België opent drie hulpcentra voor slachtoffers seksueel geweld

20 oktober 2017 kaja verbeke
pexels-photo-551588
(Foto: Pexels (c) Kat Jayne)

Het is eindelijk zover. België opent drie multidisciplinaire centra voor wie het slachtoffer is van seksueel geweld. Mannen en vrouwen moeten dan niet meer én naar de politie én naar verschillende afdelingen in het ziekenhuis.

Onder hetzelfde dak kunnen ze terecht bij gespecialiseerde hulpverleners en agenten voor zowel medische, forensische als psychosociale zorg. Wie klacht wil indienen kan dat ter plekke doen, en er is ook nazorg voorzien.

De nieuwe centra in Brussel, Gent en Luik dienen als proefprojecten. Binnen een jaar wordt de huidige werkwijze geëvalueerd en eventueel aangepast, en beslist de overheid of er meer centra komen.

pexels-photo-551588
(Foto: Pexels (c) Kat Jayne)

Stijging in aangiftes

Dergelijke referentiecentra bestaan al langer in andere landen, zoals in Engeland en Nederland. Hun resultaten tonen aan dat slachtoffers van seksueel geweld sneller herstellen. Bovendien blijft hun gezondheid op termijn stabieler en hebben ze minder kans om in de toekomst hetzelfde mee te maken. In de hulpcentra vinden slachtoffers dus zowel zorg als preventie.

Ook het aantal aangiftes stijgt door de aanpak gevoelig. Bij de opening van dergelijke centra tekende Nederland een stijging op van 40%. Dat komt doordat slachtoffers correct en duidelijk worden geïnformeerd en de tijd krijgen om een beslissing te maken. Ook de lange nazorg zorgt ervoor dat meer mensen aangifte doen.

Door de centra herstellen slachtoffers sneller en ze hebben minder kans om later hetzelfde mee te maken

In België doet naar schatting maar één op de tien slachtoffers van seksueel geweld aangifte. Die cijfers zouden dus binnenkort sterk kunnen stijgen.

Ruime samenwerking

België neemt het model uit Engeland of Nederland niet klakkeloos over. Welke aanpassingen werden gedaan wordt duidelijk op 9 november, wanneer de centra officieel worden voorgesteld. Het kabinet van staatssecretaris voor Gelijke Kansen Zuhal Demir (N-VA) wilde het nieuws rond de opstart van de centra niet bevestigen.

Dat de referentiecentra er zouden komen was zeker, maar niemand wist wanneer. In 2015 kondigde toenmalig staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) een haalbaarheidsstudie aan. Die liep van september 2015 tot december 2016. Daarna startte het International Centre for Reproductive Health (ICRH) van de universiteit van Gent met het ontwikkelen van de centra. Momenteel wordt het personeel nog opgeleid.

De universiteit van Gent coördineert het project in opdracht van het kabinet van Demir. Maar de opstart van de centra is een ruime samenwerking van heel wat organisaties en diensten op het niveau van verschillende ministers, parketten, de politie en zorgsector.

In Nederland doen slachtoffers 40% meer aangifte sinds de opening van de referentiecentra

Betere pv's

Het is cruciaal dat België dergelijke referentiecentra krijgt, stelt Liesbeth Kennes, medewerkster seksueel grensoverschrijdend gedrag bij CAW Oost-Brabant en zelf slachtoffer geweest. Want nu hangt het lot van een slachtoffer te veel af van welke agent en hulpverlener die voor zich krijgt, en welke magistraat beslist wat er met de aangifte moet gebeuren.

"Weinig agenten krijgen een specifieke opleiding om met slachtoffers van seksueel geweld om te gaan. Dat zien we aan de wisselende kwaliteit van het verhoor en de pv's. Gespecialiseerde agenten kunnen dat verbeteren, wat de kans op een veroordeling en dus meer aangiftes vergroot", aldus Kennes.

Ook de zorgverleners in ziekenhuizen zijn niet altijd opgeleid om de juiste zorg te bieden. "Ze weten bijvoorbeeld vaak niet dat het voor een slachtoffer belangrijk is om voor elke stap van het onderzoek toestemming te vragen. Als je wordt verkracht, verlies je alle zelfbeschikking. Elke beslissing over je eigen lichaam is op dat moment bevorderend voor het herstel."

Gecoördineerde aanpak

Kennes: "Soms moet een slachtoffer uren wachten in het ziekenhuis zonder eten of drinken"

Dat slachtoffers meteen weten waar ze terecht kunnen en alle hulp op één plek vinden, zal ook een stap vooruit zijn. "Nu moet een slachtoffer eerst naar de politie om verhoord te worden. Daarna beslist het parket welke onderzoeksmaatregelen moeten gebeuren", legt Kennes uit. "Vervolgens moet het slachtoffer naar een ziekenhuis voor verzorging en het sporenonderzoek."

Daar moet zij/hij vaak nog eens wachten, wat uren kan duren. "Intussen mag je niets drinken of eten, geen handen schudden en niet douchen om de sporen niet te beïnvloeden of verpesten. Dat maakt alles erger", zegt Kennes. "Een gecoördineerde aanpak door specialisten waardoor slachtoffers maar één keer hun verhaal moeten doen, zal een grote verbetering zijn."

LEES OOK