Erfenis van de kolonie: kernreactor in Kinshasa

 Leestijd: 9 minuten0

Al meer dan dertig jaar staat een nucleaire proefreactor op de universitaire campus van Kinshasa te verkrotten. Het gevaar van radioactieve besmetting is niet denkbeeldig. Niemand heeft geld om het boeltje op te ruimen. En president Kabila wil de reactor niet opgeven, want die is van ‘strategische waarde’ voor het land. Apache maakt een griezelige reconstructie.

Aflevering vijf van ‘Kinderen van de kolonie‘ focust op de morele, mentale en psychologische erfenis van het koloniale verleden: het racisme dat Belgen van Congolese afkomst ondervinden, de moeizame dekolonisatie van de geesten en van de publieke ruimte in ons land. “Welke rol kan of moet België vandaag nog spelen in Congo?”, vraagt de offscreen-stem. “Hoe ver reikt de morele verantwoordelijkheid van de oud-kolonisator?”

Confronterend in dat verband is de uitspraak van één van de getuigen, André de Maere d’Aertrycke, een kopstuk van de organisaties van oud-kolonialen (zie ‘Nostalgie naar de kolonie: de laatste diehards’). “Het is misschien straf gezegd”, stelt de 89-jarige verzekeringsmakelaar, die nog steeds lezingen geeft over zijn tijd in Congo, “maar ik vind dat de westerse landen zich moeten onthouden van te trachten om tussen te komen. Ik denk dat de oplossing van het land zélf moet komen. We hebben geen reden meer om hen te les te spellen, om aan die mensen te zeggen hoe ze het moeten doen. Ze luisteren toch niet.”

Naast de immateriële erfenis zijn er ook heel concrete restanten van de kolonisatie. Een voorbeeld daarvan is de verwaarloosde en hoogst onveilige kernreactor, die al decennia lang staat te verkommeren in een buitenwijk van Kinshasa. In 2007 verklaarde premier Guy Verhofstadt met enig gevoel voor pathos dat België zijn “historische verantwoordelijkheid” zou opnemen. “We kunnen ons er niet vanaf maken door te stellen dat het om een verantwoordelijkheid van Congo gaat”, zei Verhofstadt in de Kamer. “Ik geef er de voorkeur aan dat we onze historische verantwoordelijkheid opnemen en stuur daarom een team van SCK te plaatse.” Sindsdien gebeurde er niets.

Priester/ondernemer met privévliegtuig

Het verhaal begint in 1958, het jaar van Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel met als pronkstuk het Atomium. Toen kocht de regering van Belgisch Congo van het Amerikaanse bedrijf General Atomics een kleine onderzoeksreactor met een vermogen van 50 kW. Dat gebeurde op initiatief van monseigneur Luc Gillon, priester van het aartsbisdom Mechelen, apostolisch protonotaris, pauselijk huisprelaat en rector van Lovanium, de eerste universiteit in de kolonie.

Gillon was ook doctor in de kernfysica. Hij had in Princeton University gestudeerd bij Robert Oppenheimer, geloofde rotsvast in de mogelijkheden van kernenergie en vond het niet meer dan normaal dat de eerste kernreactor op Afrikaanse bodem in Belgisch Congo moest staan. Union Minière had tijdens de Tweede Wereldoorlog immers het uranium uit de mijnen in Katanga geleverd voor het geheime Manhattanproject, dat de VS in staat had gesteld de eerste atoombommen te produceren en te gebruiken tegen Japan.

Met goedkeuring van de paus was Gillon in 1954 door de Belgische bisschoppen benoemd tot rector van Lovanium, een zusterinstelling van de Katholieke Universiteit Leuven, gevestigd op een heuveltop aan de rand van Leopoldstad (het huidige Kinshasa). Voor de financiering van de privé-universiteit kon Gillon een beroep doen op Belgische overheidssteun, Union Minière en Amerikaanse geldschieters van de Rockefeller Foundation en Ford Foundation.

“Monseigneur Gillon was er één uit de duizend”, herinnerde zich een oud-collega van Lovanium. “Een echte ondernemer die uiteindelijk een hele universiteit uit de grond heeft moeten stampen. Hij had trouwens zijn eigen vliegtuig. Het was een priester, maar in Lovanium vertelde men dat hij maar één keer de zegen heeft gegeven. Dat was aan de passagiers van een vliegtuig toen men dacht dat het ging neerstorten.”

Mission: Impossible

In het kader van het Atoms for Peace-plan van president Dwight Eisenhower werd in 1959 een Triga Mark I-onderzoeksreactor met een vermogen van 50 kW opgestart op de campus van Lovanium. De installatie werd Treco Center gedoopt (het letterwoord staat voor Triga en Congo) en was bedoeld voor de aanmaak van isotopen voor medische toepassingen. Drie jaar eerder was in Mol de eerste proefreactor op Belgische bodem van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) operationeel geworden.

De onafhankelijkheid van Congo hing toen al in de lucht. Patrice Lumumba, die eerste minister zou worden, kreeg in hetzelfde jaar 1959 tijdens een gesprek met Amerikaanse zakenlui in New York de vraag of de Amerikanen ook na het vertrek van de Belgen toegang zouden hebben tot het Katangese uranium. Het antwoord van Lumumba was duidelijk: “België produceert geen uranium. Het zou in het belang van onze beide landen zijn als Congo en de VS in de toekomst hun eigen afspraken zouden maken.” Op 30 juni 1960, de dag van de onafhankelijkheid, had Union Minière haar voorzorgen al genomen: de uraniummijn was dicht en afgesloten met beton. Lumumba werd later vermoord in Katanga.

In de woelige nadagen van de onafhankelijkheid werd de atoomreactor bewaakt door blauwhelmen van de UNO. De raad van beheer van Lovanium verhuisde naar Leuven, maar Gillon bleef op post. “Samen met de Amerikaanse dollars die Gillon op een road trip door de VS verzamelde, hield de universiteit stand tijdens het geweld van de onafhankelijkheid, waarna ze aan een tweede, postkoloniaal leven begon”, schreef een onderzoeker. Korte tijd later kreeg Larry Devlin, de topspion van de CIA in Congo, een vreemde opdracht.

Larry Devlin, CIA-spion: “Ik dacht dat ik in de maling werd genomen toen ik in augustus 1960 een telex kreeg met instructies om de uraniumstaven weg te halen”

“Ik dacht dat ik in de maling werd genomen toen ik in augustus 1960 een telex kreeg met instructies om de uraniumstaven weg te halen uit de kleine atoomreactor van Lovanium”, vertelt Devlin in zijn mémoires. “Volgens de telex kwam het verzoek van de US Atomic Energy Commission. De VS hadden de reactor aan Congo gegeven als een blijk van waardering voor de levering van het uranium voor de eerste Amerikaanse atoombommen. Ik moest monseigneur Gillon informeren over mijn plannen (ik had geen plan) om de staven te verwijderen en te begraven op een plaats waar niemand ze kon vinden. Er stonden geen verdere details bij, zelfs geen hint over hoe je met een radioactieve staaf moet omspringen. Misschien dachten ze wel dat ik gemist kon worden. Ik kon geen manier bedenken om de staven de begraven in een land waar een blanke meteen opviel. Ik vroeg me af hoe kon ik de staven de stad uit kon krijgen, voorbij een dozijn of meer check points. Hoe dan ook, ik werd verondersteld om de bevelen uit te voeren. Ik reed naar Lovanium, langs drie wegversperringen. Toen ik monseigneur Gillon vertelde wat mijn instructies waren, reageerde hij geschokt en zei dat het een stapelgek idee was. We waren het erover eens dat het bijna onmogelijk was om mijn opdracht in het geheim uit te voeren. Volgens Gillon was het veel veiliger om de staven in de reactor te laten. Ik rapporteerde zijn standpunt aan het hoofdkwartier en hoorde, gelukkig, geen woord meer over de zaak.”

Alle studenten naar het leger

Onder het bewind van dictator Mobutu bleef Lovanium nog een tiental jaren functioneren, ondanks het revolutionaire en linkse klimaat op de campus. “Aanvankelijk was die agressie gericht tegen de – als neokoloniaal aanvoelende – beleidsstructuren van de universiteit, waarvan Gillon nog steeds rector was”, noteerde een onderzoeker. “Volgens de studenten werd onvoldoende werk gemaakt van de afrikanisatie van de bestuurlijke en onderwijskaders. Het hoogtepunt van de revolte was in maart 1964, toen een grootschalige bezetting van de universiteitsgebouwen door studenten plaatsvond.”

Een vreedzame betoging, uit protest tegen het gebrek aan middelen en infrastructuur, draaide in 1969 uit op een slachting: in een confrontatie met het leger werden minstens zestig studenten gedood. Twee jaar later braken er opnieuw rellen uit. Dit keer ging Mobutu er met de grove bezem door. Alle studenten werden verplicht ingelijfd in het leger, Lovanium werd genationaliseerd en Gillon werd bedankt voor bewezen diensten. De monseigneur keerde terug naar Leuven, waar hij een inmiddels gesplitste universiteit aantrof. Hij werd decaan van de faculteit wetenschappen in Louvain-la-Neuve en vervolgens ook adviseur bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) in Wenen en vice-voorzitter van het SCK.

De kernreactor in Kinshasa (Foto: Lionel Healing, AFP)
De kernreactor in Kinshasa (Foto: Lionel Healing, AFP)

Besmetting door erosie

De Triga I-reactor was inmiddels stilgelegd en werd In 1972 vervangen door een nieuwer en groter model. President Mobutu, die dol was op prestigeprojecten, kocht van General Atomics een Triga Mark II-reactor met een capaciteit van één megawatt. Trico Center heette voortaan CREN-K (Centre Régional d’Etudes Nucléaires de Kinshasa). Het SCK leverde nog tot 1987 technische bijstand, daarna viel het toezicht op de reactor te beurt aan het IAEA. In de periode functioneerde de installatie nog hooguit enkele uren per jaar.

Toen de Zaïrese regering eind jaren tachtig de geldkraan dicht draaide en België in 1990 alle ontwikkelingssamenwerking stopzette en er dus geen experten van het SCK meer op bezoek gingen, raakte het project geleidelijk in verval om tenslotte in 2004 volledig stil te vallen. Sindsdien produceert de reactor niets meer, tenzij een aanhoudende stroom onheilsberichten.

Sinds 2004 produceert de reactor niets meer, tenzij een aanhoudende stroom onheilsberichten

De eerste rampscenario’s dateren van 1989, toen de Zaïrese radio meldde dat Kinshasa gevaar liep nucleair besmet te worden omdat er een ongeluk met de reactor dreigde te gebeuren. CREN-K staat op een heuvel en door erosie bestond het gevaar op een grondverschuiving die het nucleair centrum zou kunnen beschadigen of vernietigen. Een woordvoerder van het IAEA gaf toe dat in het ergste geval een grondverschuiving het reactorvat zou kunnen doen barsten met radioactieve besmetting als gevolg. Tien jaar later stortte een muur van het CREN-K in. Hevige regenval had inderdaad de fundamenten van het gebouw ondermijnd. Volgens het IAEA vormde erosie wel degelijk een potentiële bedreiging voor de waterbevoorrading van de Congolese hoofdstad.

Een raket, de maffia en een yoghurtpotje

In 1997, toen rebellenleider Laurent-Désiré Kabila naar Kinshasa oprukte, ging via Radio Trottoir het gerucht de ronde dat Mobutu van plan was om voor zijn vlucht de kernreactor op te blazen, wat een nucleaire holocaust zou kunnen betekenen. Dat bleek gelukkig fake news, maar een journalist van de Britse krant The Guardian stelde wel ter plaatse vast dat de reactor nauwelijks werd beveiligd en dat kerels met slechte bedoelingen een ramp konden veroorzaken.

Twee jaar later viel er een ongedefinieerd object op het reactorgebouw, mogelijk een raket. De schade bleef beperkt. Vervolgens waren er onrustwekkende berichten over acht uraniumstaven die tijdens de burgeroorlog van 1997 uit het centrum gestolen werden. Vermoedelijk werden ze door de entourage van de gevluchte Mobutu meegenomen naar Europa. De staven waren in handen gevallen van de Italiaanse maffia, die ze probeerde te verkopen aan de meest biedende. Eén staaf werd door de Italiaanse politie in beslag genomen, zeven anderen bleven spoorloos.

Technici vertelden dat ze staven uranium met een vishengel uit het reactorvat moesten halen

Het duurde nog tot 2007 vooraleer er echt aan de alarmbel werd getrokken, dankzij een reportage van RTL die ook door VTM werd uitgezonden. De tv-kijkers konden vaststellen hoe de reactor in een verregaande staat van verval verkeerde en een gevaar vormde voor de hele regio. Iedereen kon de site van CREN-K binnen wandelen, de drie bejaarde bewakers lagen te slapen of deden zelfs geen moeite om de toegang tot de reactor te verhinderen. RTL filmde verkrotte controle- en commandoruimtes, weggelopen uit een Buck Rogers-film uit de jaren vijftig. Instrumenten waren defect en werden niet hersteld of vervangen. Technici vertelden dat ze staven uranium met een vishengel uit het reactorvat moesten halen. De startknop van de reactor bleek ‘beveiligd’ door een plastic yoghurtpotje dat erover was geschoven.

Lekken

Een via WikiLeaks uitgelekte diplomatieke mail van de Amerikaanse ambassade in Kinshasa bevestigde de erbarmelijke toestand: “De omheining is op sommige plaatsen in cement, op andere plaatsen niet meer dan een ketting. Ze is ’s nachts niet verlicht, heeft geen prikkeldraad en er is geen camerabewaking. Er is geen duidelijke bufferzone tussen de site en de vegetatie rondom. Er zijn talrijke gaten in de omheining en grote gaten waar er helemaal geen omheining is. Universiteitsstudenten wandelen regelmatig door de omheining en mensen kweken maniok vlak naast het gebouw waar kernafval ligt opgeslagen.” Het bleek relatief gemakkelijk om in te breken en nucleair materiaal te stelen. “Een knijptang volstaat.” Op de site lagen toen 138 uraniumstaven, tien kilo onverrijkt uranium, vijf kilo verrijkt uranium en 23 kilo kernafval. “De internationale gemeenschap moet een manier vinden om de installatie beter te helpen beveiligen, ook als Congo blijft weigeren om zijn uraniumstaven op te geven”, schreven de diplomaten.

Er volgden lastige parlementaire vragen van Alain Destexhe (MR) en Muriel Gerkens (Ecolo). Toenmalig premier Verhofstadt verklaarde dat hij pas bij het zien van de tv-reportage de ernst van het probleem had begrepen en nam de term “historische verantwoordelijkheid” in de mond. Toenmalig minister van Economie Marc Verwilghen verklaarde: “Wij zijn bereid actie te ondernemen indien het IAEA of Congo ons dat vragen.”

Een team van SCK werd ter plaatse gestuurd, en het was wachten op hun bevindingen. Bijkomende parlementaire vragen leverden evenwel niets op: het rapport van de SCK-missie bleef “vertrouwelijk”. Toch lekte de inhoud van het rapport uit, opnieuw via een door WikiLeaks openbaar gemaakt Amerikaanse diplomatieke mail. Daaruit bleek dat Frank Deconinck, directeur van het SCK, en Yvan Demesmaeker, een security consultant van SCK, de reactor in Kinshasa hadden bezocht. “Deconinck bevestigde de povere staat van de installatie en betwijfelt of er een budget is voor research of onderhoud.” Hij erkende dat de reactor een gevaar vormde en verklaarde dat SCK bereid was om de reactor te gaan ontmantelen, op voorwaarde dat er hiervoor geld kan worden gevonden. “Het SCK heeft geen fondsen voor dergelijke activiteiten in haar eigen budget.” Tot overmaat van ramp zaten de relaties tussen België en Congo op dat moment alweer in een dipje. Toenmalig minister van Defensie André Flahaut (PS) had namelijk voorgesteld om president Joseph Kabila een eredoctoraat te geven van de Koninklijke Militaire School. Andere laureaten hadden vervolgens uit protest hun eredoctoraat geweigerd. Een boze Kabila stuurde uiteindelijk zijn kat.

Op initiatief van het IAEA kwam wel er diplomatiek overleg tussen België, de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië. Dat resulteerde in 2010 in een voorstel. Als Congo bereid was om het gevoeligste kernmateriaal in veiligheid te brengen in de VS, stelde het IAEA voor om de site in Kinshasa een nieuwe bestemming te geven. Ons land was bereid om hiervoor een financiële bijdrage en technische expertise te leveren. Ondanks internationale druk wees Kabila het voorstel van de hand. De kernreactor en het nucleair materiaal hadden volgens de Congolese autoriteiten een “strategische waarde”, die het land vroeg of laat van pas kon komen. Volgens de laatste berichten heeft Congo zelfs plannen om de reactor opnieuw op te starten.

Monseigneur Gillon heeft de totale ondergang van zijn geesteskind niet moeten meemaken. Hij overleed in 1998.

 

Congo (Foto: Greg, CC, flickr)

 

BRONNEN
* “Geleerd in de tropen: Leuven, Congo & de wetenschap, 1885-1960”, Ruben Mantels, Universitaire Pers Leuven, 2007
* “La mangeuse de cuivre. La saga de l’Union Minière du Haut-Katanga, 1906-1966”, Fernand Lekime, Editions Didier Hatier, Bruxelles, 1992
* “Leuven aan de Zaïre. Het koloniaal verleden van de universiteit”, Veto, 2809
* “Un demi-siècle de nucléaire en Belgique”, Belgian Nuclear Society, Presses Interuniversitaires Européennes, Bruxelles, 1994
* “Spies in the Congo. The Race for the Ore that Built the Atomic Bomb”, Susan Williams, Hurst & Company, London, 2016
* “Chief of Station, Congo. A Memoir of 1960-67”, Larry Devlin, PublicAffairs/Perseus Books Group, New York, 2007

 

Auteur: Georges Timmerman

Werkte vijftien jaar als freelancer voor onder meer Knack, Trends, VRT-radio, Belgian Business Magazine en Markant. Van 1992 tot 2009 redacteur bij De Morgen. Verzorgde de economische, politieke en algemene berichtgeving. Gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek, fraude- en corruptiezaken, georganiseerde misdaad en inlichtingendiensten. Was bij De Morgen voorzitter van de redactieraad en leidde de personeelsdelegatie tijdens het collectief ontslag 2009.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books