Bewegen met Bernie

 Leestijd: 8 minuten7

Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken. Bernie Sanders is zowat de belichaming van dat spreekwoord. Al decennia vecht Sanders tegen armoede, ongelijkheid, en uitbuiting. Al even lang beseft hij dat hij die strijd niet op zijn eentje kan winnen. Slaagt hij erin om voldoende mensen van dat idee te overtuigen om Trump uit het Witte Huis te krijgen? ‘The time’ is alleszins ‘now’.

Bernard Sanders, Bernie voor de vrienden, probeert voor de tweede keer op rij de eerste socialistische (en eerste Joodse) president van de Verenigde Staten van Amerika te worden. De huidige campagne loopt voorlopig opmerkelijk gelijk met de vorige: een nipte verkiezingsuitslag in Iowa gevolgd door een overwinning in New Hampshire – al was die in 2016 wel wat eclatanter. Sanders streeft natuurlijk een andere uitkomst na dan in 2016, want dit lijkt nu echt wel de campagne van de laatste kans voor de 78-jarige senator. (Al dachten de meesten dat eveneens van de vorige campagne.)

Sanders is er niet de man naar om snel de handdoek in de ring te gooien. Dat bewijst de in Brooklyn geboren politicus al sinds het eind van de jaren ’60. In die periode verhuisde hij samen met enkele tienduizenden jonge Amerikanen van alle slag en gezindten naar Burlington in Vermont. Studenten, hippies, anti-Vietnam-activisten, syndicalisten en andere ‘revolutionairen’ trokken naar het stadje en vonden elkaar in hun strijd tegen de gevestigde orde, de status quo.

Terwijl de boodschap van Biden samen te vatten valt als ‘terug naar het “normaal”’, is er bij Sanders van een hunkering naar het pre-Trumptijdperk geen sprake

Dat gevecht voert Sanders nog steeds. In 2016 verloor hij tegen Hillary Clinton, en ook ditmaal krijgt hij één van de gezichten van die status quo tegenover zich: Joe Biden. Al staat die laatste heel wat minder sterk dan Clinton in 2016. Tussen Sanders en Biden zijn meerdere oppervlakkige parallellen te trekken – old white male bijvoorbeeld, maar de verschillen snijden veel dieper.

Terwijl de boodschap van Biden – net als die van miljardair Michael Bloomberg – samen te vatten valt als ‘terug naar het “normaal” van voor Trump’, is er bij Sanders van een hunkering naar het pre-Trumptijdperk geen sprake. Zoals Serge Halimi, hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique, schrijft, komt het uitgangspunt van Democratische presidentskandidaten als Sanders, Elizabeth Warren en Andrew Yang net op het omgekeerde neer: het ‘normaal’ waar Biden en Bloomberg naar verlangen bracht net een figuur als Trump in het Witte Huis.

Het is die vraag – ‘welke sociaaleconomische oorzaken hadden Trump als gevolg?’ – die de Democratische partij sinds 2016 nauwelijks heeft gesteld. Het was wel de fout van de Russen. Of van Facebook.

Bernie Sanders speecht aan de universiteit van Nevada (Foto: CC BY 2.0 Trevor Bexon (Flickr))

‘The movement’

Aan een structurele analyse van de situatie heeft het Sanders nooit ontbroken. Die analyse maakte hij al begin jaren zeventig als kopman van de kleine partij Liberty Union, die gegroeid was uit de protesten tegen de Vietnam-oorlog, en waarmee hij vier verkiezingen op rij verloor (twee keer voor de Senaat en twee keer voor Gouverneur). Binnen die partij kreeg hij door zijn bevlogen speeches de bijnaam ‘Silvertongue’. Met de partij streefde hij onder meer naar een algemeen minimumloon, en naar een strengere wetgeving voor het bedrijfsleven.

De huidige Sanders-campagne benadrukt bijvoorbeeld dat mensen niet louter een bolletje naast Sanders’ naam moeten inkleuren. Nee, ze maken deel uit van een beweging

Toen al wees hij de te grote macht van ‘corporate America’ aan als de belangrijkste boosdoener, en dat is nog steeds de kern van zijn betoog. Dat hij de middelen voor zijn presidentscampagne bij de werkende Amerikaan haalt, en geen financiële steun wil van de miljardairs van Wall Street, de farmaceutische industrie en andere ‘big money’-belangen, herhaalt Sanders trots en tot in den treure.

Ook elders klinken echo’s door van Sanders’ eerste politieke stappen. De huidige Sanders-campagne benadrukt bijvoorbeeld dat mensen niet louter een bolletje naast Sanders’ naam moeten inkleuren. Nee, ze maken deel uit van een beweging, ‘a movement’, meer nog: ‘a movement that wins’. ‘Not me, us’, in campagnetaal. Het contrast met de egotripperij van Trump kan niet groter zijn.

Bernie wil een bottom-up-revolutie ontketenen en dat is ook altijd al zijn doel geweest. Het door hem opgerichte partijmagazine van Liberty Union heette… Movement. Al heeft hij doorheen de jaren wel de les geleerd om zichzelf niet compleet weg te cijferen. Een beweging heeft een uithangbord nodig. Ook al is dat uithangbord 78 jaar oud.

Dat Bernie naar eigen zeggen kan rekenen op miljoenen contributies van gemiddeld 18,5 dollar van anderhalf miljoen Amerikanen toont hoe groot de beweging is die achter Sanders staat.

Zoals de linkse Amerikaanse socioloog Vivek Chiber vorig jaar stelde in een interview met Apache weet Sanders zelf maar al te goed dat hij die beweging bij een eventuele verkiezing hard nodig zal hebben: “Sanders zegt onomwonden dat hij enkel kan slagen als er vanuit de bevolking blijvend druk wordt gezet op het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Hij weet dat hij zijn beleidsagenda enkel kan uitvoeren dankzij massale mobilisatie. Het echte werk zal pas beginnen na zijn verkiezing.”

Al zette Sanders met zijn eerste presidentiële campagne in 2016 natuurlijk al één en ander in gang. Dankzij zijn (relatief) succes bij de voorverkiezingen duwde hij het debat in een linksere richting, door thema’s als ongelijkheid en gezondheidszorg op de kaart te zetten. Daarmee plaveide hij de weg voor opkomend talent als Alexandria Ocasio-Cortez en Rashida Tlaib – allebei lid van de Democratic Socialists of America – die in 2018 verkozen werden in het Huis van Afgevaardigden.

Volksvertegenwoordiger Alexandria Ocasio-Cortez – AOC voor de vrienden – op een verkiezingsbijeenkomst van Bernie Sanders (Foto: CC BY 2.0 Matt Johnson (Flickr))

Democratisch socialist

Sanders is ook zelf een democratisch socialist. Al heeft hij dat embleem niet altijd trots op de borst gedragen. In 1976 stelde hij nog het woord ‘socialisme’ niet te gebruiken “omdat mensen gebrainwasht zijn om te denken dat socialisme automatisch dwangarbeid, dictatuur en het ontbreken van vrijheid van meningsuiting betekent.”

Sanders’ socialisme moet een aantal economische rechten garanderen, zoals het recht op huisvesting, het recht op een ziekteverzekering, het recht op een minimumloon

In de VS ten tijde van de Koude Oorlog stond socialisme synoniem voor communisme, dat dan weer gelijk werd geschakeld met het autoritarisme van de Sovjet Unie. Natuurlijk blijven zijn tegenstanders die associatie maar al te graag in de markt zetten. Sanders zelf heeft al lang geen moeite meer met de term. Nadat hij na tien jaar proberen in 1981 eindelijk zijn eerste verkiezing won en burgemeester werd van de stad Burlington in Vermont, liet hij die terughoudendheid varen.

Sindsdien heeft hij steeds zijn eigen invulling van het begrip socialisme zonder veel poespas verdedigd. Sanders schakelt het gelijk met een veel bredere invulling van democratie, die bijvoorbeeld ook democratie op de werkvloer en in de economie nastreeft. Het is in zijn woorden ‘socialisme met een kleine letter s’.

In een interview met het linkse magazine The Nation plaatste hij ‘zijn’ democratisch socialisme op dezelfde lijn met de politieke visie van Franklin D. Roosevelt, de Amerikaanse president die met zijn New Deal de economische crisis van de jaren ’30 succesvol te lijf ging én de VS door de Tweede Wereldoorlog loodste. Sanders verwijst in dat interview onder meer naar FDR’s State of the Union-speech van 1944.

“Waar Franklin Roosevelt over sprak was in essentie dat we een ‘Bill of Rights’ in onze grondwet hebben die onze politieke rechten beschermt: onze vrijheid van meningsuiting, onze vrijheid van vergadering, vrijheid van religie, enzovoort. Dit is allemaal ontzettend belangrijk als we de vrijheid in Amerika willen beschermen tegen tirannie. Maar wat Roosevelt ook zei in die speech, was het volgende: We hebben politieke rechten, maar we hebben geen economische rechten.”

Sanders’ socialisme is er dus één waar een aantal economische rechten gegarandeerd worden, zoals het recht op huisvesting, het recht op een ziekteverzekering, het recht op een minimumloon.

Tijdens deze campagne vertaalt hij deze uitgangspunten bijvoorbeeld in zijn pleidooi voor ‘Medicare for All’ (de veralgemeende ziekteverzekering voor alle Amerikanen), ‘College for All’ (inclusief het kwijtschelden van 1,6 biljoen dollar nog niet terugbetaalde studentenleningen), en de eis voor ‘Workplace Democracy’ waarmee hij een aantal syndicale eisen bundelt.

Ook in de Green New Deal die hij vooropstelt om de klimaatcrisis aan te pakken legt hij de nadruk op groene jobs, een soort compensatie voor werknemers van de fossiele industrie, en publieke investeringen. En de miljardairs zullen hun ‘eerlijk deel van de belastingen’ moeten betalen om zijn plannen mee te bekostigen.

Dat Sanders verwijst naar een Amerikaans icoon als FDR om zijn ideologische stellingen en beleidsvoorstellen te verantwoorden, is geen toeval. In de VS blijft ‘socialist’ voor grote delen van de bevolking niet bepaald een koosnaam. Zelfs een verwijzing naar FDR is in het Amerika van Trump al ‘radicaal’ te noemen, stelt de linkse activist/filosoof Cornel West die zichzelf een kritische supporter van ‘Brother Bernie’ noemt.

“Bernie kan zich niet kandidaat stellen als democratisch socialist, maar doet dat wel als een radicale, FDR-achtige progressief. Hij heeft het niet over nationaliseren, hij heeft het niet over werkersraden, of iets in die aard, zie je? Het discours is de laatste veertig jaar zo ver naar rechts opgeschoven dat FDR er als een communist begint uit te zien. Wanneer je naar Fox News kijkt dan was FDR een communist”, zei West in een interview met Boston Review.

Bernie beats Trump

Sanders mag het voorlopig dan al goed doen in de voorverkiezingen, het blijft afwachten of hij ook de finish zal halen. Het establishment van de Democratische Partij treedt voorlopig in ietwat verspreide slagorde op. Sanders krijgt voorlopig nog geen centrumkandidaat tegenover zich die voluit gesteund wordt door Barack Obama, de Clintons en de top van de partij.

Hoe lang houden Biden en Bloomberg het uit? Die laatste kan het zich zeker financieel permitteren om nog een hele tijd in de race te blijven. En wat met Pete Buttigieg? De jonge ex-burgemeester van South Bend in Indiana lijkt zich te ontpoppen tot Sanders’ voornaamste tegenstander. Kan ‘Mayor Pete’ met de steun van de partijtop Sanders van de nominatie houden? De komende weken zullen uitwijzen of de beweging van Bernie sterk genoeg is om Buttigieg en co te verslaan en de Democratische presidentskandidaat te leveren.

Sanders krijgt voorlopig nog geen centrumkandidaat tegenover zich die voluit gesteund wordt door Barack Obama en de Clintons

De kandidatuur in de wacht slepen is evident de eerste, maar niet zozeer de belangrijkste uitdaging. Dat is natuurlijk de strijd om het presidentschap zelf. Met hun ‘Bernie beats Trump’-buttons tonen Sanders’ supporters al een hele tijd dat hun Bernie de ideale tegenstander van Trump zou zijn. Dat dachten ze vier jaar geleden natuurlijk ook al. Veel van hen waren er heilig van overtuigd dat Bernie het in tegenstelling tot Hillary Clinton wél had gehaald in een rechtstreeks duel met Trump. Nu proberen ze aan te tonen dat hun mantra ‘Bernie would’ve won’ wel degelijk meer is dan een zoethoudertje.

Eén cijfer zet deze theorie alleszins kracht bij. Volgens een studie stemde namelijk 12% van de mensen die voor Sanders stemden tijdens de voorverkiezingen uiteindelijk voor Trump. Al staat daar wel tegenover dat eveneens 12% van de Republikeinse ‘voorkiezers’ uiteindelijk voor Clinton stemde in 2016.

Maakt Bernie effectief kans in duel met Trump? Uit verschillende peilingen – het blijven slechts peilingen – blijkt dat hij het wellicht zou halen, en dat ook vaak met ruimere marge dan veel andere Democratische kandidaten.

De sleutel tot eventueel succes wordt de ‘diverse coalitie’ die Sanders rond zich kan scharen. Hij richt zich expliciet tot de werkende Amerikaan, en zet die tegenover de ‘billionaire class’, ‘big money’ en ‘the establishment’. Sanders schuwt die vaak zeer populistische beeldspraak niet.

Al is hij, zoals politicoloog Jan-Werner Müller (Princeton) in 2016 al schreef, geen populist als Trump. “Zij die de luie vergelijking maken tussen Bernie Sanders en Donald Trump zien niet dat populisten niet louter protesteren tegen Wall Street of ‘globalisme’. Populisten beweren dat zij en zij alleen spreken in naam van wat zij de ‘echte mensen’ of de ‘zwijgende meerderheid’ noemen.” Tot nader order vereenzelvigt Sanders zich inderdaad niet met ‘het volk’, maar wil hij dat volk politiek bewust maken van hun gedeelde belangen. Hen bewust maken dat ze, jawel, tot dezelfde klasse behoren.

Vandaar dat streven naar een ‘diverse coalitie’. Sanders kan niet enkel op jonge Amerikanen terugvallen, maar zal ook ouderen moeten overtuigen. Behalve de witte Amerikanen zal hij ook de Afro-Amerikaanse gemeenschap, de Latino-gemeenschap, Native Americans, net als de LGBTQ+-gemeenschap moeten overtuigen.

Dat beseft hij zelf natuurlijk maar al te goed. In Iowa deed zijn team er bijvoorbeeld ook alles aan om arbeiders met een migratie-achtergrond naar de ‘caucus’ te krijgen, in samenwerking met onder meer syndicalisten. Met de hulp van enkele enthousiaste Ethiopische Amerikanen konden ze die gemeenschap in hun moedertaal benaderen en zover krijgen om hun stem uit te brengen. Ook in campagnefilmpjes benadrukt Sanders’ team deze diversiteit.

Voor Sanders is het al langer duidelijk dat het voor al deze groepen om één en dezelfde strijd gaat. De eerste politieke activiteit die hij naar eigen zeggen als student in Chicago ondernam was protesteren tegen gesegregeerde scholen en huisvesting begin jaren zestig. Het waren de dagen van burgerrechtenbeweging en Sanders verzette zich met medestudenten tegen het racisme in de stad waar ze studeerden. Dat hij gearresteerd werd tijdens zo’n protest is een ereteken dat ook vandaag nog indruk maakt.

Dat de strijd tegen armoede, onderdrukking en uitbuiting urgent én universeel is, was voor Sanders al in de jaren zestig en zeventig duidelijk. “Ik ben van mening dat als arbeiders niet binnen afzienbare tijd de macht in handen krijgen dit land geen toekomst heeft”, zei hij in 1981 al. Wat hij veertig jaar geleden wist, daar zijn vandaag heel wat mensen ook van overtuigd. ‘The time is now’. Afwachten of dat besef ervoor zal zorgen dat hij in het Witte Huis geraakt.

Auteur: Jan Walraven

Jan Walraven schrijft sinds 2015 voor Apache. Behalve journalist is hij ook redactiecoördinator bij Apache. Zijn boek, ‘De diefstal van de eeuw’, over privacy en de tentakels van technologie, verscheen in 2018 bij Van Halewyck.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books