Meer keuzevrijheid, meer spijt?

 Leestijd: 3 minuten0

Een vriend woonde recent een conferentie bij. Het ging om een kolossale aangelegenheid met duizenden deelnemers en – nog buiten speciale evenementen – 350 sessies gespreid over 3 dagen. Er waren 22 zalen waarin gelijktijdig parallelle lezingen en workshops plaatsvonden.

Als dat astronomisch klinkt, dan is dat omdat het ook werkelijk astronomisch is. De logistiek om een dergelijke onderneming in goede banen te leiden, is geen sinecure en ik neem mijn hoed af voor de organisatoren die erin geslaagd zijn het geheel in goede banen te leiden.

Maar er is iets aan zulke manifestaties dat me toch een wat ongemakkelijk gevoel geeft. Natuurlijk zal je tussen de duizenden deelnemers erg diverse smaken en voorkeuren aantreffen binnen het domein van de conferentie. Het is dus onwaarschijnlijk dat alle 350 sessies even interessant zijn voor iedereen. Maar hoe je het ook bekijkt: je kunt hooguit een 25-tal sessies bijwonen. Met eenzelfde probleem word je geconfronteerd wanneer je naar een festival als dat van Glastonbury wil gaan. Dit jaar treden daar 88 artiesten op, van Aanderson, Paak and the Free Nationals tot Wiley (vermoedelijk was ZZ Top niet beschikbaar). En dan hebben we het nog niet over tientallen kleinere acts en niet-muzikale evenementen.

Te veel jam

Hoe kies je wanneer er zoveel is waaruit je kunt kiezen? Kan je je voorstellen dat iemand criteria uitwerkt, die de lezingen op de conferentie – of de artiesten – beschrijven, er gewicht aan toewijst, en ze dan rangschikt in een soort prioriteitsorde? Dat is geen geschikte manier om om te gaan met dit soort van keuze-indigestie.

In 2004 beschreef de Amerikaanse psycholoog Barry Schwartz dit fenomeen in zijn boek The paradox of choice. Als illustratie ervan wordt vaak een experiment aangehaald van Sheena Iyengar en Mark Lepper. Zij boden mensen artisanale jam of pralines aan, de ene keer uit een collectie van 6 keuzes, en de andere keer uit 24 of 30 mogelijkheden. Diegenen die een groter keuzeveld zagen waren veel minder geneigd om ook daadwerkelijk te kopen. Bovendien bleken diegenen die jam of pralines hadden gekocht, veel vaker ontevreden met hun keuze.

Zoals wel vaker zijn de zaken echter niet zo simpel. In 2010 voerden Benjamin Scheibehenne en collega’s een meta-analyse uit van 50 gelijkaardige onderzoeken naar keuze-overbelasting. Zij ontdekten dat verschillende van die studies geen effect hadden vastgesteld, integendeel. Meer opties had het maken van keuzes makkelijker gemaakt, en leidde tot grotere tevredenheid. Het fenomeen is dus blijkbaar niet universeel van toepassing.

Maar toch, wanneer het optreedt, lijken er twee mogelijke verklaringen te zijn waarom mensen uiteindelijk weglopen van keuzes. De eerste is de cognitieve belasting die kiezen met zich meebrengt – de mentale ‘kost’ van het kiezen is groter dan de ‘baat’ die de keuze oplevert. Het is te veel gedoe, en het leven is te kort. De tweede verklaring is de vrees dat men in de toekomst zal denken de verkeerde keuze te hebben gemaakt.

“Regrets, I’ve had a few”

Die spijt is des te sterker naarmate de situatie ons tot exclusieve keuzes dwingt. Misschien vind je dat de jam met ananas en rozenblaadjes, die zo verleidelijk leek in de supermarkt, toch niet is wat je ervan verwachtte wanneer je hem de volgende dag op je geroosterde boterham eet. Maar je kunt natuurlijk de volgende keer je alternatieve voorkeur aanschaffen. De kost hiervan is klein.

Op een conferentie of een rockfestival zit je echter met het probleem dat kiezen voor de ene lezing of artiest onvermijdelijk betekent dat je alle andere mogelijkheden die bestaan op hetzelfde tijdstip afwijst. En dat kan tot diepe spijt leiden: als je de kans laat schieten om The Foo Fighters te zien op Glasto 2017, dan is die kans voor altijd verkeken. Erger nog: het was jouw keuze ze te missen!

Hoe groter het aantal opties dat je moet verwerpen, hoe dieper de spijt, zelfs – misschien nog het meest – voor mensen die er rationeel over denken. Met elke extra mogelijkheid komt de hoeveelheid spijt asymptotisch dichter bij de spijt die overeenkomt met helemaal niet deel te nemen en alles te missen. Naarmate de som van de hartepijn onaflatend toeneemt, bereikt ze uiteindelijk het punt waar ze sterker wordt dan de vreugde die je voelt bij de allerbeste combinatie van opties. De rationele conclusie is onvermijdelijk: je blijft beter thuis.

De paradoxale aard van keuzevrijheid lijkt nog schriller wanneer er onvermijdelijke consequenties aan verbonden zijn. Enerzijds zou je verwachten dat we dit soort ingrijpende keuzes het liefst zelf zouden maken. Maar anderzijds kan de verantwoordelijkheid ervoor ondraaglijk zijn. Beeld je in dat je zou kunnen kiezen of jijzelf of je levenspartner als eerste overlijdt. Zou je de keuze maken of zou je er toch liever voor passen, en het leven laten beslissen voor jou?

echography

Een meisje of een jongen – jouw keuze? (Foto: Jean-Pierre Lavole)

Gelukkig moeten we doorgaans maar weinig keuzes maken die om leven en dood gaan. Maar sommige keuzes zijn best wel taai, en het leven lijkt het ons almaar moeilijker te maken op twee manieren. De hoeveelheid keuze in elke denkbare categorie is groter dan ooit: boeken, eten, muziek, plekken om te wonen of met vakantie te gaan, tandvullingen, meubilair, blogs om te lezen… noem maar op. En tegelijkertijd hebben we steeds meer mogelijkheden om ook werkelijk keuzes te maken die voorheen buiten ons bereik lagen. Zo kun je bijvoorbeeld met goede nauwkeurigheid het geslacht van je baby selecteren – en toch is men niet noodzakelijk blij met die keuzemogelijkheid: op debating.org vond 74% van de respondenten dat ouders dat recht niet zouden mogen hebben.

Maar ook voor minder kritieke keuzes is het goed even stil te staan bij al die keuzevrijheid. Misschien, of we nu organisatoren van conferenties of festivals zijn, een leverancier van brood of gewoon maar bezig zijn met het plannen van de vakantie voor het gezin… Misschien moesten we maar eens overwegen mensen minder keuzes te geven in de plaats van meer. Misschien moesten we niet telkens de verantwoordelijkheid naar hen doorschuiven om uit te zoeken wat het beste is.

Helaas is zelfs dan de keuzeparadox echter nooit ver weg. Meer keuzevrijheid, of minder spijt? Dat is een moeilijke keuze.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.