Kom van de bank en scoor voor België, meneer De Wever

 Leestijd: 15 minuten9

Twee jaar geleden gingen de Belgen naar de stembus en vijf maanden later betrad de ‘Zweedse’ ploeg van Charles Michel het politieke speelveld. De topspits bleef vrijwillig op de bank zitten omdat hij vreesde dat hij te weinig zou kunnen scoren. In anderhalf jaar tijd heeft Michel I vooral own goals gemaakt. Bovendien levert die laffe spits van aan de zijlijn voortdurend kritiek op de eigen ploeg. Omdat hij niet gelooft in het spel?

Ooit had ik gezworen dat ik nooit voetbalmetaforen zou gebruiken in artikels over de Belgische politiek, maar het is de schuld van Open VLD-voorzitter Gwendolyn Rutten dat ik daar nu een uitzondering op maak. Zij vond dat N-VA-voorzitter Bart De Wever niet te veel commentaar vanop de zijlijn moest geven. “U zou het ook niet normaal vinden dat Marc Wilmots komt zeggen dat de Rode Duivels niet goed bezig zijn,” zei ze na de verschijning van Bart De Wever op De Afspraak. “Als de regering op één vlak tekortschiet, dan is het niet dat ze aan al die werven niet begonnen is. Maar de regering straalt geen collectieve ambitie uit, er is geen eensgezindheid en ze faalt in het schetsen van perspectief,” zei hij toen.

De Wever leek geschrokken van het gewicht dat er aan zijn woorden werd gegeven en verspreidde daags nadien een mededeling waarin hij zei dat hij volledig achter de regering-Michel stond. Een schaarse ‘communicatiefuckup’ van de N-VA-voorzitter die ongetwijfeld een woedend telefoontje (of sms-je?) van Charles Michel had gekregen.

Heeft De Wever iets verkeerds gezegd? Wie de actualiteit volgt, kan niet anders dan zijn woorden gematigd vinden. De kritiek die dezer dagen opstijgt uit de onderbuik van de CD&V is een pak striemender. De onvrede bij Open VLD blijft ook minder en minder binnenskamers. En wat Wouter Beke vorige week in Knack liet optekenen, leek wel op een tapijtbombardement tegen de N-VA. “De N-VA gebruikt grote woorden die bij een bepaald publiek goed klinken, maar die ons concreet geen stap verder brengen,” was nog de mildste uitspraak. Nog eentje? “Bovendien vind ik de N-VA geen volkspartij. (…) Een volkspartij is een partij die verbindt. Een volkspartij zet de mensen en groepen niet tegen elkaar op.”

Bart De Wever (Foto: Reporters (c) Eric Herchaft)

Bart De Wever (Foto: Reporters (c) Eric Herchaft)

Een gouden greep

De heftigheid waarmee De Wever door zijn ‘vrienden’ op zijn plaats gezet werd, heeft niet zozeer te maken met zijn analyse. Dat de Zweedse coalitie een ‘kibbelkabinet’ is (en datzelfde geldt ook voor de Vlaamse regering onder Geert Bourgeois) is een analyse die door iedereen in de Wetstraat wordt gedeeld, zowel bij meerderheid als oppositie. Alleen vinden zijn coalitiepartners dat het niet aan hém is om die kritiek te ventileren.

Bij CD&V zijn ze nog niet vergeten dat De Wever bij de regeringsonderhandelingen in 2014 weigerde om het premierschap te claimen. Daarmee zette hij de deur open voor Charles Michel en blokte hij onrechtstreeks het premierschap van Kris Peeters (zijn belangrijkste Vlaamse concurrent) af. De CD&V wilde immers geen ‘koninginnenoffer’ (Marianne Thyssen niet naar Europa sturen) brengen om Peeters in ‘de 16’ te krijgen.

Het is maar de vraag of Bart De Wever niet beter toch zijn verantwoordelijkheid had genomen en was verhuisd naar de Wetstraat 16, of naar het Martelarenplein

De Wever trok zich terug in Antwerpen waar hij de erfenis van Patrick Janssens wil doen vergeten en de fundamenten wil leggen voor geslaagde gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Hij verlengde ook zijn mandaat als N-VA-voorzitter wat hem permanente toegang tot de media garandeert én een freedom of speech die hij zich als minister (of zelfs als burgemeester) niet kan permitteren. Een gouden zaak.

Er school veel berekening in deze vrijwillige degradatie. Als De Wever in de regering was gestapt, was het veel moeilijker geweest om de heterogene achterban binnen N-VA een beetje in toom te houden. Er zijn bijna geen raakpunten tussen Bart De Wever en Jos Geysels (ex-voorzitter van Agalev, zoals Groen vroeger heette), maar dit is er toch eentje. Ook Geysels verkoos in 1999 om niet in de (paars-groene) regering te stappen en partijvoorzitter te blijven om de (groene) achterban in de gaten (in toom?) te kunnen houden. Het betekende het einde van zijn politieke carrière en het is maar de vraag of Bart De Wever niet beter toch zijn verantwoordelijkheid had genomen en was verhuisd naar de Wetstraat 16, of naar het Martelarenplein.

Deurenkomedie

Laat me toch een metafoor gebruiken; eentje uit het theater. Politiek is natuurlijk theater. Politiek bulkt van de retoriek en stoelt op een stilzwijgende instemming van alle deelnemers: de politici, de pers, de kiezers, het middenveld. Er wordt véél drama verkocht, er worden verhaaltjes verteld, er worden karaktermoorden gepleegd, er worden vijanden gecreëerd, er worden symbolen bovengehaald, sommigen verstoppen zich achter een masker of nemen een andere gedaante (vermomming) aan. Iedereen weet dat, iedereen wil dat, iedereen vindt dat normaal. Of iedereen doet alsof dat normaal is. The suspension of disbelief.

Socialisten stemden Bruno Tobback weg omdat hij te ‘gewoon’ was en te weinig theater maakte, zoals zijn vader of Steve Stevaert dat voortreffelijk konden. Ze wilden een voorzitter die “eens goed zegt wat er gezegd moet worden”, die “ten aanval trekt tegen de vijand” en “een streep in het zand trekt”. John Crombez volgt nu – in real time – acteerlessen om een hoofdrol te kunnen claimen in de deurenkomedie die de Belgische politiek is.

Socialisten stemden Bruno Tobback weg omdat hij te ‘gewoon’ was en te weinig theater maakte, zoals zijn vader of Steve Stevaert dat voortreffelijk konden

Bij de CD&V had Yves Leterme geen schijn van kans meer toen de retorische versnelling die hij zelf geplaatst had eindigde in absoluut immobilisme. Door te pleiten voor “vijf minuten politieke moed” als oplossing voor een probleem dat al een halve eeuw de relaties tussen de gemeenschappen verziekt, doorbrak hij een taboe. Hij deed alsof de communautaire problemen in ons land simpel zijn en dus snel kunnen worden opgelost. Die retoriek was alleen voorbehouden aan nationalistische anti-establishmentpartijen (of het nu separatisten, regionalisten of belgicisten zijn) en werd vanaf 1970 voorgoed verlaten door de traditionele partijen. In de plaats kwam een stapsgewijze aanpak; staatshervormingen die langzaam, compromis na compromis van België een federatie maakten. Zonder bloedvergieten.
Leterme opende ‘de doos van Pandora’ en effende met zijn ‘vijf minuten’ het pad voor zijn coalitiepartner N-VA.

Toen die, tijdens de onderhandelingen voor Michel I, moest vaststellen dat er geen draagvlak was voor een nieuwe staatshervorming, koos De Wever voor een ‘sociaaleconomische herstelregering’ in plaats van een regering die het confederalisme een stap dichterbij zou brengen. De perfide achterliggende redenering (‘de Maddens-doctrine’) was dat een rechts beleid de Franstaligen er wel toe zou aanzetten om zélf meer autonomie te eisen zodat ze hun links beleid zouden kunnen blijven voeren. En toen werd een deurenkomedie een Griekse tragedie.

Griekse tragedie

De Griekse crisis, de aanslagen in Parijs en Brussel en de vluchtelingencrisis gooiden roet in het eten. De economische stagnatie was veel groter dan verwacht zodat de hoop op twee vette jaren (met cadeautjes voor de kiezer) aan het einde van de legislatuur al snel verdampte. Pijnlijk is ook dat internationale organisaties als het IMF en de OESO fijntjes opmerken dat de besparingspolitiek van Michel I een rem is op de economische groei. Er zijn wel meer ‘ballonnetjes’ die door deze organisaties (die vroeger de bijbel waren voor N-VA en de liberalen) worden opgelaten: bedrijfswagens afschaffen, investeren in groene energie, vermogens meer belasten,… Steeds meer zijn er bewijzen dat het beleid van de regering-Di Rupo tijdens en na de financiële crisis (met tijdelijke werkloosheid, stimulerende maatregelen…) de binnenlandse consumptie op peil heeft gehouden en dat de besparingen van Michel I hebben bijgedragen tot de stagnatie. De kracht van de verandering blijkt op economisch vlak een zwaktebod.

De Wever somt nochtans graag het palmares van zijn regering op. De werkloosheid daalt, de industriële jobcreatie stijgt, het aantal starters neemt toe, de faillissementen dalen, de handelsbalans is positief. Het is maar hoe je het bekijkt, natuurlijk. De maatregelen in de werkloosheidsuitkering (vaak al geïnitieerd door Di Rupo) deden het aantal leefloners en langdurig zieken stijgen. Ze verdwenen uit de werkloosheidsstatistieken. De bedrijfswinsten nemen toe (mede dankzij de taxshift die de loonlasten deed dalen) maar de jobcreatie blijft daarbij fors achter. De patroonsorganisaties willen niet beloven dat er in ruil voor die lastenverlagingen in de toekomst ook jobs zullen bijkomen.

De besparingen bij de overheid beginnen ondertussen dramatische vormen aan te nemen. In de sectoren die traditioneel al stiefmoederlijk behandeld werden (justitie en het leger) is de situatie niet meer verantwoord voor een land dat zich een ontwikkeld land noemt. Ook in Vlaanderen staan de welzijnssector en het onderwijs steeds meer onder druk.

Machiavelli

En dan kwamen de aanslagen. Die zetten vooral de veiligheidsdepartementen nog meer onder druk. Na de aanslagen in Parijs werd Brussel ‘vergrendeld’ omdat er te weinig politiemensen waren om de metro te bewaken. Het leger, dat zich decennialang op kleinschalige buitenlandse operaties heeft toegelegd en de ene inkrimping na de andere moest verteren, verscheen in het straatbeeld. Wanneer de cipiers gingen staken, werd het leger opnieuw ingezet. Dat moet wellicht geleden zijn van de jaren tachtig toen miliciens soms werden ingeschakeld om de oogst te gaan redden op overstroomde akkers. Het blijft toch een paradox die moeilijk te vatten is: een regering die gedomineerd wordt door een Vlaamse separatistische partij, laat de bevolking opnieuw wennen aan de aanwezigheid van Belgische soldaten in het straatbeeld.

De Wever reageerde als een pure machiavellist op de aanslagen. In plaats van de eendracht van het land in de verf te zetten en op te roepen tot vastberadenheid en solidariteit, koos hij voor een ‘verdeel en heers’-tactiek. Er werd een erg gevaarlijk amalgaam gemaakt dat in het kort hierop neerkomt: de moslims zijn vooral in Brussel en Wallonië geradicaliseerd omdat de PS hen om electorale redenen altijd heeft ‘gepamperd’. Dat de oude boeman Philippe Moureaux (de uitvinder van de “institutionele atoombom” in 1991) hiermee in het vizier kwam en aan flarden kon worden geschoten tegenover de (Vlaamse) publieke opinie, kwam De Wever goed van pas.

Als het Mechelse verhaal klopt, zou Jan Jambon zich toch mogen verontschuldigen bij de moslimgemeenschap

Ondertussen kon de aandacht afgeleid worden van de politieke verantwoordelijkheid van sommige Vlaamse politici. De onderzoeken zijn nog altijd aan de gang maar de rapporten van het Comité P doen het ergste vermoeden. Waarom werd Salah Abdeslam na de aanslagen in Parijs niet tegengehouden toen hij terug naar België reed? Omdat de Franse politie niet wist dat hij gevolgd werd door hun Belgisch collega’s. En waarom wisten ze dat niet? Een computerprobleem, zegt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Of is er meer aan de hand? Wie heeft die informatie achtergehouden? Was er een verband met de Mechelse korpschef die een gouden tip over de schuilplaats van Abdeslam niet doorspeelde omdat hij van een allochtone collega kwam?

Als het Mechelse verhaal klopt, zou Jan Jambon zich toch mogen verontschuldigen bij de moslimgemeenschap. Niet alleen loog hij dat er na de aanslagen in Brussel ‘straatfeesten’ werden gehouden in wijken waar veel moslims wonen; hij beschuldigde de moslimgemeenschap er ook van dat ze de terroristen zou beschermen. In de feiten is het omgekeerde waar: het was een agent van Marokkaanse origine die Abdeslam op het spoor was en het was een Vlaamse korpsoverste die met die informatie niets deed.

Epic fail

Ook in het vluchtelingendossier verknalde De Wever het big time. Theo Francken is de eerste staatssecretaris voor Migratie die erin slaagt om een vluchtelingencrisis op een ordentelijke, professionele en humane manier in goede banen te leiden. Ook al was (is) de instroom niet zo groot als werd beweerd (tijdens de Balkan-crisis moest ons land een pak meer vluchtelingen verwerken), toch stond Francken voor een enorme uitdaging. Zijn voorgangster, Maggie De Block, had de opvangcapaciteit zo sterk teruggedrongen (om te kunnen pronken met een begrotingsoverschot vlak voor de verkiezingen) dat een humanitaire ramp dreigde. Met een kordate aanpak, een heus spreidingsplan (een primeur!) en dreiging met boetes aan gemeenten die weigeren om vluchtelingen op te vangen, kreeg Francken de crisis onder controle.
Daarmee deed hij precies wat Angela Merkel de Europese lidstaten had gevraagd: hun best doen, niet zeuren. Wir schaffen das.

Tegelijkertijd liet De Wever geen kans onbenut om Angela Merkel, de premier van onze belangrijkste handelspartner, te schofferen. Haar vluchtelingenbeleid was volgens hem een epic fail. Het spreidingsplan dat Merkel op Europees niveau bepleitte (tevergeefs) wordt echter door ‘zijn’ staatssecretaris elke dag in de praktijk gebracht.

Niet de regering maar de vakbonden, de mutualiteiten, de werkgevers, de Europese Unie en het middenveld hebben de touwtjes in handen in dit land en daar kan geen kracht van verandering tegenop

Waarom bevinden we ons nu midden in een Griekse tragedie? Omdat die oude theaterstukken altijd draaien rond een reality check. Helden en koningen worden altijd geconfronteerd met omstandigheden die zij niet kunnen veranderen, die door de Goden worden opgelegd. En ze  gaan daar aan ten onder. Ze steken zich de ogen uit en worden… stekeblind.

Hetzelfde overkomt Michel I en Bart De Wever wéét dat. In het gesprek bij De Afspraak was hij ontwapenend eerlijk. Ongemeen sterk, ook. Hij liet alle retoriek vallen en sprak vanuit het hart: er zijn enorme problemen, we hebben geen geld, we hebben plannen om de problemen op te lossen maar het zal nog bloed, zweet en tranen kosten en zelfs dan weten we nog niet of het zal lukken. Zo luidt, kort samengevat, zijn boodschap. Een capitulatie leek het wel, want veel geloof in eigen kunnen (en dat van zijn partners) straalde hij niet uit.

In tegenstelling tot een groot staatsman als Winston Churchill (“bloed, zweet en tranen”) of zelfs iemand als Jean-Luc Dehaene (die het grootste besparingsplan in de naoorlogse geschiedenis uitvoerde, België tot een federale staat maakte én de verkiezingen won) geeft De Wever op geen enkel moment de indruk dat hij gelooft dat er een kans op slagen is. De schuld daarvan ligt niet bij de recepten van zijn partij (die zijn onfeilbaar), maar bij de powers that be, ‘het establishment’ (bij Aeschylos zouden het de Goden geweest zijn). Niet de regering maar de vakbonden, de mutualiteiten, de werkgevers, de Europese Unie en het middenveld hebben de touwtjes in handen in dit land en daar kan geen kracht van verandering tegenop.

‘Weeskindje’

Wie echt in de ziel van de N-VA liet kijken, was fractieleider Peter De Roover (N-VA) in De Tijd. Volgens hem is de regering (en dus ook de N-VA) “een weeskindje waar niemand 100 procent om geeft. De wezenlijke structuren in dit land zijn aan het kraken. De machtsbastions die voor eeuwig dachten het heft in handen te hebben, kennen een existentiële crisis. Vandaar ook dat de sociale onrust zo grimmig wordt. Er wordt geroepen dat wij aan de rechten van de werknemers raken. Maar dat is niet waar. We raken fundamenteel aan de rechten van de krachten in dit land die vroeger zeiden: dit is van ons.”

Het zijn woorden die het rechtvaardigen dat de Zweedse coalitie voortaan de ‘Calimero-coalitie’ mag worden genoemd. De analyse van De Roover (en De Wever) klopt natuurlijk niet. Deze regering raakt wél aan de rechten van werknemers. Ze gaat daar zelf prat op. ‘Verworven rechten’ is een scheldwoord geworden, ook al kwamen ze tot stand na een halve eeuw sociaal overleg tussen vakbonden, patroons, regering en parlement; na een legitiem én democratisch proces.
Dat steeds meer burgers zich zorgen maken over hun toekomst, dat de middenklasse afkalft, de armoede verontrustende vormen aanneemt, is niet de schuld van deze regering. Dat zou een oneerlijk verwijt zijn. Het is het eindproduct van een nefast, dolgedraaid economisch systeem dat rijkdom concentreert, ongelijkheid produceert en armoede uitstoot (en de planeet vernietigt).

Het mondiale kapitalisme, dat een doodschop kreeg tijdens de financiële crisis, maar toch opnieuw de rug kon rechten dankzij een waanzinnig groot infuus van overheidsgeld, is back with a vengeance. De overheden die de banken hebben gered en zo het systeem overeind hielden, kreunen onder de schulden. Europa koos – in tegenstelling tot het Keynesiaanse Amerika – voor de neoliberale aanpak van de crisis: besparen, besparen, besparen. Het leverde uiteindelijk alleen een krimpende economie op die enkel overeind blijft dankzij de goedkope olie. En die olie kan maar goedkoop blijven als Amerika zijn bodem blijft openrijten om schaliegas te winnen en het Westen gruwelijke allianties blijft aangaan met regelrechte middeleeuwse dictaturen als Saudi-Arabië.

Het mondiale kapitalisme, dat een doodschop kreeg tijdens de financiële crisis, maar opnieuw de rug kon rechten dankzij een waanzinnig groot infuus van overheidsgeld, is back with a vengeance

Het zou oneerlijk zijn om De Wever en de N-VA te verwijten dat ze onder één hoedje spelen met de casinokapitalisten. Wat men hen wel kan verwijten is dat ze in het grote theaterstuk dat de politiek is, geen ruimte laten voor dialoog. Elke tegenstem wordt gezien als een aanval en de monotone, neoliberale, conservatieve en nationalistische monoloog mag niet worden onderbroken. Ze voeren politiek theater van de meest lamentabele soort op: wij zijn goed en alle anderen zijn slecht. Waarom? Omdat de kiezer dat zo heeft gewild. Voorwaar een gevaarlijke gok met in 2018 en 2019 verkiezingen voor de deur.

Diep in het hart weet elke N-VA’er dat de verzuchtingen van steeds meer Belgen niet onterecht zijn. Sinds kort verzet de partij zich zelfs niet meer tegen een vermogensbelasting. (Zelfs driekwart van de N-VA-kiezers wil dat de ‘1 procent’ meer zouden bijdragen zodat de ’99 procent’ wat minder wordt getroffen). Maar veel overtuigingskracht gaat er niet uit van deze ‘opening’ die veeleer een onderhandelingsstrategie lijkt om een verlaging van de vennootschapsbelasting uit de brand te slepen.

Inzake vermogensfiscaliteit verschuilt de N-VA zich achter het TINA-syndroom: There Is No Alternative. Alle maatregelen om vermogens te laten bijdragen zijn gedoemd om te mislukken, zei De Wever in De Afspraak. En dat terwijl België zowat het enige beschaafde land is zonder vermogenswinstbelasting op aandelen. Het verwijt dat de socialisten een kwarteeuw aan de macht waren en de vermogens ongemoeid lieten, houdt geen steek. Het is pas erg recent dat Europa het pad heeft geëffend om ‘verstopte’ vermogens zichtbaar te maken, de ‘couponnetjestrein’ naar Luxemburg te stoppen en belastingsparadijzen uit te roken.
Niemand is tegen een taxshift, maar het misbaksel waarmee dat de regering op de proppen kwam, is onverdedigbaar. De loonlastenverlaging wordt betaald door… de loon- en uitkeringstrekkers. Indexsprongen, de BTW-verhogingen, accijnsverhogingen, verhogingen van inschrijvingsgeld, tickets van trein en bus, de Turteltaks… halen de winst voor loontrekkenden (de fameuze 100 euro per maand) meteen weer weg. En wie leeft van een uitkering geniet al helemaal niet van de taxshift. In tegendeel, de uitkeringen staan onder druk.

Fairness

Karel Verhoeven, de bedachtzame hoofdredacteur van De Standaard, vatte het in De Afspraak goed samen: de mensen hebben het gevoel dat er geen fairness is.

Daarin schuilt precies de perfiditeit van De Wever (of is het ideologische verblinding?). Aan de ene kant is hij openhartig in zijn analyse dat de weg nog lang is en dat er nog veel obstakels zullen zijn (dat is atypisch voor een politicus die altijd hemel op aarde moet beloven), maar anderzijds cultiveert hij een retoriek (“voert hij een toneeltje op”) waarbij volstrekt eerbare voorstellen worden geridiculiseerd omdat ze niet in het grote gelijk van zijn partij passen.

Aan de ene kant luidt het pacta sunt servanda als het over een epic fail als Uplace en de Oosterweelverbinding gaat terwijl de windmolens op de Noordzee blijkbaar wél op losse schroeven kunnen worden gezet. Enerzijds mogen er geen subsidies voor groene stroom komen, maar tegelijkertijd worden de miljarden (en binnenkort tientallen miljarden) voor de sanering van nucleaire sites en de opslag van nucleair afval gewoon doorgerekend aan de consument. Ook aan die consument die volledig groene stroom verbruikt (of zelf opwekt!).

Geen subsidies voor groene stroom, maar de miljarden voor de sanering van nucleaire sites worden gewoon doorgerekend aan de consument

Aan de ene kant is er geen geld voor openbaar vervoer, maar wel voor bedrijfswagens. Aan de ene kant zijn er de besparingstreinen die elkaar opvolgen (er moet dit jaar nog eens 3 miljard bespaard worden, liet De Wever weten op de vooravond van de nationale betoging van dinsdag), maar aan de andere kant is een vermogenswinstbelasting onmogelijk. Die is onmogelijk omdat mensen nu eenmaal altijd een weg zullen vinden om te frauderen of hun geld te onttrekken aan de fiscus. Vreemd genoeg volgt hij die redenering niet bij sociale fraude. Die wordt hard aangepakt. Langdurig zieken worden eerst beschouwd als fraudeurs en dan pas als patiënten. Dat specialisten waarschuwen dat een heksenjacht op langdurig werklozen onredelijk veel échte zieken zou kunnen treffen, is een waarschuwing die De Wever niet wil horen.

Nog zo’n retorische truc. De aanslagen hebben bewezen dat er in het leger moet worden geïnvesteerd. Dat daarvoor de humanitaire operaties in het buitenland moeten worden afgebouwd ten voordele van de inzet van troepen in het binnenland, is niet erg. Maar het blijkt wel een absolute noodzaak om onze F16’s te vervangen door nieuwe jachtbommenwerpers, ook al heeft Europa een overcapaciteit aan bommenwerpers en een tekort aan – bijvoorbeeld – gespecialiseerde mijnenjagers of snel inzetbare special forces. Twee dingen waar ‘onze jongens’ in uitblinken. Dat onze Navo-bijdrage omhoog moet, is wellicht onvermijdelijk. Maar waarom is er geen debat over waar dat geld precies voor moet worden gebruikt? De beslising om de F16’s te vervangen lijkt al genomen, zonder debat.

“Potteke stamp”

Elke partij heeft het recht om zich te profileren en het verschil duidelijk te maken met andere partijen. De manier waarop N-VA dat aan boord legt, begint stilaan te gelijken op afbraakvoetbal (toch weer een voetbalmetafoor) of “potteke stamp”. Een paar voorbeelden.

Het integratiebeleid is volgens N-VA jarenlang synoniem geweest voor ‘pamperen’. Allochtonen moeten maar eens op hun plichten gewezen worden alvorens ze rechten kunnen doen gelden. Fair enough, maar na anderhalf jaar is er nog geen plan van de bevoegde minister (Homans). De besparingen werden wél al doorgevoerd en organisaties die op het terrein de voelsprieten van de samenleving waren (zoals de Foyer in Molenbeek) werden op droog zaad gezet. De eenzijdige inzet op (noodzakelijke) taallessen biedt geen antwoord op de radicalisering, de integratie, de discriminatie en de precarisering van veel allochtonen.

De N-VA kon geen staatshervorming uit de brand slepen in het federale regeerakkoord. Er kwam wel een beperkte ‘interne staatshervorming’ op Vlaams niveau. Gemeenten werden gelokt met een beperkte schuldkwijtschelding om tot fusies over te gaan. Provincies moesten persoonsgebonden bevoegdheden afstoten.

Na twee jaar is er nog niets gebeurd. Sterker nog. Homans moest een wel erg ‘oude’ truc bovenhalen om de fusiediscussie nieuw leven in te blazen: gemeenten die fusioneren mogen een paar schepenen meer hebben dan gemeenten die niet fusioneren. Extra postjes als smeerolie voor intergemeentelijke samenwerking. Al het waardevolle beleidsvoorbereidende werk dat door vorige regeringen is verricht om de discussies over stadsregio’s, plattelandsregio’s en fusies te voeden, wordt opgeborgen. De kans is nu groot dat residentiële randgemeenten gaan fusioneren om toch maar niet met de (centrum)stad in hun buurt te moeten samengaan. Dat gaat de spanning tussen ‘rand’ en ‘centrum’ alleen maar doen toenemen én de financiering van de steden nog meer onder druk zetten.

En dan te zeggen dat het precies de gemeenten zijn die de prijs betalen voor het asielbeleid van Theo Francken. Ze krijgen een aalmoes om de vluchtelingen die (massaal) zullen worden erkend, op te vangen in hun sociaal netwerk (huisvesting, leefloon…). Tegelijkertijd weigert Vlaanderen de pensioenlast van de gemeenten te verlichten, terwijl ze haar eigen pensioenen laat betalen door de federale pensioenkassen.

De halfslachtige aanpak van vandaag leidt tot ontredderde provincies, straatarme steden en rijke randgemeenten die nog minder solidair zijn dan vroeger

Talloze culturele en welzijnsinstellingen van de provincies leven al meer dan een jaar in onzekerheid. Normaliter zouden ze per 1 januari 2017 worden overgeheveld naar Vlaanderen of naar het gemeentelijke niveau, maar Homans slaagt er maar niet in om die beslissing rond te krijgen. Ze werd vorige week opnieuw van de regeringstafel gehaald en de geruchten zijn dat de deadline nu tot 1 januari 2020 wordt verschoven. Dat betekent dat het Gallo-Romeins Museum, de Warande, Het Gielsbos en talloze andere instellingen die door de provincies professioneel werden gerund, nu tot 2020 in het vagevuur zitten. De kans dat door uitgestelde investeringen, onzekerheid over werking en personeel, deze instellingen in een malaise terecht zullen komen is reëel. En dan zal de N-VA niet kunnen zeggen dat het de schuld van de PS of van ‘het establishment’ is geweest.

Het compromis dat destijds werd gesloten is rot. Ofwel schaf je provincies af en leg je fusies op volgens sociologische, ruimtelijke en socio-economische criteria ofwel laat je alles zoals het is. De halfslachtige aanpak van vandaag leidt tot ontredderde provincies, straatarme steden en rijke randgemeenten die nog minder solidair zijn dan vroeger.

Het is deze onhoudbare situatie die de CD&V-burgemeesters stilaan de strot uitkomt. Zij zullen (mede door de nieuwe begrotingsregelingen) moeten blijven besparen tot aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 en vrezen zo een electorale afstraffing. Antwerpen is immuun voor al die besparingen aangezien het samen met Gent een stevige graai uit het gemeentefonds neemt om zijn ‘grootstedelijke’ functies te betalen.

Linkerflank

Een peiling is wat ze is, maar ze is vooral een politiek feit. De N-VA valt in de meest recente peiling terug van 32 naar 24 procent. Dat verlies komt volledig op conto van het Vlaams Belang.
Ook de andere oppositiepartijen, sp.a (15,6 procent) en Groen (11,1 procent) zitten in de lift.
Voor de federale regering is dit slecht nieuws; ze verliest haar meerderheid. Op Vlaams niveau is de Open VLD niet langer het derde wiel aan de tandem CD&V/N-VA. Een klassieke tripartite, aangevuld met Groen is geen politieke science fiction meer.

Er zijn veel redenen te verzinnen waarom het Vlaams Belang opnieuw in de lift zit. Door te flirten met extreemrechtse standpunten inzake migratie, religie en vluchtelingen dedouaneert de N-VA het nog hardere, vuile discours van Filip Dewinter. Maar het Vlaams Belang vertelt op sociaal-economisch vlak een linkser verhaal dan de N-VA. Er mag niet geraakt worden aan de sociale zekerheid, al moet ze beperkt blijven voor het eigen volk. Het is dit discours dat extreemrechtse figuren als Geert Wilders en Marine Le Pen de wind in de zeilen heeft gegeven.

Bij het Vlaams Belang blijft Filip Dewinter ‘incontournable‘. Als de partij zou vervellen tot een ‘moderne’ (sic) extreemrechtse, populistische partij à la de PVV van Wilders, dan kon de N-VA de boeken wel sluiten.

De onvrede bij CD&V heeft ook te maken met de opmars van Groen. Die partij rekruteert traditioneel uit de geledingen van het ACW. De kritiek van de burgemeester van Kuurne, Francis Benoit, is ingegeven door het aanvoelen dat CD&V veel te veel naar rechts is opgeschoven. Hij voelt dat de armoede ook de plattelandsgemeenten bereikt heeft. En daarmee komen we aan de ultieme laatste conclusie. De ‘voetbalploeg’ van Michel I heeft alleen een middenveld en een rechterflank. De linkerflank begint zich ongeveer aan de middenstip of het penaltypunt. Soms zelfs aan de cornervlag van de rechterflank.

De CD&V lijkt een linksere koers te varen omdat de N-VA het roer voortdurend schokken naar rechts geeft. De beperking van de werkloosheidsvergoeding in de tijd staat niet in het regeerakkoord, maar dat verhindert N-VA-parlementsleden niet om er met de regelmaat van de klok voor te pleiten. Het feit dat CD&V die eis kan ‘afblokken’ maakt deze regering nog niet linkser. De aanpassing van de 38 urenweek is beslist, ook al belooft Kris Peeters overleg met de bonden. Hij moest het gehoon van 60.000 betogers incasseren waarmee het laatste laagje ‘links’ vernis van de CD&V werd weggeschraapt. Het sociaal overleg – zoals elk overleg na elke besparingsronde van deze regering – gaat enkel nog over de modaliteiten, niet over de hoofdlijnen. Dat vakbonden en patroons af en toe nog een akkoord bereiken (wat ze onder Di Rupo niet meer konden) mag niet gezien worden als een bewijs dat Michel I een linksere regering is.

De slip of the tongue dat we allemaal “boven onze stand” leven, toonde aan dat Kris Peeters nog altijd een vertegenwoordiger is van de patroons en niet van de werknemers. Op een moment dat de armoede in ons land recordhoogtes bereikt, is dit geen uitspraak die de ACW-achterban van CD&V (is er nog een andere?) moet geruststellen.

Heimwee naar Di Rupo

Nogmaals Wouter Beke. Toen Knack hem vroeg of het makkelijker besparen was met Di Rupo dan met de N-VA antwoordde hij na een zeer lange stilte: “We hebben met de regering-Di Rupo een loonstop doorgevoerd, de welvaartsenveloppe ingekort, de wachtuitkeringen afgeschaft. Daar is één keer een nationale staking tegen uitgeroepen. Toen heeft Bruno Tobback (sp.a) gezegd: ‘Een nationale staking is als een atoomwapen, dat haal je alleen boven als er een wereldoorlog dreigt. En als je de regering niet eens kunt doen vallen, is het nog een nutteloze staking geweest ook.’ De socialisten zorgden er toen voor dat hun vakbond niet buitenkwam.”

En zo komen we bij een waarheid als een koe: de regeringen die de zwaarste besparingen doorgevoerd hebben zijn altijd regeringen mét christendemocraten en socialisten geweest. Vooral omdat er een innige band bestond tussen de partijen en ‘hun’ vakbonden.

Humo verontschuldigde zich deze week bijna dat het Rudy De Leeuw (ABVV) en Marc Leemans (ACV) interviewde op de vooravond van de nationale betoging. “In de wereld van de krantencommentatoren, de bedrijfsleiders en de sociale media zijn ze stilaan volksvijand nummer één: onverantwoordelijke actievoerders tegen een beleid dat toch noodzakelijk is” schreef Yves Desmet in zijn inleiding (hoe lang is het geleden dat hij nog eens tegenover een vakbondsman zat? A la bonheur!)

Een zinnetje uit dat gesprek zou kunnen dienen als ultiem argument om deze regering ‘op haar plaats’ te zetten: “Onze ondernemers krijgen meer subsidies dan dat ze belastingen betalen: wie hangt er dan aan het infuus van de overheid?”

Ik zou graag van N-VA en Open VLD argumenten horen die deze uitspraak ontkrachten. Ik ben maar een eenvoudige journalist en geen specialist. Maar ik hoor wel elke dag kreten vanuit N-VA- en Open VLD-hoek dat sectoren als onderwijs, welzijn en (vooral) cultuur aan een subsidie-infuus liggen, dat de sociale zekerheid te duur is. Maar een willekeurige greep uit de beslissingen van de Vlaamse regering van de voorbije weken, lijkt de uitspraak van de vakbondslui te bevestigen:

– Minister Muyters gaf 1 miljoen subsidie aan ‘innovatie-ondersteuning’ in Limburg “om bedrijven en organisaties sneller en beter te laten innoveren”. Hij gaf ook 1 miljoen strategische transformatiesteun aan Brouwerij De Brabandere in Harelbeke.
– Minister Vandeurzen gaf 185.000 euro aan Objective Belgium, 149.000 euro aan objective International en 199.000 aan Objective bvba.
– 54 ondernemingen kregen in totaal 13 miljoen om een netwerk van laadpalen voor elektrische auto’s te installeren.
– De Vlaamse regering verhoogde het kapitaal van de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen met 50 miljoen euro om tegemoet te komen aan “de stijgende nood aan risicokapitaal”.
– Strategische transformatiesteun aan Ablynx nv in Gent (803.000 euro), Constructie Demyttenare in Harelbake (575.000 euro), Fitcvo in Oostende (744.000 euro) en Lavetan in Turnhout (618.000 euro).

Let wel. Die subsidies zullen ongetwijfeld legitiem zijn en toegekend worden na een grondige adviesprocedure. Toch is het opvallend dat er geen publiek debat is over subsidies aan bedrijven terwijl elke euro die naar cultuur, welzijn, de sociale sector, (of zelfs onderwijs) gaat, meteen wordt verketterd. Dit wordt nog schrijnender als het gekoppeld wordt aan het argument dat bedrijven vaak ontsnappen aan vennootschapsbelasting terwijl burgers (die moeten gebruik maken van die cultuur-, onderwijs- en welzijnsvoorzieningen) daar wel voor betalen.

Onze ondernemers krijgen meer subsidies dan dat ze belastingen betalen: wie hangt er dan aan het infuus van de overheid?

Natuurlijk moeten er bedrijven zijn die jobs creëren, die voor welvaart zorgen. Maar de regering weet maar al te goed dat zij geen enkele hefboom heeft om de opbrengst van die ‘welvaartcreatie’ (winst) in eigen land te houden in deze geglobaliseerde wereld. De eis om in ruil voor subsidies of lastenverlagingen jobs te creëren is dus ook bijzonder legitiem en niet zomaar een frivoliteit. Het is de enige ‘return’ die een basis vormt voor een solide ‘contract’ tussen de overheid en het bedrijfsleven.

Als elke euro subsidie of lastenverlaging die de Belgische, Vlaamse of (pakweg) Antwerpse overheid geeft aan een bedrijf wegvloeit naar aandeelhouders op de Bahama’s of een ander belastingsparadijs, dan is er geen probleem van fairness, zoals Karel Verhoeven het zacht uitdrukte, maar dan worden we gewoon gerold waar we bijstaan. Elke euro die naar een Vlaams theater gaat wordt tenminste in Vlaanderen opnieuw uitgegeven en zorgt voor jobs in Vlaanderen. Om maar één tegenvoorbeeld te geven.

Wantrouwen

Hoe moet dit eindigen? De kans bestaat dat na vijf jaar Zweedse regering er voor de inwoners van dit land wezenlijk niets veranderd zal zijn. Ze zullen alleen minder zeker zijn. Van hun inkomen, hun werk, hun sociale bescherming, hun huis, hun ziekteverzekering, hun pensioen, de toekomstkansen van hun kinderen.

De kans bestaat – als de internationale conjunctuur aantrekt – dat de bedrijven opnieuw winstgevender zullen zijn. Dat ze met dat geld ook meer jobs zullen creëren is minder zeker. Dat heeft niet alleen met winstbejag te maken maar ook met de disruptie in de economie. Er zijn nu eenmaal minder mensen en meer robots (computers) nodig om de economie te doen draaien.
Het kan ook zijn dat de ‘overheid’ nog meer in haar blootje staat: slechte wegen, slecht openbaar vervoer, duurdere ziekenhuizen, minder sociale woningen, geen vrije schoolkeuze meer, minder ambtenaren, minder dienstverlening van de gemeenten aan de burger, geprivatiseerde gevangenissen en asielcentra.

Het kan ook zijn dat de traditionele partijen verder afkalven. De N-VA hoort daar willens nillens bij; ze zit al sinds 2004 in de Vlaamse regering en sinds 2014 in de federale (ze gaf gedoogsteun aan de regering Leterme I, ‘maagd’ Bart De Wever onthield zich tijdens die stemming). Forse groei is te verwachten voor Vlaams Belang die de extreme rechterflank van N-VA laat bloeden en voor Groen dat de linkerflank van CD&V kaalplukt. De sp.a kan overeind blijven en in gemeenten waar er kartels zijn met Groen eventueel nog winst boeken. Bij Open VLD moeten de alarmsignalen voluit beginnen afgaan. Zelfs doorgewinterde Wetstraat-watchers zien het in die partij niet meer goedkomen, tenzij Bart Tommelein communicatief het verschil kan maken tussen zijn partij en de N-VA. Het energiedossier biedt daarbij perspectieven.

In heel Europa krijgen traditionele partijen ervan langs. In Oostenrijk maakten groenen en neo-fascisten uit wie er de president levert. Er is geen enkele verwantschap tussen beide ideologieën, behalve dat ze allebei koele minnaars zijn van het internationale casinokapitalisme. Ze spelen in op de ontreddering van de kiezer dat hij niets meer in te brengen heeft in de organisatie van zijn leven én van de samenleving. Bij groenen is die inbreng inclusief en internationaal (en fundamenteel basisdemocratisch), bij fascisten is die inbreng ‘exclusief’, nationaal en elitair.

Voor De Wever is er maar één keuze: kom van de bank af en loop naar de spits. Niet om te scoren voor de partij, maar voor het land

De steun voor extreem-rechts en extreem(?)-links vloeit voort uit een fundamenteel wantrouwen van de burgers tegenover een establishment dat blindelings de logica van de ongebreidelde vrije markt volgt. Dat kan enkel keren wanneer die vrije markt opnieuw de illusie kan voeden dat de American dream bereikbaar is voor iedereen.

In zekere zin is het een laat gevolg van de financiële crisis. Een nieuwe generatie, die opgroeit met Occupy, stRatenGeneraal, Nuit Debout en Indignados (en aan de rechterzijde met Pegida), keert de traditionele politiek de rug toe. In steeds meer landen – Amerika, Griekenland, Spanje, Italië, Nederland, Groot-Brittannië, Oostenrijk, wordt het politieke midden weggeveegd. Het valt te voorspellen dat extremere politieke krachten het politieke vacuüm zullen innemen om nadien vast te stellen dat ze het systeem niet kunnen veranderen… Zonder steun van de traditionele politieke krachten in de samenleving.

Pas als politici beseffen dat politiek géén voetbalwedstrijd is en dat de minderheid niet per definitie ongelijk heeft, mogen wij – burgers – hopen dat de politiek opnieuw een factor van betekenis wordt die vorm kan geven aan ons leven, leiding kan geven aan de samenleving. Als dat besef er niet komt zullen steeds meer burgers zélf vorm willen geven aan dat leven. En dat kan op twee manieren: een constructieve en een destructieve.

Voor De Wever is er maar één keuze: kom van de bank af en loop naar de spits. Niet om te scoren voor de partij, maar voor het land. Voor welk land? Voor België, natuurlijk. Al de rest is theater. En laat ons dat voorbehouden voor de verkiezingscampagne.

En als u het niet over uw hart kunt krijgen om uit uw rol van oppositieleider te treden, fluit uw ploeg dan écht van het veld en laat ons een nieuwe nationale ploeg kiezen. Een Vlaamse én een Belgische.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu nog aan 6,66 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books