Afkoopwet legt oorzaken onbehoorlijk lobbyen bloot

 Leestijd: 7 minuten1

De recente geschiedenis van ons land wordt gekenmerkt door opeenvolgende schandalen. Ibramco, de milieubox, het obussencontract, Superclub-KS, de ‘smeerpijp’, de parkeermeterfraude, Uniop, Tractebel, Fortis, L&H, de dioxinecrisis, Sabena, de verkoop van het Financiëngebouw; het lijstje is eindeloos lang. Telkens gevolgd door een gerechtelijk en/of parlementair onderzoek. Maar wat hebben die onderzoeken ons opgeleverd?

Justitiepaleis, Brussel (Foto: (cc) Erasmushogeschool)

Justitiepaleis, Brussel (Foto: (cc) Erasmushogeschool)

Al mag ons land de eer opeisen bij de koplopers te zijn, dan is het fenomeen van beïnvloeding en corruptie een probleem voor de gehele aardbol. En het wordt ook algemeen onderkend: het Verdrag van Straatsburg inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie heeft de lidstaten van de Raad van Europa in 1999 nog bijkomende verplichtingen opgelegd om het fenomeen doelmatig aan te pakken. Gevolg: Tecteo, Publifin, Publipart, Optima, Arco, Kazachgate, Samusocial.

Ook de wijze waarop over schandalen gerechtelijke onderzoeken werden gevoerd, de verjaring moest worden vastgesteld, of er geen verder gevolg aan gegeven werd kwam regelmatig in het nieuws.

Misbruik diep geworteld

Als je het allemaal op een rijtje zet kan je niet anders dan besluiten dat wij er niet meer in slagen dergelijke schandalen te vermijden en te sanctioneren: misbruik van privé belang en het verlengstuk ervan, corruptie, is diep ingeworteld in onze samenleving, en de schade die de samenleving er door lijdt, is niet te becijferen.

Misbruiken in deze materie zijn er altijd al geweest en die zullen altijd en overal blijven bestaan: het volkse gezegde dat iedereen zijn prijs heeft, heeft immers een reden van bestaan.

Wie begaan is met het maatschappelijk belang kan en mag er zich natuurlijk niet bij neerleggen: vooral daar de onmacht om er wat aan te doen groter wordt naargelang er onderzoeken over gevoerd worden en er maatregelen worden voorgesteld om het fenomeen in te dijken.

Wat is er dan zo volkomen mis dat het tot dergelijk moeilijk te bestrijden fenomeen heeft geleid?

WEP

Tegenover misbruik van privé belang en corruptie staat wat er tegen moet worden beschermd. Het algemeen belang wordt in de huidige maatschappij grotendeels bepaald door het Wetenschappelijk en Economisch Potentieel ( WEP).

Het is dan ook dan ook logisch dat de inlichtingendiensten die het maatschappelijk belang moeten beschermen de bijkomende bevoegdheid verkregen om hierin op te treden. En het Vast Comité I, dat deze diensten controleert, maakte er een diepgaand onderzoek over dat in het jaarverslag 2003 uitvoerig werd gerapporteerd.

Hoewel dat van bij de start van het onderzoek helemaal niet werd vermoed kwam het comité I, naargelang het onderzoek vorderde, tot een belangrijke vaststelling: het grote belang van beïnvloeding en lobbying:

“Jean-Louis Levet, een Frans economist en hoge ambtenaar, is van mening dat beïnvloedingspraktijken een van de vier essentiële functies zijn van economische intelligentie.”

“De Staat en de overheden worden een belangrijk doelwit op de inlichtingenmarkt.”

“Op eender welk niveau (Europees, federaal, regionaal, -gemeenschap, provinciaal of gemeentelijk) is de overheid het voorwerp van steeds meer interventies, niet alleen vanwege buitenlandse regeringen, maar ook vanwege private industriële en professionele sectoren die evolueren van belangengroep tot drukkingsgroep.”

De druk is in grote mate het gevolg van lobbying, dat sommigen beschrijven als ‘de kunst om het algemeen belang te plooien naar privé-belangen, economische belangen of de belangen van een vereniging’”.

Lobbying

In al de hiervoor aangehaalde schandalen is “De kunst om het algemeen belang te plooien naar privé-belangen, economische belangen of de belangen van een vereniging” steeds nadrukkelijk aanwezig.

In vele dossiers waren er ook minstens ernstige aanwijzingen en meermaals bewijzen voor de meest nefaste vorm ervan: corruptie.

Maar corruptie is een moeilijk te vervolgen misdrijf: je moet het persoonlijk en ontoelaatbaar geldgewin bewijzen, en dat is voor wie de kunst verstaat om aan lobbying te doen en naargelang er hoge ambtenaren of politiekers bij betrokken zijn ook een goed gekende aangelegenheid.

Corruptie is een moeilijk te vervolgen misdrijf

Meerdere onderzoeken die wel ernstige aanwijzingen opleverden, strandden bij gebrek aan een sluitend bewijs van ongeoorloofde betalingen.

De Tractebel zaak was er een schoolvoorbeeld van: onderzoeksrechter Van Espen kon wel bloot leggen wat er allemaal was mis gegaan met het contract van Tractebel met Kazachstan, het bewijs van de omvangrijke kick backs die naar België waren teruggestroomd kon ook hij niet vinden.

Dat er intussen bijkomende technische middelen zijn om verdachte geldstromen te traceren en er een witwas cel werd opgericht die werkend in een internationale organisatie hierover meldingen moet krijgen, heeft evenmin het fenomeen binnen aanvaardbare proporties kunnen brengen.

Uit de cijfers van de cel blijkt overigens hoe weinig de meldingen aan het parket hebben opgeleverd. De verplichting zoals opgelegd door het Verdrag van Straatsburg om doeltreffende opsporing en bestraffing van corruptie mogelijk te maken moet ons beleid daarom aanzetten om verder te zoeken naar aangepaste vormen van bestrijding van dit maatschappelijk erg schadelijk fenomeen.

Vervolgen en sanctioneren

De parketten hebben getracht om de strijd tegen de megafraude waarvan het hier behandelde fenomeen een onderdeel is, op te voeren.

Dat heeft bij meerdere parketmagistraten het gevoel opgeleverd dat zij er niet toe in staat zijn dergelijke omvangrijke en moeilijke dossiers tot voor de strafrechter te brengen: langdurigheid van het onderzoek, gevaar voor verjaring en gebrek aan duidelijk bewijs.

De overtuiging dat het too big to prosecute, is heeft hen en het beleid doen zoeken naar andere vormen van sanctionering: “beter één vogel in de hand dan veel in de lucht”.

Uit deze overweging ontstond de gedachte om een moeilijk te behalen rechterlijke veroordeling te vervangen door een heel wat gemakkelijker te bekomen “minnelijke schikking”. Deze gedachte werd omgezet in een wet die de naam afkoopwet kreeg: de verdachte kon zijn proces afkopen.

De afkoopwet

Deze nieuwe vorm van vervolging en sanctionering had een aanvaardbare vorm kunnen krijgen indien de daarbij toepasselijke grondwettelijke en supranationale principes van het eerlijk proces waren gehandhaafd. Dat gebeurde evenwel niet.

De uitgebreide minnelijke schikking bleef een deal tussen procespartijen die enkel op grond van opportuniteit werd beoordeeld en die niet in openbare zitting aan de strafrechter werd voorgelegd. Om die reden werd de wet door het Grondwettelijk Hof dan ook afgekeurd.

Dat er wat grondig mis mee was leidde ook tot een parlementair onderzoek: de Kazach-commissie. Door de vaststellingen en hoorzittingen van deze onderzoekscommissie is intussen klaarheid gebracht in de ‘disfuncties’ die aan de grondslag liggen van wat mis is gegaan.

De onderzoekscommissie

‘Zowel in Brussel als in Antwerpen werd er stevig ‘gelobbyd’ om de wet er door te krijgen’

Het parlementair onderzoek naar de wijze waarop de wet op de verruimde minnelijke schikking tot stand kwam heeft onbetwist één fenomeen bloot gelegd: zowel te Brussel als te Antwerpen werd er stevig ‘gelobbyd’ om de wet er door te krijgen. Ook het gevolg daarvan kan niet worden ontkend: de werking van de drie grondwettelijke machten werd er ernstig door aangetast.

Brussels luik afkoopwet

In het Brusselse facet trad een gewezen Senaatsvoorzitter op als zakenadvocaat-lobbyist voor het belang, niet van zijn eigen, maar van de Franse Staat. Om een verkoop van gevechtshelikopters door de Franse staat mogelijk te maken lobbyde hij voor een wetswijziging die kon voldoen aan wat er door de Franse staat werd gevraagd: vermijden dat bepaalde personen strafrechtelijk zouden worden veroordeeld.

Twee andere elementen zijn daarbij opmerkelijk: het gebeurde op afgeschermde wijze en langs kanalen die sterke gelijkenis vertonen met de wijze waarop een delicate inlichtingenoperatie verloopt.

Het initiatief kwam van een Franse politieprefect en in opdracht van het Elysee, en er werd een parallelle organisatie, een internationale ridderorde met diplomatiek statuut, ingeschakeld.

Dat de betrokken zakenadvocaat, voorheen ook voorzitter van de parlementaire commissie die het Vast Comité I begeleidt, over inlichtingen beschikte die door de Veiligheid van de Staat worden bijgehouden maakt de verwarring tussen een lobby- en een inlichtingenoperatie nog groter. Dat er een betaling gebeurde langs de rekening van een lid van de Koninklijke entourage kan ook een uitleg verkrijgen: de immuniteit van een Staatshoofd wordt wel meer misbruikt om er een ‘verlengde’ onschendbaarheid door te verkrijgen.

In dit facet valt ook de houding van de parketmagistratuur op: de procureur-generaal paste een wet toe die nog niet was gestemd en maakte zelfs een dienstbrief waarin hij enerzijds aangaf waarom er nog geen toepassing kon van gemaakt worden en hij anderzijds wees op ‘bijzonder uitzonderlijke’ omstandigheden die zijn persoonlijke tussenkomst noodzakelijk maakten.

Deze dubbelzinnigheid is niets meer dan de veruiterlijking van wat de afkoopwet, waar het hier om te doen is, inhoudt: zakenadvocaten die op afgeschermde wijze lobbyen met parketmagistraten om de verplichtingen van het eerlijk proces, de behandeling voor de strafrechter in openbare zitting, te vermijden.

Antwerps luik afkoopwet

‘Zakenadvocaten die op afgeschermde wijze lobbyen met parketmagistraten om de verplichtingen van het eerlijk proces te vermijden’

Het Antwerpse luik maakt het nog veel duidelijker: daar werd de procureur-generaal zelf een actieve lobbyman die overlegde met de zakenadvocaten van de diamantlobby om de politieke besluitvorming te beïnvloeden voor de stemming van een door hem zelf geschreven wetsvoorstel.

Ook hier zijn dezelfde nefaste kenmerken van een uit de hand gelopen wijze van lobbying aanwezig: de procureur-generaal ontkende publiekelijk het geheim overleg maar moest voor de onderzoekscommissie, onder druk van zijn eigen documenten, afstand nemen van zijn herhaalde ontkenningen.

Zijn toenmalige financiële substituut Nijs verklaarde onomwonden waarom er niet verder werd vervolgd: firma’s kunnen geen gevangenisstraf krijgen – zoveel als zeggen dat witteboordcriminelen niet kunnen opgesloten worden.

Bovendien bekende de zakenadvocaat-professor Verstraeten, die als expert in de Senaat was gehoord, dat hij ook voor die prestatie als onpartijdig expert door de Antwerpse diamant werd betaald.

Disfunctie

Het parlementair onderzoek is er in geslaagd de belangrijkste ‘disfunctie’ aan het licht te brengen: de wijze waarop de afkoopwet werd gemaakt en toegepast is als de institutionalisering van de kwaal die aan de grondslag ligt van het fenomeen dat erdoor wil bestreden worden.

De wijze waarop betrokken partijen op vertrouwelijke wijze tot een deal komen vertoont alle kenmerken van onbehoorlijke lobbying: het gebeurt tussen de betrokken partijen, op afgeschermde wijze, er wordt een schikking gemaakt, en extern toezicht wordt er door vermeden.

Wat de waarde van de schikking en de daarvoor aangevoerde opportuniteitsreden is blijft eveneens wazig. Waar het in een eerlijk strafproces om te doen is, de onafhankelijke en onpartijdige beoordeling van schuld en sanctie, wordt er volkomen door vermeden.

De afkoopwet mag dus gerust als een voortgezette vorm van lobbying worden bekeken waarbij de kwaal wordt behandeld volgens dezelfde elementen die er aan de grondslag van liggen.

Strafbaarstelling

‘De afkoopwet: de kwaal wordt behandeld volgens dezelfde elementen die er aan de grondslag van liggen’

In de door het parlementair onderzoek vastgestelde feiten zijn nu reeds ernstige aanwijzingen voor handen van het bestaan van twee misdrijven:

  1. Samenspanning van ambtenaren
  2. Corruptie

Het eerste misdrijf houdt in dat ambtenaren overleg plegen tegen de werking van een bestaande wet. Voor de strafbaarheid is het bestaan van het overleg voldoende en moet er zelfs geen verder gevolg worden bewezen. Voor corruptie moet er ook bewezen worden dat er persoonlijk gewin bij te pas kwam. Dit is moeilijker te bewijzen: wat is de betekenis van een geheime commissie, vakantie in een luxueus chalet, eten en drinken in een toprestaurant, en waarin ligt de eer van een ereloon?

Moet onbehoorlijke lobbying een misdrijf worden? Niemand zal zich verzetten tegen de actie van bedrijven om hun producten te promoten, om op transparante wijze een overheidscontract of een passende bouwtoelating te bekomen, om aangepaste regelgeving te bekomen die behoorlijke commerciële behoeften bevordert.

Wat lobbying onbehoorlijk, ontoelaatbaar en mogelijks strafbaar maakt zijn de twee elementen die hiervoor steeds werden opgemerkt: de afscherming ervan om publieke controle te vermijden en de ernstige maatschappelijke schade die er door wordt veroorzaakt.

Deze nefaste vorm van lobbying is een ergerlijke kwaal geworden die in zowat ieder schandaal dat tot onderzoek heeft geleid kan worden onderkend. En telkenmale moet ook grote schade aan het algemeen belang worden vastgesteld.

Het minste wat de parlementaire commissie hierin kan doen is de vraag te stellen of het voorbehoud dat de toenmalige regering maakte tegen het Verdrag van Straatsburg inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, de uitsluiting van private beïnvloeding, nog wel kan worden aangehouden: ligt daarin niet de werkelijke oorzaak van de vele schandalen die wij hebben gekend en moet daar dan niet wat aan worden gewijzigd?

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P. Hij bracht in juni 2020 het boek ‘Het land van de onbestrafte misdaden. Waarom faalt justitie?’ uit bij uitgeverij Kritak.