Hoe moet het na de val van IS?

 Leestijd: 2 minuten0

Vorige week was de informatieve film Is IS voorbij? te zien op Canvas, met een interessante en belangrijke vraagstelling: hoe ziet de toekomst van IS eruit na haar nederlaag in Raqqa? Op het eind van die film was er sprake van Emni, de beruchte veiligheidsdienst van IS.

Is IS voorbij? is een reportage van Mahmoud Elsobky met de steun van het Fonds Pascal Decroos, in coproductie met VRT NWS. Een geïnterviewde in de film getuigde dat er vier inplantingen van Emni zouden bestaan in Europa, met een hoofdkwartier voor alle vier in Turkije. En dat verontrustte me. Hoezo, vier afdelingen in Europa? Terwijl daar nooit over gesproken wordt… En als men weet dat er vier zijn, waarom wordt er dan niet tegen opgetreden?

Ik heb dus snel informatie ingewonnen bij iemand van wie ik dacht dat hij moest weten wat er van aan was… Zijn antwoord (vertaald uit het Engels): “Ik volg inderdaad de problematiek gesteld door Emni nog steeds op en weet hoe Emni werkt, en hoe het normaal een van hun eerste doelstellingen moet zijn om enkele van haar cellen in de EU ingeplant te krijgen, maar, op dit ogenblik ben ik niet op de hoogte of er actieve cellen in de EU aan het werk zijn.”

Dit voorbeeld is interessant, omdat het een licht werpt op een vraag die men zich terecht moet stellen: wat na de val van IS? Zijn de overheden bij ons daarop voorbereid? En ik stel die vraag niet om paniek te zaaien. Bij ons is het grote publiek hiervoor grotendeels aangewezen op het overigens uitstekende journalistieke werk van Rudi Vranckx. Maar Vranckx lijkt me vooral bezig met wat in het Nabije Oosten gebeurt. Uiteraard is wat daar gebeurt ook heel belangrijk voor ons hier. Het verleden heeft dit genoeg aangetoond.

Niettemin zijn er, voor wat de situatie bij ons betreft, andere belangrijke vragen te stellen, zoals die uit de reportage: is Emni (wat staat voor: de Veiligheid, die als IS Veiligheid teruggaat op mensen rond Saddam Houssein) in Europa aanwezig of niet? Een antwoord hierop is bepalend voor hoe men de preventie op het toekomstige jihadisme bij ons wil organiseren.

Als Emni inderdaad aanwezig is, zoals in de Canvas uitzending werd gezegd, dan is het waarschijnlijk dat die mensen op zoek gaan naar ‘blind spots’ in Europa waar zij geleidelijk aan weer mensen kunnen indoctrineren en trainen

Stel dat Emni immers inderdaad aanwezig zou zijn, zoals in de Canvas uitzending werd gezegd, dan is het waarschijnlijk dat die mensen op zoek gaan naar ‘blind spots’ in Europa waar zij geleidelijk aan weer mensen kunnen indoctrineren en trainen, of dat zij nieuwe nissen zoeken te creëren of vroegere uit te breiden (zoals werken via vrouwen of ontdekken en activeren van kandidaat-‘lone wolves’). En is Emni niet fysiek aanwezig, dan zal vooral via cybertechnieken gewerkt worden.

Men kan perfect begrijpen dat onze Veiligheidsdiensten en overheden over hun aanpak niet zomaar openlijk communiceren, maar wanneer men ziet dat ze zelfs over het al dan niet terughalen van kinderen jonger dan bijvoorbeeld 8 jaar niet tot beslissingen kunnen komen die zij in de praktijk kunnen omzetten, dan stel ik mij als gewone burger toch vragen over hoe het reëel gesteld is met het gehele preventiebeleid inzake jihadisme in de toekomst?

Eigenlijk is het enige wat men merkt dat een aantal zaken gebeuren die eigenlijk de evidentie zelf zijn (zoals het in de gaten houden van teruggekeerden en een goed toezicht op wat in de gevangenissen mogelijk kan gebeuren op vlak van jihadisering), met daarnaast ook nog eens een serieuze poging tot ontsalafisering van de Grote Moskee in het Brusselse Jubelpark.

Voor de rest is het moeilijk om te zien hoe ver het nu reëel staat met de preventie op jihadisering. Want veel van wat op dat vlak gebeurt heeft eigenlijk vooral te maken met creatie van rolmodellen en dat is verdienstelijk en nodig. Maar ik vrees dat kwetsbare mensen die vatbaar zijn voor jihadisering daar niet al te veel boodschap zullen aan hebben.

Met andere woorden, er zal meer nodig zijn dan af en toe een zogenaamd modelproject in de kijker stellen, waar dan meestal jongeren op afkomen die eigenlijk toch niet diegenen zijn die vroeg of laat bijvoorbeeld naar Libië of elders zullen vertrekken.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Johan Leman

Johan Leman is antropoloog, voorzitter van Foyer vzw Molenbeek en emeritus professor aan de KU Leuven.