‘Fair fashion gaat al lang niet meer over geitenwollensokken’

 Leestijd: 5 minuten1

In Gent werkt iemand voltijds om eerlijke handel te promoten. Schone kleren, kledij die in goede arbeidsomstandigheden en met beperkte milieu-impact wordt gemaakt, is hier een belangrijk onderdeel van. Ook het aankoopbeleid van de stad en de aanbestedingen worden gescreend. Dat maakt Gent zowel nationaal als internationaal een voortrekker wat betreft eerlijk textiel.

Toen in 2013 het Rana Plazagebouw in Bangladesh instortte en 1.134 mensen om het leven kwamen, was de wereld in shock. Niemand kon nog langer negeren dat de rechten van arbeiders in ontwikkelingslanden worden geschonden om de ontembare vraag van het westen naar steeds meer en goedkopere kledij in te lossen.

Ook het Gentse stadsbestuur stak een tandje bij en besloot iemand de opdracht te geven om zowel textielhandelaren als consumenten te sensibiliseren voor eerlijke, schone kledij. Een samenwerking met Oxfam werd opgezet onder de noemen ‘Gent Fair Trade’. Stad Gent zorgde voor de werkingsmiddelen.

Gent als voortrekker

Jonathan Janssens stippelt voor de stad acties uit en organiseert evenementen. Zo vindt vanavond de vijfde editie van Fair Fashion Talk plaats in het textielmuseum MIAT. Zo’n vijftig ondernemers en leden van het middenveld gaan er in gesprek over eerlijk textiel.

Daarnaast kun je in Gent ook een uitgestippelde wandeling langs eerlijke winkels volgen en jaarlijks naar het welbekende Fair Fashion Fest gaan. Dat laatste trok vorig jaar 3.500 bezoekers en vindt dit jaar plaats op 29 april.

Gent speelt een pioniersrol inzake eerlijk textiel. “Wat we doen lijkt soms klein en charmant maar voor veel steden, ook grotere, is dit echt vergaand”, aldus Janssens. “Dat komt doordat er een duidelijk lijn zit in de acties, een visie die we al jaren hanteren.”

Wat is eerlijke kledij?

Schone kleren gaan lang mee, worden in goeie arbeidsomstandigheden en met een beperkte impact op het milieu geproduceerd. Een consument laat de kleren niet in de kast liggen en wast ze zo min mogelijk.

Labels die schone kleren maken, pleiten voor slow fashion en willen een alternatief bieden voor de supermarktkledij en ketens zoals Primark, H&M en Zara. Daar kopen consumenten erg goedkope kledij die niet kwalitatief is en bijgevolg sneller wordt weggegooid.

Die kleren van mindere kwaliteit komen vaak terecht bij goede doelen en bijgevolg in derdewereldlanden. Lokale kleermakers kunnen niet concurreren tegen de dumpingprijzen waaraan deze stuks worden verkocht. Bovendien worden de beste stuks eruit gehaald en belandt de rest op de afvalberg.

Momenteel is het moeilijk om kledij te vinden die over de hele lijn ‘eerlijk’ is. Wel doen heel wat merken grote inspanningen om zo eerlijk mogelijk te zijn. Aan het maken van textiel komen heel wat schakels te pas. Zo moeten landbouwers ecologisch en onder goeie arbeidsomstandigheden werken, net zoals de confectieateliers en transporteurs. Het is erg moeilijk voor een merk om aan alle criteria te voldoen.

 

De Schone Kleren Campagne berekende dat van een t-shirt dat 29 euro kost in de winkel slechts 18 cent of 0,6% gaat naar degene die het kledingstuk maakte:

Practice what you preach

Gent heeft niet alleen iemand die zich richt op het externe luik van schone kleren, de stad wil ook eerlijk zijn in haar eigen aankoopbeleid. De stad koopt jaarlijks heel wat spullen aan voor de verschillende stadsdiensten, en schrijft ook een hele vracht aan aanbestedingen uit. Wie eerlijke handel wil promoten bij zijn inwoners, moet zelf ook het goede voorbeeld tonen.

Dat leerde het stadsbestuur the hard way. Toen in 2015 de Korenmarkt  het centraal punt van de stad – werd heraangelegd, bleek de natuursteen te komen uit steengroeves in India waar de rechten van arbeiders worden geschonden. Ook het eigen aankoopbeleid en de aanbestedingen moet beter gescreend worden, was het besluit.

Duurzaam aankoopbeleid

Christophe Ramont kijkt toe dat de aankopen en aanbestedingen van de stad gebeuren met het oog op eerlijk textiel. Denk maar aan de werkkledij voor de groendienst of het linnen voor het OCMW.

“Wij zien toe op de arbeidsomstandigheden waaronder de spullen worden gemaakt, maar anderen screenen ook de impact op het milieu. Liefst moeten de producten zo dicht mogelijk bij Gent worden gemaakt om het transport te beperken. We kunnen dan wel alles controleren, voor een leverancier is het vandaag soms erg moeilijk om aan alle criteria te voldoen”, zegt Ramont.

Christophe Ramont en Jonathan Janssens (Foto: Apache (c) Kaja Verbeke)

Daarom kiest Gent voor een andere aanpak. Een leverancier mag nog werk aan de winkel hebben, de bedoeling is dat het bedrijf samen met Stad Gent stappen zet naar een transparante productieketen en zijn productieproces gaandeweg wijzigt.

“Een groot verschil met vroeger en met andere steden is dat we nu voor het eerst in het contract opnemen dat we de samenwerking met een bedrijf vroegtijdig kunnen stopzetten als het bedrijf geen vooruitgang boekt qua duurzaamheid. Vroeger moest een leverancier voldoen aan een aantal criteria en gold een overeenkomst voor vijf of zes jaar. Nu verwachten we meer van hen”, aldus Ramont.

Het aankoopbeleid van de stad is zo vooruitstrevend dat nu ook andere steden het voorbeeld willen volgen. “We krijgen de vraag om het traject naar het Engels te vertalen en het open te stellen voor andere steden”, aldus Janssens. Onder andere uit Zuid-Korea kwam interesse.

Groeimarge

Zowel Janssens als Ramont wijten de voortrekkersrol van Gent aan de jarenlange traditie van de stad om in te zetten op eerlijke handel. Gent is vanuit haar geschiedenis vervlochten met de textielindustrie en heeft heel wat progressieve inwoners waaronder een grote studentenpopulatie. Dat maakt dat de stad al meer dan twintig jaar, dus lang voor het Rana Plazadrama, inzet op fair trade.

Sowieso ligt het bewustzijn in Vlaanderen al heel hoog, merkt Ramont: “Er is een bredere beweging aan de gang waarbij mensen steeds bewuster consumeren. Maar in Gent hebben we een dankbaar publiek en ook het stadsbestuur vindt eerlijke handel van belang. De wisselwerking tussen die twee versterkt elkaar.”

Volgens Janssens stralen de inspanningen van Gent ook af op andere steden en zijn er nog heel wat groeimogelijkheden. “Ook in andere steden zou een campagne voor eerlijke kledij werken. In Mechelen houden ze al een fair fashion fest en andere steden volgen. We zitten zeker nog niet aan het verzadigingspunt wat betreft eerlijke mode.”

Deelnemers van Fair Fashion Fest (Foto: Gent Fair Trade (c) Jan Lietaert)

Stigma’s

Maar eerlijke kledij heeft nog af te rekenen met heel wat vooroordelen. Te duur, bijvoorbeeld. “Als je vergelijkt met de prijzen die je betaalt in ketens, is fair fashion duur, ja. Tegen dumpingprijzen zoals die van Primark valt niet te concurreren. Maar het kost evenveel als wat je betaalt in de andere winkels. Niet goedkoop, maar wel betaalbaar. Bovendien draag je de stukken ook langer, want de kwaliteit is beter,” aldus Ramont.

Een ander vooroordeel is dat de kledij ouderwets zou zijn. Ook dat klopt niet volgens Janssens: “Er bestaan intussen heel wat verschillende stijlen in schone kledij. De winkels die inzetten op schone kleren gaan de concurrentie aan met de fast fashion ketens. Het gaat al lang niet meer over geitenwollensokken. Integendeel, influencers op Instagram zijn sterk bezig met fair fashion. De Britse actrice Emma Watson laat zich maar al te graag fotograferen in de laatste fair fashion trend.”

Ene bamboe is de andere niet

De grootste uitdaging ligt volgens Janssens in de kennis die consumenten moeten hebben om te weten wat eerlijke kledij is. Je hoeft dan geen expert te zijn, maar het is noodzakelijk om je goed te informeren. “Je zou bijvoorbeeld kunnen denken goed te doen door bamboe sokken te kopen, maar er zijn verschillende types bamboe. Een daarvan is zogenaamde ‘bamboeviscose’, die niet ecologischer is dan andere viscose.”

Kritisch zijn is dus de boodschap. Grote ketens voelen immers ook de druk om duurzamer te worden en schermen met groene labels en mooie marketingverhalen, maar hun standaarden liggen vaak mijlenver van wat de kleinere merken aanbieden. Zeker is volgens Janssens wel dat niet enkel de consument een sturende factor is: “We hebben ook overheden, het middenveld en handelaren nodig want het is moeilijk diëten in een snoepwinkel.”

 

Tips voor een duurzame kleerkast:

  • Koop minder kledingstukken en koop bewust (Heb ik het nodig?)
  • Koop tijdloze en multifunctionele stukken (Is het combineerbaar met andere stuks? Is het bruikbaar bij verschillende gelegenheden?)
  • Koop tweedehands
  • Koop fair fashion (Vind hier en hier inspiratie.)
  • Wees kritisch en stel vragen aan de verkoper
  • Informeer jezelf (via bijvoorbeeld Labelinfo en Rank a Brand)
  • Sluit je aan bij Fashion Revolution en onderneem actie

Auteur: Kaja Verbeke

Kaja Verbeke volgde na haar Master Journalistiek aan de UGent de postgraduaat Internationale Researchjournalistiek van het Fonds Pascal Decroos. In 2015 werd haar reportage over de Mapuche-indianen uitgezonden in het programma Vranckx (Canvas), en trok ze langs verschillende steden met een bijhorende foto-expositie.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books