Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

#Wij maken morgen (helemaal anders)

6 oktober 2015 Stephen Bouquin
Stephen Bouquin
Stephen Bouquin
Stephen Bouquin
Stephen Bouquin

Sinds kort opent de sp.a ook de deur voor een ‘zeg-jij-het-eens’-aanpak onder het motto #IkMaakMorgen. Alle begrip voor wie dit een marketing gimmick noemt maar feit is dat niet-leden het voorrecht krijgen als eerste te spreken én voorstellen te doen met betrekking tot wat de sp.a moeten uitdragen. Een soort crowdsourcing die we eerder van Podemos of de burgerbewegingen gewend zijn.

De pas verkozen Jeremy Corbyn gooit het over eenzelfde boeg. In heel het land moeten citizen assembly’s de sympathie voor zijn persoon omzetten tot een brede volksbeweging. Zijn verkiezing is overigens één van de talrijke onverwachte electorale aardbevingen die we de laatste jaren gekend hebben. Deze begon in Italië met de Movimento Cinque Stelle van Beppe Grillo, gevolgd door de bijna-overwinning van het ja-kamp voor onafhankelijkheid in Schotland. Dit jaar behaalde Syriza, komende van liliputiaanse score, bijna de volstrekte meerderheid. En, ondanks het onverteerbare compromis met de Trojka, herhaalt Alexis Tsipras deze prestatie opnieuw. In Spanje doen burgerlijsten en Podemos eveneens het establishment daveren. Ook in Portugal of Ierland zijn er verassingen op komst. Er broeit iets dat veel verder gaat dan de ‘kloof tussen burger en politiek’.

De stelling die ik in mijn boek (‘Helemaal anders’, Critica, 2015) verdedig is eenvoudig: ondanks belangrijke verschillen zijn al deze politieke omwentelingen een uiting van eenzelfde grondstroom. Belangrijke segmenten van de bevolking zijn uitgekeken op het bestaande politiek aanbod. Burgers willen greep krijgen op het politiek gebeuren en rechtstreeks bepalen welke koers politieke formaties dienen te varen. Zo groeiden de stichtende assambleas van Podemos via internet en wijkbijeenkomsten uit tot een grootschalig discussiebeweging waarbij meer dan 100.000 burgers betrokken werden bij de uitwerking van een beginselverklaring en functioneringsprincipes. Ook de verkiezing van Jeremy Corbyn was het gevolg van de rechtstreekse interventie van burgers. Daar waar voordien vakbonden, parlementairen en leden in aparte kiescolleges de partijvoorzitter moesten aanduiden kregen ditmaal sympathisanten van Labour de gelegenheid ook te stemmen, middels een bescheiden bijdrage van 3 pond. Meer dan 150.000 burgers schreven zich in en tilden Corbyn in het zadel.

De aantrekkingskracht van Jeremy Corbyn steunt op zijn parlementair palmares. En dan hebben we het niet over het aantal keren dat hij de prijs van de ‘parlementaire baard’ van het jaar kreeg maar wél de meer dan 500 stemmingen waarbij hij tegen zijn eigen partij durfde stemmen. Dat de man de luis in de pels was van Tony Blair, zich tegen de golf-oorlog en alle besparingsmaatregelen heeft verzet maakte van hem een antisysteem-kandidaat die bij brede lagen van de samenleving respect afdwingt. Jeremy Corbyn wordt stelselmatig voorgesteld als diegene met wie Labour geen verkiezingen kan winnen. Anderzijds is hij nét diegene die zowel, van alle travaillisten, bij niet-stemmers (noch steeds 35% van het electoraat) als bij UKIP nog de meest populaire is.

Maar, hoor ik politicologen al zeggen, men kan Podemos, het Schots en Catalaans nationalisme en Jeremy Corbyn toch niet over dezelfde kam scheren! We hebben het echter niet over ‘het schuim op de golven’ maar eerder over een brede grondstroom die zich zowel ter rechterzijde als ter linkerzijde uitdrukt. En die grondstroom is fundamenteel democratisch. De comeback van nationalisme in Europa is tot op zekere hoogte een gevolg van de uitholling van de democratie. Al wijzen nationalisten met een boze vinger naar Madrid, Brussel of London, hun boodschap vindt een weerklank omdat mensen opnieuw greep willen krijgen op het maatschappelijk gebeuren. En hoe doe je dat op wereldschaal? Of zelfs op Europees niveau? Het antwoord vergt een referaat dat minsten twee uur duurt. Democratie heeft een gedeelde politieke ruimte en een gemeenschappelijk territorium nodig. Bij gebrek aan wereldburgerschap of een Europese soevereiniteit zal men in eerste instantie (opnieuw) op lokaal en regionaal niveau zeggenschap proberen te verwerven. Onder meer met de gedachte dat veraf gelegen machtscentra niemand hoeven te betuttelen; dat niet verkozen supranationale instellingen, multinationals of Europese technocraten onze toekomst niet mogen verkwanselen. Kortom, soevereinisme is een democratische verzuchting en hoeft niet automatisch tot nationalisme te leiden. Het is in eerste instantie een verzuchting van burgers om ‘soeverein’ te kunnen beslissen over wat er in de polis dient te gebeuren.

Directe democratie immens populair

Diverse enquêtes wijzen op het feit dat een overgrote meerderheid van de burgers zelf actief wil deelnemen aan politieke besluitvorming. Vooral, zij willen dit zonder te verdwalen in de meanders van de particratie of de achterkamerpolitiek. Directe democratie is geen utopie: kiezers kunnen geraadpleegd worden, referenda kunnen het verschil maken – op voorwaarde dat de uitslag wordt gerespecteerd – en zelfs de agenda’s van verkozen assemblee’s zouden mede bepaald kunnen worden door de burgers.

De analyse van de recentste European Social Survey door Arndt Leininger geeft een indicatie over de populariteit van directe democratie (grafiek1) (1). Leininger toont aan dat de steun voor directe democratie sterk verbonden is met ontevredenheid, zonder daarom een antipolitieke houding te bevatten. Voorstanders van directe democratie volgen het politiek gebeuren. Ontgoochelde en antidemocratische burgers tonen veel minder enthousiasme voor directe democratie. Tegelijkertijd zijn ze eerder onverschillig of neutraal dan wel tegenstander ervan. Volgens Leininger overstijgt het segment van burgers die het onbelangrijk achten of we nu al dan niet in een democratie leven zelden de 10%. Dit wijst op feit dat we achter de doorbraak van ‘populistische’ formaties ook een kritiek op de traditionele politieke vertegenwoordiging en het bijbehorend politieke spel moet zoeken.

Naamloos

De ervaring van de stadslijst ‘Barcelona En Comù’ is de moeite waard om van naderbij te bestuderen. Talloze wijkverenigingen, gegroeid in de strijd tegen huisuitzettingen, zorgden niet enkel voor een eenheid van verschillende rode en groene politieke stromingen en organiseerden voorverkiezingen. Naast een poll voor de samenstelling van de lijst werden ook de campagnethema’s gerangschikt. Last but not least moesten alle kandidaten een ethische codex ondertekenen. De inhoud hiervan zou normaliter menig beroepspoliticus nachtmerries moeten bezorgen. Mandatarissen, incluis de burgemeester, mogen nooit de maximumverloning van 2000 euro overstijgen. Alle verkozenen, in de meerderheid of de oppositie zetelend, dienen regelmatig publieke verantwoording af te leggen via hoorzittingen. Zelfs de afzetbaarheid – een oude eis van de Parijse commune – stond bij de top 5 van de ethische codex. Volgens deze gemobiliseerde burgers moeten nieuwe verkozenen anders functioneren. Niet alleen een andere politiek maar ook een andere manier om aan politiek te doen is wat telt.

Van partij naar kiesvereniging

De populariteit van directe democratie is ook een indicator dat het piramidaal partijmodel, eigen aan de 20ste eeuw, een diepe bestaanscrisis doormaakt. De massapartij met haar apparaat en leden is een logge machinerie die gaande en staande moet gehouden worden. Politiek vrijwilligerswerk is al lang niet meer onbaatzuchtig. De professionalisering van het politiek bedrijf zorgt voor vervreemding. Indien je als burger politiek actief wil zijn moet je paradoxaal genoeg vooral geen partijlidkaart nemen… Elke partij is min of meer in hetzelfde bedje ziek: de top stippelt de lijn uit, studiediensten zijn technocratische fabriekjes en de boegbeelden moeten in de media scoren met electorale marketing als kompas. De concrete ervaring met dergelijk politiek bedrijf heeft het geloof dat partijen vehikels van verandering zijn grotendeels geruïneerd. Partijen consolideren hun positie en rentenieren in macht. Het politiek establishment beschikt over de draaideuren die naar de economische en financiële elite leiden. En omgekeerd.

Deze crisis van de vertegenwoordigende democratie werd tot dusver verdoezeld door personencultus. Het in de markt zetten van nieuwe ‘maagdelijke’ figuren moet echter steeds opnieuw herhaald worden. De Franse premier Manuel Valls moest als knappe jongen en goede spreker de grijze muis Jean-Marc Ayrault vervangen. Vandaag is Manuel Balls bijna even onpopulair als François Hollande lui-même. Italiaanse premier Mateo Renzi mag dan flamboyant zijn, hij moet nog steeds een verkiezing winnen… Ook de Antwerpse burgemeester-in-bijberoep beseft maar al te goed dat macht de populariteit verslijt. Bijgevolg paste hij voor een post in de regering en laat hij anderen in de frontlijn optreden.

De politieke crisis van de status quo

De geloofwaardigheidscrisis van het politiek gebeuren is fundamenteel een product van de aanslepende economische crisis. Zolang er groei was volstond het versleten figuren te vervangen door nieuwkomers. Vilfredo Pareto noemde dit de onafwendbare circulatie van de elites. Maar vandaag ondervindt het politiek bedrijf de ene verzakking na de andere. Electorale beloftes verdampen zeer snel en programma’s worden ingeslikt. De compromismolen draait op volle toeren terwijl voor de gewone mensen het leven steeds harder wordt. De middenklasse verliest haar status en de have nots ervaren dat ze gewoon overtollig of ongewenst zijn, afhankelijk van de huidskleur. En toch is er één constante: overal worden de one percenters ontzien. Zij betalen geen of veel te weinig belastingen. De multinationale firma’s zoals Amazon, Google, Starbucks verschuiven torenhoge winsten rechtstreeks onder de balk dankzij een fiscale spitstechnologie die intussen ook de Colruyts en Delhaizes onder de knie hebben...

Wanneer het establishment het ‘populisme’ zegt te vrezen is er in feite sprake van een vrees voor het volk. Wanneer de status quo niet enkel als onleefbaar maar bovendien als onrechtvaardig wordt ervaren dreigen vulkanische explosies. Je moet inderdaad wereldvreemd zijn om niet te beseffen dat de huidige gang van zaken ondraaglijk is geworden. De Europese unie telt 100 miljoen armen op een totale bevolking van 500 miljoen inwoners. Vroeg of laat zullen alle jongeren die een toekomst wordt ontzegd de tafel omver gooien. Deze revolte kan natuurlijk alle kanten uitgaan. Links en rechts zijn loze begrippen voor vele mensen; het is ‘allemaal één pot nat’. Maar vele mensen die zichzelf rechts benoemen ondersteunen nog steeds progressieve waarden. Velen burgers staan open voor concrete oplossingen zoals eerlijke belastingen, minder winstbejag en meer solidariteit. Onze grootste zwakheid is de twijfel of politiek nog wel iets kan veranderen. Maar opnieuw zal de systeemcrisis met deze twijfel komaf maken. Voor duizenden mensen is er geen andere optie: het moet gewoon anders, en wel helemaal anders.

Helemaal anders?

Wie herinnert zich nog de vijf belangrijkste voorstellen die de G1000 heeft gebaard? Niemand. Om rond #IkMaakMorgen een krachtige dynamiek te ontwikkelen zou de bottom-up aanpak verbonden moeten worden met een algemeen perspectief.

Dit algemeen perspectief kan niet de status quo zijn van alles wat vierkant draait. Het heeft geen zin om uit het hetzelfde vaatje tappen als de huidige pseudo-remedies die overigens torenhoge sociale en ecologische collaterale schade berokkenen aan de samenleving. De loonsubsidiëringspolitiek kost meer dan tien miljard euro per jaar (niet geïnde werkgeversbijdragen) en dit zonder enige garantie op tewerkstelling. De subsidiëring van vervuilende auto-industrie is een zoveelste schandaal op een lange rij van legale en extra legale misbruiken die we bij de asociale toplaag terugvinden. Een permanente grootschalige fiscale evasie verarmt de overheid én de samenleving. En dankzij Thomas Piketty weten we dat het casinokapitalisme geen trickle down effect kent. Alle rijkdom gaat naar de beurs en wordt in nieuwe speculatieve beleggingen gestoken. Tot het kaartenhuisje nogmaals in elkaar stort.

Een andere koers varen is nodig. Deze boodschap duidelijk uitdragen is van essentieel belang want het is de enige hefboom die we hebben om een massa-mobilisatie op gang te brengen. Deze mobilisatie is de sleutel om het tij te keren. Wij zullen samen morgen maken van zodra we de molensteen van eeuwigdurende besparingen van ons afschudden; van zodra we bereid zijn de Europese begrotingsbetutteling naast ons neer te leggen en fiscale inkomsten durven halen waar ze te vinden zijn. Pas dan zullen structurele oplossingen zoals arbeidsduurverkorting, duurzame mobiliteit, armoedebestrijding, een gezonde leef- en werkomgeving, toegankelijke zorg, huisvesting en een gelijkwaardig onderwijs opnieuw bovenaan de politieke agenda komen te staan…

[1] Arndt Leininger, Popular Support for Direct Democracy in Europe, Hertie School of Governance, Berlin, paper for “Democracy: A Citizen Perspective”, 27 - 28 May 2015, ̊Abo Akademi University, Turku
LEES OOK