Dividend op CO2-uitstoot moet de wereld redden

 Leestijd: 6 minuten3

De uitstoot van CO2 belasten en vervolgens de inkomsten terugstorten aan de burgers. Canada begint er dit jaar mee en in de Verenigde Staten ligt een gelijkaardig wetsvoorstel op tafel. Gaat het om een geniaal plan om het klimaat te redden? Of zitten er addertjes onder het gras? En hoe zit het eigenlijk in België?

Op 23 oktober stelde de Canadese regering van Justin Trudeau officieel haar ‘carbon pricing plan’ voor. Het opzet is simpel: CO2 uitstoten kost geld en dus moet ervoor betaald worden. Elk jaar een beetje meer. De opbrengst van die belasting wordt vervolgens opnieuw verdeeld onder de bevolking. Tegen 2022 zou de maatregel de uitstoot van CO2 in Canada met 10 procent moeten doen dalen.

Concreet zal de Canadese overheid het komend jaar een belasting van 20 Canadese dollar (12,9 euro) per ton uitgestoten CO2 heffen. Jaarlijks gaat de belasting met nog eens 10 Canadese dollar (6,45 euro) omhoog. In 2022 zal het uitstoten van een ton CO2 bijgevolg 50 Canadese dollar (32,25 euro) kosten.

(Foto Alfred T. Palmer)

Het idee om die uitstoot te belasten is niet nieuw. De keuze om de opbrengsten daarvan vervolgens als dividend terug uit te keren aan de belastingbetalende gezinnen, is minder bekend. Dat is zeker het geval in België.

Volgens de initiatiefnemers is het de ultieme manier om iedereen mee te krijgen in de strijd tegen de klimaatopwarming. De prijzen van goederen die CO2-intensief zijn zullen weliswaar stijgen, maar fabrikanten worden gestimuleerd om minder CO2-intensief te werken. Tegelijk krijgt groene innovatie een duw in de rug en burgers die ecologisch kopen, doen financieel een uitstekende zaak.

Nobelprijs

De basis van het hele idee is de belasting van CO2-uitstoot. Wereldwijd is William Nordhaus wellicht de bekendste pleitbezorger voor zo’n taks. Twee maanden terug kreeg de econoom, werkzaam aan Yale University, de (gedeelde) prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economie – een soort officieuze Nobelprijs Economie – omwille van zijn decennialang, baanbrekend onderzoekwerk over de relatie tussen economie, energieverbruik en klimaatopwarming.

Zijn DICE model (Dynamic Integrated Climate-Economy model) laat toe om de impact in te schatten van maatregelen die tot doel hebben de uitstoot van CO2 te reduceren.

Het organiseren van een emissiehandel met uitstootrechten is zo’n maatregel en bestaat al in Europa. In ons land ontsnapt echter nog steeds bijna twee derde van de industrie aan de bijhorende heffing.

Een brede belasting op de uitstoot van CO2, waarbij ook de transportsector en gebouwen worden geviseerd, ligt meer voor de hand en zou sneller en beduidend meer impact kunnen hebben dan de bestaande emissiehandel.

Maar voor de invoering van zo’n ruimere CO2-heffing bestaat er, ondanks een groeiende wetenschappelijke consensus, voorlopig nog geen politieke eensgezindheid. Recent zetten vertegenwoordigers van de vier Belgische regeringen hun handtekening onder het Nationaal Energie- en Klimaatplan. Dat actieplan moet ons land in staat stellen de Europese klimaat- en energiedoelen te halen. Van een gedetailleerde en uitgewerkte CO2-heffing is daarin (nog) geen sprake.

Een grote groep mensen is ervan overtuigd dat een heffing op de uitstoot van CO2 een goede zaak is

In het plan wordt enkel gemeld dat de heffing op CO2 “een fiscaal instrument (kan) zijn met een potentieel significant sturende impact voor de diverse niet-ETS sectoren (o.a. transport, gebouwen, industrie en landbouw). Verder studiewerk naar praktische uitvoering en haalbaarheid, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling in België is echter nog nodig.”

Breed draagvlak

Nochtans lijkt een grote groep mensen ervan overtuigd dat een heffing op de uitstoot van CO2 een goede zaak is. Afgelopen zomer stelde de federale klimaatadministratie de resultaten voor van een “nationaal debat” met alle belanghebbenden (werkgevers, werknemers, milieuorganisaties, …) over het idee van zo’n koolstofheffing en over hoe vervolgens een prijs voor de uitstoot van koolstofdioxide zou kunnen bepaald worden.

Parallel werd een publieksenquête gehouden. De resultaten van de bevraging maken duidelijk dat er binnen de Belgische bevolking een groot potentieel draagvlak bestaat om een mechanisme van koolstoftarifering in te voeren om zo de klimaatverandering tegen te gaan.

Ook binnen de bedrijfswereld gaan er steeds meer stemmen op om de klimaatopwarming aan te pakken via een CO2-heffing. Over de concrete voorwaarden wordt gebakkeleid, maar pleitbezorgers zoals Thomas Leysen (Umicore, KBC) zijn ervan overtuigd dat zo’n CO2-heffing er beter nog vandaag dan morgen komt.

In andere Europese landen zoals Zweden, Frankrijk, Zwitserland en Ierland bestaat ze trouwens al.

Ook de federale klimaatadministratie is overtuigd. In haar conclusie wijst ze erop dat een prijs vaststellen voor de uitstoot van koolstof “door de meeste academici en beleidsexperten wordt gezien als essentieel om onze economie geleidelijk aan op weg te zetten naar koolstofarme alternatieven, en centraal zou moeten staan in om het even welk doeltreffend pakket klimaatmaatregelen.”

Groene consument

Over hoe zo’n koolstofheffing er concreet moet uitzien, bestaan heel wat theorieën. De angst voor een beschadigde concurrentiepositie leeft in bepaalde sectoren. De prijs die per uitgestoten ton CO2 moet worden betaald – en de jaarlijkse evolutie daarvan – is daarbij cruciaal, maar wetenschappers lijken het er grosso modo over eens dat, mits het nodige maatwerk, een oplossing voor iedereen tot de mogelijkheden behoort.

Cruciaal voor de “verkoopbaarheid” van een CO2-heffing is wat er zal gebeuren met de opbrengsten die de staat int

Klassiek wordt een CO2-heffing zo ver mogelijk ‘stroomopwaarts’ gelegd. Bij de leveranciers van brandstof. Zij rekenen hun meerprijs vervolgens door aan hun afnemers. Zo komt de belasting uiteindelijk (grotendeels) terecht bij de consument die meer zal moeten betalen voor producten of diensten die zeer CO2-intensief zijn. Die meerprijs duwt de consument in de juiste – lees: CO2-arme – richting en zal hoger in de keten producenten stimuleren op zoek te gaan naar alternatieven voor hun CO2-intensieve proces.

Maar cruciaal voor de ‘verkoopbaarheid’ van zo’n CO2-heffing wordt natuurlijk wat er zal gebeuren met de opbrengsten die de staat int. De eerder geciteerde publieksenquête maakt duidelijk dat de bevolking meewil, zolang het maar geen verkapte belasting wordt.

De geïnde CO2-taksen kunnen in principe voor zowat alles dienen. Het geld kan aangewend worden om milieuvriendelijke alternatieven te ondersteunen. Denk aan investeringen in het openbaar vervoer of isolatiepremies. Maar er zouden ook sociaaleconomisch compensatiemechanismen kunnen. Mensen met een lager inkomen zouden verhoudingsgewijs immers meer dan anderen getroffen worden door een CO2- heffing. Werkgevers zien er dan weer een breekijzer in om de lasten op arbeid te laten zakken.

Dat de nationale klimaatadministratie alle pistes op tafel legt, is mogelijk mee de verklaring dat er een breed front groeit voor een CO2-taks. Iedereen kan er zijn gading in vinden. Maar uiteindelijk zal het een politieke, ideologische keuze zijn hoe de inkomsten uiteindelijk worden besteed.

In de Verenigde Staten wordt het plan om de inkomsten uit de CO2-heffing uit de keren aan de belastingbetalers opvallend genoeg gedragen door zowel Democratische als Republikeinse politici

Alle pistes op tafel

In Canada is die keuze intussen gemaakt. Daar kiest de regering ervoor om de CO2-heffing simpelweg terug te storten via dividenden aan de huishoudens. Dat gebeurt min of meer direct en quasi voor de volle honderd procent, al zijn er bepaalde aanpassingen. Het totaalbedrag verschilt bijvoorbeeld per provincie, afhankelijk van de lokale CO2-uitstoot. Voor de inwoners van kleine, ver afgelegen dorpjes is er 10% ‘extra dividend’ voorzien omdat ze meer dan andere Canadezen aangewezen zijn op (duurdere) brandstof.

Het ‘Carbon Fee and Dividend’ idee, zoals het wordt genoemd wordt al ruim tien jaar gepromoot door de Citizens Climate Lobby, een (intussen) internationale lobbygroep die heel wat wetenschappers en oud-politici aan bood heeft.

Hun belangrijkste argument is dat de regeling met de dividenden de koolstoftaks vlot verteerbaar maakt voor de inwoners. De prijzen van CO2-intensieve producten verhogen weliswaar, maar de inkomsten liggen hoger voor wie een beetje klimaatbewust door het leven gaat.

Ook in de Verenigde Staten ligt intussen een wetsvoorstel op tafel dat sterk gelijkt op het Canadese plan. Opmerkelijk genoeg wordt dat plan gedragen door zowel Democratische als Republikeinse politici.

Of er straks ook een meerderheid voor zal worden gevonden is een andere zaak. De afkeer van president Donald Trump en een deel van de republikeinse achterban voor alles wat naar klimaatmaatregelen ruikt, zou roet in het eten kunnen gooien.

Maar ook in het ecologische kamp zitten tegenstanders die vinden dat de inkomsten van een CO2-heffing per definitie naar bijkomende klimaatmaatregelen moeten gaan. Bovendien baart het feit dat een aantal bedrijven zoals ExxonMobil en Shell op de kar van de ‘Carbon Fee and Dividend’ lobby is gesprongen hen zorgen.

Enkele maanden geleden liet ExxonMobil weten dat het bedrijf een miljoen dollar (ruim 875.000 euro) uittrekt om het ‘Carbon Fee and Dividend’ plan te ondersteunen en promoten.

Dat geld gaat niet naar de Citizens Climate Lobby maar naar een andere organisatie die zich sterk maakt voor het plan: Americans for Carbon Dividends.

Helemaal als een verrassing kwam de aankondiging van ExxonMobil nochtans niet. Het bedrijf brak eerder al een lans voor het idee van een CO2-heffing.

Maar er zit een flinke adder onder het gras. Het wetsvoorstel dat de steun geniet van ExxonMobil en Shell bevat immers de clausule dat er, samen met de implementatie van de CO2-heffing en de bijhorende dividenden, ook een ‘simplificatie van de regelgeving’ komt. Die simplificatie houdt in dat oliebedrijven niet meer aansprakelijk zouden kunnen worden gesteld voor schade die het gevolg is van de klimaatverandering. Dergelijke bedrijven zijn als de dood voor een eventueel vonnis dat hen verantwoordelijk zou stellen.

In België blijft het voorlopig wachten op een maatschappelijk debat over hoe de inkomsten van een CO2-heffing gebruikt zouden kunnen worden. De nakende verkiezingen maken dat het idee van een koolstofheffing wellicht nog even geparkeerd blijft, maar dat lijkt eerder een kwestie van uitstel dan van afstel. Het draagvlak is er en de nood is hoog.

Het debat dat zich onvermijdelijk aankondigt, zal bijgevolg draaien om de vraag wat te doen met de opbrengsten. De federale klimaatadministratie heeft prima werk geleverd en de verschillende aspecten opgelijst waarmee de overheid rekening dient te houden. Maar in essentie wordt het een ideologisch debat. Het ‘Canadese model’ zou dan misschien ook in België wel eens de logische consensus kunnen worden.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur en coördinator.

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books