Verborgen racisme en de praktijktest

 Leestijd: 4 minuten4

Discriminatie bij aanwervingen blijft voor beroering zorgen in de Belgische politiek. Kris Peeters, die dat als Minister van Werk op zijn bord heeft liggen, heeft een wetsvoorstel klaar rond het gebruik van anonieme telefonische steekproeven die in de praktijk moeten testen of werkgevers discriminerend te werk gaan bij sollicitaties. Vrouwen, ouderen en allochtonen zouden er last van hebben, maar de kern van de discussie situeert zich toch vooral rond deze laatste categorie. Zo’n praktijktest zou  het vermeende racisme van werkgevers moeten te lijf gaan. Hoe groot is dat probleem van racisme, bij werkgevers, en bij ons allemaal?

Een recente aflevering van het superbe radioprogramma Hidden Brain op de Amerikaanse openbare omroep wijdde enkele weken geleden een uitzending aan die vraag. Racisme is een attitude die we vooral bij anderen zien, maar die – een enkele uitzondering die er prat op gaat niet te na gesproken – maar weinigen ook bij zichzelf erkennen.

Racisme is een attitude die we vooral bij anderen zien, maar die maar weinigen ook bij zichzelf erkennen

Door simpele, directe vragen te stellen aan de bevolking als “zijn Italianen lui?” zou je niet veel leren over wat werkelijk wordt gedacht. Bovendien zijn vooroordelen soms diep verborgen, ook voor onszelf, en merken we niet hoezeer ze ons gedrag beïnvloeden.

De kracht van associatie

Mazharin Banaji,  psycholoog aan de Harvard-universiteit, bestudeert al meer dan dertig jaar de onbewuste krachten die ons denken en handelen beïnvloeden. Samen met Anthony Greenwald en Brian Nosek ontwikkelde ze een erg interessant instrument: de Impliciete Associatietest (IAT), gebaseerd op de manier waarop we zaken sorteren.

Als voorbeeld geeft ze een spel kaarten: de meeste mensen kunnen op een twintigtal seconden alle rode kaarten op een linkerstapel, en alle zwarte kaarten op de rechterstapel plaatsen. Maar wanneer je ze vraagt de ruiten en schoppen links te leggen, en de harten en klaveren rechts, dan duurt dat bijna twee keer zo lang. De rode harten zijn niet langer geassocieerd met de rode ruiten (en de zwarte schoppen niet langer met de zwarte klaveren), en dat maakt de taak een stuk moeilijker.

De onderzoekers vroegen deelnemers om foto’s van zwarte mensen te koppelen met ‘goede zaken’. Net als bij het kaartspel blijkt die taak veel meer tijd te vergen

In hun IAT vroegen ze deelnemers enerzijds foto’s van zwarte mensen en ‘slechte’ zaken te koppelen (zoals braaksel, verschrikkelijk, vernederen en haat), en anderzijds foto’s van blanke mensen en ‘goede’ zaken (bijvoorbeeld lachen, aantrekkelijk, zonneschijn en vrolijk). Daarna moesten ze het omgekeerde doen: zwarte mensen samen met ‘goede’ zaken, en blanke mensen samen met ‘slechte’ zaken. Net als bij het kaartspel blijkt de tweede taak veel meer tijd te vergen. En net als bij het kaartspel is dat omdat de associatie van ‘zwart’ met de positieve woorden niet automatisch is: we moeten er bewust bij nadenken. (Overigens blijft dat verschil ook bestaan wanneer de associatie ‘zwart’+’goed’/’blank’+’slecht’ als eerste taak wordt gegeven.)

iat

Ondanks het feit dat ze de IAT vele keren uitvoerde, moest Banaji vaststellen dat ze zelf duidelijk de impliciete bias vertoont. De test is beschikbaar online, dus je kunt voor je zelf nagaan hoe sterk je onbewuste associaties zijn. Er zijn verschillende versies die onder meer de impliciete vooroordelen rond ras, huidskleur, leeftijd, geslacht nagaan.

Wanneer de impliciete bias expliciet wordt

Een belangrijke vraag is of deze onbewuste vooroordelen zich ook manifesteren in de praktijk. Een onderzoek bij dokters in opleiding in Boston en Atlanta vond dat een sterker vooroordeel leidde tot een afname van de kans dat zwarte mensen een anti-trombose-middel werd voorgeschreven. Andere studies vonden echter geen verband. Dat leidt tot kritiek op het vermogen van de IAT om werkelijk gedrag in de echte wereld te voorspellen.

Maar recent onderzoek door Eric Hehman, psycholoog aan Ryerson University in Canada, en collega’s werpt nieuw licht op het probleem. Hij was op zoek naar de demografische en psychologische factoren bij dodelijk politiegeweld, en bracht de gegevens van de ruim 2 miljoen Amerikanen die de IAT uitvoerden samen met de databanken rond politiegeweld die de kranten The Guardian en de Washington Post bijhouden. Wie deelneemt aan de IAT geeft bepaalde data mee, onder meer ras en woonplaats, en dat liet hem toe voor elke lokaliteit zowel de impliciete bias, als de incidentie van politiegeweld na te gaan.

In plaatsen waar meer mensen dan gemiddeld een rassenvooroordeel vertonen, zijn Afrikaanse Amerikanen meer dan gemiddeld het slachtoffer van dodelijk politiegeweld

Hehman’s analyse legde een verrassend sterke correlatie bloot. In plaatsen waar volgens de IAT meer mensen dan gemiddeld een rassenvooroordeel vertonen, zijn Afrikaanse Amerikanen meer dan gemiddeld het slachtoffer van dodelijk politiegeweld. Het opmerkelijke is dat de meeste personen die de IAT hebben gedaan geen politiemensen zijn. Het gedrag van de politie kan dus blijkbaar worden voorspeld op een indirecte manier, door naar de bredere gemeenschap te kijken in een lokaliteit.

Nu is het probleem van dodelijk politiegeweld van een ander kaliber dan dat van discriminatie bij het aanwerven van medewerkers. Maar de betekenis van het inzicht dat het gedrag van een individu kan worden voorspeld aan de hand van de attitude van een hele gemeenschap kan niet worden overschat. Een problematisch vooroordeel dat diep geworteld zit in een gemeenschap kun je niet weghalen door je te concentreren op enkele individuen.

Het probleem ligt niet bij een klein aantal hatelijke uitschieters, maar in de onderliggende, impliciete attitude bij iedereen

We zien rassendiscriminatie enkel als een expliciete, laakbare vijandigheid ten opzichte van een ander ras. Maar je vindt de impliciete bias zelfs bij kleine kinderen, en ook zwarte Amerikanen vertonen dat onbewuste vooroordeel ten opzichte van andere zwarte Amerikanen. En dat probleem ligt niet bij een klein aantal hatelijke uitschieters, maar in de onderliggende, impliciete attitude bij iedereen.

Politici en hun simplicity bias

Simpele interventies die erop gericht zijn ‘racistische’ individuen te verwijderen, te straffen of tot betere gedachten te brengen hebben nauwelijks vat op de maatschappelijke dimensie die dat impliciete vooroordeel veroorzaakt en in stand houdt.

Om onbewuste vooroordelen rond ras, geslacht en socio-economische status te omzeilen is het beter je te richten op het verwijderen van bias uit het proces zelf

Om onbewuste vooroordelen rond ras, geslacht, socio-economische status en meer, te omzeilen is het beter je te richten op het verwijderen van bias uit het proces zelf. In het VK werd eerder dit jaar een eerste poging gedaan om daar wat aan te doen, via een instrument dat werd ontwikkeld door het Britse Behavioural Insights Team. Applied helpt het hele rekruteringsproces vanaf het ontwerp van de rolbeschrijving tot het in dienst nemen op een zo objectief mogelijke manier te beheren.

Mystery calls en praktijktests zitten jammer genoeg in de categorie van de simpele interventies. Dat is een vaatje waaruit politici graag tappen, want ze zijn makkelijk en liggen goed bij de kiezer. Maar voor duurzame maatschappelijke verandering zijn wetenschappelijke evidentie en experimenten doorgaans beter. Die zijn helaas minder populair bij de excellenties, met hun eigen simplicity bias.

Bewaren

Bewaren

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.