Catalonië na het referendum

 Leestijd: 9 minuten

3

Van zodra er wat spaak loopt in België is er altijd wel iemand die op een maar al te makkelijke manier verwijst naar de surrealistische ‘aard’ van het land, waarbij een grote traditie pijnlijk genoeg herleid wordt tot die enkele naam: René Magritte. Deze overigens uitermate betwistbare verklaring voor chaos en onheil kan op een even luie en oppervlakkige wijze vlotjes toegepast worden op Spanje (Luis Buñuel)… en Catalonië (Joan Miró, Salvador Dalí).

Het schoot me te binnen toen ik in de vooravond van 1 oktober de verklaring van Spaans minister-president Mariano Rajoy beluisterde. Volgens hem had er geen referendum plaatsgevonden en handelden de Spaanse ordediensten correct: ze verdedigden immers de legaliteit vervat in de grondwet.Maar de internationale opinie zag wel dat Guardia Civil en Policía Nacional op soms uitermate brutale wijze tekeer gingen tegen vreedzame mensen die behalve een stembrief over geen andere wapens beschikten. In de pers was de discrepantie ook aanzienlijk. Grote dagbladen als El País, El Mundo, ABC, La Razón focusten met hun online-edities in de vroege avond van 1 oktober – en na een 800 à 900 gewonden – op het onderzoek dat zes rechters intussen hadden geopend tegen leden van de Mossos d’Esquadra, de Catalaanse politie, die niet zouden zijn opgetreden om de stembusgang te verhinderen. Het willekeurige geweld in en aan de stemlokalen werd omschreven als ‘incidenten’. De internationale pers had iets anders weerhouden: het Spaanse politiegeweld was massaal, buitenproportioneel, had helemaal niet gehoeven, een EU-lidstaat onwaardig, klonk het zelfs hier en daar.

Dit artikel is enkel toegankelijk voor leden