‘Fietsinvesteringen’ Weyts niet enkel naar fietsinfrastructuur

 Leestijd: 3 minuten2

In januari dit jaar pakte Vlaams mobiliteitsminister Ben Weyts uit met een ‘recordbedrag aan fietsinvesteringen’: maar liefst 138 miljoen euro in 2018. Tussen de ‘fietsprojecten’ van Weyts vinden we echter ook autowegen, rotondes, en een treinverbinding.

Vlaams minister van mobiliteit Ben Weyts benadrukte de afgelopen 3 jaar meermaals dat zijn fietsinvesteringsplan zorgt voor recordbedragen voor fietsinfrastructuur. Weyts introduceerde zijn investeringsplan in 2017 met de ambitie om in drie jaar 300 miljoen euro in fietsinfrastructuur te investeren.

Afgelopen januari bleek dat Weyts zijn eigen verwachting zelfs ruimschoots had overtroffen, en dat er in 2018 in plaats van de geplande 100 miljoen, niet minder dan 138 miljoen euro naar fietsprojecten ging.

Vorige week plaatste CD&V’er Dirk De Kort vraagtekens bij de effectiviteit van het plan-Weyts. “Hoewel er op papier veel geïnvesteerd wordt, zijn er op het terrein weinig realisaties”, liet De Kort weten aan De Standaard.

Over de financiële en praktische details van de projecten die Weyts steunt, is niet veel informatie openbaar. Wel plaatste de minister in 2017 een lijst met projectnamen op zijn website, en verstrekte hij naar aanleiding van een parlementaire vraag een iets gedetailleerder overzicht van de projecten die in 2018 werden gerealiseerd.

In die lijst staan echter een aantal projecten waarvan het onduidelijk is in hoeverre ze het fietsen stimuleren.

Vlaams minister voor Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) op de voorstelling van de ‘Smart Highway’ van imec. (Foto © Belga – Jonas Van Boxel)

Het onderbreken van een fietssnelweg

Misschien wel het meest opvallende voorbeeld werd vorige maand in een blogpost van Leuvenaar Pieter Nuyts aangekaart. Binnen het project ‘Zoutstraat/Redersstraat’ in Leuven, is voor het jaar 2018 een bedrag van 815.110 euro gereserveerd voor twee infrastructuurwerken:

Het eerste deelproject bestaat uit het verbreden van een fietspad, en het creëren van meer ruimte voor fietsers die wachten bij het kruispunt: een maatregel die duidelijk bedoeld is om de fietscapaciteit te vergroten.

Het tweede deelproject heeft echter eerder een omgekeerd effect. Er worden namelijk onder meer twee autowegen (de Zoutstraat en de Redersstraat) dwars door het fietspad van de Aarschotsesteenweg aangelegd. Het fietspad wordt daardoor onderbroken met verkeerslichten.

In een van de fietsinvesteringsprojecten worden twee autowegen doorgetrokken die de Vaartkom via de Zoutstraat en Rederstraat met de rest van de stad verbinden. Daarbij wordt een fietssnelweg onderbroken. (Beeld: Agentschap Wegen en Verkeer)

Hoewel het ene deel van project Zoutstraat/Rederstraat een positief effect heeft voor fietsers, is het tweede deel juist slecht voor de fietsinfrastructuur, en leent het zich vooral voor het ontsluiten van een wijk voor autoverkeer.

Toch wordt 100% van de werken gefinancierd met geld van het fietsinvesteringsplan. De verbreding van de fietspaden, maar ook de aanleg en asfaltering van een kruispunt voor autoverkeer, en de verkeerslichten die de auto’s moeten helpen om de fietssnelweg te doorkruisen.

Een ‘fietsersrotonde’ aan de E40

Een ander project dat opvalt in de lijst is een rotonde in het West-Vlaamse Zedelgem, bij de E40, afrit Loppem. Het Agentschap Wegen en Verkeer noemt vier redenen waarom die nieuwe rotonde er moet komen, waarvan er slechts een met fietsers te maken heeft:

Ten eerste zijn volgens het AWV zowel de invoegstrook als de afrit van de E40 te kort, en is de zichtbaarheid bij het in- en uitvoegen op dit moment te slecht. De tweede reden die het AWV noemt heeft wél met fietsers te maken: een tweerichtingsfietspad kruist de op- en afrit van de E40. Een gevaarlijke situatie, gezien het slechte zicht op die plek.

Het op- en afritcomplex van de E40 bij Loppem wordt verplaatst, om redenen die zowel met de doorstroom van autoverkeer, als met de fietsveiligheid te maken hebben. (Afbeelding: Agentschap Wegen en Verkeer).

De derde en vierde reden zijn dan weer puur op de auto gefocust: er zouden op dit moment te scherpe bochten genomen moeten worden om de snelweg op de rijden, en de drukte bij de afrit Loppem zorgt ervoor dat auto’s soms tot op de snelweg in de file staan voor de huidige rotonde.

Een nieuwe rotonde op een nieuwe plek moet zorgen voor langere in- en uitvoegstroken, er wordt een ‘rotondedoseerinstallatie’ voorzien met stoplichten, die de doorstroom op de rotonde moet verhogen, en er wordt een nieuwe fietsoversteekplaats gebouwd.

Geraamde kosten: 899.830 euro. Het aandeel voor rekening van de fietser: 60%.

De kosten voor het verplaatsen van een rotonde om de doorstroom van de op- en afritten van een van de drukste autowegen van ons land te verbeteren, worden dus voor 60% verhaald op de fietsers, enkel omdat er voor hen een nieuwe oversteekplaats moet worden voorzien.

De realisaties worden overschat

Ook het Rekenhof is kritisch over het gebrek aan transparantie bij de realisaties van fietsinfrastructuurwerken. In een rapport in 2017, ‘Fietspaden in Vlaanderen’, schrijft men: “noch het departement MOW, noch AWV kon een overzicht bezorgen van de uitgaven voor fietspadinfrastructuur (…) Het departement rapporteert over de realisatie van fietspadinfrastructuur op grond van vastleggingsgegevens, niet van betaalgegevens. Daardoor zijn de realisaties overschat.”

Dirk De Kort van CD&V heeft indicaties dat er nog veel meer ‘fietsprojecten’ grotendeels bestaan uit autoinfrastructuur. Zo is hij kritisch over de begroting van de aanleg van verkeerslichten bij de N14 in Zandhoven (50% voor de rekening van fietsers). “Zo kan je alle verkeerslichten in Vlaanderen voor 50% toekennen aan de fiets”, aldus De Kort.

In de lijst van Weyts is overigens zelfs een spoorinfrastructuurproject opgenomen. Bij het Diabolo-project wordt een beschikbaarheidsvergoeding van 10% aangerekend. Fietsers moeten dus voor 563.500 euro bijdragen aan het spoorwegproject.

Michaël Devoldere, woordvoerder van minister Weyts, laat in een reactie weten dat het zou kunnen dat in sommige gevallen het aandeel van de kosten voor fietsers wordt overschat. “Daar staat tegenover dat het bij sommige andere projecten dan weer onderschat wordt”.

Bovendien, zo benadrukt Devoldere, wordt onder minister Weyts dezelfde berekeningsmethode gehanteerd om de percentages ‘fietskosten’ te berekenen als onder de Hilde Crevits (CD&V) tijdens de vorige legislatuur. “Die percentages worden berekend op basis van de kosten van soortgelijke projecten in het verleden”, aldus Devoldere.

Volgens Dirk De Kort van CD&V is er wel degelijk verschil. “Wij rekenden een realistischer (dus lager) percentage aan als aandeel fiets in een project”, laat hij weten.

Auteur: Stef Arends

Stef Arends volgde de bachelor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven en de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Hij maakt verhalen met tekst en video, waarvan er een aantal te zien zijn op vimeo.com/stefarends.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books