Vreemde dictators

 Leestijd: 4 minuten0

Een oude favoriet in de gedragswetenschappen, die vaak uit de kast wordt gehaald om aan te tonen dat we niet ‘rationeel’ zijn, is het experiment dat bekend staat als het Dictatorspel. Volgens de conventionele economische theorie worden mensen verondersteld te handelen om hun eigen economische nut te maximaliseren. Dit is niet wat wordt waargenomen in dit experiment, en dus levert het een aanwijzing voor ons ‘irrationeel’ altruïsme.

Het spel, dat in 1994 werd geïntroduceerd door Robert Forsythe en collega’s aan de universiteit van Iowa, verloopt als volgt. Er zijn twee deelnemers, waarvan de eerste (de dictator) een som geld krijgt. De tweede persoon (de ontvanger) krijgt aanvankelijk niets, maar de dictator kan beslissen een deel van zijn som geld weg te geven – letterlijk elk bedrag tussen 0% en 100%. De ontvanger moet het bedrag accepteren, en kan niet ingrijpen in het spel.

Dit was een verdere ontwikkeling van het eerdere Ultimatumspel, dat dateert uit 1982. Daarin kan de ontvanger het bod van de andere deelnemer (de bieder) afwijzen. In dat geval is de hele som verbeurd, en krijgt niemand iets. Het grote verschil hier is dat de ontvanger controle heeft over de uiteindelijke uitkomst, maar natuurlijk tot zijn of haar eigen schade. Als het aangeboden bedrag te laag is, verliezen beide partijen.

Geen homo economicus

Een rationeel, zelfzuchtig persoon die gericht is op het maximaliseren van de eigen welvaart zou voorspelbaar handelen in een eenmalig spel (wanneer het wordt herhaald is de situatie meer complex). In het Dictatorspel houdt de dictator gewoon al het geld voor zich. In het Ultimatumspel is de ontvanger beter af met elk bedrag, zelfs het allerkleinste, dus dat is wat een rationeel bieder zou voorstellen.

Zo handelen dictators (bron: Dictator Games, A Meta Study)

Zo handelen dictators (bron: Dictator Games, A Meta Study)

Nochtans handelen echte mensen zelden op deze manier in de praktijk. Dictators blijken een stuk meer vrijgevig te zijn dan de conventionele theorie voorspelt. In een metastudie analyseerde Christoph Engel van het Max Planckinstituut de gegevens van meer dan 20.000 observaties in 83 papers over dit onderwerp. Daarin vond hij weliswaar zes situaties waarin een dictator inderdaad alles voor zich hield, maar gemiddeld stonden ze niet minder dan 28,35% van het bedrag af aan de ontvanger.

Een andere metastudie, door Jean-Christian Tisserand en collega’s aan de universiteit van Franche-Comté, bekeek zowel het Dictatorspel als het Ultimatumspel. Zij stelden vast dat in het dictatorspel gemiddeld 25,6% van het bedrag wordt weggegeven, en in het ultimatumspel 41%.

Het effect van de angst voor vergelding (bron: A meta-analysis on the ultimatum and dictator games)

Het effect van de angst voor vergelding (bron: A meta-analysis on the ultimatum and dictator games)

Wie rotsvast gelooft  in de homo economicus kan niet anders dan verbijsterd zijn door de resultaten van het Dictatorspel. Ze hebben niets te verliezen, en toch schenken de dictators minstens een kwart weg van het hun toegewezen bedrag. Het verschil met het Ultimatumspel kan worden verklaard door het feit dat de ontvanger de bieder kan straffen. Maar ook daar is dat gedrag van de ontvanger verrassend, want het verwerpen van elk positief bedrag is natuurlijk een ‘irrationeel’ offer.

Een verklaring hiervoor kun je vinden in de stelling dat we niet enkel begaan zijn met onze economische belangen. We hechten ook belang aan andere zaken, en we zijn bereid daarvoor economische offers te brengen.  Hier blijkt dat we een ingeboren zin voor “fairheid” hebben en een afkeer van (overmatige) ongelijkheid. Deze inspireren ons zowel in de rol van dictator/bieder, als in de rol van ontvanger. Met andere woorden, we betalen graag voor “fairheid”.

Tenminste, dat is het geval wanneer het gaat om het verdelen van een monetaire baat tussen twee personen. Wat zou er gebeuren als het om een niet-monetair nadeel zou gaan? Dat is de vraag die Alexander Davis en collega’s aan de universiteit van Carnegie Mellon zich stelden.

Winst delen en pijn delen – twee soorten altruïsme?

En dat is inderdaad een intrigerende vraag. Het debat rond altruïsme situeert zich immers vooral rond de offers (meestal giften van geld) die we brengen ten voordele van anderen. Er wordt nauwelijks gekeken naar de vorm van altruïsme waarbij we een last overnemen van iemand anders, of waarbij we zelf een nadeel ondergaan om het nadeel voor een andere persoon te verminderen. Nochtans is dit, zoals Davis et al beschrijven, een veel voorkomende vorm van altruïsme. In de meeste huishoudens delen de gezinsleden onprettige taken zoals de afwas of het buitenzetten van het huisvuil. Vele mensen geven bloed, en sommigen riskeren zelfs hun leven voor anderen in de hulpdiensten of in de strijdkrachten.

Nu is het zo dat de meeste gevallen van dergelijk altruïsme een vorm van wederkerigheid bevatten. Als we een taak uitvoeren om de last voor een huisgenoot te verminderen, dan doen we dat voor een deel omdat we hopen dat ze later voor ons hetzelfde zouden doen. Op een dag hebben we misschien wel eens een bloedtransfusie nodig, en dan zullen we blij zijn dat andere mensen bloed hebben gedoneerd – en dat inspireert ons om dat nu alvast zelf te doen.

Wat het onderzoek van Davis en co zo interessant maakt, is dat die wederkerigheid ontbreekt als motivatie voor altruïstisch gedrag. Voor hun experiment gebruikten ze tokens, die elke een verplichting inhielden gedurende een bepaald aantal seconden een hand in een vat met ijswater onder te dompelen. De dictators werd gevraagd een aantal van deze tokens te verdelen tussen henzelf en een anonieme ontvanger. Net als in een conventioneel Dictatorspel, waar het mogelijk is al het geld zelf te houden, waren ze hier vrij alle tokens naar de ontvanger toe te spelen, en op die manier zichzelf te vrijwaren van de onprettige ijswaterervaring.

De bevindingen waren opmerkelijk. Gemiddeld hielden de dictators meer dan 40% van de tokens voor zich, wat betekent dat ze meer dan 40% van de onprettigheid op zich namen. In totaal schoven de dictators het merendeel van de tokens toe naar de ontvanger in 47% van de situaties. Maar ze verdeelden het nadeel exact gelijk in 44% van de gevallen, en in 9% hielden ze zelfs een groter deel van het nadeel voor zich dan ze toebedeelden aan de passieve ontvanger.

Het experiment geeft dus blijk van een veel grotere generositeit wanneer het om niet-monetair nadeel gaat dan bij monetaire winst – zelfs wanneer er hoegenaamd geen externe motivatie voor bestaat. (Herinner je dat de dictators in een conventioneel spel gemiddeld 75-80% van het geld voor zich hielden.)

Dit laat zich niet zo makkelijk verklaren. Is de discrepantie toe te schrijven aan het verschil tussen een monetair en een niet-monetair kader? Hanteren we andere morele normen wanneer het gaat om het toebrengen van schade aan anderen dan wanneer het gaat om het delen van onze welstand? Verder onderzoek zal wellicht meer licht werpen op wat er precies achter deze asymmetrie zit.

Maar laat dat ons niet tegenhouden om het gedrag zelf te laten doordringen, ongeacht de onderliggende motivatie. We blijken te beschikken over een diepe drang om het nadeel voor anderen te beperken, zelfs als dat in ons eigen nadeel is. Dat maakt ons best wel vreemde, incompetente dictators.

En dat is een hoopvolle en verheffende gedachte, hoe je het ook bekijkt.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.