Het grote plaatje: Rik Coolsaet over de geschiedenis van vandaag

 Leestijd: 9 minuten17

Onze tijd is niet uitzonderlijk: zoals vanouds ontlokt mondialisering onzekerheid en angst. In zijn nieuwe boek overschouwt Rik Coolsaet weerom de staat van de wereld en demonstreert hij hoe geopolitieke ontwikkelingen doorwerken in het leven van alledag. In een gesprek met Apache houdt de professor emeritus internationale politiek (UGent) de vinger aan de mondiale pols en bepleit hij vol vuur een nieuw sociaal contract.

Vooraleer we met professor emeritus Rik Coolsaet spreken over zijn jongste boek, Geschiedenis van de wereld van morgen, kunnen we het niet laten om het eerst even te hebben over Edward Hallett Carr (1892-1982). De naam van deze Britse historicus en diplomaat zal zeker een belletje doen rinkelen bij oud-studenten die ooit lessen internationale politiek volgden bij professor Coolsaet. De uitgangspunten van Carr onthullen een en ander over hoe Coolsaet zelf naar de geschiedenis en de wereldpolitiek kijkt. Carr situeert men doorgaans in de traditie van het realisme – de stroming die het eigenbelang en de macht van staten in de wereldpolitiek vooropstelt – maar voor Coolsaet is hij geenszins een klassiek realist.

Rik Coolsaet: ‘De geschiedenis bereidt haar gerechten nooit tweemaal op dezelfde manier, maar de ingrediënten zijn wel dezelfde’

“In zijn overzichtswerk The Twenty Years’ Crisis (1939) stelt Carr dat de liberaal-idealistische visie voorbijgaat aan het feit dat de wereldpolitiek een strijd is tussen de haves and have-nots. Die botsing tussen de staten die macht hebben en diegene die geen macht hebben, is de eigenlijke motor van de wereldpolitiek”, vertelt Coolsaet.

“We zien vandaag dat zelfbewuste groeilanden als China, India, Rusland en Brazilië botsen op de gevestigde mogendheden met tanende macht, die nog steeds de eerste viool spelen. Verder beschouwt Carr de geschiedenis niet als een opeenvolging van feiten, maar van meningen over feiten. Dat is constructivisme avant la lettre (het constructivisme is een theorie die het internationale systeem en de belangen van staten beschouwt als sociaal geconstrueerd en veranderlijk, F.P.).”

Professor emeritus Rik Coolsaet (Foto: © Kritak)

Theorie vs. beleid

Van Carr leerde Coolsaet om zich niet vast te pinnen op een bepaald paradigma, maar om invalshoeken te combineren om een holistische blik te verkrijgen op de wereldpolitiek.

“Ik heb dat eclecticisme eigenlijk altijd toegepast, of het nu ging om terrorisme, het Belgische buitenlandbeleid of de wereldpolitiek. Het beleid vloeit niet voort uit een bepaalde theorie”, weet Coolsaet als gewezen adjunct-kabinetschef van Defensie en Buitenlandse Zaken. “Een theorie is vooral een hulpmiddel om te begrijpen waarom regeringen doen wat ze doen. Om terug te komen op wat we vandaag constructivisme noemen, maar wat eigenlijk al in het werk van Carr vervat zit: wat een beleid bepaalt, is de manier waarop de machthebber kijkt naar de wereld.”

“Carr werpt daarbij op dat politieke elites de neiging hebben om hun eigen belangen voor te houden als het algemene belang. Het wereldbeeld van Donald Trump of Joe Biden en hun entourages bepaalt dus hoe het beleid zal gevoerd worden, maar in tegenstelling tot een theorie is dat wereldbeeld doorgaans onderhevig aan veranderende omstandigheden.”

Historisch inlevingsvermogen

Het probleem met theorieën over wereldpolitiek is vaak de ahistorische benadering. Zo wordt een fenomeen als mondialisering bestempeld als uniek. Coolsaet beschrijft in zijn boek dat mondialisering en daaraan gelinkte fenomenen van alle tijden zijn, van de eerste ontmoeting tussen twee groepen mensapen over de negentiende-eeuwse mondiale expansie tot vandaag.

“We denken spontaan dat we door internet, e-commerce, complexe financiële verstrengeling, migratie, internationaal terrorisme en het nieuwe coronavirus in een geheel nieuwe wereld zijn verzeild geraakt. Maar mondialisering is gewoon het proces van afstanden tussen mensen die kleiner worden. Mensen die vroeger van elkaars bestaan niet afwisten, komen met elkaar in contact. Dus nee, de wereld is niet op hol geslagen.”

‘Sinds de jaren 70 zitten we in een stroomversnelling die mensen de indruk geeft dat ze niets meer onder controle hebben’

“De geschiedenis is meestal een langzaam stromende rivier, maar sinds de jaren 70 zitten we in een stroomversnelling die mensen de indruk geeft dat ze niets meer onder controle hebben. Wat nader beschouwd echter is wat we vandaag als nieuw en ongezien ervaren, vroeger ook zo werd beleefd.”

Zo toont Coolsaet hoe de negentiende-eeuwse migratie van Vlamingen naar Wallonië en Frankrijk treffende gelijkenissen vertoont met de Maghrebijnse en Turkse migratie vanaf de jaren 60 van de twintigste eeuw. Ook die migratiegolven zorgden destijds voor onrust en onze landgenoten wisten zich toen ook geconfronteerd met heel wat achterdocht en vooroordelen.

Coolsaets boek laat zich voor een groot deel lezen als een leerschool voor historisch inlevingsvermogen. Aan de hand van tijds- en egodocumenten illustreert hij hoe men talloze episodes uit de geschiedenis kan catalogeren onder de titel ‘een wereld van onzekerheid’.

Neem bijvoorbeeld zijn sprekende schets van de zestiende eeuw: de polarisering tussen katholieken en protestanten, die nog verder op de spits werd gedreven door de communicatierevolutie van de boekdrukkunst, een pestepidemie (1564) en een economische crisis (1565), culminerend in de verdere radicalisering van de Beeldenstorm (1566), met dan weer migratie als gevolg…

Had Coolsaet daaraan nog de Kleine IJstijd kunnen toevoegen, die zich eveneens liet voelen in de tweede helft van de zestiende eeuw? “De Kleine IJstijd heb ik doelbewust niet vermeld in dit boek. Er is onder klimaatdeskundigen en historici veel discussie over, ook over de mate waarin hij bepalend zou geweest zijn voor toenmalige evoluties.”

Het einde ter tijden herhaald

De vraag die zich dan opdringt, is: zouden we de historische uitdaging waarmee de klimaatopwarming ons vandaag confronteert uniek kunnen noemen? “Dat is een moeilijke… Ten tijde van de nucleaire wapenwedloop in de jaren 70 en 80 heerste ook panische angst voor het einde van de wereld. Toen was er eveneens de idee dat de mens door eigen toedoen de vernietiging over zichzelf had afgeroepen. We zouden kunnen zeggen dat wat een kernoorlog was voor de twintigste eeuw, de klimaatopwarming is voor onze eeuw.”

‘Wat een kernoorlog was voor de twintigste eeuw, is voor onze eeuw de klimaatopwarming’

Greta Thunberg en de scholierengeneratie achter de klimaatrevolte vertolken net dezelfde angst voor de toekomst en bezorgdheid voor het milieu als de generatie voor hen. Die grondstroom van ongerustheid is gegroeid rond het rapport van de Club van Rome in 1972”, vertelt Coolsaet nog.

“Maar niks ligt vast wat de toekomst betreft. Op sommige momenten zijn er stroomversnellingen in de geschiedenis en het is op scharniermomenten dat mensen de verantwoordelijkheid kunnen nemen om de wereld in de juiste richting te duwen. Vandaag zitten we uiteraard op zo’n sleutelmoment met de klimaatcrisis. Je kan zoals Trump de boel gewoon ontkennen of zoals Biden stellen dat we het op zeer korte termijn compleet over een andere boeg moeten gooien. Otto von Bismarck spreekt over de stroom van de tijd die de mens niet kan omleggen en dat we slechts kunnen meevaren. Ik ga er vanuit dat we kunnen peddelen.”

Terrorisme in de ogen kijken

Volgens Europol heeft de coronapandemie in eerste instantie door de velerlei beperkingen het terrorisme in Europa belemmerd. Op lange termijn waarschuwt de onderzoeksorganisatie dat de pandemie het risico op terroristische aanvallen in Europa doet toenemen. “Covid-19 heeft de ongelijkheid en spanningen dermate opgedreven dat extreemlinkse, extreemrechtse of jihadistische bewegingen daarop kunnen inspelen. Dergelijke druk op een samenleving verhoogt de kans op gewelddaden en politiek terreur”, beaamt Coolsaet.

Als frequent geconsulteerd terrorisme-expert heeft Coolsaet altijd betracht om ook terrorismedreiging in perspectief te plaatsen en de angst hiervoor te temperen met rationele argumenten. Zo heeft Coolsaet altijd geweigerd om het jihadi-terrorisme te beschouwen als een fundamentele bedreiging voor onze samenleving. Deze relativerende boodschap viel niet altijd in goede aarde en leverde hem soms ronduit vileine reacties op. “We lijken te zijn vergeten dat er in de jaren 70 en 80 veel meer slachtoffers vielen door extreem-links en separatistisch terrorisme dan vandaag de dag door het jihadisme.”

‘Het belangrijkste bij terrorisme blijft om ons als samenleving te richten op de voedingsbodem: het gevoel van niet van belang te zijn, hier niks te verliezen en elders alles te winnen hebben’

“Anderzijds begrijp ik de tegenkanting. Na de aanslagen van 9/11 in 2001 had je een reeks Europese aanslagen, waaronder die in Frankrijk in januari en november 2015 en in Brussel in maart 2016. Dan voelt het evident aan om dat jihadistisch gemotiveerde terrorisme te beschouwen als een existentiële dreiging. Wanneer je ingaat tegen die consensus, die ook gedragen wordt door de politieke wereld en de media, raak je een gevoelige snaar. Terrorisme komt en gaat echter in golven. We hebben de opkomst van het jihadistisch terrorisme meegemaakt vanaf de jaren 90. Dat is langzaam uitgedoofd. Momenteel maken we de opkomst van extreemrechts en nationalistisch terrorisme mee.”

Coolsaet waarschuwt ervoor dat je je blind kan staren op de religieuze of ideologische beweegredenen van terroristen. “Voor een stuk klopt het dat we in onze seculiere samenleving ons nog moeilijk kunnen verplaatsen in de religieuze beweegredenen van mensen, maar we mogen het religieus karakter van die aanslagen zeker niet overdrijven. De verantwoordelijken voor de aanslagen in Parijs en Brussel en de jongeren die naar Syrië en Irak vertrokken zijn, waren niet diep religieus. Sommigen daarvan zijn als het ware van de ene dag op de andere vanuit een crimineel netwerk naar een jihadistisch netwerk gestapt. Religie is dan vaak een gemakkelijk antwoord op de vraag hoe het komt dan jongeren, hier geboren en getogen, die radicale stap zetten.”

“Terrorisme ontstaat uit de interactie van een voedingsbodem, sociale dynamiek, ideologie en gelegenheid. Pakweg 10 à 15% van de foreign terrorist fighters hebben die stap gezet vanuit in hun ogen religieuze of ideologische motieven. Op zich is zo’n religieus of ideologisch discours steriel: het kan pas mensen overtuigen als er een voedingsbodem en een opportuniteit voorhanden zijn. Bij Daesh (Islamitische Staat) was er dat perspectief van een emiraat dat opnieuw het kalifaat zou herstellen, maar het belangrijkste blijft toch om ons als samenleving te richten op de voedingsbodem: het gevoel van niet van belang te zijn, hier niks te verliezen te hebben en elders alles te winnen.”

Waar blijft de Belgische Obama?

Het herdenken van de sociale zekerheid zoals die gestalte kreeg na de Tweede Wereldoorlog, dat zou eigenlijk de hoofdopdracht moeten zijn van de politiek van vandaag’

Die rancuneuze tijdsgeest is op zich een voldoende reden tot bezorgdheid, zelf indien die niet tot geweld leidt. Een sociaal contract als alternatief voor een politiek gebouwd op rancune en ‘ieder voor zich’, dat is de ware inzet van de politiek in de komende decennia, schrijft Coolsaet in De geschiedenis van de wereld van morgen. “Bij het schrijven van dit boek kwam ik tot de vaststelling dat onze middenklassensamenleving een samenleving is met structurele kenmerken van onzekerheid, ongelijkheid en individualisme. Daar zijn we in onze structuren nog niet mee in het reine gekomen.”

‘De achteruitgang van de levensstandaard van de middenklasse ging gepaard met de opkomst van nieuwe vormen van nationalisme, isolationisme, populisme en protectionisme’

“Denk aan al die mensen zonder papieren. Kan een samenleving aanvaarden dat in haar midden zo’n 150.000 mensen leven van wie we gewoon doen alsof ze niet bestaan? Ze zijn daar, en ze leven in de meest mensonwaardige situaties. Naast de rancune is er in onze middenklassesamenleving een draagvlak voor solidariteit. Ik denk dat we de meerderheid van de mensen kunnen overtuigen om daar iets aan te doen, als we tegelijkertijd werken aan de ongerustheid en onzekerheid van de middenklasse.”

“We moeten met andere woorden een spreidstand doen tussen het lot van de minst bedeelden, mensen met een precair bestaan op de tafelrand van de middenklasse, en de toenemende ongerustheid onder de middenklassers. Want de achteruitgang van de levensstandaard van de middenklasse ging in de afgelopen jaren gepaard met de opkomst van nieuwe vormen van nationalisme, isolationisme, populisme en protectionisme.”

“Als wij onze samenleving willen stabiliseren en het gras willen wegmaaien van onder de voeten van de handelaars in angst, dan moeten wij de maatschappelijke zekerheid herstellen. Daarover wordt in ons land niet gesproken, behalve dan door een paar mensen zoals Bea Cantillon en Frank Vandenbroucke. Zolang die stabilisering niet in ons gezichtsveld komt, zijn we gedoemd om die gebreken van onze middenklasse-samenleving te bestendigen.”

“Ik herinner me nog zeer goed dat ik in 2008 naar aanleiding van de aanvaardingsspeech van Barack Obama als Democratische presidentskandidaat voor De Standaard een stuk aan het schrijven was. Ik zat toen heel geboeid naar Obama te luisteren met de vraag in het achterhoofd waar de Belgische Obama zat. Anders gesteld: je hebt vandaag geen politicus in België zoals Obama of de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern, niemand die in België symbool staat voor een geloofwaardig verbindend verhaal over een nieuw sociaal contract.”

Exit Trump, enter Biden

Obama was voor Coolsaet het schoolvoorbeeld van een politicus die geprobeerd heeft om het perspectief op een betere toekomst door te trekken in zijn internationaal beleid. Amerika’s toekomst zag hij bedreigd door de opwarming van de aarde en door de crisis in de wereldeconomie. Zal na het interregnum van Trump – die laveerde tussen isolationisme en unilateralisme – Biden in zijn buitenlandpolitiek opnieuw op zoek gaan naar gedeelde belangen?

‘Biden verraste met zijn streven naar klimaatrechtvaardigheid: klimaatbeleid niet als een afzonderlijke strijd, maar als deel van een bredere maatschappelijke beweging tegen ongelijkheid’

“Ik weet niet of Joe Biden daarin gaat slagen, maar hij heeft me alleszins enorm positief verrast door in zijn speeches de klimaatrechtvaardigheid centraal te stellen. Men stelt hem vaak voor als een wat saaie en kleurloze man, maar dat is iets dat ik hier nog geen enkel politicus heb weten voorstellen: een nationale en internationale klimaatpolitiek met het oog op het wegwerken van de ongelijkheid.”

“Biden beseft dat klimaatverandering de meest benadeelde landen en groepen in de samenleving zwaarder treft. In de wereldpolitiek verwacht ik dat hij net zoals Obama de buitenlandse politiek in functie gaat stellen van de binnenlandse politiek. Biden zal op een multilaterale en institutionele manier een internationaal draagvlak zoeken voor een economische relance en klimaatrechtvaardigheid. Zo was de eerste stap die hij gezet heeft opnieuw aansluiten bij het klimaatakkoord van Parijs.”

“Maar opgelet: de Democraten delen met de Republikeinen dezelfde aversie voor China. Het beste dat we kunnen verhopen is dat de Verenigde Staten wat Europa doet sinds enkele jaren: China en Rusland enerzijds beschouwen als systemische rivalen en economische concurrenten, maar anderzijds als potentiële partners in onderhandelingen.”

“Daarmee zijn we terug aangekomen bij het begin van ons gesprek, want dat is precies de visie van Carr. Er zijn in de wereldpolitiek zaken die je moet bekijken als een realist. Waarbij voor elke land geldt dat het nationaal belang vooropstaat. Daarnaast zijn er ook kansen om de wereld een betere plaats te maken en overeenkomsten te verankeren in verdragen. Je moet als land altijd balanceren tussen de belangen – veelal economisch van aard – en de waarden die leven in de samenleving.”


Vergeet dat onze tijd zoveel complexer is dan alles wat ooit voorafging, Geschiedenis van de wereld van morgen is verschenen bij Kritak.

Rik Coolsaet (1951) stond in 1976 samen met André Van Halewijck aan de wieg van uitgeverij Kritak. Hij is gewezen adjunct-kabinetschef van Defensie en Buitenlandse Zaken, emeritus hoogleraar (UGent) en Senior Associate Fellow aan het Egmont-Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel.

Auteur: Frederik Polfliet

Frederik Polfliet (1979) studeerde moraalwetenschappen aan de Universiteit Gent en internationale betrekkingen en diplomatie aan de Universiteit Antwerpen. Hij schrijft op regelmatige basis voor Streven en leverde kritieken en interviews voor onder meer De Leeswolf, De Reactor en Vrij Nederland.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books