotendeels het geval is

Deze instroom van HBO5 naar professioneel bachelor niveau dreigt nu door de hervorming op te drogen, dit is overigens nu reeds grotendeels al het geval. In de hervorming is immers minimaal 150 SP (studiepunten) extra studietijd voorzien voor de brugstudenten, het equivalent van 2,5 jaar voltijdse studie. Dit is buitenproportioneel hoog voor werkstudenten, wetende dat in de praktijk HBO5 verpleegkundigen wettelijk dezelfde verpleegkundige taken mogen uitvoeren als de professionele bachelors, maar er wel minder voor betaald worden.

Democratisch deficit

Een diploma hoger onderwijs behalen met vrijstellingen op basis van ‘Elders Verworven Competenties‘ (EVC) en ‘Elders Verworven Kwalificaties‘ (EVK), was nochtans tot enkele jaren geleden het paradepaardje van het hoger onderwijs. In welke mate het verlies van deze brugstudenten meegenomen wordt in de berekening van het dalend aantal inschrijvingen in de professionele bacheloropleiding, is trouwens niet duidelijk.

Het idee dat verpleegkundigen – die vaak door persoonlijke omstandigheden (sociaaleconomisch, taalachterstand door migratie, …) genoopt waren om te kiezen voor een HBO5 opleiding -, nu nog moeilijk kunnen opklimmen, betekent een democratisch deficit voor een zorgopleiding die bij uitstek de kansen op sociale mobiliteit zou moeten koesteren. Er zijn overigens in het verleden al meerdere verpleegkundigen die via deze weg van geleidelijkheid leidinggevende en academische posities verworven hebben in de zorg.

Een minder gekend gevolg van de hervorming is dat ook het einde van de afstudeerrichtingen in de professionele bachelor verpleegkunde werd ingeluid

Daar waar in de meeste sectoren een tendens tot meer specialisatie bestaat, gebeurt in de opleiding verpleegkunde net het omgekeerde. Een minder gekend gevolg van de hervorming is dat ook het einde van de afstudeerrichtingen in de professionele bachelor verpleegkunde werd ingeluid. De voormalige opleiding bevatte twee generalistische basisjaren (120 SP), het derde jaar (60 SP) richtte zich op specialisaties, met name: geriatrische verpleegkunde, psychiatrische verpleegkunde, sociale verpleegkunde, pediatrische verpleegkunde en ziekenhuisverpleegkunde.

Elk zijn specialisatie

Veel studenten kozen bewust voor verpleegkunde in het vooruitzicht om in één van deze sectoren te gaan werken. Anderen namen een afwachtende houding aan en kozen pas op het einde van hun tweede jaar. Sommigen deden zelfs twee specialisaties. Door de twee algemene basisjaren kon, indien gewenst, later nog steeds van specialisatie veranderd worden. In afstudeerrichtingen zaten doorgaans sterk gemotiveerde studenten met een grote affiniteit voor hun specialisatie.

Het is een gemiste kans dat van de studieduurverlenging geen gebruik werd gemaakt om afstudeerrichtingen te behouden

Dit leidde tot een soort ‘vakmanschap’, een identiteit van expert binnen de grote groep van verpleegkundigen. Nogal wat van de huidige studenten zijn ontgoocheld dat ze deze keuze niet meer kunnen maken. Het is een gemiste kans dat van de studieduurverlenging geen gebruik werd gemaakt om afstudeerrichtingen te behouden en om er zelfs een aantal nieuwe bij te creëren die jonge mensen zouden aanspreken om voor verpleegkunde te kiezen.

Europese richtlijn

Zelfs van een algemeen inzetbare verpleegkundige zou men dan bijvoorbeeld een specialisatie kunnen maken, dus eigenlijk naar analogie met huisartsgeneeskunde, dat ook een specialisatie binnen de geneeskunde is geworden. Een burgerlijk ingenieur architectuur heeft dezelfde stam, maar is qua finaliteit totaal anders dan een burgerlijk ingenieur informatica. Elk zijn specialisatie lijkt al jaar en dag een algemeen geldend principe te zijn om kwaliteit te kunnen leveren.

Studenten die na vier jaar studie nog de moed zouden hebben om te specialiseren, hebben op dit ogenblik zelfs geen concreet opleidingsaanbod meer

De reden waarom verpleegkunde moest evolueren naar één generalistische opleiding is daarom een groot raadsel. Er wordt in dit verband voor verpleegkunde vaak verwezen naar de Europese richtlijnen, maar deze blijken bij nader inzien over het aspect specialisatie zelfs geen bepalingen te bevatten.

Studenten die na vier jaar studie nog de moed zouden hebben om te specialiseren, hebben op dit ogenblik zelfs geen concreet opleidingsaanbod meer. Naast de gewone specialisaties werden ook de postgraduaatsopleidingen, zoals spoed en intensieve, pediatrie, geriatrie…, immers mee afgebouwd.

Werkstage

Vlaamse hogescholen kozen bovendien unaniem voor de formule van de contractstage, dit betekent dat het extra vierde jaar nagenoeg volledig uit een ‘werkstage’ bestaat, met name twee lange stageblokken van één semester. Er werd steeds gesteld dat de contractstage betalend zou zijn, zodat de studenten geen inkomensverlies zouden lijden.

Tezelfdertijd zou de contractstage voor de student een extra jaar betekenen om ‘ervaring op te doen’, wat de kwaliteit van de zorg dan weer ten goede zou komen en het gemis van de specialisaties zou kunnen compenseren. Het win-winverhaal blijkt nu stilaan te verworden tot een nachtmerrie. Het lijkt erop dat van betaling weinig zal in huis komen en studenten dus een jaar gratis zullen werken. Waarom in de hervorming niet gekozen werd voor een integratie van alle stages in een vierjarige opleiding, is dan ook een mysterie.

Het win-winverhaal blijkt nu stilaan te verworden tot een nachtmerrie

Een half jaar duurt het vooraleer de contractstage voor de eerste maal moet worden geïmplementeerd. Er bestaat gezien de dubbele identiteit van student–werknemer ook nog discussie over de beroepsaansprakelijkheid. Op welke basis welke studenten welke stageplaatsen zullen krijgen, is ook nog een raadsel, het zal dringen worden op de populaire bestemmingen …

Wil men van verpleegkunde opnieuw een beroep maken dat haalbaar is voor studenten en dat ook vooral kansen biedt tot zelfontplooiing en vakmanschap, dan is snel bijsturing nodig. Met roepingen alleen zal men er niet komen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Stefaan De Smet

Stefaan De Smet is lector Psychiatrische Verpleegkunde en onderzoeker aan de faculteit Mens en Welzijn, vakgroep Orthopedagogiek en opleiding Verpleegkunde aan de HoGent.