‘Aanbevelingen voor meer inspraak van actieve commoners’

 Leestijd: 7 minuten1

Steeds meer burgers steken via allerhande commons- en deelinitiatieven zelf de handen uit de mouwen voor een betere leefomgeving. Hoewel deze burgerenergie voor veel lokale besturen nog een ver-van-hun-bed-show is, kijken andere niet langer weg. Zo liet de stad Gent transitiedenker Michel Bauwens onderzoeken welke piste ze het best kan bewandelen om deze burgerinitiatieven nog beter te stimuleren en te ondersteunen: Vergt dit een nieuwe rol voor het stadsbestuur? Maar ook en vooral: wat is daarvan de impact op onze democratie en de rol van burgerparticipatie in onze samenleving?

Als bedenker van de peer-to-peer[1]-beweging geniet Michel Bauwens al een tijdje heel wat aanzien. Overal in de wereld toont hij mensen hoe commons en peer-to-peer centrale hefbomen kunnen zijn voor maatschappelijke verandering. Zijn echte thuis is Thailand, maar dit jaar keerde hij voor drie maanden terug naar zijn geboorteland om samen met de Gentse administratie en vijfhonderd commons-initiatieven te werken aan een ‘Commons Transitie Plan’ voor Gent.

Michel Bauwens (Foto: ID (c) Fred Debrock)

Michel Bauwens (Foto: ID (c) Fred Debrock)

Wat is dat eigenlijk een ‘commons stad’?

“De laatste tweehonderd jaar werden maatschappelijke uitdagingen door onze beleidsmakers altijd aangepakt door goederen en diensten te nationaliseren en/of te privatiseren. De burgermaatschappij krijgt daarin slechts een plaats in de marge. Hoe langer hoe meer zien we dat die oplossingen niet meer werken.

En terwijl ons economisch en democratisch systeem op haar grenzen botst, slagen allerhande burgers er wél in om via een (nieuw) model van samenwerking een efficiënte, ecologische en burgervriendelijke oplossing te vinden voor concrete problemen.

“Gent heeft al een degelijke infrastructuur die de transitie ondersteunt.”

Dat stemt tot nadenken. Moet de burger geen prominentere rol krijgen in het beleid? Wél, in een commons stad wordt precies die burgermaatschappij de kern. De markt en/of de overheid werkt in dit systeem niet meer voor de burger, maar mét de burger. Burger en bestuur worden gelijkwaardige partners.”

Beschikt de stad Gent al over een goede basis om te evolueren naar een commons stad?

“Ik denk dat Gent écht klaar is om ambitieuze stappen te ondernemen. De stad beschikt over een uitzonderlijk groot menselijk kapitaal voor de verdere ontwikkeling van de commons. Er is een grote groep burgerinitiatieven aanwezig die een alternatieve aanpak ontwikkelt rond onder meer voedsel, mobiliteit en wonen. De laatste tien jaar is die beweging trouwens vertienvoudigd, een exponentiële groei.

Daarnaast heeft de stad een erg actief middenveld dat de commons in verschillende sectoren ondersteunt. Die commons worden op hun beurt, in meer of mindere mate, gesteund door de overheid. Want ook dat is een echt pluspunt: Gent heeft een unieke administratieve cultuur met heel wat geëngageerde ambtenaren. Ik denk aan de talrijke wijkregisseurs, sociale regisseurs en brede scholen.

Gent heeft al een degelijke infrastructuur die de transitie ondersteunt. Bovendien laat de relatief grote politieke stabiliteit het stadsbestuur toe om een bepaalde langetermijnvisie door te voeren.”

Waar laat Gent nog steken vallen bij de ondersteuning van deze commons-initiatieven?

“De stad is vandaag actief op drie verschillende niveaus: ze helpt inwoners om hun project vorm te geven, ze ondersteunt betrokken middenveldorganisaties en helpt ‘generatieve’[2] bedrijven opdat ze sterker staan. Maar dat gebeurt feitelijk allemaal vrij ad hoc. Ook zijn er altijd klachten van te veel controle en wantrouwen. De stad wil nog te vaak alles zelf doen. En de regelgeving voor commons-initiatieven is nog niet aangepast aan de context van burgerinitiatieven.

Dertig jaar marktdenken heeft een regelgeving voortgebracht die gebaseerd is op wantrouwen. De onderliggende logica is dat mensen op zoek zijn naar profijt en je ze dus niet kan vertrouwen. In een ‘commons’ denken mensen anders. Het gaat hen niet om de winst, maar om het succes van hun project te doen slagen.”

Kan u dit verduidelijken met een concreet voorbeeld?

Kortom: op stedelijk, maar zeker ook op Vlaams en federaal niveau zijn aanpassingen nodig van de regelgeving

“Denk maar aan allerhande collectieve woonvormen zoals Labland[3], Wooncoop[4] en Community Land Trust[5] die ontstaan vandaag. De oude reglementering van sociale huisvesting daarop toepassen werkt gewoon niet.[6] Ook de interne organisatie in de stadsadministratie is nog te vaak gefragmenteerd waardoor bepaalde initiatieven tussen twee stoelen vallen.

Zo krijgt ‘Rabot op je bord’, een landbouw- en kruideniersproject in Gent, steun van de stad en onrechtstreeks ook subsidies van Vlaanderen. Maar dan stoot het initiatief op federale BTW- en voedselregulering waar ze moeilijk aan tegemoet kan komen. En dat remt de ontwikkeling van zo’n initiatief.”

In uw onderzoeksrapport doet u een aantal concrete aanbevelingen. Wat zijn belangrijke stappen die de stad moet ondernemen om een commons stad te worden?

“Naast fragmentatie en onaangepaste regelgeving is een gebrek aan (juridische) kennis over de mogelijkheden om die regelgeving aan te passen waar nodig, ook een drempel.[7] Via een institutioneel kader voor gelijkwaardige samenwerking kan de stad Gent daaraan tegemoet komen.

En drie zaken staan daarin centraal. Als eerste stel ik voor om een stadslabo op te richten dat (beginnende) burgerinitiatieven met elkaar in contact brengt en ondersteunt in het realiseren van hun doelen. Zo’n labo biedt een oplossing voor de fragmentatie aan initiatieven in de stad en maakt het mogelijk om krachten te bundelen.

De oprichting van een Staten-generaal voor de burgerinitiatieven lijkt mij daarbij erg waardevol om burgers hun wensen en verwachtingen ten aanzien van het beleid extra te benadrukken. Het stadsbestuur liet al weten daarvan voorstander te zijn.

Panelgesprek in Gent (Foto (c) Maud Peeters)

Panelgesprek in Gent (Foto (c) Maud Peeters)

Ten tweede raad ik aan om per sector een ondersteunende beleidsgroep – een transitieraad- op te richten met vertegenwoordigers van de stad, het maatschappelijk middenveld, kennisinstellingen en generatieve en klassieke marktspelers. Samen kunnen ze een visie ontwikkelen over de commons als nieuw politiek, sociaal en economisch gegeven.

Ten slotte zie ik heil in de oprichting van een juridische cel met een jurist van de commons en een van de stad. Zij kunnen samenwerken om waar nodig bepaalde regelgeving aan te passen.  Als de stad rekening houdt met deze drie aanbevelingen denk ik dat dit model heel wat experiment kan toelaten, en tegelijk de inspraak verhoogt van actieve commoners in de transitiepolitiek van de stad.”

Waar haalde u de mosterd voor dit institutioneel kader?”

“Het idee van een ondersteunende beleidsgroep bouwt verder op wat er in Gent reeds aanwezig is. Voor de landbouwsector is er de transitieraad ‘Gent en Garde’, een initiatief dat past binnen het Gents Klimaatplan en bestaande projecten op vlak van duurzame voeding en stadslandbouw tracht te versterken en verbreden. Maar ook nieuwe projecten mee helpt opstarten.

In deze groep zitten onder meer spelers van de Boerenbond, de universiteit Gent, Samenlevingsopbouw, Oxfamwereldwinkels en Velt. Ook zit er een vertegenwoordiging van burgers bij die zelf initiatieven nemen rond stadslandbouw. Als we er in slagen om deze structuur op te richten in andere sectoren zoals mobiliteit, wonen en energie, dan kunnen we de stad of samenleving als geheel permanent voeden met voorstellen en sociale innovatie van commons-gerichte initiatieven.

Commons steunen dan wel op een vorm van gemeenschappelijkheid, an sich zijn ze egoïstisch.”

Een stadslabo kan georganiseerd worden volgens het model van de Italiaanse co-cities, met het meest recente experiment in Turijn.[8] Aandacht gaat hierbij vooral uit naar het ondersteunen van experimenten, het opstellen en ondersteunen van commons-akkoorden, maar evengoed het mobiliseren van steun.

De juridische cel kan naar het voorbeeld van de Italiaanse stad Bologna een commons reglement[9] ontwikkelen. Dit reglement geeft elke burger een ‘recht op initiatief’. Wat volgt is een evaluatieprocedure door de stad en een ‘common akkoord’ waarbij de stad bekijkt welke steun ze kan verlenen en de ondersteuningscoalities kan mobiliseren.”

Deze aanbevelingen schreef u specifiek voor het stadsbestuur van Gent. Is het ook toepasbaar op andere steden en gemeenten? Wat zijn basiselementen voor een goede commonspolitiek?

“Deze aanbevelingen zijn algemeen en kunnen ter inspiratie dienen voor elke stad of gemeente. Of deze ‘institutionele ingrepen’ al dan niet werken zal afhangen van de aanwezigheid van een actieve burgerbeweging en de bereidheid van beleidsmakers en ‘generatieve’ marktspelers om mee te stappen in dit verhaal.”

De Wakkere Burger (beweging voor participatie en democratie) ziet bij alle vormen van burger- en beleidsparticipatie steeds dat bepaalde ‘publieken’ niet aan bod komen: etnisch-culturele minderheden, jongeren, laaggeschoolden…  Houdt deze commons-evolutie geen gelijkaardig risico in?

Commons initiatieven vormen evenzeer een uitdaging voor het klassieke middenveld.

“Net zoals dat de beter opgeleide arbeiders in het verleden de brede arbeidersbeweging hebben vormgegeven, wordt de commons-beweging vooral gedragen door actieve burgers met een zeker educatief en sociaal kapitaal. Maar hun initiatief komt wel de hele samenleving ten goede. Het is de kunst om via deze groep een dynamiek op gang te krijgen die iedereen mee krijgt. En ik denk dat de overheid hier een cruciale rol heeft als bewaker van het algemeen belang.

Want commons steunen dan wel op een vorm van gemeenschappelijkheid, an sich zijn ze egoïstisch en erop gebrand om voor zichzelf te zorgen. We hebben daarom een overheid nodig die inclusiviteit stimuleert en de juiste beleidsacties onderneemt om bepaalde doelgroepen mee te trekken in dit verhaal. En dat is geen natuurlijk proces, daar heb je politieke wil voor nodig.”

In hoeverre kunnen middenveldorganisaties een ondersteunende en faciliterende rol spelen?

Bijeenkomst in Gent (Foto (c) Maud Peeters)

Bijeenkomst in Gent (Foto (c) Maud Peeters)

“Commons initiatieven brengen nieuwe vormen van coördinatie en beheersvormen met zich mee. Zo zijn ze vaak gebaseerd op vrijwillige bijdragen en horizontale netwerken. Ze vormen dus niet alleen een uitdaging voor de overheid, maar evenzeer voor het klassieke middenveld.

De meeste Gentse burgercollectieven rekenen zichzelf niet tot het (klassieke) middenveld, maar worden er wel vaak door ondersteund. En dat vaak op een alternatieve manier, want dat hebben die initiatieven nodig.

Heel wat middenveldorganisaties evolueren vandaag naar wat ik noem een ‘infrastructurele organisaties van de commons’. Dat is geen organisatie die zelf een probleem analyseert en oplost, maar een organisatie die alles zo organiseert of installeert dat de burger het probleem zelf kan oplossen.

Denk maar aan de cruciale rol van Samenlevingsopbouw op de Gentse Rabot-site. Zij hebben onder meer de complementaire munt de Toreke geïnitieerd, een alternatief systeem om mensen te verlonen voor hun inzet voor de buurt. Net zoals bij de overheid een faciliterende rol, als het ware.”

Vandaag hunkeren burgers naar een nieuw democratisch model waarbij het initiatief voor verandering van bij de burger komt. Maar ook hier rijst de vraag wie de samenleving dan stuurt in een commons stad: is dat een meerderheid die democratisch is verkozen of de visie van een paar commons die toevallig aanwezig zijn?

Inclusiviteit stimuleren is geen natuurlijk proces, daar heb je politieke wil voor nodig.

“Vandaag geven heel wat lokale besturen binnen het bestaande representatieve model inspraak aan burgers. Maar in de meeste gevallen gaat het om inspraak binnen een welbepaald kader waarbij het bestuur de eindbeslissing neemt. En dat zorgt voor frustratie bij inwoners. Heel wat burgers willen buiten de lijntjes kleuren. Daarbij zijn commons en burgerinitiatieven ook niet ‘representatief’, maar wijzen ze op een nieuwe logica van ‘bijdragen’ of ‘contributies’.

Hun beheers- en beslissingsmechanismen hebben heel dikwijls een ‘contributief’ karakter waarbij hun bijdrage tot een gemeenschappelijk project, in het co-productieproces, de ‘stem’ verleent. Zo wordt de inrichting van een commonsgericht park bijvoorbeeld niet alleen bepaald door de overheid, noch door privébelangen, of de mensen die rond het park wonen. Wel door zij die bijdragen aan het park.

Ik zie deze contributieve logica als een verrijking van de representatieve democratie. De specifieke uitdaging voor onze democratie is de juiste samenwerking vinden om de representatieve logica te verbinden met de ‘contributieve’ logica van de commons en de burgerinitiatieven.”

(Dit artikel verscheen eerder in TerZake Magazine, een uitgave van De Wakkere Burger vzw)

[1] Peer-to-peer of ook wel ‘burger-tot-burger’. Burgers die op een gelijkwaardige manier samenwerken in een (groeiend) netwerk.

[2] ‘Winstgevende’ bedrijven die duurzaam denken en willen investeren in een sociale en morele economie.

[3] Experimenteerplek voor stedelijk wonen en bouwen in de toekomst. www.labland.be.

[4] Wooncoöperatie. www.wooncoop.be.

[5] Een Community Land Trust combineert individuele eigendomsrechten met collectieve landeigendom. Deze rechtsvorm leidt tot een coöperatie zonder winstoogmerk die eigendom afstaat aan individuen en de gemeenschap. https://communitylandtrust.wordpress.com/

[6] Lees verder in een TerZake-dossier meer over juridische en stedenbouwkundige knelpunten voor het Samenhuizen in de Stad Gent.

[7] Lees verder in een TerZake-dossier over Labland.

[8] http://www.labgov.it/2017/03/30/5901/

[9] In 2014 keurde Bologna de stedelijke wet ‘Bologna regulation for the Care and  Regeneration of the Urban Commons’ goed.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Lisa Schouppe

Lisa Schouppe is medewerker communicatie en redacteur TerZake Magazine bij De Wakkere Burger vzw, beweging voor participatie en democratie.