De schuld van de familie Jones

 Leestijd: 5 minuten2

Stel u dit tafereel voor. U hebt zopas uw fonkelnieuwe auto opgehaald. U bent dolblij. Eindelijk hebt u een vervanger voor zijn versleten voorganger, die al even hard uitblonk in onbetrouwbaarheid als in een gebrek aan cool. Deze kar ziet er (letterlijk) schitterend uit, rijdt als een droom, en de zetels zijn meer comfortabel dan het bankstel in uw salon.

Maar wat ziet u vanuit uw ooghoek? Uw buren, de familie Jones, hebben ook een nieuwe auto? En hij is groter, en nog glimmender dan de uwe? Uw dag is om zeep. Gelukkig bent u een dierenliefhebber, anders kreeg de kat zeker een flinke trap.

(Foto: Pixabay (c) eugeniu)

Wanneer we het over de irrationaliteit van ons, stervelingen, hebben, dan lijkt dit soort situatie een goed voorbeeld. Uw nieuwe auto voldeed aan al uw behoeften… maar de familie Jones heeft een betere wagen.

Om de waarde van een auto te bepalen, kijken we niet enkel naar de praktische, materiële eigenschappen zoals de koffercapaciteit, het acceleratievermogen of de betrouwbaarheid, of zelfs de emotionele voldoening die we ervaren wanneer we ons achterwerk neervlijen in de leren stoelen of het insigne zien op de motorkap.

We willen ook een auto die ons minstens evenveel status geeft als die van onze collega’s, onze vrienden en natuurlijk onze buren. En dat geldt voor ons huis, onze vakanties, onze kleren, en zelfs onze opleiding. In het Engels heet dat ‘keeping up with the Joneses’ – tred houden met de Jansens, zeg maar.

In positie

Economen spreken hier van positionele goederen, een term die voor het eerste werd gebruikt door Fred Hirsch (ik schrijf dit stukje op slechts enkele kilometers van waar hij woonde net voor hij voortijdig overleed op 46-jarige leeftijd).

Dit vergelijken met onze gelijken is wellicht een evolutionair fenomeen. Het is immers niet de absolute hoogte van een bloem die bepaalt hoeveel zon ze krijgt: wat telt is of ze hoger is dan de bloemen er rondom.

Hirsch had bemerkt dat het voor de meeste mensen net voldoende is, beter af te zijn dan hun ouders of grootouders. Als iedereen tot de middenklasse behoort, behoort niemand ertoe. En dus moet je toch een voetje voor hebben op je buren, en dat betekent dus dat je schaarse goederen moet aanschaffen, die zij zich niet kunnen permitteren.

Dit vergelijken met onze gelijken is wellicht een evolutionair fenomeen. Het is immers niet de absolute hoogte van een bloem die bepaalt hoeveel zon ze krijgt: wat telt is of ze hoger is dan de bloemen er rondom.

Om werkelijk indruk te maken op een wijfje moet een mannetjespauw een staart hebben die groter is dan die van zijn rivalen; om de leiding van de kudde te krijgen of the houden heeft het alfamannetjeshert een gewei nodig dat meer grandioos is dan dat van zijn rivalen.

“Hey, Jones, wat denk je van dit gewei, hé?” (foto: werner22brigitte)

Het is dus ook niet verrassend dat we ook belang hechten aan hoe het staat met ons salaris in vergelijking met anderen, als dat even kan. Amos Tversky en Dale Griffen beschrijven een experiment uit 1991 waarin ze aan een groep laatstejaarsstudenten twee jobs voorstellen: eentje met een jaarsalaris van 35.000 dollar, bij een firma waar mensen met een gelijkwaardige opleiding en ervaring 38.000 dollar verdienen, en de andere met een jaarinkomen van 33.000 dollar, waar gelijkaardige collega’s 30.000 dollar verdienen.

Wanneer hen gevraagd werd met welke job ze het meest tevreden zouden zijn, was dat voor 62% de baan met het laagste inkomen, waar ze meer zouden verdienen dan hun collega’s.

Sara Solnick en David Hemenway voerden een gelijkaardig onderzoek, en stelden vast dat de helft van hun deelnemers een wereld verkozen waarin ze 50.000 dollar per jaar zouden verdienen als anderen een inkomen van slechts 25.000 hadden, boven een wereld waarin zijzelf 100.000 dollar zouden verdienen, maar anderen een salaris zouden hebben van 200.000 dollar.

Dit is niet enkel zo in het lab. Illusoire superioriteit (ook wel bekend als het Lake Wobegon effect, naar het fictieve stadje uit het werk van Garrison Keillor, waar “alle vrouwen sterk zijn, alle mannen knap, en alle kinderen beter dan gemiddeld”) zorgt ervoor dat we ontevreden zijn wanneer we minder worden betaald dan onze gelijken. We zijn immers toch beter dan de meesten onder hen?

Salariswapenwedloop

Dat is waarschijnlijk de reden waarom gedwongen transparantie met als doel het bedwingen van het salaris van topleidinggevenden weinig succesvol is gebleken. Alexandre Mas bekeek zo’n maatregel die het openbaar maken van topinkomens oplegde, en stelde vast dat ze in werkelijkheid waren toegenomen.

In een studie uit 2012 onderzocht Cornelius Schmidt de evolutie van de totale compensatie van topmensen in Duitsland nadat door een hervorming van de ondernemingsbestuursregelgeving bedrijven werden verplicht de details van de topinkomens bekend te maken.

Hij besluit dat “verhoogde openbaring kan leiden tot een, wellicht ongewenst, effect van hogere compensatieniveaus, en mogelijk recente gevallen van buitenissige compensatie verklaart.”

Dit soort wapenwedloop reduceert de algemene welvaart, stelt Robert Frank, een econoom die al decennialang positionele goederen bestudeert. In zijn boek The Darwin Economy vergelijkt hij de goedaardige evolutie van de snelheid van gazelles met de nefaste evolutie van de grootte van het gewei bij elanden. Bij gazelles betekent sneller worden een grotere kans dat je aan een cheetah kunt ontsnappen.

Dit is voordelig voor zowel het individu als voor de soort als geheel. Bij elanden daarentegen is het gewei vooral van nut bij gevechten met andere mannetjes, en daardoor zorgt natuurlijke selectie voor steeds grotere, loggere geweien.

Dat is goed voor het individu, maar slecht voor de soort: voor een roedel wolven is een eland die een gewei van 18 kg torst een makkelijker prooi. Zo’n reuzegewei is een verspilling van middelen, en dat is ook voor ons mensen het geval met het najagen van een hogere wedde of een grotere auto.

Maar wat als het niet om individuen, maar om hele bevolkingsgroepen gaat, die zich tekort gedaan voelen? Inkomensdiscriminatie op basis van geslacht of etniciteit is een thema dat geregeld terugkeert.

Maar wat als het niet om individuen, maar om hele bevolkingsgroepen gaat, die zich tekort gedaan voelen? Inkomensdiscriminatie op basis van geslacht of etniciteit is een thema dat geregeld terugkeert. Recent haalde het de koppen in het VK toen enkele weken geleden Carrie Gracie ontslag nam als hoofdredactrice China bij de BBC omdat ze schromelijk onderbetaald werd in vergelijking met haar gelijken.

Een rapport van PwC over salarisongelijkheid bij de BBC stelde een inkomenskloof tussen mannen en vrouwen vast van ongeveer 7% onder 824 BBC-journalisten. Maar betekent dat noodzakelijk dat er sprake is van een bias in de salarisbepaling? (Het rapport zegt van niet.)

Een van de problemen is inderdaad de moeilijkheid om de niet-geslachtsgerelateerde elementen in het salaris te isoleren. Het gebrek aan duidelijkheid betekent dat het moeilijk is een grondig inhoudelijk debat te voeren. Spreken we over het totale jaarinkomen, of het uurloon? Vergelijken we deeltijdse met voltijdse banen?

Wat zit er achter de kloof?

Maar een zeer recente studie van vijf economen bij het taxiplatform Uber, die meer dan 740 miljoen ritten onderzocht, werpt welkom licht op de discussie. Bij toeval stelden de onderzoekers vast dat de inkomenskloof tussen mannelijke en vrouwelijke Uberchauffeurs ook circa 7% was, net als bij de BBC-journalisten.

Dit verbaasde de auteurs, die hadden verwacht dat het geslachtsblinde algoritme dat ritten toewijst elke discriminatie zou hebben vermeden. Een onder hen, de gedragseconoom John List, had zelfs een licht voordeel voor de vrouwen verwacht. Zij werken immers minder lang, en kunnen dus de meest lucratieve tijdstippen kiezen; hij vermoedde ook dat klanten een kleine voorkeur hebben voor vrouwelijke chauffeurs.

De ‘Uber wage gap’.  Bron: Stanford

Maar neen dus: een voordeel van 7% voor de mannen. Hoe kan dat? Het onderzoek wees uit dat de kloof totaal kan worden verklaard door drie factoren. De eerste is de ervaring van de chauffeur. Dit bevoordeelt diegenen die langer werken, en die langer in dienst blijven. Zij leren zo welke ritten te accepteren en welke te verwerpen. Deze factor is verantwoordelijk voor 1/3 van het verschil.

De belangrijkste factor, verantwoordelijk voor de helft van de kloof bij Uber, is de gemiddelde snelheid: mannen rijden sneller.

De keuze waar te rijden verklaart ongeveer 20% van de kloof: mannen hebben de neiging de meer winstgevende locaties te kiezen. Maar de belangrijkste factor, verantwoordelijk voor de helft van de kloof, is de gemiddelde snelheid: mannen rijden sneller.

Wat kunnen we hieruit besluiten? De inkomenskloof tussen mannen en vrouwen kan volledig het gevolg zijn van de voorkeuren van de werknemer, zoals bleek bij Uber, zonder dat er enige sprake is van onheuse invloeden bij het bepalen van de inkomens.

Maar objectief bepalen wat er schuilt achter een verschil in salaris voor de meeste andere jobs is bijzonder moeilijk. En dat betekent dat oneerlijkheid – werkelijk of ingebeeld – naar alle waarschijnlijkheid onze houding ten opzichte van inkomens zal blijven beïnvloeden.

Als we de situatie van anderen niet kennen, dan kunnen we best tevreden zijn met ons lot. Maar zodra we weten dat ze het een beetje beter hebben dan wij, zorgt onze ingebakken drang om onszelf te vergelijken met de familie Jones, en ze bij te benen, ervoor dat de wapenwedloop onverminderd verdergaat.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.