Hoe Fost Plus zijn monopoliepositie inzet tegen milieumaatregelen

 Leestijd: 14 minuten0

Fost Plus is alleenheerser qua verwerking van plastic consumentenverpakkingen in Vlaanderen. Die machtsconcentratie is niet zonder risico: Fost Plus legt zijn gewicht in de schaal om strengere milieumaatregelen rond verpakkingsafval tegen te gaan.

Onderzoek
Journalisten Benedict Wermter en Isabelle Vanhoutte onderzochten negen Groene Punt-organisaties in Europa. Ze onderzochten hun werkbudget, hoe ze afval beheren, hoe ze samenwerken met overheden en hoe ze zichzelf positioneren tegenover milieuwetgeving, zoals statiegeldsystemen. Verder kregen ze inzage in lobbydocumenten op Europees en nationaal niveau. Het onderzoek leidde tot verschillende nationale verhalen en een artikel over lobbywerk in Europa. Het project is een EU-brede samenwerking met Correctiv (DE), Apache (BE), Médor (BE) en, EUobserver (EU), met steun van IJ4EU en journalismfund.eu.

Wie in Europa verpakkingen op de markt brengt, moet daar een deel van recycleren. Dat is zo sinds de jaren 90, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Supermarkten of fabrieken recycleren hun verpakkingen echter niet zelf: producer responsibility organizations (‘PRO’s’) nemen die verantwoordelijkheid over in ruil voor een ledenbijdrage. Zij ‘dirigeren’ de ophaling, sortering en recyclage of verbranding van het afval. De producten waarvoor bedrijven een recyclagebijdrage betaalden, krijgen het Groene Puntlogo.

In 1994 zag Fost Plus in die context het levenslicht. Een private organisatie die gefinancierd en bestuurd wordt door zijn leden: verpakkingsproducenten. Fost Plus is de eerste en voorlopig enige PRO voor consumentenverpakkingen in België. Andere Belgische PRO’s werken in andere gebieden, zoals in elektronica (Recupel) of bedrijfsverpakkingen (Valipac).

Groene Puntorganisaties zijn de belangrijkste groep PRO’s voor huishoudelijk verpakkingsafval in Europa. In onder andere Spanje, Frankrijk en Nederland hebben nationale Groene Puntorganisaties een (quasi) volledige marktdekking. Ook in België, waar Fost Plus de enige PRO is voor huishoudelijke verpakkingen.

De afvalindustrie verenigd

Fost Plus is een ledenorganisatie in de vorm van een vzw. De leden zijn zo’n 5.000 bedrijven, producenten die verpakkingen op de Belgische markt brengen, zoals Unilever, Danone of Colruyt, maar ook staalproducent Arcelor Mittal of Van Genechten, een producent van vouwkartonnen verpakkingen. In het bestuur zitten bedrijven, maar ook federaties zoals Comeos, die de Belgische handel en diensten vertegenwoordigt, en FEVIA, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. Ook essenscia PolyMatters, de sectorvereniging van de kunststofproducerende industrie, maakt deel uit van het bestuur.

Het speelveld van Fost Plus omvat de hele levensloop van verpakkingen: van ontwerp over preventie tot afvalverwerking en recyclage

Verpakkingsproducenten, materiaalproducenten en federaties organiseren dus vandaag de ophaling en recyclage van consumentenverpakkingen over het hele grondgebied.

Het speelveld van Fost Plus omvat de hele levensloop van verpakkingen: van ontwerp over preventie tot afvalverwerking en recyclage. Hiervoor zet Fost Plus gemeentelijke ophaaldiensten en sorteercentra aan het werk. Het gesorteerde materiaal verkoopt Fost Plus aan recycleurs op de Europese recyclagemarkt, of het gaat naar de verbrandingsoven.

Ook het preventiebeleid in de verschillende gewesten wordt hoofdzakelijk gefinancierd door Fost Plus. Het draagt een halve euro bij per inwoner. Opruimen doet Fost Plus dan weer samen met de gewesten: Mooimakers in Vlaanderen en aan de andere kant van de taalgrens Be WaPP (Wallonie Plus Propre). Beide organisaties worden volledig gefinancierd door Fost Plus.

De activiteiten van Fost Plus zijn dus uitgebreid en de organisatie heeft een grote slagkracht. Fost Plus moet verantwoording afleggen aan de toezichthoudende overheid, de Interregionale Verpakkingscommissie van de Vlaamse, Waalse en Brusselse overheden. Uit een recent onderzoek in Knack bleek echter dat de controle beperkt is, en dat de overheid min of meer afhankelijk is van de industrie om het preventie- en recyclagebeleid in daden om te zetten.

Door de jaren heen bouwde Fost Plus een monopolie uit op vlak van de recyclage van plastic verpakkingen: gemeenten, intercommunales en recycleurs zijn van de organisatie afhankelijk voor de stromen afval die ze mogen verwerken. Ook overheden hangen voor hun preventie- en opruimacties grotendeels af van Fost Plus.

Vandaag zijn supermarkten en bedrijven zoals Colruyt, Danone of Unilever, de financiers van Fost Plus, daarom onrechtstreeks de motor achter het Vlaamse preventie- en recyclagebeleid van verpakkingen. Fost Plus heeft namelijk de macht in handen om zich met succes te kanten tegen maatregelen die verpakkingsafval tegengaan.

Door de jaren heen bouwde Fost Plus een monopolie uit op vlak van de recyclage van plastic verpakkingen

Fost Plus staat niet alleen: we onderzochten verschillende zogenaamde Groene Puntorganisaties, die in veel Europese landen een stevige greep hebben op het nationale preventie- en recyclagebeleid. Uit dat onderzoek blijkt hoe de organisaties over heel Europa gelijkaardige argumenten en tactieken gebruiken om milieumaatregelen als de invoer van statiegeld te weren.

De beweegreden achter die acties? De kosten drukken voor de Groene Puntorganisaties en zo ook voor de verpakkingsindustrie. In het kader van het onderzoek naar Groene Puntorganisaties onderzochten we de acties die Fost Plus de afgelopen jaren deed rond plastic verpakkingen.

Daar is de inzet immers het hoogst: 61% van het plastic afval bij consumenten bestaat uit wegwerpverpakkingen en 85% van het marien zwerfvuil bestaat uit plastic, waarvan de helft wegwerpplastics zijn. Wie plasticvervuiling wil aanpakken, kan niet anders dan naar verpakkingen kijken. Wie verpakkingsafval zegt, zegt Fost Plus.

Het gevaar van een monopolie

Door zijn centrale positie als ‘dirigent’ in de afvalketen, heeft Fost Plus het overzicht van hoeveel verpakkingen er op de markt komen, hoeveel er worden opgehaald en hoeveel daarvan verbrand, gestort of gerecycleerd worden.

In België recycleren we vandaag slechts 36% van onze plastic verpakkingen: te weinig om het verplichte Europese recyclagedoel van 50% te halen tegen 2025

Terwijl Fost Plus zegt 46% van de kunststofverpakkingen die zijn leden op de markt brengen te recycleren – net iets hoger dan het Europese gemiddelde in 2019 (42%) – is dat cijfer vermoedelijk een overschatting, zo stelde onder andere een Pano-reportage uit 2019. Uit recent onderzoek in Knack bleek dat dat recyclagecijfer inderdaad een black box is: het is niet verifieerbaar en wordt amper gecontroleerd. Tussen 2012 en 2019 voerde de Interregionale Verpakkingscommissie (IVC), die toezicht houdt op Fost Plus, bijvoorbeeld geen inspecties uit op PET-recyclage.

Ook de EU gaat ervan uit dat aan de berekening van nationale recyclagepercentages wat schort. De beschikbare gegevens zijn te weinig transparant en vergelijkbaar, controle hapert en bepaalde elementen blijven buiten beeld, zoals het gewicht van vuil of vocht dat aan voedselverpakkingen blijft hangen, zo stelde de Europese Rekenkamer in een recent rapport.

Daarom besliste de EU in 2019 om recyclagecijfers met een nieuwe, uniforme methode te meten. Die zou in alle landen het recyclagepercentage doen dalen, volgens experts in dat rapport met zo’n 10 procentpunt. Dat zou betekenen dat we in België vandaag slechts rond de 36% van onze plastic verpakkingen recycleren: te weinig om het verplichte Europese recyclagedoel van 50% voor plastic verpakkingen te halen tegen 2025.

Europa

Statiegeld à la Belge
In België is het afvalbeleid een bevoegdheid van de regio’s. De beslissing om statiegeld in te voeren, ligt bij de gewesten. Die zijn verenigd in de Interregionale Verpakkingscommissie, het overheidsorgaan dat toezicht houdt op Fost Plus. De situatie is echter complex, omdat de regio’s een versnipperde houding hebben tegenover statiegeld. Terwijl Brussel en Wallonië statiegeld op blikjes en flesjes in 2019 inschreven in hun regeerakkoord, en ook in het recente federale regeerakkoord statiegeld expliciet vermeld staat, verzet Vlaanderen – de grootste markt – zich tegen de invoering ervan.

Het moet dus anders. Dat vindt ook Europa, dat al enkele jaren op verschillende fronten de oorzaken van verpakkingsafval probeert aan te pakken. Een cruciale tekst is hier de Single Use Plastics (SUP)-Directive of ‘richtlijn inzake kunststofproducten voor eenmalig gebruik’, die op 3 juli 2019 van kracht ging. De nieuwe SUP-regels verbieden het gebruik van bepaalde plastic wegwerpproducten waarvoor alternatieven bestaan, zoals wattenstaafjes of rietjes. Daarnaast moeten de lidstaten tegen 2029 minstens 90% plastic flessen opnieuw inzamelen, en tegen 2025 moeten die flessen ten minste een kwart gerecycleerd materiaal bevatten (tegen 2030 is dat 30%).

Als manier om meer plastic flessen in te zamelen schuift Europa statiegeld naar voren. Vandaag zijn landen met een statiegeldsysteem, zoals Duitsland en Noorwegen, de enige landen die ophaalpercentages van meer dan 90% kunnen voorleggen voor drankverpakkingen. Statiegeld zou daarnaast 70 tot 90% van de flesjes en blikjes uit het straatbeeld kunnen houden.

Fost Plus is radicaal tegen statiegeld en maakt daar geen geheim van. Een tiental jaar geleden lieten vertegenwoordigers van Fost Plus een presentatiedia zien op een congres in Brussel met “het monster van Loch Ness in de rol van een statiegeldsysteem”, zo vertelt een deelnemer aan dat congres. Al jarenlang verzet Fost Plus zich tegen de invoer van statiegeld in België.

De organisatie heeft dan ook weinig te winnen bij een statiegeldsysteem: de terugname-apparaten zijn duur en de opbouw van de logistiek voor dergelijk systeem is een immens werk dat de zin van het huidige systeem met de blauwe zak op losse schroeven zet. Als de petflessen, een zeldzame winstgevende plasticstroom, eruit zouden verdwijnen, brengt die blauwe zak nog maar weinig op. Daarnaast investeerde Fost Plus 300 miljoen euro in nieuwe sorteercentra voor ‘De Nieuwe Blauwe Zak’, waar meer plastic verpakkingen in mogen, zoals botervlootjes en yoghurtpotjes.

Toch keurde de Vlaamse Overheid vijf jaar geleden de invoer van statiegeld bijna goed: minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) sprak zich in 2015 publiek uit als voorstander. Na fel weerwerk van de Federatie van de Voedingsindustrie (FEVIA), handelsfederatie Comeos, Unizo en Fost Plus gaf ook de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) echter een negatief advies.

Met het Vlaamse Verpakkingsplan 2.0 schoof Schauvliege in 2018 statiegeld tenslotte expliciet op de lange baan. Enkel indien eind 2023 nog geen 90% van de drankverpakkingen wordt opgehaald, “zal de sector gevraagd worden om statiegeld te organiseren of een beloningssysteem in te voeren”, zo staat te lezen in het plan. Dat beleid wordt tot vandaag aangehouden, al nam huidig minister van Leefmilieu Zuhal Demir zich voor om de evaluatie een jaar vroeger in te plannen, in 2022.

Deze screenshot van de website van Fost Plus toont de verscheidene artikel die op de site verschenen tegen statiegeld. (Screenshot: Fostplus.be)

Wat gebeurt er in de tussentijd? Begin 2016 stelde Fost Plus met steun van de sectorfederaties Fevia en Comeos een plan voor. Fost Plus zou jaarlijks een bedrag van 17 miljoen euro aan opruimorganisaties Mooimakers en Be Wapp besteden, gekoppeld aan de ambitie dat de hoeveelheid zwerfvuil in ons land tegen 2022 met 20% moet dalen.

In Europese context is het weerwerk van Fost Plus een voorbeeld van ‘meestribbelen’, een beproefde lobbytactiek: je bedenkt een alternatief plan voor statiegeld dat voor jaren vertraging zorgt. In die tijd wordt statiegeld niet ingevoerd. Daarna komt weer een nieuwe beleidsmaker en doen zich opnieuw kansen voor om het statiegeld geheel af te schaffen.

Het zwerfvuil in Vlaanderen was in 2019 met 14% toegenomen tegenover twee jaar daarvoor

Het fenomeen werd in Nederland gedocumenteerd. Na zes jaar statiegeld zou het in 2012, na veel lobbywerk door Joop Atsma (CDA), worden afgeschaft. Atsma riep daarvoor argumenten van de industrie in. Maar omdat onder andere de beloofde daling in de zwerfvuilcijfers er niet kwam, kon een nieuwe coalitie twee jaar later de afschaffing tegenhouden. Ook bleek de studie die tegen statiegeld pleitte ‘gestuurd’ te zijn door de opdrachtgevers. De huidige regering, onder impuls van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) besliste tenslotte over de definitieve invoering van statiegeld op kleine flesjes vanaf deze zomer en op blikjes vanaf 2022. Ondanks fel weerwerk van Afvalfonds Verpakkingen en co.

Ondertussen blijkt ook de daling van de Vlaamse zwerfvuilcijfers er niet te komen: eind december maakte OVAM de nieuwe zwerfvuilcijfers bekend. Daaruit bleek dat het zwerfvuil in Vlaanderen in 2019 met 14% gestegen was tegenover twee jaar daarvoor. De 22.641 ton opgehaalde vuilnis is ook een stijging tegenover referentiejaar 2015, toen er 20.400 ton werd verzameld.

“De doelstelling om 20% minder zwerfvuil te hebben in 2022 is verder weg dan ooit. Bovendien is de impact van de coronacrisis nog niet gekend”, reageerde minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) naar aanleiding van de zwerfvuilcijfers, en ze beloofde in te zetten op meer handhaving en hogere GAS-boetes.

Een resolutie van sp.a en Groen om naar aanleiding van die cijfers statiegeld vervroegd in te voeren, werd evenwel weggestemd door de beleidspartijen. “De industrie heeft in 2018 via het verpakkingsplan het engagement opgenomen om tegen 2025 95% van alle drankverpakkingen in te zamelen. (…) Daar zijn behoorlijke investeringen mee gemoeid. Als we daar onbezonnen een verandering in gaan aanbrengen, dan brengen we de gemaakte investeringen in gevaar,” reageerde parlementslid Freya Perdaens (N-VA).

Foto: Karolina Grabowska (Unsplash)

Opruimorganisaties als bliksemafleider

Demirs keuze voor meer handhaving weerspiegelt een strategie die vele nationale Groene Puntorganisaties toepassen. In een zeldzaam persbericht naar aanleiding van de Pano-reportage uit 2019, schreef Fost Plus: “We hebben de medewerking van de consument nodig. Meer discipline om te sorteren, minder in de restafvalzak en minder afval achterlaten op stranden, in bossen en aan de rand van de straten en autowegen. Daar moet ook de overheid zijn rol spelen en de wet handhaven.”

Heeft handhaving dan tot nu toe wel effect? Het helpt in ieder geval te weinig. De verhoogde budgetten voor opruimorganisaties Mooimakers en Be Wapp lijken de stijgende zwerfvuilcijfers alvast niet tegen te houden.

Met de actie Mooimakers – een samenwerking van de OVAM, de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en Fost Plus – voert Vlaanderen het beleid rond zwerfvuil en sluikstorten uit. In heel Europa financieren vele Groene Puntorganisaties op eenzelfde manier opruimcampagnes: Afvalfonds financiert NederlandSchoon, het Oostenrijkse ARA financiert Reinwerfen, Gestes Propres hoort bij het Franse Citeo. Hun aanpak: de schuld voor het zwerfvuil bij de consument leggen.

Een opmerkelijke constructie is ook Clean Europe Network, een pan-Europees platform om de preventie van vervuiling te verbeteren. Fost Plus is daarbij actief betrokken via Mooimakers en BeWapp. Bovendien is Steven Boussemaere van Fost Plus een van de vijf bestuursleden van Clean Europe Network.

Hameren op de consument als enige bron van het zwerfvuilprobleem is misleidend, want het maakt de weg vrij voor een ongehinderde groei van wegwerpplastic

De organisatie kwam enkele jaren geleden in opspraak voor belangenvermenging: secretaris-generaal Eamonn Bates treedt bijvoorbeeld ook op als lobbyist voor Pack2Go Europe, een belangenorganisatie voor de verpakkingsindustrie. Toch ontving Clean Europe Network tussen 2014 en 2016 meer dan een half miljoen euro steun van Europa. Toen Gérald Bocken, directeur bij het door Bates opgerichte consultancybedrijf Eamonn Bates Europe Public Affairs en toenmalig Ecolo-lid, door een journalist werd geconfronteerd met de rol die hij speelde binnen Clean Europe Network, stelde hij: “De schuldige van vervuiling is de vervuiler. Niet de producent.”

Hameren op de consument als enige bron van het zwerfvuilprobleem is misleidend, stellen critici, want het maakt de weg vrij voor een ongehinderde groei van wegwerpplastic. Vrijwillige, niet-bindende initiatieven en publieksvoorlichting kunnen de aandacht afleiden van hardere beleidsoplossingen, zoals grotere preventie-inspanningen van de industrie of de invoering van statiegeld.

Opruimorganisaties dweilen in feite met de kraan open. Ze werken als bliksemafleider om de aandacht af te leiden van de verantwoordelijkheid van producenten, stelt een recent rapport van The Changing Markets Foundation.

Verweven met overheden

Verschillende elementen wijzen er ook op dat overheden niet altijd onafhankelijk werken van Fost Plus. Om te beginnen is er de band tussen Mooimakers en de Vlaamse afvalstoffenmaatschappij OVAM. Hoewel Mooimakers een samenwerking is tussen de VVSG, OVAM en Fost Plus, is het enkel die laatste die de organisatie rechtstreeks financiert en dat via een jaarlijkse donatie van 9,6 miljoen euro. De bureaus van Mooimakers bevinden zich bij OVAM.

Momenteel is het team van Mooimakers samengesteld uit zeventien personeelsleden van OVAM, VVSG en Fostplus. Meer dan de helft van hen wordt gefinancierd door Fost Plus: acht medewerkers worden van die 9,6 miljoen euro betaald en nog eens twee extra werkkrachten worden betaald vanuit het door Fost Plus gefinancierde Werkplan Halve Euro van OVAM, en een heffing die aan de verpakkingsindustrie wordt opgelegd. Het bedrag van 9,6 miljoen euro wordt gestort op een specifieke rekening in beheer van Fost Plus.

“Hoewel Mooimakers in opdracht van de industrie werkt, maakt het gewoon deel uit van OVAM. Deze regeling doet belangenconflicten vermoeden, want OVAM is ook actief bezig met zwerfvuilmonitoring en de beslissing over bijvoorbeeld een statiegeldsysteem”, reageert Rob Buurman van milieuorganisatie Recycling Netwerk, die de invoering van statiegeld in de Benelux promoot.

“Mooimakers werkt niet in opdracht van de industrie maar wordt aangestuurd door een beslissingsorgaan dat paritair is samengesteld uit zes partijen uit de publieke en de private sector”, reageert Jan Verheyen, woordvoerder van OVAM. “De onderzoeken rond zwerfvuilmonitoring etcetera gebeuren niet door Mooimakers maar door het team Onderzoek en Monitoring binnen OVAM en worden aangestuurd door OVAM zelf. Dat de personeelsleden bureelruimte kregen in de kantoren van OVAM is niet zo ongebruikelijk aangezien ook andere organisaties als VLACO, VMM of Stichting Verkeerskunde onze gebouwen gebruiken als administratief centrum.”

Promotiemateriaal mooimakers.be (Foto: Mooimakers)

Een ander voorbeeld: toen de dienst stadsreiniging van Stad Antwerpen in 2017 een project opzette rond statiegeld, kwam daar een felle reactie op van OVAM. Het project zou testen of retoursystemen, gelijkaardig aan statiegeldsystemen, een belangrijke rol kunnen spelen in de preventie van zwerfvuil en welke de impact is op de kwaliteit van de ingezamelde stromen. “Schrap de verwijzing naar statiegeldsystemen”, staat te lezen in een mail van OVAM aan de stadsdienst. “Verkondig dit project met ‘zwerfvuil heeft een waarde’ en niet met ‘blikjes en flesjes hebben een waarde’.”

“Het ging technisch gezien niet om een statiegeldproject, maar wel om een retourproject”, reageert Jan Verheyen, woordvoerder van OVAM. “Statiegeld impliceert immers dat er een klein bedrag wordt geheven bij de aankoop van een product, dat wordt terugbetaald als de koper de verpakking van het product na gebruik weer inlevert. Dat was bij het project in Antwerpen niet het geval. Het leek ons dan ook niet correct om verkeerde verwachtingen te scheppen of verwarring te creëren door een slechte naamgeving.”

Tegengas tegen critici

Ook critici die publiekelijk het beleid van Fost Plus in vraag stellen, ludiek of niet, krijgen regelmatig fel weerwerk. Toen schoonmaakmiddelenfabrikant Ecover in 2018 een actie organiseerde waarbij ze zelf statiegeld gaven voor petflessen binnengebracht in een tijdelijke ‘statiegeld store’ op de Antwerpse Meir, duurde de actie niet lang.

“Als je wilt dat plastic niet als afval wordt beschouwd, moet je er waarde aan geven, zoals met statiegeld. Met deze tijdelijke store willen we een sterk statement maken naar de consument, producent en de overheid”, verklaarde Tom Domen, toenmalig innovatiemanager bij Ecover.

Het liep al snel mis. “Ons initiatief viel niet in goede aarde bij Fost Plus en ze hebben me een redelijk harde mail gestuurd om het onmiddellijk te stoppen. Daarom steken we onze energie nu vooral in instore hervulbare flessen. Dat is een goed alternatief voor statiegeld, het werkt via hetzelfde principe: dat je fles waarde heeft via de korting die je krijgt bij een hervulling.”

We ontvingen ook een schriftelijk bewijs bij een getuigenis over de beïnvloeding van Stad Antwerpen door Fost Plus. Na kritische uitlatingen in de media van een medewerker van de Antwerpse afvalbeleidsdienst over de vermoedelijk lage recyclagecijfers en de rol van Fost Plus, stuurde Fost Plus een brief naar het Antwerpse stadsbestuur, die leidde tot een tuchtsanctie en het vervroegd pensioen van de betrokken ambtenaar.

Een laatste voorbeeld: toen vorig jaar een stuk verscheen in Knack rond de vraag hoeveel Belgische petflessen opnieuw tot petfles gerecycleerd werden, verliep de medewerking van Fost Plus op zijn minst stroef. Het onderzoek zelf liep vast op zeer beperkte datatransparantie: de documenten in het archief van de controlerende overheid IVC moesten uiteindelijk worden opgevraagd via de Wet openbaarheid van bestuur.

Ook het streven van Fost Plus om de publicatie tegen te houden, was opmerkelijk. “Fost Plus haalde alles uit de kast om het artikel over hen te beïnvloeden en ging daar vrij ver in”, herinnert hoofdredacteur Bert Bultinck zich.

EU-lobbywerk

Fost Plus maakt ook deel uit van lobbyorganisatie EXPRA, die zijn zetel heeft in het gebouw waar Fost Plus gevestigd is. EXPRA wordt gefinancierd door zijn leden, vooral Groene Puntorganisaties en enkele andere PRO’s. De missie van EXPRA? “Zijn leden in staat stellen om de best mogelijke service te bieden aan hun klantenbedrijven (de verpakkingsindustrie, IV) tegen de laagste kosten.”

Het lobbywerk gaat om meer dan statiegeld alleen. EXPRA verzet zich ook tegen een grotere bijdrage van de industrie aan de opruimkosten van zwerfvuil en een verplicht minimumdoel voor hergebruik van verpakkingen

Volgens het Europese transparantieregister besteedde EXPRA tussen 2015 en 2019 1 tot 1,5 miljoen euro aan lobbywerk in de EU. Concreet nam EXPRA deel aan activiteiten rond het thema circulaire economie, nieuwe afvalwetgeving en kunststofgerelateerd beleid, zoals de EU Plastics Strategy en de Single Use Plastics Directive.

EXPRA verweert zich daarbij tegen statiegeld. In een brief aan de commissie in 2017 schreef de organisatie: “We willen ook onze bezorgdheid uiten over elke expliciete aanbeveling (…) van statiegeldsystemen die betrekking hebben op de inzameling, verwijdering en recycling van niet-hervulbare drankverpakkingen.”

Het lobbywerk gaat om meer dan statiegeld alleen. EXPRA verzet zich ook tegen milieumaatregelen zoals het aanhechten van dopjes aan plastic flessen, een grotere bijdrage van de industrie aan de opruimkosten van zwerfvuil, of een verplicht minimumdoel voor hergebruik van verpakkingen, zo blijkt uit brieven die we via openbaarheid van bestuur konden inkijken.

Verder ijvert EXPRA om zoveel mogelijk beslissingsmacht te leggen bij nationale regeringen. Dat kan interessant zijn om agenda’s uit te voeren. Uit ons onderzoek blijkt namelijk dat in landen waar Groene Puntorganisaties sterk staan, zoals Tsjechië, Spanje, Oostenrijk en België, de invloed van die organisaties op het nationale beleid zeer groot is.

EXPRA was niet beschikbaar voor een reactie. Het is moeilijk in te schatten hoe effectief het lobbywerk van EXPRA is, maar de bedragen die ze uitgeven zijn beduidend, stelt lobbyexpert Vicky Cann van Corporate Europe Observatory, een organisatie die werkt rond invloed van lobbywerk op beleid. Of en hoe sterk Fost Plus daarnaast in eigen naam lobbyt is niet geweten. Fost Plus staat niet ingeschreven in het Europese en Belgische lobbyregister.

Onzichtbare strijd

Het zwerfvuil in Vlaanderen blijft toenemen. En dat zwerfvuil is duur: in 2015 gaven lokale besturen in Vlaanderen een geschatte 164 miljoen euro uit om zwerfafval op te ruimen en te verwerken. De verpakkingsindustrie betaalt jaarlijks via Mooimakers en het Werkplan Halve Euro nog geen 10% van het totale bedrag. Dat is niet in verhouding met het aandeel drankverpakkingen in het zwerfvuil, dat schommelt rond 40%.

Via het weinig zichtbare vehikel Fost Plus slagen de Colruyts, Danones en Unilevers – het verpakkende bedrijfsleven – er alvast voorlopig in om een groot deel van die kosten door te schuiven naar de samenleving. Daar lijkt voorlopig niet veel verandering in te komen.

Fost Plus heeft veel te verliezen als de Europese wetgeving op de letter gevolgd wordt: de werking zou duurder worden omdat ze een groter deel van de opruimkosten moeten dragen

Fost Plus heeft veel te verliezen als de Europese wetgeving op de letter gevolgd wordt. Zijn werking zou duurder worden omdat het een groter deel van de opruimkosten zou moeten dragen. Statiegeld zet de zin van de recente investeringen in vijf grote sorteercentra voor PMD op losse schroeven. En afhankelijk van wie een statiegeldsysteem uitbaat – dat kan Fost Plus zijn, maar ook een ander bedrijf, zoals Go Zero – kan Fost Plus een grote, winstgevende materiaalstroom verliezen, en daarmee ook heel wat slagkracht.

Gevraagd naar een reactie, ging Fost Plus inhoudelijk niet in op onze vragen. Wel verdedigt woordvoerder Valerie Bruyninckx de huidige strategie van Fost Plus: “In 2019 behaalden we reeds een recyclagepercentage van 46% voor plastic en voor 2020 zullen we 50% halen – 5 jaar voor de Europese doelstelling met de huidige door Europa opgelegde rekenmethode. In 2019 zamelden we 89% van de PET-drankflessen in en haalden we een recyclagepercentage van 91% voor aluminium (waaronder drankblikjes). (…) Wij zijn ervan overtuigd dat dit de beste oplossing is voor de Belgische context om bovenaan in het Europese peloton te blijven wat betreft recyclagepercentages voor huishoudelijk verpakkingsafval – vandaag en morgen.”

Het valt te verwachten dat Fost Plus zijn gewicht in de schaal zal leggen voor een verderzetting van het bestaande systeem aan een zo laag mogelijke kost… althans voor de industrie.

Momenteel werken de lidstaten om de SUP-richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.  De eerste batch nationale wetgeving moet klaar zijn op 3 juli 2021. Alle lidstaten zullen moeten aantonen hoe ze 50% plastic verpakkingen zullen recycleren en 90% drankverpakkingen ophalen.

Gaan onze beleidsmakers mee in de lagekostredenering van de industrie? Of slagen ze erin wetten te schrijven die ervoor zorgen dat het milieu en de samenleving minder worden belast?


Uitgelichte afbeelding: Karolina Grabowska (Unsplash)

Auteur: Isabelle Vanhoutte

Isabelle Vanhoutte (º1987) is freelance journaliste en geeft sinds 2016 verslag over bottom-up-initiatieven rond duurzaamheid en circulaire economie. Dat doet ze via haar platform kleine revolutie.

Auteur: Benedict Wermter

Benedict Wermter is een Duitse freelance journalist en onderzoeker. Momenteel werkt hij aan onderzoeksverhalen over milieu- en maatschappelijke problemen in Europa en Azië, maar hij schrijft ook graag verhalen over bijzondere personages.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books