DOSSIER - 1 ARTIKEL

Mijn autostradelandje

© Jeroen Janssen
© Jeroen Janssen

De komende weken en maanden publiceren we verschillende grafische reportages in deze reeks. De eerste reportage kan je lezen in het zomernummer van Apache Magazine.

Ledeberg heeft een lange geschiedenis. In het jaar 964 werd de plaats al vermeld onder de naam Letha (of Leithaberga = Berg aan de waterloop) In de middeleeuwen ontstonden er, in de schaduw van de Gentse stadswallen, twee landelijke woonkernen, langs de heirwegen naar Brussel en Geraardsbergen. Tussen 1860 en 1870, in het kader van de industriële revolutie, werd Ledeberg een van de snelst groeiende voorsteden van Gent. Langs de oevers van de Schelde verrezen katoenfabrieken, een steenbakkerij en enkele scheepsbouwwerven. Er werden rechte straten aangelegd, verbonden door talloze smalle steegjes, om er zoveel mogelijk kleine en goedkope arbeiderswoningen neer te zetten. Ledeberg veranderde in een dichtbevolkt verstedelijkt gebied. Alleen de Brusselse Steenweg bleef nog een tijdlang een groene long wegens de vele grote bloemisterijen die er gevestigd waren.

Ledeberg wordt daarnaast doorsneden door enkele belangrijke spoorlijnen, maar heeft geen station. Op de koop toe werden in de jaren 60 ook de E (vandaag E17) en de B401 (de verbinding tussen de E17 en Gent Centrum) dwars door Ledeberg aangelegd. Zo werd het in Ledeberg nooit meer stil.

In de twintigste eeuw breidde de textielindustrie zich steeds verder uit en kwamen gastarbeidersgezinnen uit Turkije zich in Ledeberg vestigen. Vandaag behoort bijna een kwart van de Ledebergenaren tot een etnisch culturele minderheid: Belgen van allochtone afkomst, vluchtelingen en mensen zonder papieren. Door de relatief goedkope huizenprijzen komen er zich ook meer en meer jonge middenklassegezinnen vestigen, wat de prijzen dan weer de hoogte in jaagt met gentrificatie tot gevolg.

Ledeberg veranderde fel door de jaren heen. Op het kaartje staan de locaties van de verschillende reportages aangeduid.

Hoe kijken Jeroen en Arezoo naar hun buurt? Hoe kwamen ze er zelf terecht? En wat willen ze over hun autostradelandje vertellen?

Arezoo: “Ledeberg is niet zomaar een buurt voor mij. Het is de wereld in het klein. Het is een bonte mengeling van allerlei kleuren. Minder dan een jaar geleden opende ik hier mijn witte reiskoffer. Ik had voordien een moeilijke periode vol ontgoochelingen. De liefde en de wens een nieuw leven op te bouwen, deden mij in Ledeberg verzeilen. Ledeberg verwelkomde me met open armen. Ik kwam aan op een goede plek vol inspiratie en verhalen. Mensen hier geven leven aan de buurt en het geluid van lachende kinderen met hun Turkse, Arabische en Nederlandse moedertaal vult de lucht.”

Jeroen: “Ledeberg. Als jonge knaap moest ik er dagelijks door met de fiets. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan dat ik ooit van deze Gentse deelgemeente zou kunnen houden. Dichtbevolkt, marginaal, grauw, armoe troef. Zo werd in Gent en omliggende gemeenten gesproken over dat lapje grond tussen het stadscentrum en Merelbeke. Zelfs op school werd dat er ingelepeld. Boven mijn studeertafel hing een heel oude, vergeelde stafkaart. Mooi in scheve vierkanten geknipt en op linnen geplakt. Gevonden tijdens een papierslag met de scouts. Uren kon ik er naar kijken. Wat mij fascineerde was die reusachtige Y, de splitsing van de grote spoorlijnen van Gent naar Brussel en Antwerpen, en de afslag naar het Zuidstation. Het Zuidstation werd het Zuidpark. De afslag is inmiddels vervangen door de B401, een fly-over die het autoverkeer van de E17 naar het hartje van de stad voert. Het braakliggend terreintje onder de B401-afrit kon mij wel bekoren als schooljongen. Vaak deed ik er een rondje veldrijden op weg van school naar huis. Exotische plaatsen als Moscou, Toemaattragel en Warmoezenier schreeuwden om verkend te worden.”

Arezoo: “Ik wandel in de straatjes en overhandig mijn zorgen aan de wind. De lockdown wegens Covid-19 geeft me de kans om andere lagen van het leven te ontdekken. Ik tel mijn stappen, ik passeer de autostradebrug en beland middenin een bos. Ik passeer de bomen, loop onder een spoorviaduct en ik sta voor de kampeerplek. Ik wandel langs de Schelde en ik zie fietsers en joggers passeren.”

Jeroen: “Ik heb veel plekken in de wereld verkend met mijn pennen en schetsboeken. Hoe verder weg van ons lelijk autostradelandje, hoe liever. Maar door Covid-19 werd onze wereld weer een heel stuk kleiner. De wereld stond eventjes stil, Je hoorde je auto’s noch vliegtuigen. Met mijn vrouw trok ik te voet de buurt door; we ontdekten een nieuw werelddeel achter elke hoek.”

"Een klein, ongerept oerwoud en tuintjes van Eden in de schaduw van de spoorweg en de autosnelweg. Een mobiel villawijkje bewoond door Lourdesgrotjes en tuinkabouters. Een kasteel onder het wegdek van de E17. Daar woonden mensen en vreemde vogels temidden van het kabaal van auto’s en treinen (dat helaas snel na de eerste lockdown weer op gang kwam).”

“Plots werden het in mijn ogen mooie plekken met bewoners en landschappen die ik graag beter wilde leren kennen.”