Zaak-Feronia: Belgische ontwikkelingssamenwerking met hoge financiële risico’s

 Leestijd: 10 minuten2

De Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) leende in 2015 10 miljoen euro aan Plantations et Huileries du Congo, een omstreden bedrijf dat in Congo actief is in palmolie. Toen moederbedrijf Feronia failliet ging en werd overgenomen door een investeringsfonds dat gevestigd is op Mauritius, besloot BIO om enkele miljoenen van de schuld kwijt te schelden, tot grote woede van verschillende ngo’s. De zaak roept ernstige vragen op over het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid dat BIO en de Belgische staat nastreven.

De Wetstraat lag al verzonken in het donker van de nacht toen Alexander De Croo, toenmalig vice-minister en minister van Ontwikkelingssamenwerking, op 9 november 2016 onder vuur kwam te liggen van parlementaire vragen van de banken van de PS, de MR en Ecolo. 

Een jaar daarvoor had de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) een lening van 9,7 miljoen euro goedgekeurd voor een bedrijf dat diepe wortels heeft in de koloniale tijd: de Plantations et Huileries du Congo (PHC), eigendom van het Canadese Feronia.

Benoit Hellings, kamerlid voor Ecolo, was verbaasd: was het nu echt de taak van BIO, dat onder meer familiale landbouwbedrijfjes moet ondersteunen, om een grootschalig bedrijf aan de andere kant van het spectrum te steunen? Een onderneming die maar liefst 107.000 hectare in eigendom heeft, waarvan 27.000 voor de productie van palmolie?

Om te kunnen overleven ging Feronia vanaf 2012 aankloppen bij Europese ontwikkelingsbanken

De Croo verdedigde de lening met het argument dat Feronia en zijn dochterbedrijf PHC ertoe gingen bijdragen dat de Congolese nationale productie van palmolie zou worden opgedreven, zodat de invoer naar beneden kon. De plantage had “10.000 banen gecreëerd, 8.000 voltijdsequivalenten (3.800 vaste werknemers en 4.200 seizoensarbeiders)”, riep hij in ter verdediging. 

Vanaf dat moment verliep de geschiedenis van Feronia-PHC chaotisch. Er waren constant spanningen met de lokale bevolking en een commerciële plantage, en verschillende Belgische en internationale ngo’s klaagden misbruiken aan. Het werd zo erg dat, toen in augustus 2020 het Canadese moederbedrijf Feronia werd vereffend, Kamerleden van de Belgische meerderheid eisten dat BIO heldere investeringscriteria zou opstellen en meer transparantie zou bieden.

Palmbomen brengen ‘beschaving’

Het verhaal begint in 1911. William Lever is een Engelse zeepbaron (die we kennen van Sunlight) en een paternalistische industrieel. Hij gaat op zoek naar palmolie, om zijn rijk uit te breiden. De Belgische staat vertrouwt hem 75.000 hectare plantage toe in de Evenaarsprovincie, in de omgeving van de Congostroom. Hij eigent zich niet alleen de grond toe, maar ook de arbeidskrachten. Die worden met geweld gerekruteerd en krijgen een hongerloontje voor hun gevaarlijke werk (palmbomen worden tot vijftien meter hoog). De beheerders van wat toen de Huileries du Congo belge heette, maken zich schuldig aan zwaar machtsmisbruik tegenover de arbeiders. 

Unilever zal beetje bij beetje zijn gronden uitbreiden en België op wereldvlak naar het koppeloton van de palmolie brengen. In de jaren 50 produceert het bedrijf propagandafilms waarin ze opscheppen dat palmplantages een beschavende rol spelen voor de Congolese massa. Ze laten zien dat je de ‘meedogenloze jungle’ moet afbranden om ze te kunnen temmen. 

Onder Mobutu wordt een economische chaos ingezet, die tot de ondergang van de plantages leidt. Begin van deze eeuw heeft Unilever meer dan 100.000 hectare in handen die niet wordt bebouwd, in Boteka, Lokutu (provincie Tshopo) en Yaligimba (provincie Mongala). 

In 2008 storten financiers uit de hele wereld zich op de Afrikaanse grond om er grootschalige monoculturen aan te leggen. Maar een Canadees, Ravi Sood, koopt voor een appel en een ei (2,6 miljoen euro) 76% van de aandelen van PHC. De rest gaat naar de Congolese staat. 

Sood jaagt het geld er snel door, in de hoop de plantages weer vlot te trekken. In de streek van de plantages zijn er tienduizenden werklozen die hoge verwachtingen hebben van deze investeerder die van ver is gekomen. Sood droomt hardop van “erg doeltreffende landbouwoperaties, wat de marges maximaliseert en winst genereert”. 

De palmolieplantage van Feronia in Lokutu. Verspreid over drie plaatsen langs de Congorivier (in de provincies Tshopo en Mongala), beslaan de Feronia-plantages meer dan 100.000 hectare. Ongeveer 27.000 daarvan zijn bestemd voor de aanplanting van palmbomen en de verwerking van olie. (Foto: © Oskar Epelde)

160 miljoen dollar verlies

Maar van de beurs van Toronto naar de realiteit op het Congolese terrein is een flinke afstand. De koers van palmolie keldert, het kapitaal van de onderneming smelt als sneeuw voor de zon en om te kunnen overleven gaat Feronia aankloppen bij Europese staatsinstellingen voor ontwikkelingsfinanciering. 

Van 2012 tot nu zullen deze openbare ‘banken’ ongeveer 150 miljoen dollar investeren in of lenen aan de plantages. Dat doen onder andere de CDC (Verenigd Koninkrijk – investering en leningen), DEG (Duitsland – lening), FMO (Nederland – lening), BIO (België – lening) en, via een investeringsfonds, Proparco (Frankrijk). 

Deze banken wijzen nu op de verwezenlijkingen van Feronia: twee molens voor palmnoten hebben 28 miljoen dollar gekost, en er is 39 miljoen uitgetrokken om nieuwe bomen aan te planten en “diverse landbouwverbeteringen” uit te voeren. Recent nog schreef CDC dat de productie met 500% is opgedreven. Maar sinds de oprichting heeft Feronia steeds in het rood gestaan en heeft het meer dan 160 miljoen dollar verloren. 

Deze cijfers kunnen niet camoufleren dat sinds Feronia de plantages heeft overgenomen er een bitter grondconflict is uitgebroken. Volgens heel wat buurtbewoners en burgers werden de gronden van Feronia tijdens de koloniale periode  onrechtmatig ontvreemd van de plaatselijke bevolking.

Florence Kroff, coördinatrice van de Belgische tak van de internationale ngo Fian legt uit. “Sinds Feronia ter plaatse verscheen, hebben de plaatselijke gemeenschappen de wettelijkheid betwist van de grondconcessies die het bedrijf in het koloniale tijdperk in handen had gekregen. Ze eisen nu nog steeds dat een deel van hun voorouderlijke gronden worden teruggegeven.” 

Voor BIO is het “betreurenswaardig” dat de gronden “meer dan een eeuw geleden” onder dwang werden verworven, zoals het in 2017 in een mededeling schreef, maar het Belgische instituut zou liever “focussen op de samenwerking met het bedrijf en op de verbetering van de levensomstandigheden van meer dan 150.000 buurtbewoners die op de concessie wonen”.

Misbruik en een gebrek aan toezicht

Is het engagement van BIO voor betere leefomstandigheden op het terrein concreet uitgewerkt? In 2019 bracht Human Rights Watch aan het licht dat arbeiders werden blootgesteld aan toxische pesticiden en dat ze geen adequate bescherming hadden. Onbehandeld afval werd in de rivieren gedumpt. De Amerikaanse ngo klaagde het “gebrek aan toezicht” van de ontwikkelingsbanken aan.

Bovenop die onthullingen komen ook andere rapporten, waaronder een rapport dat vandaag (28/01) wordt gepubliceerd. Daarin klagen verschillende ngo’s, waaronder Fian en het Belgische Entraide et Fraternité de ‘agro-koloniale’ visie van Feronia en de ontwikkelingsbanken aan.  

Jutta Kill (World Rainforest Movement) ‘Nog steeds liggen de lonen bij Feronia een stuk onder wat nodig is om een waardig leven te kunnen leiden’

Jutta Kill, van de World Rainforest Movement, onderstreept ook de dubbelzinnige houding van de ontwikkelingsbanken inzake tewerkstelling. “Feronia heeft jarenlang duizenden dagloners aan het werk gehouden zonder ze een contract van bepaalde duur aan te bieden, en dat is in Congo onwettelijk (na 22 werkdagen in een periode van twee maanden moet de werkgever een contract aanbieden, red.). Dagloners met een contract van beperkte duur kregen minder betaald dan het wettelijke salaris. Ook nu nog liggen de lonen een stuk onder wat nodig is om een waardig leven te kunnen leiden.”

In 2018 heeft de provinciale arbeidsinspectie van Tshopo bevestigd dat er ten onrechte met tijdelijke contracten werd gewerkt, en stuurde ze Feronia naar het strafbankje.

Feronia heeft zich altijd tegen verweerd tegen claims dat het werknemers slecht zou betalen, ook al werden die werknemers tot 2017 effectief vaak onder het wettelijk minimum betaald. Op dit moment bedraagt het basisloon 2.085 Congolese franc (0,86 euro) per dag voor een ongeschoolde en onervaren werknemer die in het bedrijf begint. Dat is ongeveer 400 franc meer dan het minimumloon.

De hoogste lonen bedragen 47.314 Congolese franc, of 19,8€. In 2019 analyseerde Human Rights Watch 43 loonfiches, waaruit bleek dat dagloners tussen 1 en 1,5 euro per dag kregen. Feronia meldt zelf dat ze een arbeider gemiddeld 2,8€ per dag betalen en de gezondheidszorg van hun werknemers dekken.

Ter vergelijking: Feronia gaf in 2019 meer dan 400.000 dollar uit aan de vergoedingen van niet-uitvoerende bestuurders van het bedrijf en 1 miljoen voor zijn ‘topmanagement’. Wat de tewerkstelling betreft die Alexander De Croo in 2016 had beloofd (10.000), zijn de echte cijfers die BIO bekendmaakt toch wel bescheidener: “PHC heeft 4.397 voltijdse werknemers en 1.100 seizoenarbeiders.” 

Een school in het dorp Yalifombo. Vanwege de slechte staat van de school vroegen de lokale gemeenschappen Feronia om een nieuwe school te bouwen in het kader van het milieu- en sociaal plan. Tot op heden is de nieuwe school nog steeds niet gebouwd. (Foto: © Oskar Epelde)

Documenten achter slot en grendel

Een van de grote voorwaarden die een bank zoals BIO stelde, was dat PHC een milieu- en sociaal plan moest opmaken voor de werknemers en hun gemeenschappen. In 2019 maakte De Croo bekend dat aan 85% van dat plan was voldaan. Hij noemde de sanering van 72 waterputten, gezondheidscentra en honderden huizen voor de arbeiders.

Voor Human Rights Watch en de CNCD (de Franstalige tegenhanger van 11.11.11.) zijn 72 putten voor 100.000 tot 150.000 bewoners niet voldoende. Ze toonden aan de hand van foto’s dat de huizen ook niet altijd zo goed verbouwd waren zoals Feronia beweerde. 

Florence Kroff (FIAN): ‘Hoe kunnen we aan de belastingbetaler uitleggen dat de Belgische staat een cadeau van 5 à 9 miljoen dollar geeft aan een omstreden landbouwbedrijf onder het mom van Belgische ontwikkelingshulp?’

Volgens Florence Kroff van FIAN zijn die verwezenlijkingen trouwens onmogelijk precies te controleren. “We hebben herhaaldelijk geëist dat ze ons inzage zouden geven in het oorspronkelijke milieu- en sociaal plan en in de follow-up-audits. Dat zijn gewettigde vragen, maar ze hebben het steeds geweigerd, onder het mom van ‘commercieel gevoelige informatie’.”

“De Belgische wet is op dat punt nochtans helder. Als publiekrechtelijke naamloze vennootschap waarvan de Belgische staat de enige aandeelhouder is, heeft BIO zeer ruime verplichtingen inzake transparantie, de bekendmaking van informatie en rapportering. Als ze systematisch zonder gegronde reden weigeren is dat volgens ons een inbreuk op het administratief recht”, stelt Kroff.

De laatste twee jaar is de geschiedenis van de plantages er een geweest van arrestaties. Dorpelingen die zich verzetten tegen de uitbreiding van de gronden in de buurt van een palmmolen werden maandenlang opgepakt. Er viel ook een dode: een lid van de plaatselijke ngo RIAO liet door toedoen van een bewaker van PHC het leven. De bewaker werd vrijgesproken, maar de omstandigheden waarin Joël Imbangola omkwam, blijven een raadsel.  

In november 2018 dienden negen plaatselijke gemeenschappen een klacht in tegen de Duitse en Nederlandse ontwikkelingsbanken. Die klacht werd ontvankelijk verklaard, maar tot nu toe is er nog geen bemiddelaar of datum voor een bemiddeling aangekondigd. 

Schuldkwijtschelding

Feronia komt al sinds zijn oprichting niet uit de rode cijfers en werd in juli 2020 in vereffening gesteld. Volgens BIO is het auditbedrijf Ernst&Young op zoek gegaan naar  investeerders die opnieuw konden investeren in PHC, dat tegen het faillissement aanschurkte.

Er werden 49 kandidaten gehoord, maar er werd slechts één bereid gevonden om geld te pompen in de plantages: Straight KKM 2 Ltd, een investeringsfonds dat gevestigd is op het eiland Mauritius. Het fonds had bovendien al 40% van de aandelen van Feronia in handen. Mauritius staat weliswaar niet meer op de zwarte lijst van Europese belastingparadijzen, maar verschillende ngo’s klagen nog steeds aan dat vanuit verschillende Afrikaanse landen belastingen worden ontdoken door het geld naar het eiland door te sluizen. 

Nieuwe off-shoreconstructie

Toen BIO in 2015 een lening verstrekte aan Feronia, was een van de voorwaarden dat het bedrijf een off-shoredochter van de Kaaimaneilanden naar België terug zou brengen. Nu besliste Feronia echter een deel van de schuld van PHC kwijt te schelden via een constructie die doodleuk steunt op off-shorestructuren: KKM is in handen van bedrijven die zijn gevestigd in belastingparadijzen, zoals de staat Delaware in de VS of de Kaaimaneilanden.

Twee van de aandeelhouders zijn de zakenlui Walé Adéosun, een gewezen economisch adviseur van Barack Obama, en Larry Seruma. Bovendien is Feronia KNM, een nieuw bedrijf dat in de Louizalaan is gevestigd, in handen van KN Agri LLC, een bedrijf dat banden heeft met KKM, met zetel in Wilmington (de thuisbasis van Joe Biden) in Delaware. Feronia KNM heeft eind 2020 15 miljoen dollar geïnjecteerd in het kapitaal van PHC. 

Het grondgeschil is nog niet van de baan en de economische leefbaarheid van de plantages is zwak, en toch heeft BIO besloten opnieuw zijn vertrouwen aan het project te schenken. 

De ontwikkelingsbank heeft zelfs besloten PHC en zijn nieuwe aandeelhouders een cadeau te geven: bij deze herstructurering wordt 50% van de schulden van PHC aan het Belgische instituut van tafel geveegd. De voorwaarde? Dat PHC een milieu- en sociaal actieplan opstelt om “te blijven investeren in de verbetering van de milieu- en sociale aspecten die het gevolg zijn van zijn activiteiten en in de situatie van de gemeenschappen die in zijn invloedszone wonen”.

Malik Ben Achour (PS): ‘De regeerakkoorden lijken me duidelijk genoeg: we gaan geen steun verlenen aan bedrijven die in belastingparadijzen zijn gevestigd’

Als de doelstellingen van het plan worden gehaald, wordt zelfs tot 80% van de schuld kwijtgescholden. Waarom krijgt het bedrijf zo’n gunst? Volgens BIO om ervoor te zorgen dat de voedselvoorziening in Congo niet in het gedrang komt. Dat wordt echter tegengesproken in de vele gesprekken die Human Rights Watch heeft gehad met arbeiders van de plantages: die geven te kennen dat ze moeilijk in hun basisbehoeften, waaronder voedsel, kunnen voorzien.

PS-Kamerlid Malik Ben Achour en Séverine de Laveleye van Ecolo hebben hun bedenkingen bij de beslissing om de schuld van Feronia grotendeels kwijt te schelden. “De minister (Meryame Kitir van Ontwikkelingssamenwerking, red.) zal de beslissing moeten evalueren en daarnaar handelen. De regeerakkoorden lijken me duidelijk genoeg: we gaan geen steun verlenen aan bedrijven die in belastingparadijzen zijn gevestigd”, zegt Ben Achour.

BIO verduidelijkt dat KKM geen “direct financieel voordeel haalt uit de lening of de kwijtschelding van de lening”, maar het is duidelijk dat de bedrijven die eigenaar zijn van KKM en die gevestigd zijn in fiscaal zeer gunstige landen, indirect voordeel halen uit de kwijtschelding wanneer de plantages weer opstarten.  

Op dit moment is het onduidelijk of de bedragen die worden geïnvesteerd in een milieu- en sociaal actieplan overeen zullen komen met het bedrag van de schuld. “Zoals altijd heeft BIO onze vraag om die documenten te mogen inzien weer afgeblokt met het bekende argument dat het commercieel vertrouwelijke informatie is,” vertelt Séverine de Laveleye. Ze noemt het gebrek aan transparantie van BIO door zich te beroepen op “commerciële geheimhouding”een structureel probleem. 

Rol van lokale gemeenschappen

Florence Kroff van FIAN is razend omdat de lening gedeeltelijk wordt kwijtgescholden. “Het is een regelrecht schandaal. Hoe kunnen we aan de belastingbetaler uitleggen dat de Belgische staat aan een omstreden grootschalig landbouwbedrijf een cadeau van 5 à 9 miljoen dollar geeft onder het mom van Belgische ontwikkelingshulp?”

“De plaatselijke gemeenschappen zijn nooit betrokken geweest bij het herstructureringsproces”, zegt Kroff. “Er is nooit geëist dat het grondconflict moest worden opgelost vooraleer de schuld zou worden kwijtgescholden.”

Florence Kroff (FIAN): ‘We moeten ontwikkelingssamenwerking dekoloniseren en de mensenrechten en de lokale gemeenschappen weer centraal plaatsen’

Volgens de Belgische ngo’s die werken op dit dossier is de zaak-Feronia/PHC exemplarisch voor de risico’s bij steun voor grootschalige landbouwprojecten die vanuit Westerse financiële centra worden aangestuurd, zoals in dit geval Londen of Toronto. “We moeten onze benadering van ontwikkelingssamenwerking dekoloniseren en de mensenrechten en de lokale gemeenschappen weer centraal plaatsen in ons ontwikkelingswerk”, vindt Kroff. 

Volgens RIAO-RDC en de World Rainforest Movement hebben plaatselijke gemeenschappen begin 2020 300 hectare plantage overgenomen die Feronia had afgestoten en zijn ze er zelf olie beginnen produceren. De beheerder van de installatie zegt tegen de ngo’s die rond dit dossier werken dat hij nu “zeven keer” meer kan verdienen dan wat een arbeider van het bedrijf ontvangt.

Ontwikkelingsbanken

De zaak-Feronia roept vragen op over de werking van publieke ontwikkelingsbanken.

In november 2020 hebben Duitse, Nederlandse en Belgische volksvertegenwoordigers (Malik Ben Achour, Vicky Reynaert (sp.a )en Séverine de Laveleye) BIO en de buitenlandse tegenhangers opgeroepen om transparanter te werken en te vermijden om te investeren via off-shore financiële centra. Ze willen dat de gemeenschappen die te maken hebben met de projecten erbij betrokken worden en dat rekening wordt gehouden met de klimaatcrisis wanneer er steun gaat naar sectoren zoals de grootschalige landbouw. 

Een parlementaire bron meldt officieus dat BIO eigenlijk “opgelucht” zal zijn als het zich op termijn uit PHC kan terugtrekken via de schrapping van de terugbetaling. BIO zegt van zijn kant dat het “er zich bewust van is dat ze de uitdagingen hebben onderschat, maar trots zijn op wat ze bezig zijn te verwezenlijken bij PCH.”

In het jaarverslag van 2019 worden de plantages niet vermeld. Als BIO al trots is, doet het daar toch heel discreet over. 

Auteur: Quentin Noirfalisse

Quentin Noirfalisse is onafhankelijk journalist, medeoprichter van het tijdschrift Médor en medewerker van Le Vif/L’Express. Daarnaast is hij regisseur en producent bij Dancing Dog Productions. Hij maakte de documentaire ‘Le ministre des poubelles’ en werkt momenteel mee aan de volgende documentaire van journalist David Leloup.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books