De bodem is moe

 Leestijd: 9 minuten0

Erosie, verdichting, uitputting … voor de Vlaamse landbouwbodems is de hyperpopulaire patat geen geschenk. En dan hebben we het nog niet gehad over het oppervlaktewater, waarin mest en pesticiden een giftig mengsel vormen. In deel drie van het onderzoeksdossier De Frietbonzen bekijken we de ecologische gevolgen van de booming business van de aardappelteelt.

DE FRIETBONZEN
Dit is het derde deel van het onderzoeksdossier ‘De Frietbonzen’, waarvoor journalisten van Apache, Médor en Mediacités de handen in elkaar slaan.

“Als je een goede aardappel wil, moet je vijf jaar wachten tussen twee teelten”, zegt voormalig aardappelteler Ives Sap uit Merken. “Vroeger planten gaat alleen maar ten koste van de kwaliteit van het product en dat kost een deel van de winst. Er is te weinig grond voor een goede rotatie, en dat zal op termijn geld kosten.”

Om bodemmoeheid te vermijden, raadt het Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) telers aan om minstens vier jaar en liefst vijf jaar te wachten om op hetzelfde perceel aardappelen te telen. Wettelijk ligt die termijn om drie jaar. Bij pootaardappelen is dat één keer om de vier jaar. Met die teeltrotatie wordt de levenscyclus van de parasitaire rondworm en andere bodemziekten doorbroken en blijft de bodem vruchtbaar.

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zegt amper inbreuken vast te stellen op de wettelijk verplichte minimum rotatieregels. Dat zegt echter niets over de opvolging van het advies om vier en liefst zelfs vijf jaar te wachten.

De regels rond teeltrotatie kwamen er omdat de aardappelteelt gevoelig is aan ziekten en plagen. Zo zorgden de aardappelcyste-aaltjes ervoor dat het ooit populairste ras Bintje amper nog gepoot wordt voor de industrie. Momenteel is het populairste ras Fontane, dat immuun is voor een aantal aaltjesfamilies.

De verspreiding en indamming van een aantal ziekten wordt nauwlettend in het oog gehouden door het FAVV. Voor het wortelknobbelaaltje zitten zelfs een veertigtal gemeentes uit de regio Waregem-Oudenaarde en de Kempen in een bewakingszone. Voor de bacterie die bruinrot veroorzaakt liggen 200 bedrijven en 2.000 ha grond, verspreid over 44 gemeenten in de provincies Antwerpen en Limburg, in een beschermingsgebied.

Erosie

Omdat de vraag naar aardappelen groot is en het akkerland beperkt, staan geschikte (en minder geschikte) velden onder druk. Een metastudie van bodemecoloog professor Richard Bardgett (Universiteit van Manchester) en dr. Joke van Wensem (Nederlandse Bodemkundige Vereniging en Rijkswaterstaat) wees recent nogmaals op de bedreigingen voor Vlaamse bodems. Behalve ziekten hebben bodems ook te lijden onder erosie en verdichting.

“Bodemerosie ten gevolge van intensieve landbouw is een wijdverspreide vorm van bodemaantasting in Vlaanderen, met aanzienlijke ecologische, sociale en economische gevolgen”, schrijven de wetenschappers. “In leem- en zandleembodems is een probleem in veel stroomgebieden. Gewassen telen op ongeschikte grond, en slechte landbouwpraktijken, zoals oogsten wanneer het te nat is, zien ze als belangrijke oorzaken.

Ook winderosie, grotendeels gelinkt aan de oogst van bepaalde gewassen zoals aardappelen, is een probleem in onze streken. Iets meer dan 7% van de Vlaamse landbouwgrond heeft een hoog tot zeer hoog risico op bodemerosie. “De regulering van bodemerosie is in Vlaanderen al goed ontwikkeld via het bodemerosiebeleid van de Vlaamse Regering en de GLB-voorwaarden (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, red.) van de EU. In 2016 werden de GLB-voorwaarden strenger geworden voor percelen met een hoog of zeer hoog risico op bodemerosie.

Vraag is of de inspanningen voldoen. In de Westhoek en het zuiden van Oost-Vlaanderen doen zich vaak modderstromen op wegen voor. Aan de bruine kleur van beken en rivieren zie je waar het sediment vandaan komt.

Verdichting

En dat is niet alles. Zo’n 20% tot 50% van de Vlaamse landbouwgrond is kwetsbaar voor verdichting. Bij verdichting wordt de bodem samengedrukt, waardoor de structuur verloren gaat en de kwaliteit afneemt. De belangrijkste oorzaken zijn slecht getimede grondbewerkingen en oogsten ongeacht weersomstandigheden, afgedwongen door strikte contracten met de verwerkende industrie. “Dit vormt een belangrijk probleem tegen het einde van het groeiseizoen, wanneer de bodems vaak vochtig of verzadigd zijn”, zeggen Bardgett en Van Wensem.

Verdichting op aardappelveld (c) Apache

Verdichting op aardappelveld (Foto: © Apache)

Ook de beroepsvereniging van aardappelhandel en -verwerking Belgapom waarschuwt in een recent boek over de aardappel in België dat de steeds zwaarder wordende rooimachines tot verdichting kunnen leiden. De performantie van machines laat toe om aardappelen te telen op percelen waar dat in het verleden onmogelijk was, omdat die te nat waren of op een helling liggen.

Ook Fedagrim, de Belgische Federatie van de Toeleveranciers van machines, gebouwen en uitrustingen voor Landbouw en Groenvoorzieningen, erkent de problematiek. “De verkoop van 4-rijige machines, zelfrijdende machines en machines met rupsbanden heeft ook te maken met het feit dat aardappelen gepoot worden op plaatsen die daarvoor (iets) minder geschikt zijn”, zegt voorzitter Johan Colpaert. “Op percelen die laag liggen of die een minder goede waterhuishouding hebben, worden krachtigere machines ingezet bij het rooien.”

Gronden uitgeput

De motor achter de bodemuitputting is de industrie. Barnett en Van Wesem winden er geen doekjes om: seizoenspachten (pachtovereenkomst voor slechts één teeltseizoen, red.) en het feit dat contracttelers massaal kortlopende contracten afsluiten, dragen bij tot verdichting en erosie. De onderzoekers pleiten daarom om niet langer seizoenspachten toe te staan of om een regeling te voorzien om schade te vergoeden. Aangezien bodems traag herstellen, raden de onderzoekers een premie aan voor wie het beter doet. “Als je het moeilijker maakt om grond ter beschikking te stellen voor aardappelen, gaat het areaal automatisch minderen”, klinkt het.

Kleine landschapselementen
In gesprekken met landbouwers komt vaak de bezorgdheid naar voor over het verdwijnen van kleine landschapselementen, zoals heggen en hagen. Ook Mediacités tekende gelijkaardige getuigenissen op in Noord-Frankrijk.

De onderzoekers pleiten voor duurzame praktijken in de bodembewerking, zoals minimale bodembewerking of technische aanpassingen aan de landbouwmachines, zoals dunnere tractorbanden.

“De seizoenspacht en het uitmelken van gronden moet herbekeken worden”, zegt Johan Colpaert van Fedagrim. “Dan kom je bij de pachtwet en het in stand houden van gronden terecht. Gronden mogen niet in waarde verminderen. Wie met ‘halve tanks’ aardappelen uitrijdt, en grondeigenaars bij wijze van spreke beton teruggeeft in plaats van goed gestructureerde grond, die zal niet langer kunnen huren.”

Ook pachters die gronden in seizoenspacht ‘onderverpachten’ krijgen ervan langs. “Voor een langlopende pacht krijgt een eigenaar 400 euro per hectare, maar als hij die grond zelf in seizoenspacht steekt, kan hij makkelijk 1.200 euro krijgen. Dat zal hij niet laten. Op die manier keert de seizoenspacht zich twee keer tegen de boeren.”

Bodempaspoort

Aan het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedinsonderzoek (ILVO) wijst administrateur-generaal Joris Relaes al langer op het belang van gezonde bodems. Ook hij wijst op de nadelige effecten van seizoenspacht: “De bodem is een cruciaal productiemiddel, maar bij seizoenspachten weet men vaak niet welke gewassen drie of vier jaar eerder op een grond geteeld werden.”

Joris Relaes (ILVO): ‘De bodem is een cruciaal productiemiddel, maar bij seizoenspachten weet men vaak niet welke gewassen drie of vier jaar eerder op een grond geteeld werden’

“Met iets wat je langdurig in eigendom of pacht hebt, ga je zorgvuldig om. Wanneer gronden maar kortstondig door iemand bewerkt worden, dan bestaat het gevaar dat die daar niet juist mee omgaat.”

Daarom pleit Relaes al een paar jaar voor een bodempaspoort: “De idee is dat er op perceelsniveau zoveel mogelijk bijgehouden wordt wat met de bodem gebeurt en gebeurde om de toestand vandaag goed in te schatten. Bij elke transactie weet een koper of pachter wat met het perceel gebeurd is.”

Het Vlaams Departement voor Landbouw en Visserij ontwikkelt momenteel een tool die aan die vraag beantwoordt. “Zij hebben een schat aan informatie op perceelsniveau vanuit onder meer de aangiften die gedaan worden voor steun vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid”, zegt Relaes.

Mest

Een vruchtbare bodem leidt tot goede opbrengsten, dus het is logisch dat de landbouwers bemesten. Onoordeelkundig bemesten leidt echter tot fosfaat- en nitraatoverschotten in de bodem. Die kunnen wegspoelen naar waterlopen. Op plekken met intensieve akkerbouw, zoals de teelt van aardappelen, maar ook intensieve groenteteelt, is de kwaliteit van het oppervlaktewater slecht.

Freek Verdonckt (Natuurpunt): ‘Willen we waterkwaliteit die in lijn ligt met de Europese doelen, dan kunnen landbouwers niet op dezelfde arealen maïs, groenten of aardappelen blijven telen’

Te veel voedingsstoffen in het oppervlaktewater bedreigt ook drinkwaterproductie en heeft een negatieve impact op het leven in het water. Om de impact van landbouw op de kwaliteit van het oppervlaktewater op te volgen, voert de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) op 760 plaatsen metingen uit

Eind december 2020 trok de VMM aan de alarmbel. “De grote hoeveelheden nitraat die de landbouw in onze waterlopen brengt en die het grondwater vervuilen, moeten dringend naar beneden”, klonk het in het jaarlijkse rapport van het MAP-meetnet

De afgelopen drie jaar steeg het percentage van plaatsen die een overschrijding van nitraat meten ruim boven de 20%, terwijl dat slechts 5% (in 2018) mocht zijn. West-Vlaanderen telt het grootste aantal overschrijdingen (53%). In diezelfde provincie valt nog iets op: de combinatie van nitraat- en fosfaatoverschrijdingen, die het meest voorkomt in de bekkens van de IJzer en de Leie.

In het IJzerbekken zijn de nitraatoverschrijdingen vooral afkomstig van de landbouw, veel meer dan van het huishouden en de industrie. In het Leiebekken is dat aandeel iets meer dan de helft. “Er was in de regio verbetering zichtbaar, maar door de droogte van de laatste jaren kon mest onvoldoende in de grond dringen, met afspoeling naar waterlopen als gevolg.” 

Meststoffen en pesticiden belanden in nabijgelegen stroompjes (© Apache)

Freek Verdonckt, landbouwexpert bij Natuurpunt, pleit voor een drastische ommezwaai in productiemethoden en kijkt daarvoor naar Europa. “Mirakels bestaan niet”, steekt Verdonckt van wal. “Willen we waterkwaliteit die in lijn ligt met de Europese doelen, dan kunnen landbouwers niet op dezelfde arealen maïs, groenten of aardappelen blijven telen. Ze staan onder druk van de agro-industrie om dat wel te doen. Laat ons al eens proberen om daarop te werken en via het landbouwbeleid de rode loper niet meer uit te rollen voor industriële landbouw.” 

De zogenaamde ‘ecoregelingen’ die voorzien zijn in het volgende Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kunnen alvast een wezenlijk verschil betekenen voor landbouwers die onder de druk willen uitkomen en met een billijke vergoeding inzetten op extensievere teelten. “De ecoregelingen moedigen boeren aan om landbouwpraktijken toe te passen die gunstig zijn voor klimaat, biodiversiteit en milieu”, zegt Verdonckt.

Ook Bart Vanwildemeersch van de West-Vlaamse Milieufederatie (WMF) wijdt de problemen aan het industrieel landbouwmodel. “Onze provincie kent een combinatie van intensieve veeteelt, met lokale mestoverschotten, en intensieve groenteteelt, met grote vraag naar nutriënten voor de groei”, zegt Vanwildemeersch. 

“De veeteelt zoekt naar grond voor goedkope mestafzet en de groenteteelt wil maximale opbrengst per hectare en verkent zo de uiterste waarden van het mestbeleid.”  Die combinatie, samen met een gebrek aan klimaatbestendige maatregelen, is rampzalig voor de waterkwaliteit.

WMF pleit dan ook om de mestproductie af te stemmen op de mestvraag door de akkerteelten. Onderzoeksinstellingen zetten dan weer in op andere bemestingstechnieken, zoals rijenbemesting bij aardappelen. Daardoor nemen aardappelplanten, die minder diep wortelen in de grond, efficiënter meststoffen op. Het is voor landbouwers een uitdaging om ondanks de dalende ‘mestruimte’ genoeg vanggewassen te voorzien, die het overschot aan nutriënten in de bodem moeten wegwerken.

Pesticiden

De waterkwaliteit heeft ook af te rekenen met pesticidengebruik in de intensieve akkerbouw. Van alle akkergroenten wordt de grootste hoeveelheid actieve stof per hectare (21 kg) gebruikt voor de teelt van bewaaraardappelen.

Het gaat voornamelijk om fungiciden of schimmeldodende middelen om de aardappelziekte te bestrijden. Daarnaast worden ook herbiciden gebruikt, onder meer als loofdodingsmiddel net voor het rooien. Insecticiden worden ingezet om bladluizen en de coloradokever te verdelgen.

Bart Vanwildemeersch (WMF): ‘De veeteelt zoekt naar grond voor goedkope mestafzet en de groenteteelt wil maximale opbrengst per hectare en verkent zo de uiterste waarden van het mestbeleid’

Het gebruik van die stoffen is dan wel aan strikte voorschriften onderhevig, ze komen nog steeds terecht in het oppervlaktewater. Hoeveel er precies afkomstig is zowel van landbouw, bedrijven of particulieren is niet gekend, zegt VMM in haar rapport Pesticiden in de Waterketen. Daarom gebruikt men als indicator de ‘druk op het waterleven door gewasbescherming’.

Sinds 1996 speurt de VMM naar sporen van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. In 2016, het laatste jaar waarin een thematisch rapport werd opgesteld, werden 112 stoffen op 125 plaatsen in de gaten gehouden. Marijn Galle, planningsverantwoordelijke Leiebekken en IJzerbekken bij VMM. “Eigenlijk zien we overal overschrijdingen in regio’s met intensieve groenteteelt. We vermoeden dat bepaalde waterlopen vervuild zijn door afvalwater van tanks die gereinigd worden.”

VMM onderzocht ook de aanwezigheid van pesticiden in oppervlaktewater bestemd drinkwater. In de opslagplaats van Zillebeke, in de Westhoek, vonden ze een record van 51 van de 112 onderzochte pesticiden. Ook de meetpunten langs de Bollaertbeek-Ieperlee hoorden toen bij de slechtst scorende meetpunten van Vlaanderen. Daar werden afgelopen zomer overigens de hoogste concentraties aan gewasbeschermingsmiddelen gevonden sinds de start van een meetproject. Die zijn niet altijd aan één teelt toe te wijzen.

Afvalwater

Ook de verwerkende voedingsindustrie heeft een belangrijk aandeel in de vervuiling van oppervlaktewater in West-Vlaanderen. Het komt er in essentie op neer dat bij het afbreken van fosfor in de zuiveringsinstallaties, grote hoeveelheden zout in het afvalwater terecht komen. Dit leidt tot verzilting.

Het probleem stelt zich onder meer in de Douvebeek, een grensrivier in de Westhoek waarin het afvalwater van frietproducent Clarebout terechtkomt. De rivier is ecologisch waardevol, maar bevat amper nog leven. “Het gezuiverd afvalwater van de voedingsindustrie houdt het midden tussen zoet en zout water”, verduidelijkt Marijn Galle. “In de winter wordt het afvalwater door regenwater verdund, maar zelfs dan overschrijden de fosforwaarden de normen van de Europese kaderrichtlijn Water. Het probleem stelt zich vooral in de zomer, wanneer er weinig regenwater is.”

Een gelijkaardige situatie doet zich voor in de Martjesvaart, ter hoogte van Langemark-Poelkapelle en de bovenloop van de Heulebeek in Moorslede. “Het probleem is dat een aantal bedrijven al de ‘best beschikbare technieken’ (door de overheid bepaald, zie hier, red.) toepassen. Er valt dus op korte termijn weinig of geen vooruitgang te verwachten, tenzij je het afvalwater zou transporteren”, klinkt het.

Via Stroomgebiedsbeheersplannen probeert Vlaanderen tegen 2027 en 2033 de waterlopen in een goede toestand te krijgen. Marijn Galle: “We zijn actief bezig alle instanties samen te brengen om de concentraties pesticiden naar beneden te krijgen. We zien voorlopig nog altijd overschrijdingen. Vergeet niet dat één druppel 30 km verder kan waargenomen worden.”

Vanuit onderzoeksinstellingen worden ook al langer inspanningen geleverd. Het PCA en onderzoeksinstelling Inagro ontwikkelden bijvoorbeeld een waarschuwingsmodel voor de aardappelziekten. Aangesloten telers krijgen meldingen van de ziektedruk op perceelsniveau, zodat ze heel gericht schimmeldodende middelen kunnen inzetten. Op die manier kan de spuitfrequentie ook dalen en wordt vermeden dat aardappeltelers op ‘kalenderdata’ spuiten.

Klimaat

Tot slot speelt ook de klimaatverandering de aardappeltelers parten. De voorbije drie droge zomers zagen ze minder opbrengsten per hectare. Dat heeft impact op de teeltcontracten die boeren afsluiten. “Wie in het verleden 50 ton haalde, neemt nu een contract van 40 ton en verkoopt wat overblijft op de vrije markt”, zegt aardappelteler Guy Depraetere. “Het is al gebeurd dat zelfs die 40 ton niet gehaald werd.”

“In een jaar van droogte, met hoge prijzen op de vrije markt, leidt het verschil tussen contractprijs en marktprijs tot hoge schadevergoedingen die de boer moet betalen aan de industrieel die zijn aardappelen zal verwerken. Er zijn situaties waarbij een boer aardappelen levert en zelfs nog moet opleggen. Daarom krijgen veel boeren schrik en sluiten ze contracten voor kleinere hoeveelheden.”

Waar de overheid in het verleden tussenbeide kwam bij misoogsten door extreme weersomstandigheden, beperkt de overheid zich sinds vorig jaar tot het uitbetalen van een premie voor landbouwers die zich aansluiten bij een private verzekeraar.

De klimaatverandering, en dan vooral droogte in de zomer, zal voor aardappeltelers leiden tot ruim 22% minder productie, berekende het Departement Landbouw en Visserij eerder. De landbouwsector zal dus niet enkel minder broeikasgassen moeten uitstoten, maar tegelijk op zoek moeten naar manieren om met de klimaatverandering om te gaan. De Europese Green Deal vraagt in elk geval meer inspanningen van de landbouw om bovenstaande problemen aan te pakken.


Uitgelichte afbeelding: © Apache

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books