Vijf jaar na Rana Plaza

Wat is er veranderd, vijf jaar nadat 1.138 textielarbeiders het leven lieten toen fabriekscomplex Rana Plaza instortte in Bangladesh? Niet genoeg. De fabrieken zijn dan wel veiliger geworden, met dank aan een bindend veiligheidsakkoord, maar de mensen in die fabrieken zijn daarom niet veilig.

Arbeiders worden nog steeds blootgesteld aan verbaal en fysiek geweld, van hardhandige berispingen tot seksuele intimidatie. Een billijke verloning krijgen ze niet, maar fabrieksbazen verwachten wel dat ze hun productie tot 60% verhogen.

De slachtoffers van de ramp zijn intussen vergoed voor de geleden schade. Maar die compensatie was miniem en de belofte om hen blijvend medisch op te volgen, wordt amper nageleefd. Meer zelfs: de zwaarste slachtoffers van de ramp krijgen het, cynisch genoeg, het hardst te verduren.

 En die bindende regels van dat veiligheidsakkoord? Die zijn niet altijd even bindend, als het de grote merken goed zou uitkomen.

Zij komen nog steeds weg met zo weinig mogelijk bij te springen bij renovaties. Stof tot nadenken bij de consument.

 Dit alles en meer ontdekte journaliste Sarah Vandoorne eerder dit jaar in Bangladesh tijdens een onderzoekstrip in het kader van de #cleanekleren campagne van Wereldsolidariteit. Met foto’s van Lieve Blancquaert. Apache publiceert dit dossier in drie delen.