Vlaams natuur- en bosbeleid kampt met heel veel bugs

 Leestijd: 4 minuten2

Het debacle met de boskaart legt de dieperliggende problemen van het Vlaamse natuur- en bosbeleid bloot. Zolang die problemen niet structureel opgelost zijn, zal er rond elk individueel natuurdossier een strijd blijven bestaan tussen verschillende belanghebbenden. Nu de open ruimte aan zorgwekkend tempo schaarser wordt, zullen die conflicten enkel toenemen.

Ik heb tijdens de discussie over het bosbeleid in Vlaanderen in de Zevende dag toch een paar keer de afstandsbediening opgefret omdat ik ze anders naar het scherm had geworpen. Inderdaad, de kaart van de maatschappelijk kwetsbare bossen deugt niet. Maar hoe komt dat? Vooral de rol van CD&V en OpenVLD is hier ergerlijk in.

Boswijzer

Ten eerste is de kaart van de maatschappelijk kwetsbare bossen gebaseerd op de Boswijzer. Die werd gelanceerd door het Agentschap Natuur en Bos in 2010. In 2013, bij de vergelijking van de eerste en tweede momentopname, werd duidelijk dat er een veel te grote foutenmarge op zit. Waarom zou je dan nog die Boswijzer als basis gebruiken voor een kaart, om te bepalen welke bossen beschermd moeten worden?

Toch blijft minister Schauvliege de Boswijzer met hand en tand verdedigen in het parlement. Het instrument wordt immers al gedurende een aantal jaar ‘bijgewerkt’. Ondertussen kon al sinds 2013 geen meting meer gebeuren met de Boswijzer.

Tezelfdertijd werd de Bosbarometer van Bos+ bij elk verschijnen verdacht gemaakt. Die houdt de kapvergunningen en de nieuwe aanplantingen bij. Daar ontbreken immers cijfers: de spontane bebossingen en de ontbossingen door terreinbeherende verenigingen. Ondertussen kan de minister, in het nauw gedrongen over de bosoppervlakte, al jarenlang enkel zeggen dat we de precieze bosoppervlakte niet kunnen kennen.

Diegenen die nu zeggen dat het voor de kaart van de meest kwetsbare bossen allemaal veel te snel moest gaan: waarom hebben zij al die jaren niet aangedrongen op een beter meetsysteem? Het ongeduld van mensen die om een oplossing vragen, heeft daarmee te maken: een jarenlange traditie van vertragingsmanoeuvres van de partijen die niets willen veranderen.

Terreinbezoeken

Lode Ceyssens van CD&V heeft in het parlement inderdaad gevraagd dat er mensen op het terrein de onnauwkeurigheden van de Boswijzer zouden gaan nakijken. Hij stelde in de parlementaire gedachtewisseling van maart 2017 voor dat boswachters, tijdens de terreinbezoeken die ze sowieso al moeten doen, toch gerust een extra kaart konden meenemen?

Wat een prachtige, structurele oplossing! In plaats van je boterhammetjes op te eten, kun je nog een terreincontrole gaan doen. Problemen aanduiden is prima, maar soms toont je kruidenierschap zich in de oplossingen die je voorstelt.

Marleen Evenepoel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur & Bos, sprak over 533 extra werkdagen om de kaart gedegen te controleren op voorhand. Als ik het goed begrijp, gaat dat ocharme over tien extra mensen op het terrein, gedurende twee à drie maanden. Is dit de extra kost die niet gemaakt kon worden om de onrust die we nu hebben, te voorkomen?

Waarom hebben de parlementairen hier niet vroeger op aangedrongen? Pas op het einde begon het paniekvoetbal. En gezien de lange traditie van vertragingen, was het logisch dat dit paniekvoetbal geïnterpreteerd zou worden als nog maar eens een vertragingsmanoeuvre.

Boscompensatie

De ‘boscompensatie’ duikt ook opeens weer op. Natuurlijk moet die boscompensatie in deze politieke redenering gewoon dienen ter vervangen van de bosbescherming.

Even ter herinnering: de boscompensatie gaat over de bijdrage die je betaalt als je ontbost. Of je herbebost zelf, dat doet de industrie boven de drie hectare, met een behoorlijk slaagpercentage. Of je betaalt een bosbehoudsbijdrage, daarmee engageert de Vlaamse overheid zich om compensatiebos aan te planten.

Vorig jaar publiceerde het Rekenhof een vernietigend rapport: sinds het ontstaan van het Boscompensatiefonds werd maar de helft van het verzamelde geld besteed. Daarmee aangeplante oppervlakte: tussen een zesde en een derde van wat aangeplant had moeten worden.

Het enige wat er tot nu toe met het rapport van het Rekenhof gebeurde: de bosbehoudsbijdrage werd opgetrokken. Dat het tot 3,5 euro per vierkante meter werd opgetrokken, gebeurde ondanks en niet dankzij CD&V. Verdere maatregelen om de taak van boscompensatie beter uit te voeren, werden bij mijn weten nog niet genomen.

Ja, de 8 miljoen euro die opgepot zat in het Boscompensatiefonds, werd eindelijk vrijgegeven, na de ophef die er verleden jaar over was. Tot op vandaag weten we niet precies welke van de regeringspartijen die reserves niet wou uitgeven, ze wezen alledrie naar mekaar.

Waar zijn de parlementairen die nu zo pronken met hun moed om de – inderdaad – manke boskaart te schrappen, het voorbije jaar geweest in dit bosdossier? Welke stappen hebben ze ondernomen? Welke voorstellen hebben ze gedaan?

Planschade

Met de regelmaat van de klok duikt nu ook de discussie over schadeloosstellingen op. Er is al jaren een onevenwicht tussen ‘planschade’ en ‘planbaten’. ‘Planschade’ krijgt een burger of bedrijf uitbetaald als zijn grondwaarde door een bestemmingswijziging daalt (bv. industriegrond krijgt een groene invulling). De schadevergoeding bedraagt 80 procent van het waardeverlies.

‘Planbaten’ moet een burger of bedrijf aan de overheid betalen als zijn grondwaarde door een bestemmingswijziging stijgt (bijvoorbeeld als natuurgebied industriegebied wordt). Die planbaten variëren, maar ze zijn in elk geval veel lager dan het percentage van de planbaten, veelal rond 15 procent. Bovendien belanden de planbaten in een apart fonds, dat niet dient voor aankoop of inrichting van natuurgebieden.

Er wordt nu gepleit voor een totale schadeloosheidstelling bij bestemmingswijziging. Prima idee, maar zal daar een optrekking van de planbaten tegenover staan? En komt dat geld dan in een fonds dat naar natuur zou kunnen gaan?

Deze discussie is een decennium oud, waarschijnlijk ouder. Waar waren de parlementairen toen daar inhoudelijke discussies over gevoerd werden? Waarom is dit nog steeds niet in orde? Of moest het toen ook allemaal te snel gaan?

Conflict

Zolang bovenstaande zaken niet structureel opgelost zijn, zal er op elk individueel natuurdossier een strijd blijven bestaan tussen natuurvereniging en industrie, natuurvereniging en bouwmaatschappij, of het ergste en politiek meest onverkoopbare: natuurvereniging en individuele burger. Nu de open ruimte aan zorgwekkend tempo schaarser wordt, zullen die conflicten enkel blijven toenemen.

Er is een plotse en ontroerende eensgezindheid ontstaan in deze regering over op welke manier het niet moet. Tezelfdertijd herhalen de coalitiepartners allemaal dat ze voorstander blijven van een gedegen bescherming van de ruimtelijk bedreigde bossen.

Ik weet dat er veel zijn die stressen bij het woord ‘snel’, maar deze regering heeft nog tot 2019. Het enige voordeel van deze crisette: het brengt één en ander in de openbaarheid waar anders niet per se veel interesse voor bestaat.

Eén ding is zeker: de bosdiscussie verdient beter dan de pijlen richten op de zeldzame parlementairen die ten minste probeerden iets ten goede te veranderen. Laat ons hopen dat de eensgezindheid en de negatieve aandacht nu een gevoel van verplichting en dringendheid crëeren om de bosbescherming op een betere manier aan te pakken.

Betere bescherming. Beter meten. Betere boscompensatie. Breder debat. Ik ben benieuwd met welk ambitieus voorstel deze regering zal komen.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: wouter deprez

Wouter Deprez is een comedian met een hart voor bos en natuur. Hij sprak zich meermaals uit tegen de kapvergunning voor transportbedrijf H. Essers en organiseerde eerder dit jaar een benefietavond voor Apache en de persvrijheid.