Nieuw onderzoek bevestigt: antiradicaliseringsbeleid Homans contraproductief

 Leestijd: 3 minuten0

Afgelopen week presenteerden onderzoekers Nadia Fadil en Silke Jaminé (KULeuven) een kritisch rapport over het Belgische antiradicaliseringsbeleid. Het onderzoek bevestigt de steeds grotere consensus dat projecten die bedoeld zijn om radicalisering tegen te gaan, niet of zelfs averechts werken.

Het beleid stigmatiseert moslims en beschadigt het vertrouwen tussen jeugdwerkers en jongeren. “We richten ons nu vooral op het opsporen van radicalisering; er wordt veel te weinig ingezet op preventie”, erkent voormalig ondervoorzitter van de Vlaamse commissie radicalisering Imade Annouri (Groen).

In het Egmontpaleis in Brussel werden gisteren (19/09) twee recente onderzoeken naar het Belgische antiradicaliseringsbeleid voorgesteld. Het boek ‘Radicalisation in Belgium and the Netherlands‘ van Nadia Fadil (KULeuven), Martijn De Koning (Universiteit van Amsterdam) en Francisco Ragazzi (Universiteit Leiden), dat in mei dit jaar verscheen, werd voorgesteld. 

Tegelijk was er de presentatie van een nieuw rapport, getiteld ‘Tussen Preventie en Veiligheid: De Belgische aanpak in de strijd tegen radicalisering‘ van Silke Jaminé (KULeuven) en Nadia Fadil.

Consensus over gebrekkige effectiviteit

De conclusies van beide onderzoeken komen overeen met wat steunpunt voor jeugdwerk Uit De Marge in juli ook al schreef in een publicatie over hetzelfde onderwerp. Het huidige radicaliseringsbeleid stigmatiseert moslims en beschadigt de vertrouwensband tussen jeugdwerkers en jongeren. De onderzoekers van de KULeuven hebben daarop een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd.

Zo moet het beleid beter geëvalueerd worden. Op dit moment is onduidelijk of antiradicaliseringsprojecten de gewenste effecten hebben, maar is ook niet bekend welke negatieve neveneffecten er optreden. Het Vlaams Vredesinstituut is weliswaar bezig met een evaluatie, maar voorlopig is nog nauwelijks iets bekend over de effectiviteit van de inspanningen van de afgelopen jaren.

Een andere aanbeveling die de onderzoekers doen, is het structureel financieren van sociaal werk en jeugdwerk, zonder dat die expliciet radicalisering moeten helpen voorkomen.

Radicaliseringsindustrie

De afgelopen jaren gingen besparingen in het jeugdwerk namelijk gepaard met investeringen in het antiradicaliseringsbeleid. Dat heeft ervoor gezorgd dat zelfs organisaties die zich normaal niet bezighielden met antiradicalisering, toch intekenden op subsidies tegen radicalisering, en hun eigen projecten met eens ‘antiradicaliseringssaus’ overgoten. In het rapport wordt dit ook wel het ontstaan van een ‘radicaliseringsindustrie’ genoemd.

Omdat er geld was voor antiradicalisering, ontstond er ook een overaanbod aan trainingen en vormingen over radicalisering. Die moeten nodig geëvalueerd worden op hun kwaliteit, zo schrijven de onderzoekers.

In de zogenaamde Lokale Integrale Veiligheidscellen (afgekort LIVC-R, een overlegorgaan waar informatie over radicalisering wordt uitgewisseld tussen hulpverleners, politie en lokaal bestuur, red.) zou er meer rekening moeten worden gehouden met het beroepsgeheim van jeugdwerkers. Nu moeten zij soms mee aan tafel zitten om met de politie te praten over individuele jongeren met wie ze een vertrouwensrelatie hebben.

Vier onderzoeken

‘Tussen Preventie en Veiligheid’ is al het vierde onderzoek in een jaar tijd met gelijksoortige conclusies over het Belgische antiradicaliseringsbeleid. Eind vorig jaar beschreef criminologe Marion Van San, aangesloten bij denktank Itinera, in het rapport ‘De Onvoorspelbare Terrorist‘ ook al dat in België niet zozeer het voorkomen van radicalisering voorop staat in het beleid, maar vooral het detecteren ervan.

Ook Van San waarschuwde al dat het inzetten van hulpverleners om radicalisering te detecteren, schadelijk kon zijn voor de vertrouwensband die die hulpverleners hebben met jongeren. Op die manier zou het beleid radicalisering juist in de hand kunnen werken.

“De vraag is (…), als we ervan uitgaan dat terrorisme niet te voorspellen is, signalen van radicalisering moeilijk te herkennen zijn en sommige beroepen nu eenmaal enkel kunnen bestaan vanwege de vertrouwensrelatie die mensen met elkaar hebben, of de ingeslagen weg waarbij de hele civil society gemobiliseerd wordt om de eerste tekenen van radicalisering op te sporen wel de juiste is”, zo schrijft ze.

Politieke reacties

Jo De Ro, lid van de laatste commissie ter preventie van gewelddadige radicalisering en polarisering voor Open Vld, kan zich grotendeels vinden in de observaties van de onderzoekers.

“Ik ben het eens dat de initiatieven goed moeten geëvalueerd worden én dat mensen in onderwijs, jeugdwerk en dergelijke als eerste opdracht hebben met jongeren werken op een ongedwongen en natuurlijke manier”, zo laat hij weten.

“Maar vanuit de ervaring in de commissie én in onze stad (Vilvoorde) kan ik wel zeggen dat een goede mix van verschillende initiatieven nodig is én dat mensen die veel met jongeren werken wel een belangrijke signaalfunctie hebben in vroegdetectie van problematisch gedrag” voegt hij toe.

Net als Imade Annouri vindt De Ro dat het ‘preventieve luik’ van het beleid nog verder ontwikkeld moet worden.

“Waar het veld nu wel grote nood aan heeft is aan de verzekering van de nieuwe Vlaamse en federale regering dat er middelen blijven voor de lokale besturen om preventief en curatief te werken”, besluit hij.

Nadia Sminate (N-VA), voorzitter van de voormalige commissie, deelt de zorgen over het beroepsgeheim van de hulpverleners niet. Ze vindt dat hulpverleners juist nog meer informatie moeten delen in de strijd tegen radicalisering. “Informatie-uitwisseling is cruciaal in deze thematiek, maar we voelen toch nog enige terughoudendheid in de welzijnssector, hoewel zij uiteraard ook gebaat zijn bij een goede informatiestroom”, schrijft ze in een reactie aan Apache.

Wel is ze het eens met de onderzoekers dat er dringende nood aan evaluatie is. “Er is op een paar jaar tijd een heel nieuw beleid op poten gezet voor een relatief recent maar prangend probleem. Die stroom aan nieuwe initiatieven moet uiteraard geëvalueerd worden en dat gebeurt ook via het Vlaams Vredesinstituut”.

Auteur: Stef Arends

Stef Arends volgde de bachelor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven en de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Hij maakt verhalen met tekst en video, waarvan er een aantal te zien zijn op vimeo.com/stefarends.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books