Meer jobs, maar hoeveel mensen werken er nu echt?

 Leestijd: 5 minuten5

Een dalende werkloosheid, een stijgende werkzaamheidsgraad: verschillende indicatoren geven aan dat de Belg weer volop aan het werk is. Na een kritische blik op de wirwar van percentages en indicatoren blijven we echter met één vraag zitten: hoeveel mensen werken er nu echt?

We zijn weer optimistisch over de Belgische arbeidsmarkt. De werkloosheid is het sterkst gedaald sinds 2011, volgens sommigen is Vlaanderen een Europese ‘topregio’ op het gebied van werkgelegenheid, en de werkzaamheidsgraad in ons land staat op het een na hoogste niveau ooit.

Dat er steeds meer mensen economisch bijdragen, is relevant voor het debat over de betaalbaarheid van sociale voorzieningen. Hoeveel van de 11,3 miljoen Belgen zijn er nu daadwerkelijk aan het werk?

Het blijkt nog niet zo simpel om daar achter te komen.

Werkloosheidsgraad

Een veelvoorkomende indicator voor ‘hoe het gaat met de arbeidsmarkt’ is de werkloosheidsgraad. Eind vorige maand berichtte onder andere De Tijd trots dat Vlaanderen Europese ‘koploper’ was in het hebben van een lage werkloosheid. België eindigde ‘in de middenmoot’, maar wist toch een daling van meer dan een half procentpunt te bewerkstelligen.

Men zou denken dat een lage werkloosheid betekent dat er weinig mensen zonder werk zitten en er dus veel mensen wél werken. Maar dat blijkt niet zo te zijn.

Het werkloosheidscijfer is het aandeel werkzoekenden in de ‘beroepsbevolking’

Met de werkloosheidsgraad wordt het aandeel werkzoekenden binnen de beroepsbevolking (het deel van de bevolking dat ofwel werk heeft, of ernaar op zoek is) bedoeld. Mensen die niet officieel op zoek zijn naar werk — bijvoorbeeld omdat ze het solliciteren hebben opgegeven of omdat ze voor familieleden zorgen — worden er niet in meegeteld.

De groep niet-werkzoekende werklozen wordt ook wel de economisch inactieve bevolking genoemd. Wanneer veel werklozen stoppen met het zoeken naar werk, en dus niet meer actief zijn op de arbeidsmarkt, kan dat zorgen voor een daling in de werkloosheidsgraad.

De werkzaamheidsgraad geeft aan welk deel van de bevolking van 20 t/m 64 jaar daadwerkelijk een baan heeft

Een dalende werkloosheid hoeft dus niet te betekenen dat er meer mensen werk hebben. De werkzaamheidsgraad, waar De Tijd ook over berichtte, is een betere indicator voor het aandeel werkende Belgen.

Werkzaamheidsgraad

Met de werkzaamheidsgraad wordt het percentage werkenden bedoeld binnen de leeftijdscategorie 20 t/m 64 jaar. In bovenstaand diagram is dat dus de verhouding tussen het zwarte vlak en de volledige balk. De economisch inactieven worden in dit cijfer wel meegenomen.

De werkzaamheidsgraad wordt over het algemeen gebruikt om te beoordelen in welke mate de bevolking bijdraagt aan de lasten van de samenleving. Dit vanuit het idee dat werkenden via de sociale zekerheid en het belastingstelsel bijdragen aan het levensonderhoud van de niet-werkende bevolking. Als de werkzaamheidsgraad te laag is, komen de lasten van de niet-werkenden op de schouders van een te kleine groep werkenden, waardoor het systeem instabiel wordt.

Over de werkzaamheidsgraad (zie de grafiek hierboven) meldde De Tijd dat deze op het op een na hoogste punt ooit staat. Dat klopt: alleen in 2008 was hij hoger.

We kunnen helaas niet concluderen dat de Belgische bevolking ook daadwerkelijk op zijn op een na werkzaamst ooit is, want ook de werkzaamheidsgraad geeft geen volledig beeld van de activiteit van de bevolking. Zij die jonger zijn dan 20 jaar, of ouder dan 64, worden in dit cijfer niet meegerekend. En in een tijd van vergrijzing met steeds meer gepensioneerden, is die leeftijdsgroep significant. De werkzaamheidsgraad kan dan wel stijgen; als de groep niet-werkende 65-plussers ook meestijgt is die winst snel tenietgedaan.

Volledige werkzaamheidsgraad

Van alle arbeidsmarktindicatoren geeft er geen enkele aan wat het aandeel werkenden van de totale bevolking is. Zo’n percentage wordt door de statistische bureaus niet berekend, maar is vrij eenvoudig te herleiden uit de informatie van de Sociale Zekerheid. Laten we het de volledige werkzaamheidsgraad noemen.

Waar de reguliere werkzaamheidsgraad alleen de leeftijdscategorie 20–64 betrof:

…neemt de volledige werkzaamheidsgraad ook de mensen jonger dan 20 en de 65-plussers op in de verhouding werkenden/niet werkenden:

De onderverdeling van de volledige bevolking in werkenden en drie soorten niet-werkenden

Om de volledige werkzaamheidsgraad te berekenen hoeven we alleen het aantal mensen in het bovenstaande zwarte vlak, de werkenden, te delen door het totale aantal inwoners (de volledige balk). Zo komen we tot het percentage van de bevolking dat effectief werkzaam is, zelfstandig of in loondienst, en zo een economische bijdrage levert aan de verzorgingsstaat.

De werkzaamheidsgraad over de volledige bevolking is logischerwijs een stuk lager dan die binnen de leeftijdscategorie 20–64 jaar; de meeste mensen jonger dan 20 en de meeste 65-plussers zijn niet economisch actief. In het tweede kwartaal van 2016 werkte zo’n 41,8 procent van de totale bevolking, terwijl de ‘reguliere’ werkzaamheidsgraad ruim boven de 65 procent lag.

Een minder actieve bevolking dan gedacht

De stijgingen en dalingen van de volledige werkzaamheidsgraad en de reguliere werkzaamheidsgraad zijn over de jaren heen redelijk gelijk: een piek net voor de crisis in 2008, een klein piekje in 2011 en een dal rond 2013–2014. De laatste jaren is de volledige werkzaamheidsgraad net als zijn leeftijdsbeperkte tegenhanger weer aan de stijgende hand.

Een belangrijk verschil tussen de twee is wel dat de stijging van de volledige werkzaamheidsgraad, vooral de laatste vijf jaar, een stuk minder hard gaat.

Waar de reguliere werkzaamheidsgraad nu al op het hoogste niveau is sinds 2008, komt de volledige werkzaamheidsgraad wat moeizamer uit het dal. Het piekje van 2011 is nog niet eens overtroffen. Dat komt door het steeds grotere aandeel ouderen. De groep niet-werkende 65-plussers die wél meegerekend wordt in de volledige werkzaamheidsgraad en niet in de reguliere, wordt alsmaar groter. Dat zorgt ervoor dat de stijging gedrukt wordt.

De afgelopen vijf jaar is het aantal mensen dat ouder is dan 64 gestegen van 17,1 naar 18,3 procent. Dat lijkt niet veel, maar in de werkzaamheidscijfers, waar de verschillen per jaar meestal maar fracties van procentpunten zijn, kan het een significant verschil maken.

De flexibilisering weerspiegeld

Bij het opstellen van de werkzaamheidsgraad over de volledige bevolking vielen er nog een aantal andere zaken op. Zo is het aandeel mensen in loondienst nog maar mondjesmaat terug aan het stijgen, terwijl het percentage zelfstandigen in hoofdberoep sinds de crisis non-stop is blijven stijgen.

De stijging van de werkzaamheidsgraad is de afgelopen paar jaar dus vooral te danken aan een steeds snellere stijging in het aantal zelfstandigen:

Weten we het nu dan?

Het is goed om eens duidelijkheid te krijgen over wie er nu via arbeid economisch bijdraagt aan de samenleving, en wie niet. Maar volgens Bart Verhaeghe, beleidscoördinator bij de Verenigde Verenigingen, is ons beeld nog altijd vertekend.

Door alleen de mensen met een betaalde job mee te rekenen, missen we een belangrijke groep. Vrijwilligerswerk bij sportverenigingen, onbetaalde zorg voor familie, onbetaalde medewerkers in de culturele sector, het zijn allemaal voorbeelden van werk dat zelfs in die volledige werkzaamheidsgraad niet wordt meegerekend, aldus Verhaeghe. Dit terwijl volgens een onderzoek van de Nationale Bank in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting 5,5 procent van het Bruto Nationaal Product door verenigingen wordt gecreëerd die niet zonder een leger vrijwilligers kunnen.

En dan heb je nog de minder exact meetbare waarde die het vrijwilligersleven creëert voor de mensen die er actief zijn. Verhaeghe: “Verenigingen zorgen voor een betere sociale cohesie. Mensen die er als vrijwilliger actief zijn, zijn aantoonbaar beter geïnformeerd, beter gewapend tegen desinformatie. Verenigingen geven mensen een stem en zorgen voor een meer actief burgerschap.”

Onze nieuw bedachte volledige werkzaamheidsgraad blijkt dus ook niet zo volledig als gedacht. Het wordt zo wel erg lastig te meten hoeveel er in België gewerkt wordt. De werkzaamheid van mensen in gestandaardiseerde cijfers uitdrukken lijkt haast een heilloze weg. Ive Marx, professor sociaal-economische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, weerspreekt dat, al erkent hij dat geen cijfer echt representatief kan zijn voor de werkzaamheid van de bevolking: “Je hebt nu eenmaal gestandaardiseerde meetconventies nodig om bijvoorbeeld verschillende landen met elkaar te vergelijken.”

De autoriteit van cijfers

Wouter Vanderbiesen, wetenschappelijk medewerker bij het Steunpunt Werk, geeft aan dat de arbeidsmarkt-indicatoren dan ook voortdurend aan ontwikkeling onderhevig zijn, al naar gelang de maatschappij verandert. De cijfers lopen dus eigenlijk continu achter de feiten en ons idee van ‘bijdragen’ aan. “Vroeger was je in België en veel andere Europese landen nog maar leerplichtig tot je 16e levensjaar,” aldus Vanderbiesen, “toen werd de werkzaamheidsgraad berekend op basis van de leeftijdscategorie 15–64 jaar. Pas sinds een paar jaar zijn we overgestapt op 20–64.”

Eigenlijk vreemd dat in het debat over de toekomst van de verzorgingsstaat zo’n grote autoriteit wordt toegekend aan de kale cijfers.

Om de ‘reguliere’ werkzaamheidsgraad te verhogen zijn voorstellen gedaan om 50-plussers, langdurig zieken en ‘arbeidsgeschikte’ invaliden te activeren om weer economisch werkzaam te worden. Tegelijkertijd wordt bespaard op verenigingen die een minder harde economische bijdrage leveren. Misschien is dat terecht en nodig, en arbeidsmarktindicatoren kunnen een verhelderende rol spelen in het uitstippelen van een economische strategie. Maar die schijnzekerheid van de werkzaamheidsgraad blijkt, zonder de juiste context, evengoed juist een vertroebelende werking te kunnen hebben.

Auteur: Stef Arends

Stef Arends volgde de bachelor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven en de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Hij maakt verhalen met tekst en video, waarvan er een aantal te zien zijn op www.stefarends.com.

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books