Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De pleinvrees van het parket in het schandaal van de Slachthuissite

16 december 2021 Walter De Smedt
slachthuissite
De samenwerking tussen het college van burgemeester Bart De Wever en projectontwikkelaar Land Invest Group voor de ontwikkeling van de Slachthuissite ging volgens de auditeur van de Raad van State veel te ver. (© Lisa Develtere (Apache))

Omdat wegens de overname van het project van Land Invest Group door Triple Living en Immobel de klacht werd teruggetrokken, kan de Raad van State er geen oordeel meer over geven. Dat betekent echter niet dat het advies van de auditeur geen waarde of betekenis heeft. Een auditeur bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is immers een magistraat die gelast is met het onderzoek naar de voorgebrachte zaken waarover hij in openbare zitting een verslag geeft.

Je kan zijn rol vergelijken met de opdracht van de procureur des konings bij de strafrechtbank. Die heeft zelfs een opsporingsplicht en ook hij geeft daarover in openbare zitting zijn verslag. De procureur heeft echter ook een andere mogelijkheid. Hij kan een zaak zonder gevolg rangschikken en zelf beslissen om er niet mee naar de strafrechter te gaan.

Beide magistraten hebben ook een vergelijkbare opdracht: zoals de omschrijving “openbaar ministerie” het zo mooi zegt, dienen zij beiden het openbaar belang. Al kan de Raad van State geen verder gevolg geven aan het uitgebrachte advies dan is dat anders voor de procureur des konings. Vraag is dus of deze magistraat naast de vaststellingen van zijn collega bij het hoogste bestuurlijk rechtscollege kan kijken. Is hij gezien zijn opsporingsplicht dan niet gehouden er minstens een opsporingsonderzoek over te doen?

Sinds de wet-Franchimont aan de procureur het recht gaf om zaken te seponeren en te laten verjaren, is er verwarring ontstaan over de opdrachten en de bevoegdheden van deze parketmagistraat. Vooreerst dient opgemerkt dat het sepotrecht geen verandering bracht aan de opsporingsplicht, de opdracht om zelfs ambtshalve misdrijven op te sporen. Het is ook nooit de bedoeling geweest om aan een parketmagistraat de bevoegdheid van een rechter te geven.

Belang van motivering

Daarom is een sepot geen definitieve maar enkel een tijdelijke beslissing die steeds kan herroepen of tegengegaan worden door een burgerlijke partijstelling door de benadeelde bij de onderzoeksrechter, waardoor er een gerechtelijk onderzoek over de geseponeerde feiten wordt geopend. Een sepot wordt enkel definitief indien de openbare vordering door verloop van tijd is verjaard.

Omdat een sepot een belangrijke beslissing is, dient die ook steeds gemotiveerd te worden: de redenen ervan moeten worden aangegeven. Dat het meestal erg summier gebeurt, neemt niet weg dat zeker als het over maatschappelijk belangrijke zaken gaat de motivering even belangrijk is. Dat een procureur pas met kennis van zaken kan seponeren, houdt in dat hij er alvorens te beslissen eerst een opsporingsonderzoek over doet.

Gezien de ernstige en zwaarwichtige inhoud van het advies van de auditeur is het dus de vraag wat de procureur in Antwerpen ermee gaat doen. Dat de stad Antwerpen een illegaal ruimtelijk plan maakte en er daarbij geen sprake meer is van een objectieve en onpartijdige beoordeling is niet niks. Het gaat hierbij niet enkel over een politieke beslissing van maar evenzeer over handelingen die gesteld zijn door of onder het gezag en het toezicht van openbare ambtenaren zoals ook het ambt van burgemeester moet worden omschreven.

Deontologie van ambtenaar

Een ambtenaar heeft een voorgeschreven handelswijze en een deontologie. Op de website van de stad Antwerpen staat te lezen: “Het overheidshandelen moet in overeenstemming zijn met de rechtsregels. Wat onwettig is, is onbehoorlijk. Een ambtenaar mag niet vooringenomen zijn en moet onpartijdig zijn en niet betrokken zijn bij een beslissing waarbij hijzelf of zijn naasten belang hebben of lijken te hebben.”

Als je deze voorschriften naast het advies van de auditeur legt, is het erg duidelijk dat ambtenaren die betrokken zijn bij de behandeling van het dossier over de Slachthuissite niet in overeenstemming met hun verplichtingen hebben gehandeld. “Illegaal, niet objectief en niet onpartijdig”, zegt dat advies.

De volgende vraag is dan logisch: waarom werd er met miskenning van de voorschriften gehandeld? Wie het antwoord wil kennen, moet er geen onderzoek over doen. Het werd immers in een artikelenreeks en op basis van documenten door de nieuwssite Apache uitvoerig weergegeven.

Ook andere media hebben nu begrepen waar het om gaat. Daarin wordt het nu afgedaan als “vriendjespolitiek” en wordt er gewezen op “imagoschade” voor het stadsbestuur. Met de omschrijving “vriendjespolitiek” zit je echter bij het verbod van “betrokkenheid bij een beslissing waarbij hijzelf of zijn naasten belang hebben of lijken te hebben”.

Strafbare belangenneming

De miskenning van dit verbod kan bestuurlijk gesanctioneerd worden maar heeft ook mogelijke strafrechtelijke gevolgen. Er blijft immers, naast de bestuurlijke beoordeling, ook een strafrechtelijke vraag onbeantwoord: is hier al of niet sprake van strafbare belangenneming? Belangenneming is het misdrijf waarbij een ambtenaar zich inmengt in de met zijn bediening onverenigbare zaken.

Om dit misdrijf te kunnen weerhouden moet een aantal voorwaarden vervuld zijn. Het moet over een ambtenaar gaan, die moet enig belang nemen of aanvaarden, de verrichtingen moeten onder zijn toezicht vallen of over een zaak gaan waarvan hij met vereffening of de machtiging tot betaling was belast. Een algemeen opzet is voldoende: de belangenneming bestaat door het enkele feit van de inmenging van een ambtenaar in de met zijn bediening onverenigbare zaken zonder dat daartoe bedrieglijk opzet is vereist. Er moet dus geen oogmerk om te schaden zijn. Het feit dat de beklaagde gratis optreedt, belet de totstandkoming van het misdrijf niet.

Hoe het Antwerpse stadsbestuur op voorgaande elementen reageert, is geweten. Het schepencollege staat er ook niet bij stil: op het kabinet van burgemeester Bart De Wever (N-VA) wordt alle communicatie afgewend naar de huidige schepen van Ruimtelijke Ordening Annick De Ridder (N-VA).

"De aanhoudende laster van die bewuste website (Apache) boeit ons al lang niet meer", stelde Johan Vermant, woordvoerder van De Wever, in De Morgen van 15 december. Valt daarmee het doek over een schandaal dat door de onderzoeksjournalistiek van Apache in een met documenten gestaafde artikelenreeks werd uitgebracht?

Vriendjespolitiek beteugelen

Is het maatschappelijk aanvaardbaar dat een stadsbestuur dat een illegaal ruimtelijk plan goedkeurt waarbij geen sprake kan zijn van objectieve en onpartijdige beoordeling er op die wijze mee wegkomt? Tot wat dienen dan al die door de Vlaamse overheid bedachte regels en voorschriften en deontologie als de omschrijving van de feiten door een auditeur van de Raad van State die op duidelijke inbreuken wijst gewoon als “ vriendjespolitiek” wordt afgedaan?

Waarom iedereen, ook de procureur des konings in Antwerpen, er stil bij blijft, heeft mogelijks een reden. Om goed te begrijpen waarover het gaat, is ook de lectuur van een principearrest van dezelfde Raad van State belangrijk. In een betwisting tussen een burger en het gemeentebestuur van Boechout over het ruimtelijk uitvoeringsplan Vijverhof sprak de Raad van State zich uit over de betekenis van een voorafgaand samenwerkingsakkoord tussen een bouwpromotor en het gemeentebestuur.

“Gelet deze verbintenis valt niet in te zien hoe de gemeente twee jaar later in alle objectiviteit, zonder vooringenomenheid en zonder gebonden te zijn door deze eerdere overeenkomst, de verschillende op het spel staande belangen gelijktijdig heeft kunnen afwegen”, stelde de Raad van State. Dit principearrest is duidelijk.

Dergelijke samenwerkingsakkoorden zijn illegaal en tasten ieder ruimtelijk uitvoeringsplan aan dat er gebruik van maakt aan. Het Antwerpse dossier is dus geen uitzondering. Voorafgaandelijke samenwerkingsakkoorden tussen gemeentebesturen en bouwpromotoren zijn in vele gemeenten de gebruikelijke werkwijze geworden.

Dat het gebruik van deze illegale werkwijze een fenomeen is geworden, mag echter geen reden zijn om er niets aan te doen. Deze afstomping van de norm zou integendeel het openbaar ministerie moeten aanzetten om als vertegenwoordiger van de gemeenschap de toestand recht te trekken. Dat kan enkel door, zoals de auditeur het deed, er onderzoek naar te doen en er verslag over te geven.

Pleinvrees voor de omvang van het fenomeen of de politieke gevolgen van dergelijk onderzoek is voor de onafhankelijke werking van het gerecht niet gewenst. Het gaat tenslotte over een aangelegenheid die elke burger treft: hoe kunnen en mogen wij nog wonen als er op dergelijke wijze mee omgesprongen wordt?

LEES OOK