De val van Rome en onze crisis in het westen

 Leestijd: 10 minuten1

De ondergang van het Romeinse Rijk is terug van nooit weg geweest. De laatste jaren grijpen steeds meer politici en columnisten naar het onderwerp om actuele problemen in onze samenleving te duiden.

Jeroen Wijnendaele (Eigen foto)

Jeroen Wijnendaele (Eigen foto)

Ook bij ons velden Bart De Wever, Mia Doornaert en Wouter van Bellingen nog niet zo lang geleden hun oordeel over deze materie. Dit soort vingeroefeningen hebben sinds 2015 een extra stimulans gekregen door de vluchtelingencrisis die de gemoederen beroert in Europa.

Zodra dergelijke opvattingen kritisch onder de loep genomen worden blijft het vaak moeilijk om dergelijke toetsingen te handhaven. Maar ook academici en beroepshistorici maken steeds meer de vergelijking.

Wat drijft mensen om alsmaar meer de uitdagingen van onze wereld gelijk te stellen met een wereldhistorisch fenomeen dat meer dan anderhalf millennium geleden plaats vond?

Actuele tendenzen

In de nasleep van de aanslagen op Parijs op 13 november 2015 stelde Niall Fergusson, professor geschiedenis aan Harvard, dat Europa’s lakse houding tegenover migratie rechtstreeks aan de basis ligt van de horror die zich in de Franse hoofdstad afspeelde. De aanslag vergelijkt hij rechtstreeks met de Gotische plundering van Rome in 410, een feit dat in zijn mening enkel mogelijk was omdat het Romeinse Rijk haar grensverdediging en migratiebeleid verwaarloosd had.

Op het einde stelde hij dan ook: “Arm Parijs. Tenietgedaan door haar eigen zelfgenoegzaamheid”.

Ook de Nederlandse premier Mark Rutte verkondigde op 27 november dat jaar indien de Europese Unie migratriestromen niet vertraagde, zij het lot riskeerde van het Romeinse Rijk.

Zijn landgenoot en historicus Jona Lendering merkte op dat historische comparanda pas valabel zijn als je ze ook verduidelijkt.

Fergusson zelf is geen oudhistoricus en bekende eerlijk dat hij “eigenlijk niet genoeg weet van de vijfde eeuw”. Desondanks deed hij een beroep op twee werken, Peter Heaters The Fall of the Roman Empire en Bryan Ward-Perkins’ The Fall of Rome and the End of Civilization, die sinds 2005 het onderwerp een nieuw leven hebben gegeven.

Wat drijft mensen om onze uitdagingen met een historisch fenomeen te vergelijken?

Via een selectieve lezing maakt hij de gevaarlijke vergelijking om weerloze oorlogsvluchtelingen anno 2015 gelijk te stellen met de gewapende krijgsbendes van Goten of Vandalen die in staat waren Romeinse veldlegers te weerstaan. Maar zoals professor Mark Humpries (Swansea University) opmerkte is het Fergusson bovenal te doen om de westerse dimensie van dit verhaal in de verf te zetten, waarbij we een expliciet “us” (Rome en de westerse natiestaten) tegen “them” (barbaren of migranten, indien de twee al niet samensmelten) verkijgen.

De Belgische historicus David Engels stelde in een recent interview met de Duitstalige editie van de Huffington Post dan weer dat de crisis die de Europese Unie momenteel ondergaat te vergelijken valt met de val van de Romeinse Republiek. Engels gelooft dat, net als in de tweede helft van de eerste eeuw voor onze tijdsrekening, Europa een reeks burgeroorlogen zal meemaken om uiteindelijk te eindigen met een sterker autoritair regime, zoals ook de Romeinse Republiek plaats moest maken voor Augustus’ keizerrijk.

Zijn collegae Roland Steinacher en Neville Morley reageerden daarop meteen dat het gevaarlijk is onze leefwereld gelijk te stellen met die van Rome.

Het oude Rome (Foto: Flickr (c) Miguel Virkkunen Carvalho)

Het oude Rome (Foto: Flickr (c) Miguel Virkkunen Carvalho)

Romeinse samenleving niet te vergelijken

De Romeinse samenleving, zoals nota bene bijna elke pre-industriële samenleving van de laatste vijfduizend jaar, kende een enorme welvarende toplaag met daaronder een overgrote massa van mensen die op een subsistentieniveau (over)leefden. Onze middenklassen hebben geen equivalent hierin.

De technologische verschillen en mediamogelijkheden maken verdere vergelijkingen ook moeilijk.

Bovendien is er de cruciale vraag van teleologie: zijn we echt voortbestemd om dezelfde weg op te gaan? De geschiedenis van vandaag is nog niet geschreven.

Om de vergelijking ten slotte echt hard te maken zou men eerst over een pan-Europees leger moeten beschikken dat uiteenvalt in diverse facties die tegen elkaar opgezet worden door de ambities van individuele politici.

Last but not least, verkondigde de Duitse economische socioloog Wolfgang Streeck in de Volkskrant dat de val van het West-Romeinse Rijk in de vijfde eeuw kan dienen als historisch voorbeeld voor welke richting we dreigen uit te gaan.

De bestaande geldeconomie en markten verdwenen. Wat overbleef waren kleinere, feodale eenheden. Dat overgangsstadium duurde eeuwen. De gangbare geschiedenis vertelt ons hoe verschrikkelijk dit was voor de rijken. Hun prachtige beschaving werd vernietigd. Maar of de armeren dat ook zo zagen? De slavernij maakte plaats voor de horigheid. Voormalige slaven mochten voortaan trouwen, een gezin stichten, een stuk land om zelf te bewerken.

Streecks visie houdt echter geen rekening met sterke regionale verschillen tussen de diverse voormalige west-Romeinse provincies.

In Engeland en Gallië ten noorden van de Loire was er inderdaad een significante terugval in steden en materiële cultuur, maar de Maghreb, Zuid-Gallië en Italië kenden nog steeds een supra-regionale economie die op kleinere schaal actief bleef tot minstens een eeuw na het overlijden van de laatste west-Romeinse keizer.

Slavernij verdween echter niet volledig en het is de vraag in hoeverre de armen profiteerden van deze evolutie.

De komst van nieuwe politieke entiteiten zal tijdelijk voor nieuwe sociale opportuniteiten gezorgd hebben, zeker door toetreding tot het leger aangezien de diverse vorsten in hun beginfase nood hadden aan elke weerbare man. Bovendien was de Romeinse samenleving een van de zeldzame die slaven reeds de mogelijkheid had gegeven om vrijheid te verwerven en hen zo nieuwe kansen in de samenleving te bieden. Ondanks deze nuances, moet het wel gezegd dat Streecks visie mogelijk de minst foutieve is van alle eerdere vergelijkingen.

De ‘val van Rome’ voor debutanten

Maar wat bedoelen we nu eigenlijk met ‘de val van Rome’? Menig kind in de Lage Landen riskeert nog steeds doorheen zijn jaren op de schoolbanken blootgesteld te worden aan de vier grote lichtschakelaarjaren van Europese geschiedenis: 476, 1453, 1789 en 1945. Kanteljaren die naar verluidt na hun verstrijken ons pardoes in een nieuwe historische periode zouden doen belanden.

Snel blijkt dat het einde van het Romeinse Rijk in tijd en ruimte afbakenen enorm problematisch is

Los van de zin of onzin van dergelijke geheugensteuntjes, blijkt al snel dat het einde van het Romeinse Rijk in tijd en ruimte af te bakenen enorm problematisch is.

Het Romeinse Rijk omvatte reeds bij het overlijden van haar eerste keizer Augustus in het jaar 14 een territorium dat het leeuwendeel van Europa ten westen van de Rijn en ten zuiden van de Donau bevatte en bijna alle kustregio’s van de Mediterrane wereld. Mits de latere annexatie van Britannië en – kortstondiger – Roemenië, zouden keizers bijna vierhonderd jaar soeverein hun wil laten gelden over ruwweg het zelfde territorium.

Maar wanneer kwam er dan een einde aan dit imperium?

In het jaar 476 werd inderdaad een onbetekende usurpator in Italië afgezet. Maar zijn officieel erkende voorganger bleef nog vier jaar in ballingschap vanuit Dalmatië een claim op het purper maken. Bovendien zetelde in Constantinopel nog steeds een medekeizer wiens opvolgers vanuit hun metropolis aan de Bosporus nog een millennium lang als rechtmatige Romeinse heersers bleven heersen. Voor wie in Zuid-Oost Europa of Turkije geboren en getogen is heeft er dan ook nooit een val van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw plaatsgevonden. Het is noodzakelijk dit punt te onderstrepen.

Vanaf het einde van de derde eeuw was Rome immers niet meer het politieke centrum van het keizerrijk. De ‘hoofdstad’ van het Imperium was eender waar de keizers naar toe trokken en zetelden, of dat nu Trier, Milaan, Constantinopel of Antiochië was. Meerdere keizers mochten dan wel het Laat-Romeinse rijk besturen, met elk hun eigen hofhouding, leger en administratie, constitutioneel was er echter slechts één en ondeelbaar rijk.

Anachronistisch zouden we gemakshalve kunnen spreken van een ‘federalisering’ van het Imperium in deze periode. De Britse historicus A.H.M. Jones definieerde in de jaren 1960 de ‘val van Rome’ daarom als niets meer dan het verlies van westelijke provincies tijdens de vijfde eeuw (waarvan Constantinopel sommigen nota bene in de zesde eeuw heroverde). Maar toch veranderde er iets fundamenteel in de vijfde eeuw dat tijdgenoten merkten.

Deze historicus zou stellen dat wat we bedoelen met ‘de val van Rome’ concreet neerkomt op ‘het einde van west-Romeins keizerschap’. Na de moord op Julius Nepos in 480 zou er nooit meer een Romeinse keizer voor het westen aangesteld worden (de aanspraken van Karel de Grote in 800 en het zogenaamde Heilig Roomse Rijk laten we gemakshalve buiten beschouwing).

Het Colosseum (Foto: Flickr (c) Moyan Brenn)

Het Colosseum (Foto: Flickr (c) Moyan Brenn)

Anno 500 waren er in West-Europa diverse vorstendommen van nieuwe politieke groeperingen, zoals Bourgondiërs, Franken of Goten, die allen Romeins recht gebruikten als basis van hun administratie, munten lieten slaan voor de Keizer in Constantinopel en deze erkenden als de rechtmatige heerser van hun wereld. Maar in de praktijk waren ze allen volledig onafhankelijk binnen hun respectievelijke domeinen.

In zekere zin had het Laat Antieke Westen van de zesde eeuw dan ook veel weg van de huidige Britse Commonwealth, waar Elizabeth II nog steeds staatshoofd is van voormalige kroongebieden zoals Canada of Nieuw-Zeeland maar geen jota te zeggen heeft over hun nationale politiek. Voor het Romeinse Rijk van de vijfde eeuw, en bij uitbreiding de Europese geschiedenis tout court, blijft dit echter een geopolitieke revolutie.

De fundamentele vraag, waarover westerse historici vandaag al vechtend op straat blijven rollen, is hoe we kunnen verklaren dat een politiek systeem waarbij militaire monarchen vier eeuwen lang in staat waren een territorium van Wales tot Tripolitanië te verenigen op amper drie generaties desintegreerde en plaatst maakte voor een klein dozijn nieuwe entiteiten.

Een ‘val’ voor elke generatie

De voornoemde vraag trachten te beantwoorden zou het doel van dit essay ver voorbij schieten en de geïntrigeerde lezer kan zich tot andere literatuur wenden. Desondanks is het nodig op te merken dat niet elke generatie evenzeer heeft geworsteld met dit onderwerp. Tijdens de tweede helft van de twingtigste eeuw bijvoorbeeld was er zelden voelbare nood om zich in de materie te verdiepen. Wie aan het begin van de 21ste eeuw op universitair niveau zich bezig hield met de politieke geschiedenis van het West-Romeinse Rijk in de vijfde eeuw, moest nog steeds teruggrijpen naar Engelse, Franse of Duitse syntheses waarvan de meest grondige ten laatste dateerden van het einde van de jaren 1940.

Sinds 2005 is het onderwerp echter in alle heftigheid terugkeerd en sindsdien komt er elk jaar minstens een monografie uit die de Laat-Romeinse periode analyseert.

Elke generatie die zich bezighoudt met de val van Rome meent de problemen van zijn of haar wereld hierin te herkennen.

Een bijkomend aspect is dat elke generatie die zich wel bezighoudt met dit onderwerp meent de problemen van zijn of haar wereld hierin te herkennen. De Britse aristocraat Edward Gibbon pende op het einde van de 18e eeuw met Herfsttij en ondergang van het Romeinse Rijk mogelijk het best verkopende geschiedwetenschappelijk werk allertijden. Maar als product van de Verlichting was hij erorm bekommerd met de destabiliserende invloed van religie zoals het christendom.

De Duitse oudhistoricus Otto Seeck, in de greep van het sociaal-darwinisme dat furore maakte tijdens de Belle Époque, zag aan het begin van de 20ste eeuw rassendegeneratie als doorslaggevend voor de aftakeling van de Romeinse samenleving.

Op het einde van jaren 1980, vlak voor de implosie van Sovjetunie, meende de Amerikaanse classicus Ramsay MacMullen dat corruptie en een te groot overheidsbeslag voor een fundamentele verrotting van de Laat-Romeinse staat zorgden.

Rome blijft populair referentiepunt

Los van academische beslommeringen, zijn er een aantal voor de hand liggende redenen waarom Rome’s Imperium een populair referentiepunt blijft in de westerse wereld.

Waar het Midden-Oosten, om slechts één andere geografische ruimte als voorbeeld te nemen, diverse duurzame imperia heeft voortgebracht, van Assyrië tot Perzië, of dat van de Arabische Umayyadden en Turkse Osmanen, komt men in West-Europa op het einde van de rit enkel uit bij Rome.

Het keizerrijk van Karel de Grote, dat anno 800 zich over bijna geheel West-Europa uitstrekte, hield nog geen twee generaties stand. Karel V, die anno 1550 in zijn persoon de Lage Landen, Spanje en grote delen van Italië en de Duitstalige wereld verenigde, zag zich op het einde van zijn leven genoodzaakt deze te verdelen tussen zijn opvolgers.

De imposante pogingen van Napoleon en Hitler sneuvelden reeds tijdens hun leven.

Enkel het Romeinse Rijk slaagde er meerdere eeuwen in om een groot deel van West-Europa politiek te verenigen, waardoor het een automatisch referentiepunt is geworden voor wie een grootschalig en duurzaam politiek systeem zoekt dat in het verleden ook aan crisissen ten onder is gegaan.

Romeinse culturele erfenis

Maar ook de culturele erfenis kan niet onderschat worden. In België en Nederland worden nog steeds jaarlijks kinderen onderwezen in het literaire canon van deze wereld, van Caesar tot Tacitus.

Enkel het Romeinse Rijk slaagde er meerdere eeuwen in om een groot deel van West-Europa politiek te verenigen

Eveneens kan men het ontstaan van het Christendom, nog steeds de dominante religie van het westen, niet verklaren zonder de Romeinse context.

Het Romeinse Recht vormt ook nog steeds een significante basis voor ons eigen juridisch systeem.

Dit kader versterkt een automatische, maar foutieve, reflex om de Romeinse wereld gelijk te stellen aan onze wereld.

Het zou overdreven zijn te te stellen dat anno 2017 de ‘val van Rome’ alomtegenwoordig is. Maar het onderwerp maakt een opmars. De vergelijkingen tussen actuele problemen in het westen en de ‘val van Rome’ vormen dusdanig een nieuwe Hydra van Lerna: voor elke die je de kop indrukt, komt er niet veel later toch een nieuwe bij. Ondanks het gegeven dat de meeste parallellen na een grondige analyse moeilijk stand houden, kunnen we niet negeren dat het onderwerp zelf blijft leven. In die zin zegt het veel over onze Zeitgeist.

Het is geen toeval dat de hernieuwde interesse in de wetenschappelijke discipline sinds 2005 wordt voortgestuwd vanuit de Angelsaksische wereld. Op dat moment begon het te dagen dat de Amerikaanse bezetting van Irak op een mislukking aan het afstevenen was, wat ernstige vragen opriep over de positie van de Verenigde Staten als wereldhegemonie.

Voor beroepshistorici blijft sindsdien een historiografische loopgravenoorlog woeden waarin zij soms expliciet, soms impliciet hun stelling innemen ten opzichte van de actualiteit. Guy Halsall, professor vroegmiddeleeuwse Geschiedenis (York), die zich steeds verzet heeft tegen het idee van barbaarse migraties als de oorzaak voor de ondergang van het West-Romeinse Rijk, merkte op dat noch Heather noch Ward-Perkins bijvoorbeeld zich genoodzaakt voelden om zich te distantiëren van Fergusson’s eenzijdige recuperatie van hun werk.

Mary Beard, professor klassieke studies (Cambridge) stelde dan weer dat als er slechts één les te trekken valt over de vergelijking tussen migraties in de Laat-Romeinse periode en die van ons dan is het dat misbruik van vluchtelingen desastreuze gevolgen kan hebben.

Bart De Wever (Foto: Reporters © Eric Herchaft)

Bart De Wever durft wel eens de huidige crisis met de val van het Romeinse rijk te vergelijken (Foto: Reporters © Eric Herchaft)

Apocalyps nu?

Een cynicus zou kunnen stellen dat de eerder vermelde academici in deze materie misschien een middel zien om hun eigen werk te promoten (deze auteur is alvast niet te beroerd om toe te geven dat ook hij binnenkort een boek over dit onderwerp uitbrengt).

Maar cynisme is een automatische kramp waar we ons tegen moeten weren. Aan de grondslag van onze parlementaire democratie, een bestuursmodel dat steeds meer onder druk staat, ligt een debatcultuur. De legioenen onderzoekers en docenten van onze West-Europese universiteiten worden nog steeds in stand gehouden met publieke middelen.

We zijn het dan ook verplicht aan dat publiek onze bevindingen te communiceren en ons te mengen in maatschappelijke discussies.

Als er maar één meerwaarde is aan vergelijkingen tussen het oude Rome en het eigentijdse Europa, dan is het dat het ons doet bezinnen over de aard van geschiedenis, het nut van onze discipline en welke richting we als mensen ingeslagen zijn. Want we hebben het Romeinse Rijk niet nodig om te constateren dat onze wereld zich in een diepe crisis bevindt.

Wij zijn het Oude Rome niet en onze beschaving houdt nog steeds stand

Het laatste decennium heeft de Grote Recessie van onze generatie de economische bodem onder de voeten van honderdduizenden mensen weggeslagen en meer rijkdom dan ooit in minder handen geconcentreerd. Het Midden-Oosten heeft een revolutiegolf meegemaakt, die ondertussen bijna overal brutaal is neergeslagen en van tienduizenden mensen oorlogsvluchtelingen gemaakt heeft. Rusland, Turkije en zelfs de Verenigde Staten hebben autoritaire leiders opgeworpen die elke vorm van dissidentie willen onderdrukken. De planeet kreunt onder abnormaal hoge warmte gegenereerd door menselijke activiteit.

Edoch, tot spijt van wie het benijdt is ons laatste uur nog niet geslagen. De ondergang van het Avondland is niet voor vandaag. De hoofdstad staat niet in lichterlaaie, de geldeconomie is nog niet vervangen door ruilhandel en voorlopig signaleren we nog geen rondzwervende huurlingencompagniëen langs de Schelde.

Wij zijn het Oude Rome niet en onze beschaving houdt nog steeds stand. Maar het vraagt waakzaamheid en collectieve wil om deze blijven te onderhouden en ons continu te doen afvragen wat daarvoor vereist is.

Auteur: Jeroen Wijnendaele

Dr. Jeroen Wijnendaele is post-doctoraal onderzoeker van het FWO (vakgroep geschiedenis, Universiteit Gent) en expert Laat-Romeinse Geschiedenis. Hij schreef eerder Romeinen en barbaren (Davidsfonds, 2013) en publiceert binnenkort De wereld van Clovis (De Bezige Bij).