Verstopt in de nacht: het verbod op warmtekijkers bij everzwijnenjacht

 Leestijd: 7 minuten8

Vlaanderen telt steeds meer everzwijnen en er wordt steeds meer op gejaagd. Maar de jacht gebeurt niet altijd volgens het boekje. Omdat everzwijnen vaak ’s nachts bejaagd worden, gebruiken vele jagers illegale nacht- en warmterichtkijkers. ‘Als ze mij pakken, is het gedaan met jagen.’

Sinds 2006 zit het everzwijn (opnieuw) in Vlaanderen en er wordt flink op gejaagd. De everzwijnenjacht begon mondjesmaat met enkele tientallen afgeschoten everzwijnen per jaar, maar nam intussen exponentieel toe. Op Vlaams grondgebied schoten jagers vorig jaar 2.196 everzwijnen.

Momenteel zitten de everzwijnen vooral in de provincie Limburg en gedeeltelijk in het oosten van de provincie Antwerpen. Natuurexperten en jagers vermoeden dat een verdere verspreiding over heel Vlaanderen niet meer te stoppen is.

De hoeveelheid afgeschoten everzwijnen per gebied in 2020. (Kaart: INBO)


De evolutie van het aantal geschoten everzwijnen in Vlaanderen. (Grafiek: Arno Meijnen met gegevens van INBO)

Mastjaren

Hoeveel everzwijnen lopen er vrij rond in Vlaanderen? Daarop heeft geen enkele instantie een sluitend antwoord. Maarten Goethals van jagersvereniging Hubertus Vereniging Vlaanderen schat dat de populatie overeenkomt met het aantal geschoten dieren maal vijf. Als er 2.200 everzwijnen geschoten werden, komt dat dus neer op een populatie van 11.000. Goethals: “Zo’n berekening is waarschijnlijk een onderschatting. Ik vermoed dat de populatie zal blijven stijgen. Er is nog terrein vrij in Limburg.”

Koen Van Den Berge (INBO): ‘De wolf kan de everzwijnenpopulatie niet beperken’

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) doet onderzoek naar de Vlaamse everzwijnen. Ook zij weten geen cijfer te plakken op de grootte van de everzwijnenpopulatie. “Twintig jaar geleden waren er in Vlaanderen geen everzwijnen”, zegt Koen Van Den Berge, wildbioloog bij INBO. “Sindsdien neemt de populatie toe. Die zal blijven stijgen tot het aanwezige voedsel ontoereikend wordt. Jagers remmen die groei af. Maar dat heeft een beperkte invloed.”

Natuurlijke vijanden heeft het everzwijn amper in Vlaanderen, zegt Van Den Berge. “De wolf kan de everzwijnenpopulatie niet beperken. Per wolvenroedel zullen er vijf à tien wolven zijn. In Limburg zullen er met geluk twee wolvenroedels zijn. Nu hebben we er een.”

“De everzwijnenpopulatie is groot omwille van zachte winters en mastjaren. Mastjaren zijn jaren waarin er veel eikels, beukennootjes, kastanjes enzovoort zijn. Dat is ideaal wintervoedsel voor everzwijnen. De frequentie van mastjaren neemt toe. Vroeger was dat er een om de vijf à tien jaar, nu is bijna elk jaar een mastjaar.”

 

 Verspreidingsmodel

“Tussen 2006 en 2008 zijn er in Limburg twee clusters everzwijnen opgedoken”, zegt Anneleen Rutten, onderzoeker bij INBO. “We wilden weten wat hun genetische structuur was en hoe die evolueerde in de tijd. Waar ze precies vandaan komen en hoe ze naar hier zijn gekomen, daar hebben we geen informatie over.”

Getuigenissen

Enkele jagers getuigen over hun gebruik van nacht- en warmterichtkijkers. Omwille van de illegaliteit daarvan zijn de getuigenissen anoniem.

– ‘Al drie jaar gebruik ik mijn warmterichtkijker wanneer ik jaag op everzwijnen. De meeste jagers die ik ken, doen dat.’ (R.)

– ‘Natuurinspecteurs durven ’s nachts het bos niet in te komen. We kunnen ze zien aankomen. Als we ze zien, doen we de nacht- of warmtekijker van het geweer en zetten we de gewone kijker erop.’ (H.R.)

– ‘Ik gebruik al 2,5 jaar nachtzicht. Zeven op de tien jagers die ik ken, gebruiken het. Jongens in de stroperij gebruiken het allemaal. Ik kom uit een boerenfamilie. Als landbouwer moet je everzwijnen schieten om de gewassen te beschermen. Zonder nachtzicht lukt dat niet, dan schiet je tien keer minder raak. Als er controle is, kan ik het nachtzicht snel van mijn geweer afschuiven.’ (B.R.)

– ‘Ik jaag al veertig jaar. De warmtekijker is de laatste drie jaar populair geworden. Sinds twee jaar gebruik ik het ook. De helft van de jagers heeft warmtebeeld.’ (B.)

– ‘De natuurinspectie controleert regelmatig op verboden jachtmateriaal, maar dat deert me niet. Met snelle montage kun je de warmtekijker van je geweer halen.’ (B.B)

– ‘Na twintig jaar op everzwijnen te hebben gejaagd, kocht ik zes maanden geleden een nachtrichtkijker. Veel jagers hebben dat. Je mag ’s nachts wel met een lamp schieten, maar dat lukt niet goed. Als ze mij pakken, is het gedaan met jagen.’ (G.D)

“Er zijn geen gevalideerde methoden die toelaten om het aantal everzwijnen exact te bepalen. De afschotcijfers vormen op dit moment de belangrijkste informatiebron. Ze wijzen op een verdere uitbreiding van de populatie van het everzwijn in Vlaanderen.”

“We werken nu aan een verspreidingsmodel of een habitatmodel”, zegt Rutten. “Dat gaat ons een beeld geven over waar het everzwijn zich in de toekomst zal bevinden. Moeten ze worden tegengehouden? Dat is een onderdeel van het faunabeheer en hangt af van de maatschappelijke draagkracht. Maar of dat zal lukken, dat weet ik niet.”

“Ecologisch gezien is zo’n groeiende populatie goed tot op een bepaald niveau. Everzwijnen zorgen bijvoorbeeld voor natuurlijke bosverjonging. Maar, in Vlaanderen is er veel versnippering. Dat kan zorgen voor verkeersongevallen met overstekende everzwijnen”, besluit Rutten.

“Het is heel waarschijnlijk dat het everzwijn zich verder in Vlaanderen zal verspreiden”, zegt Jim Casaer, senior researcher bij INBO. “Momenteel zorgen ze op verschillende plaatsen voor problemen. Dan denk ik aan kerkhoven, tuintjes van mensen, enzovoort.”

Casaer: “De vraag is of de oplossing in dergelijke specifieke gevallen zit in meer jacht, dan wel in een betere strategie of een afstemming in aanpak tussen de verschillende betrokken partijen. Everzwijnen op zich zijn geen probleem. Alles heeft te maken met het vinden van een balans tussen de kosten die ze veroorzaken versus de baten, zowel ecologisch, economisch als maatschappelijk.”

Early Warning & Rapid Response Team

Het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) laat weten dat het huidige leefgebied van het everzwijn niet verder mag uitbreiden. Ze stelde daarom vorig jaar het Everzwijnenplan voor. Daarin lezen we:

“We trachten de geografische verspreiding van everzwijnen door nieuwe kolonisaties zo snel mogelijk op te sporen en de aantallen in te perken via jacht. […] Met een Early Warning & Rapid Response Team van de Vlaamse overheid wordt, samen met de lokale jagers, snel gereageerd op vestiging van everzwijnen in nieuwe gebieden.”

Dat Early Warning & Rapid Response Team is actief sinds eind oktober 2020, vertelt Andy Pieters, woordvoerder van minister Demir. “Intussen worden ook de eerste waarnemingen gemeld van everzwijnen binnen het werkingsgebied, met name in Hoogstraten, het Turnhouts Vennengebied en twee gemeenten in Vlaams-Brabant. In Hoogstraten heeft dat al geleid tot het schieten van het waargenomen everzwijn. We bouwen de werking geleidelijk aan verder uit.”

Dodelijke ongelukken

Volgens jager Bernd Hermans is de verspreiding van everzwijnen niet meer tegen te houden. “Dat is geen kwestie van of het gebeurt, maar van wanneer. Over drie jaar zitten ze overal.”

Hermans jaagt al achttien jaar intensief op everzwijnen in België en in het buitenland. Hij zit in een Limburgse jachtgroep van vier jagers. “We doen aan bijzondere bejaging op het everzwijn op het militair domein in Houthalen-Helchteren. Een gebied van rond de 2150 ha.”

Verkeersongevallen met everzwijnen komen de laatste jaren steeds meer in het nieuws. Hermans vertelt waarom er bij die ongevallen soms tientallen everzwijnen betrokken zijn. “Everzwijnen steken ’s nachts in groep de weg over. Ook al zien ze een auto, ze blijven elkaar volgen.”

Autobestuurders kunnen op donkere wegen een botsing vaak niet vermijden. “Als je van de weg afgaat en je raakt een paar bomen, kan er meer dan materiële schade zijn. Veel ongevallen met blikschade worden gewoon niet gemeld.”

Vangrails werken volgens Hermans niet om overstekende everzwijnen tegen te houden. “De oudere everzwijnen lopen eromheen en de jongen volgen. Je kunt daarnaast nog wildreflectoren en schilden plaatsen. Maar ook dat lost niet veel op. Uiteindelijk is het de chauffeur die het gevaar in acht moet nemen.”

“We hebben voorlopig geluk dat het enkel om everzwijnen gaat. Na verloop van tijd kan er uit Nederland en Duitsland roodwild (edelhert, AM) komen. Die dieren vliegen via de motorkap de auto binnen. Dat zijn zware, soms dodelijke ongelukken.”

Richtapparatuur

“Everzwijnen hebben zich aan jagers aangepast door vooral ’s nachts tevoorschijn te komen”, zegt Hermans. “De wetgeving laat toe ze te bejagen met een lamp. Maar dat werkt niet altijd. De ervaren zeugen denken: lampje aan, wegwezen. Het is aan de jager om op een weidelijke manier het wild te strekken, zonder lijden of zonder onnodig kwetsen. Met de lamp is dat spijtig genoeg niet altijd mogelijk.”

“Het trieste van dit land is dat wij steeds achterlopen op buurlanden”, zegt jager Bernd Hermans. (Foto: © Arno Meijnens)

Hermans is voorstander van het toelaten van nachtzicht- en warmtecamera’s op het jachtgeweer. “Die apparatuur geeft je een perfect beeld, zodat je een goed schot kan maken. Een ander voordeel is dat je video kunt opnemen. Je kunt dan controleren of het een dodelijk schot was of een slecht schot zodat er een nazoek moet gedaan worden.”

“Ook een geluidsdemper is een groot pluspunt. Ten eerste voor de oren van de jager. Ten tweede: je verstoort de nachtrust van mensen in de buurt niet. En ten derde: de everzwijnen horen niet waar het schot vandaan komt. Nu blijven ze meestal dagen, soms weken, weg van waar op hen geschoten is. In Polen, Tsjechië, Duitsland, Nederland en Frankrijk wordt er op die manier gejaagd. Het trieste van dit land is dat wij steeds achterlopen op onze buurlanden.”

In België mag zo’n geluidsdemper en nacht- of warmtekijker voor op het geweer niet verkocht worden. “Rijd maar naar Frankrijk, rijd maar naar Nederland. Daar kan het wel.” Volgens Hermans zijn er veel Vlaamse jagers die het toch doen. “Ik schat zo’n 80%.”

Het bezit en gebruik van geluidsdempers en richtapparatuur zoals warmtekijkers en nachtkijkers is een overtreding van de federale Wapenwet. Een onderdeel van de Wapenwet luidt immers als volgt:

“Als verboden wapens worden beschouwd: vuurwapens uitgerust met de volgende onderdelen en hulpstukken, evenals de volgende onderdelen en hulpstukken afzonderlijk: geluiddempers, richtapparatuur voor vuurwapens die een straal projecteren op het doel en nachtkijkers.”

Op heterdaad

In Vlaanderen controleren natuurinspecteurs en boswachters van het Agentschap Natuur & Bos (ANB) de jacht. We vragen het Agentschap hoeveel jagers of stropers zo’n warmtekijker of nachtkijker gebruiken. “Dat weten we niet”, vertelt een woordvoerder. “We komen het zelden tegen, maar we zijn zeker dat het gebeurt. Het is natuurlijk gemakkelijk om daar ‘s nachts mee te gaan jagen. Een stroper vindt dat een ideaal toestel. Het is moeilijk om iemand op heterdaad te betrappen.”

Agentschap Natuur & Bos: ‘We komen warmtekijkers en nachtkijkers zelden tegen, maar we zijn zeker dat ze worden gebruikt’

“We krijgen soms meldingen van burgers dat er ‘s nachts geschoten wordt. Als we van verschillende mensen zo’n melding krijgen, komt het op onze radar. We kijken dan na of er een aanvraag voor de jacht is gebeurd. Is dat niet het geval, dan is dat verdacht. Dan gaan we daar patrouilleren om eventueel die personen te betrappen.”

Als er wel een aanvraag voor jacht is, krijgt het van natuurinspectie minder aandacht, vertelt een bron. “Het is natuurlijk niet volledig uit te sluiten dat jagers die met toestemming jagen, toch die verboden middelen gebruiken. Normaal gezien riskeren jagers dat niet. Ze weten dat het verboden is. Ze weten dat ze dan hun jachtverlof kwijt zijn. Dat is een ernstig risico.”

‘We doen wat mogelijk is’

ANB betrapte in 2020 acht mensen op het bezit van een warmtekijker, nachtkijker of geluidsdemper. Drie van hen hadden een geldig jachtverlof. De Federale Wapendienst (onderdeel van de FOD Justitie) kan geen cijfers geven over de illegale apparatuur. Dat laat hun communicatiedienst ons weten.

Op de vraag of de overheid voldoende controleert op het gebruik en bezit van de verboden middelen, antwoordt Jeroen Denaeghel, woordvoerder van ANB: “De Natuurinspectie doet wat mogelijk is binnen de bestaande capaciteit en prioriteiten. Voldoende is ook een relatief begrip: te veel voor de ene, te weinig voor de andere.”

Natuurinspectie controleert nochtans zelden tijdens de everzwijnenjacht, bevestigt Denaeghel. “Controle op vergunde nachtelijke everzwijnenjacht is in principe geen prioriteit voor de natuurinspectie. Het wolvengebied in Limburg is een uitzondering. Daar houdt men op regelmatige basis toezicht.”

 

FondsPascalDecroos

Dit onderzoeksartikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.


Uitgelichte afbeelding: © Arno Meijnen

Auteur: Arno Meijnen

Arno Meijnen werkt als freelance journalist voor onder meer Knack en Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid