Boven onze stand

 Leestijd: 3 minuten2

De burger leeft boven zijn stand, liet de federale minister van Werk, Economie en Consumentenzaken Kris Peeters weten in een kranteninterview dit weekend. Tegen deze zomer zal er pas écht diep moeten worden gesneden, aldus de minister, en iedereen zal moeten bloeden. Knor knor, denkt uw dienaar, ik ben een vet varken en kijk uit naar de slacht.

JEROENWant hoe kan je die uitspraak anders duiden? Waarom zegt een leidinggevend politicus zoiets terwijl hij een week geleden nog een eind door ging over het mogelijk aanwakkeren van ‘solidariteit tussen werknemers’ bij de glijdende 38-urenweek en sinds hij in deze regering zit vooral wil dat we hem en zijn christendemocraten als het ‘sociale gelaat’ van deze ploeg beschouwen?

Besparingen. Mijn generatie lijkt echt niets anders te hebben gehoord. Enkel de jaren negentig bleven ons bespaard qua besparingen. Wij kennen deze retoriek door en door. Tegen de zomer zullen de stemmen steeds schriller weerklinken. Besparen om ons systeem te redden! Het is nu of nooit!

Vette varkens

Zit er misschien een vreemde masochistische reflex in de Belg waarop deze minister mikt? Bloeden wij graag, offeren wij ons graag op om de zogenaamde toekomst van onze kinderen veilig te stellen? Vroeger misschien wel. Vroeger was er een grotere bereidheid, zo vermoed ik, om wijlen eerste minister Wilfried Martens te geloven dat er licht aan het einde van de tunnel te vinden zou zijn. Maar dat is lang geleden. Er is intussen veel te veel gebeurd. We hebben immers eerst gemerkt dat we vooral de puinhopen van de politiek hebben afbetaald, vervolgens dat het gebrek aan investeringen in openbaar nut ons nog veel meer kosten oplevert en sinds het najaar van 2008 weten we dat het geen ruk verschil maakt of je nu bespaart of niet: zodra een bank op instorten staat, dienen ook wij weer – de gewone burgers – garant te staan. Wij zijn met andere woorden geen vette varkens meer, rijp voor de slacht. Er is welvaart, jazeker, maar velen van ons werken hard, hebben het moeilijk, en worden bij heel dat gelul over ‘boven onze stand’ vooral kwaad.

Enkel de jaren ’90 bleven ons bespaard qua besparingen. Wij kennen deze retoriek door en door. Besparen om ons systeem te redden!

Zo is er Annemie Verbeiren, een alleenstaande moeder wier zoon op kot zit, die zich naar eigen zeggen in haar koffie (‘van den Aldi’) verslikte toen ze de uitspraken van Peeters las. Ze schreef de minister een brief en die werd op sociale media bijna dertigduizend keer ‘leuk’ bevonden en twintigduizend keer gedeeld. In die brief maakt ze duidelijk dat de minister niet weet waar hij het over heeft. Met een maandloon van net boven de tienduizend euro is het immers moeilijk om je wat dan ook in te beelden qua nadenken over uitgaven. Annemie Verbeiren doet niets anders en komt dan al weleens bij de vraag uit of dat ene belegde broodje voor jezelf niet kan worden beschouwd als een luxeartikel binnen je beperkte uitgaven.

Hier is de tragische ironie: iemand zoals Annemie weet wél wat besparen betekent, het is immers haar dagelijkse praktijk, minister Peeters echter heeft geen benul van wat het woord inhoudt.

Verdwaald

Blijkbaar heeft de boodschap van Annemie of gelijkaardige verzuchtingen van de bevolking hem alsnog bereikt want minister Peeters liet vlug dit weten: “Ik sta wél aan de kant van de mensen die het moeilijk hebben.” Waarbij hij zich voorstelt als een dienaar van de komende generaties, van de toekomst. Maar ik zie nu vooral een man die niet meer weet wat voor belang hij juist dient, die verdwaald is geraakt in zijn eigen retoriek, die op basis van wat voor peiling ook met zijn partij tracht te overleven met dan weer een beetje linkse en dan weer serieus wat rechtse klap, die net zomin als de andere beleidspartijen een antwoord heeft op de massale belastingfraude van de ultrarijken, buiten het feit dat hij samen met de regeringsploeg hoopt dat de rijken zich nu ‘gewaarschuwd’ achten.

Ik zie vooral een man die niet meer weer wat voor belang hij juist dient, die verdwaald is geraakt in zijn eigen retoriek, die op basis van wat voor peiling ook met zijn partij tracht te overleven

Ik zie een man die rijp is voor de spreekwoordelijke slacht, vet geworden door het politieke spel in de Wetstraat en zich niet bewust is van het feit dat hij zo glimt tussen gewone mensen die hem en heel zijn generatie al lang niet meer vertrouwen – eerlijk gezegd geen fuck meer geven om heel die bende – maar vanwege braafheid en machteloosheid niet anders kunnen dan toezien hoe heel deze neoliberale generatie het primaat van de economie tot in het absurde toe bestendigt, daarbij hijgerig hoopt op een ‘groei’ die er nooit meer zal komen en banen bij elkaar droomt die nooit ofte nooit werkelijkheid zullen worden.

Ja, ik zie een tragische figuur. Voer voor een film misschien. En ja, George Clooney mag Peeters spelen, innerlijk afgetobd en verloren, maar naar de buitenwereld blakend van zelfvertrouwen. Cinema boven ieders stand zie ik, niet de wereld die grijnzend staat te wachten wanneer bij Annemie Verbeiren en zovele anderen de wekker gaat.

Auteur: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (°1967) schrijft romans, theaterstukken en columns. Zijn nieuwste roman Wil komt in augustus uit bij de Bezige Bij. Hij werkte samen met Occupy Antwerp voor acties rond armoede in de stad en richtte met vrienden de zogenaamde ‘geefpleinen’ op. In 2014 kreeg hij de Edmond Hustinx-prijs voor zijn theateroeuvre en de Ark-prijs van het Vrije Woord.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid