Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Investeer in een kinderopvang op mensenmaat

4 oktober 2021 Chris Keppens
Kinderopvang
Ouders moeten de keuze krijgen in het eerste levensjaar van hun kind de zorg op zich te nemen. (Tookapik (Pixabay))

Wij zien alvast niets dan voordelen voor alle betrokkenen. Kinderen, ouders én personeel zouden er wel bij varen. Het is onze overtuiging dat op termijn ook de schatkist er wel zal bij varen, waardoor zij die vast willen houden aan een besparingslogica uiteindelijk ook op hun wenken worden bediend. Een goede start in het leven komt de mentale en fysieke gezondheid ten goede, wat dan weer voor (veel) minder kosten zorgt in het latere leven en zo de druk op de komende begrotingen vermindert.

Nergens anders ter wereld draaien zo’n jonge kinderen mee in een systeem van kinderopvang dan in ons land

Nergens anders ter wereld draaien zo’n jonge kinderen mee in een systeem van kinderopvang dan in ons land. Kinderen van enkele maanden of soms zelfs enkele weken oud zijn geen uitzondering. Dat wringt vaak, niet alleen bij de begeleid(st)ers, maar ook bij de ouders. Ze raken in conflict met wat ze zelf zouden willen: langer zélf voor hun piepjonge kind blijven zorgen. Waarom geven we zij die dat willen niet gewoon de kans dat te doen? Door niet alleen kinderopvang te subsidiëren, maar door ook die ouders te subsidiëren die thuis voor hun kind willen zorgen tijdens het eerste levensjaar. Zo moeten zij bij wie het wringt om de borstvoeding op te geven of af te bouwen (omdat die nu eenmaal niet kan worden voortgezet in het kinderdagverblijf of bij de onthaalmoeder) niet tegen hun gevoel ingaan. Zo wordt een vroegtijdige scheiding geen verplichting, maar een keuze.

Tijdens het eerste jaar wordt de blauwdruk van de hechting gegoten. Het is de logica zelve dat dat best zo stressvrij mogelijk gebeurt

Onder experten bestaat een brede consensus als het gaat over het moeilijk te overschatten grote belang van het eerste levensjaar, zowel op motorisch als op psychisch vlak. Tijdens het eerste jaar wordt de blauwdruk van de hechting gegoten. Het is de logica zelve dat dat best zo stressvrij mogelijk gebeurt.

Kinderen in de opvang zijn nu al meer wakkere uren bij hun kindbegeleid(st)ers dan bij hun ouders. Dagen van tien of elf uur zijn lang geen uitzondering. Plannen om in naam van een grotere flexibiliteit de opvang nog langer (en ook in het weekend) open te houden, lijken ons niet in het belang van het kind. Kinderen riskeren nóg meer uren per dag van thuis weg te zijn, wat nefast is voor hun primaire hechting aan de ouders. Het kan niet de bedoeling zijn dat jonge kinderen zich in de eerste plaats aan hun kindbegeleid(st)ers hechten. Professionals zouden een vertrouwd verlengstuk moeten zijn van de ouders, geen vervanging.

Een ander gevolg dat zich nu al laat voelen, is dat enkele momenten per dag (vaak bij het begin en aan het einde van de dag) de volwassene-kindratio oploopt tot een onverdedigbare elf of twaalf kinderen per begeleid(st)er. Dat dit de kinderen niet ten goed komt, is zeer duidelijk. Laten we hier echter ook het effect op de professional niet uit het oog verliezen. Door dergelijke overbevraging wordt de werkdruk verhoogd en valt – vaak zeer menselijk en gekwalificeerd – personeel uit. Soms tijdelijk, soms voor onbepaalde duur, soms voorgoed.

Naar aanleiding van het Vlaams regeerakkoord, waarin middelen worden voorzien om extra kinderbegeleiders in de kleuterscholen aan te nemen, willen we hard aan de alarmbel trekken

Naar aanleiding van het Vlaams regeerakkoord, waarin middelen worden voorzien om extra kinderbegeleiders in de kleuterscholen aan te nemen, willen we hard aan de alarmbel trekken. Het is in de sector van de kinderopvang nu al zo moeilijk om geschikt personeel te vinden. Wie zal de teams nog willen versterken als ze er net zo goed kunnen voor kiezen diezelfde job uit te oefenen tegen de aantrekkelijkere voorwaarden van het onderwijs? We willen dat de Vlaamse regering ook voor deze sector extra middelen vrijmaakt, zodat er samen met de scholen meer geïnvesteerd wordt in het begin van het leven, in de groei van onze kinderen. Het mag geen of-of-verhaal zijn (nu blijft de kinderopvang in de kou), het moet een én-én-verhaal worden.

Deze Vlaamse regering wil een investeringsregering zijn. We stellen dan ook – in het belang van kinderen, ouders én personeel – volgende aanbevelingen voor die de besparingslogica inruilen voor een broodnodige investeringslogica.

Durf investeren in:

  • Een 1:4 volwassene-kind-ratio en dit zeker tijdens het eerste levensjaar, idealiter de hele kinderopvangcarrière.  
  • Een bredere waaier aan opvangmogelijkheden zodat ouders kunnen kiezen waarbij zij en hun kind zich goed voelen. Durf, naast de klassieke kinderdagverblijven, opnieuw investeren in minicrèches en onthaalouders én geef ouders – naar Scandinavisch model – de mogelijkheden het eerste jaar zelf thuis in te staan voor de opvang. (Maatschappelijke evoluties zorgen ervoor dat grootouders niet zo makkelijk meer kunnen worden ingeschakeld.)  
  • Een heterogener personeelsbestand. Maak het beroep aantrekkelijker voor mannen en zorg voor een bredere waaier aan disciplines op de werkvloer. Zorg voor een opleiding kinderzorg op alle niveaus, van een zevende jaar tot en met een masteropleiding, en laat de opleiding beter aansluiten bij de praktijk.

Laat ons als maatschappij de keuze maken radicaal te investeren in een kinderopvang op mensenmaat. Een goede start in het leven laat zich immers voelen. Generaties lang.

LEES OOK