Bart De Wever, voorzitter-voor-het-leven, blijft onvervangbaar

 Leestijd: 4 minuten2

Bart De Wever blijft voorzitter van N-VA. Dat heeft hij zelf beslist en verkondigd in een weekendinterview in De Tijd. Als hij in 2019 de partij naar de verkiezingen zal loodsen, zal hij precies 15 jaar op de troon zitten. Tegen de statuten van zijn partij in. Waarom vindt De Wever geen opvolger?

In 2004 werd Geert Bourgeois, de stichter-voorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie, minister in de Vlaamse regering. De toen 34-jarige Bart De Wever (die achter de schermen al bergen denkwerk had verricht) werd gevraagd om het roer over te nemen. Er was geen tegenkandidaat en De Wever won met een stalinistische score van 95 procent.

In 2008 werd zijn mandaat (ook weer zonder tegenkandidaat) verlengd na opnieuw een plebisciet van 98,76 procent. In 2011 herhaalde het scenario zich opnieuw. De Wever deed het toen nog beter met 99,35 procent.

In 2014 kreeg hij de nobele onbekende Geert Vertongen uit Diepenbeek tegenover zich. Het werd toch een sprekende overwinning met 90,76 procent. Of Vertongen ‘out of the blue’ kwam of discreet door de partijtop werd aangespoord om zijn kandidatuur te stellen, is nooit duidelijk geworden.

Bart De Wever le soir de l'élection communale, Anvers. (Photo: Julia M. Free, octobre 2012)
Bart De Wever (Foto: © Julia M. Free)

‘Illusie van onsterfelijkheid’

Het zou oneerlijk zijn om te beweren dat Bart De Wever koste wat het kost voorzitter van de N-VA wil blijven. Hij heeft in het verleden al vaker een troonopvolger naar voor geschoven. Eerst was er Peter De Roover, en daarna was Ben Weyts lang in de running. Ook Sander Loones en recent nog Theo Francken werden al eens klaargestoomd om op het schild te worden gehesen, maar ze bedankten zelf voor de eer.

In het interview in De Tijd waarin De Wever zaterdag zijn kandidatuur om zichzelf op te volgen aankondigde, klink het zo:

Ik dacht dat Theo Francken zou overnemen, net zoals ik dacht dat hij naar Leuven zou vertrekken om er de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te trekken. Ik heb daar met hem over gesproken, maar om uiteenlopende redenen zag hij geen van beide zitten.

In 2012 leek de machtsoverdracht een kwestie van tijd: “’Ten laatste in 2014 stop ik als partijvoorzitter,” zei De Wever toen aan Gazet van Antwerpen (…). Dat staat in marmer gekapt. Ik heb er dan 10 jaar opzitten. Langer zou nadelig zijn voor de partij. Ik heb al te veel politici ten onder zien gaan aan de illusie van onsterfelijkheid.”

‘Geen cadeau’

Bij elke voorzittersverkiezing (what’s in a name) van N-VA haalt De Wever hetzelfde argument boven: een verkiezingscampagne is niet het moment om een voorzitterswissel door te voeren. Daarom dat 2014 een ideaal moment was: vier jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen en vijf jaar voor de wetgevende en de Europese. In de periode daarvoor regende het verkiezingen én crisissen.

Maar dit keer gebruikt De Wever dus een ander argument: “Een opvolger nu laten starten en hem meteen de gemeenteraadsverkiezingen en de verkiezingen van 2019 laten absorberen, is geen cadeau. Als het goed loopt, is er niets aan de hand. Maar bij de minste achteruitgang wordt van die mens gezegd dat het toch De Wever niet is.”

Voor een democratische partij als de N-VA is het lastig om geleid te worden door een voorzitter die de partijstatuten keer op keer aan zijn laars lapt

Het lijkt erop dat De Wever een eventuele nederlaag wil incasseren om zijn opvolger niet meteen te besmetten. Dat staat dan wel haaks op de retoriek vol zelfvertrouwen van de voorzitter en zijn partijkopstukken. Zouden de opeenvolgende negatieve peilingen dan toch aan dat zelfvertrouwen geknaagd hebben?

Een conclusie ligt voor de hand: zoals Steve Stevaert ‘God’ was voor de Vlaamse socialisten in 2004 is Bart De Wever oppermachtig bij de N-VA. Hij is ook ‘incontournable’ (nog zo’n onvertaalbaar woord uit het Wetstraatees). Wie hem opvolgt, dreigt zich te verbranden. Het feit dat Bart De Wever stilaan ‘voorzitter-voor-het-leven’ van zijn partij is, heeft wellicht zelfs minder met zijn Wille zur Macht, dan met de faalangst van zijn partijgenoten te maken.

Tegen de statuten

Voor een democratische partij als de N-VA is het lastig om geleid te worden door een voorzitter die de partijstatuten aan zijn laars lapt. Zo stipuleert punt 4.2. van de statuten expliciet dat alle bestuursfuncties hernieuwbaar zijn. Maar:

het uitoefenen van de functie van voorzitter is in elk geval beperkt tot twee opeenvolgende begonnen bestuurstermijnen. Na twee opeenvolgende termijnen kan men voor de functie van voorzitter niet opnieuw kandideren, behalve na onderbreking van één bestuursperiode.

De Wever heeft telkens van de partij een uitzondering gekregen op deze bepaling, ook al staat er duidelijk in de statuten dat alleen aan afdelingsvoorzitters (en dus niet aan de nationale voorzitter) een uitzondering mag worden toegestaan.

Als De Wever in 2019 de verkiezingsstrijd zal ingaan als voorzitter, zal hij 15 jaar onafgebroken voorzitter zijn. Er is maar één partij in België die geleid wordt door een voorzitter met meer jaren op de teller: de PS van Elio Di Rupo. Die werd in 1999 gekozen en leidde de Franstalige socialisten tot 2011. Daarna liet hij zich vervangen om in 2014 opnieuw zijn intrek te nemen in de Keizerslaan. In totaal is Di Rupo dus langer voorzitter, maar hij deed het wel in twee schijven.

Vier voorzitters

Het Belgische politieke landschap zag er in 2004, toen De Wever voorzitter werd, helemaal anders uit. Yves Leterme had net het ‘geknakte riet’ van Stefaan De Clerck geërfd bij CD&V. Daarna volgden nog Jo Vandeurzen, Etienne Schouppe, Wouter Beke, Marianne Thyssen en opnieuw Wouter Beke.

Bij de SP.A had Steve Stevaert net de fakkel overgenomen van Patrick Janssens. Daarna volgenden Caroline Gennez (2x), Johan Vande Lanotte, Bruno Tobback en John Crombez.

Groen werd in 2004 geleid door Vera Dua die daarna werd opgevolgd door Mieke Vogels, Wouter Van Besien en Myrem Almaci.

En bij Open Vld volgde Bart Somers in 2004 Karel De Gucht op. Daarna volgden nog Guy Verhofstadt, Alexander De Croo en Gwendolyn Rutten.

Gemiddeld versleet een Vlaamse partij tussen 2004 en vandaag zo’n vier voorzitters. Bij N-VA was er al die tijd maar één. Het doet onwillekeurig denken aan het Vlaams Blok dat tussen 1978 en 1996 een voorzitter-voor-het-leven had. Karel Dillen werd wel nooit verkozen. Hij duidde wel zijn opvolger (Frank Vanhecke) zelf aan. Maar zelfs bij het autoritaire Vlaams Belang volgden er sinds 2004 drie voorzitters: Bruno Valkeniers, Gerold Annemans en Tom Van Grieken.

Gemiddeld versleet een Vlaamse partij tussen 2004 en vandaag zo’n vier voorzitters. Bij N-VA was er al die tijd maar één

Democratisch gehalte

Bart De Wever mag dan officieel verkozen zijn door de leden van zijn partij. Het feit dat er bijna nooit een tegenkandidaat was, doet vragen rijzen bij het interne democratische gehalte van de partij. In andere partijen wordt vaak hevig geknokt voor het voorzitterschap: Herman De Croo tegen Guy Verhofstadt, Caroline Gennez tegen Erik De Bruyn of zelfs Bart Somers die 22 procent aan Margriet Hermans moest laten.

Bitter is wel dat de Volksunie, de partij waarvan N-VA de erfgenaam is, destijds erg prat ging op zijn democratische structuur. Voorzittersverkiezingen bij de VU waren telkens een feest van de democratie, inclusief veel drama en emotie.

Het al dan niet hebben van een transparante, interne democratische structuur is in België geen criterium om partijfinanciering te ontvangen van de overheid. De wet van 1999 bepaalt alleen dat partijen het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens van 1950 moeten respecteren (een maatregel die het Vlaams Blok dwong om het 70-puntenplan te begraven). En ook al ligt de N-VA vaak onder vuur omwille van haar kritiek op een aantal artikelen in mensenrechtenverdragen over asiel en migratie, toch voldoet de partij nog steeds ruimschoots aan dat ultieme criterium.

In Duitsland bestaan er strengere regels. Daar bepaalt artikel 3 van de Grondwet dat een partij intern democratisch moet zijn georganiseerd. Het lijkt twijfelachtig dat een partij die geleid wordt door een voorzitter die zich al 15 jaar zonder (noemenswaardige) tegenkandidaat laat herverkiezen die test zou doorstaan. Maar België is Duitsland niet. Daar is Bart De Wever de laatste tijd zeker niet rouwig om.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books