Kamerleden jagen op vergoedingen collaborateurs

 Leestijd: 4 minuten3

Zeven Kamerleden trekken halverwege juni naar Berlijn in de hoop meer zicht te krijgen op de problematiek van Duitse ‘invaliditeitsvergoedingen’ die nog steeds uitgekeerd worden aan gewezen collaborateurs of hun nabestaanden. Volgens de Duitse ambassade zijn er momenteel nog 22 Belgische dossiers lopende.

Wie tijdens de Tweede Wereldoorlog het nationaal-socialisme met hand- en spandiensten steunde, werd nadien in alle bezette landen vervolgd.

UPDATE De kamercommissie Buitenlandse Zaken buigt zich dinsdag 19 februari over een resolutie van DéFi en PS waarin de wordt regering opgeroepen om het probleem dringend diplomatiek aan te pakken. De indieners vragen een billijke fiscale en sociale regeling.

Nog voor de wetgeving op punt stond rond herstelpensioenen en vergoedingen voor burgers die schade opliepen tijdens de oorlog, werden in 1945 al personen uitgesloten die zich schuldig maakten aan ‘misdrijven tegen de veiligheid van de Staat’. En daaronder vielen ook zij die vrijwillig legerdienst liepen bij de bezetter. Het hele juridisch kader beschreef historicus Koen Aerts (UGent) in zijn boek ‘Repressie zonder maat of einde?’ (2014):

Voormalige leden van de Wehrmacht of de Waffen SS die binnen een militaire context een invaliditeit van minstens 25% hadden opgelopen, ongeacht hun nationaliteit, konden op basis van het ‘Bundesversorgungsgesetz’ van 20 december 1950, gewijzigd op 2 januari 1982, aanspraak maken op een Duits pensioen voor oorlogsinvaliden.

Leden van de Allgemeine SS, de Totenkopfverbände, de bewakers van concentratiekampen en personen die zich schuldig hadden gemaakt aan misdaden tegen de mensheid of misdaden tegen de Duitse wetgeving, bleven daarvan verstoken.

Eind 1997 ontvingen 308 personen in Belgie nog zo’n pensioen, waarvan 171 op basis van de persoonlijke invaliditeit en 137 als rechthebbenden van personen die een invaliditeit hadden opgelopen.

 

Twintig jaar geleden kloeg voormalig sp.a-politicus Fred Erdman de problematiek voor het eerst aan, maar het systeem bleef gehuld in wazigheid.

Tot ‘Groupe Memoire-Herinnering’, een vereniging van geëngageerde burgers en overlevenden van concentratie- en vernietigingskampen, de aandacht vestigde op het probleem. Vier Kamerleden eisten in 2016  de stopzetting van uitbetalingen en lieten daarover een resolutie stemmen.

“De situatie roept niet alleen morele bezwaren op, bovendien is het voor de Belgische fiscus onmogelijk die inkomsten van voormalige collaborateurs te belasten”, klonk het.

Hitlerdecreten

‘Germaanse’ en Vlaamse leden van de Waffen SS konden vanaf 1941 dezelfde rechten krijgen als Duitsers, inclusief de nationaliteit, zo besliste Hitler bij decreet. Vanaf 1943 gold dat ook voor de Waalse leden van de Waffen SS. Van dat bewuste Hitlerdecreet dat de toekenning regelde, verschenen de uitvoeringsbesluiten pas in 1955.

Die decreten werden door de geallieerden geannuleerd tijdens de Conferentie van Potsdam in 1945, maar door de Bondsrepubliek niet toegepast. Dat is de reden waarom collaborateurs, zelfs al werden ze nadien veroordeeld in ons land, de afgelopen decennia aanspraak bleven maken op uitkeringen van de Duitse regering.

Over de problematiek van de zogenaamde ‘invaliditeitsvergoedingen’ bestaat, op het werk van Alvin De Coninck en ‘Groupe Memoire-Herinnering’ na, weinig onderzoek. Zelfs Cegesoma zegt daarover geen expertise in huis te hebben.

Collaboratiepers

Via de na-oorlogse collaboratiepers, in tijdschriften als ‘Berkenkruis’ en ‘Broederband’, werden collaborateurs goed geïnformeerd over hun pensioen- en andere rechten.

En daarbij werd zonder schroom gewezen op het belang van een gevangenisattest.

Wie in ons land voor collaboratie veroordeeld werd, kon die celstraf immers laten optellen bij de ‘dienstjaren’ in Duitsland.

Gezondheidsschade

De kwestie leidde in de lente van 2017 tot een hoorzitting de kamer, waarbij ook de Duitse ambassadeur in ons land het woord nam. Ambassadeur Rüdiger Lüdeking verklaarde dat de pensioenen betaald worden op basis van een federale wet die de sociale bijstand aan oorlogsslachtoffers regelt, ook als die geen Duits staatsburger zijn.

De situatie roept niet alleen morele bezwaren op, bovendien is het voor de Belgische fiscus onmogelijk die inkomsten van voormalige collaborateurs te belasten

Wel moesten de collaborateurs aantonen dat ze gezondheidsschade hadden geleden door hun activiteiten in de Duitse Wehrmacht of een “vergelijkbare militaire dienst”, herhaalt ambassadeur Lüdeking aan Apache.

“Dat betekent dat het niet is omdat iemand zou hebben samengewerkt met het Duitse leger, dat zij automatisch recht hebben op een pensioen”, zei Lüdeking. “Kortom, het gaat dus niet om pensioenen die zouden worden betaald voor samenwerking.”

Bovendien, zegt de ambassadeur, wordt de toeslag niet betaald aan personen die misdaden tegen de mensheid begingen. Wie als SS-er geregistreerd stond, werd grondig onderzocht. Geen enkele van de uitbetalingen aan België leidde tot een weigering. Over welke mensen een uitkering krijgen, kan Duitsland omwille van privacy-redenen niet dieper ingaan.

“De ambassadeur vergat erbij te vertellen dat dit onderzoek gevoerd werd door het Ministerie van Sociale Zaken van de uitbetalende deelstaat (Noordrijn-Westfalen)”, reageert Alvin De Coninck, die samen met de burgerbeweging Groupe Memoire-Herinnering de zaak ter harte neemt. “Bij dit onderzoek was er geen enkele juridische autoriteit betrokken. Dit werd mij bevestigd tijdens mijn onderhoud in juni met onderzoeksrechter Jen Rommel bij de Onderzoeksrechtbank van Ludwigsburg”

Deconinck hekelt voorts dat de uitbetalingen in schril contrast staan met de vergoedingen voor dwangarbeiders, die pas rond de eeuwwisseling geregeld werden. Boven belastte Duitsland dergelijke vergoedingen in 2011 met een naheffing van 17%. Dat leidde tot protest bij slachtoffers, waarbij ook de regering zich aansloot. Uiteindelijk werd de beslissing terug ingetrokken.

Werkbezoek

Na wat gehakketak binnen de commissie Buitenlandse Betrekkingen, gaven de voorzitters van de Kamercommissies uiteindelijk het fiat om een delegatie naar Berlijn te sturen.  Afgezien van Kamerlid Jean-Jacques Flahaut (MR), nemen alleen kamerleden uit de oppositie deel aan het werkbezoek. Het gaat om Alain Top (sp.a), Stéphane Crusnière (PS), Jean-Jacques Flahaut (MR), Wouter Devriendt (Groen) en Michel de Lamotte (cdH). De delegatie wordt geleid door Dirk Van der Maelen (sp.a), voorzitter van de commissie Buitenlandse Betrekkingen.

De kamerleden gaan er in debat met leden van de Duitsland-Benelux-vriendschapsgroep in de Bundestag. Aan dat gesprek nemen onder meer afgevaardigden van CDU/CSU, SPD, AfD en FDP deel. Ook is er een ontmoeting met vertegenwoordigers van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken.

“We zullen proberen in de actuele dossiers stappen te zetten zodat er afstand gedaan kan worden van rechten die opgebouwd werden door naar ons inzien foute beslissingen”, zegt kamerlid Alain Top (sp.a).

“Het gaat hier om een onrechtvaardigheid ten opzichte van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Als er afstand genomen werd van alle feiten die toen gepleegd zijn, dan moet dat ook in de wetgeving doorgetrokken worden. Collaborateurs bouwden meer rechten op dan slachtoffers. Die moesten ook jaren vechten om erkenning en een vergoeding.”

Top: ‘Het gaat hier om een onrechtvaardigheid ten opzichte van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog’

Of er veel opheldering komt, valt nog af te wachten. De aankondiging van het bezoek leidde begin juni nog tot een vraag van de linkse partij ‘Die Linke’ in de Bundestag.

Staatssecretaris Anette Kramme (SPD) liet toen optekenen dat er geen wetenschappelijk onderzoek of financiering rond het systeem van vergoedingen zal komen.

Wel benadrukte de Staatssecretaris aan Ulla Jelpke (Die Linke) dat de vergoedingen (Bundesversorgungsgesetz) nog altijd ingetrokken kunnen worden als blijkt dat de betrokken zich schuldig maakten aan ‘misdaden tegen de mensheid’.

Fiscus ?

De Staat kent geen namen, noch bedragen van begunstigden, en kan die inkomsten dan ook niet belasten. Nochtans verplicht de Europese wetgeving sinds 2014 dat lidstaten elkaar informeren over de pensioenen die ze uitkeren.

De Duitse ambassadeur in ons land wijst er op dat schadevergoedingsbetalingen enkel belastbaar zijn in de ‘verdragsluitende staat die hen verdeelt’, bij de bron in Duitsland dus. Maar, omdat het niet om ‘ouderdomspensioenen’ gaat, worden de tegemoetkomingen niet belast door de Bondsrepubliek.

Bovendien moet zelfs informatie van militaire pensioenen niet met de lidstaten gedeeld worden. De Europese verplichting geldt enkel voor burgerlijke pensioenen, zo bleek uit een antwoord van Eurocommissaris Marianne Thyssen (CD&V) aan Europarlementslid Marc Tarabella (sp.a).

De inkomsten zouden bij het progressief (globaal) inkomen in België geteld moeten worden. Dat is nooit gebeurd, in tegenstelling tot de inkomsten van dwangarbeiders, aldus nog de burgerbeweging.

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books